Road to the Rockies

Na de lange treinrit terug uit het fantastische Churchill besluiten we samen met onze nieuw gemaakte vrienden (Frans koppel met wie we vijf dagen lang samen reisden) om vlakbij Thompson te slapen. Onder het genot van een wijntje ontdooien we langzaam bij het kampvuur.

Vier seizoen per dag

We laten de echte kou achter in Churchill, maar we krijgen er helaas wel een dag lang regen voor terug. Na een verloren gevecht met buien, zon en de tent droog in de hoes krijgen, besluiten we door te reizen richting Baker’s Narrows. Tegen alle verwachtingen in bleek dit een prachtplek te zijn! We slapen bijna aan het water en kunnen ‘s ochtends heerlijk in het zonnetje ontbijten. Dat wordt echter bruut verstoord door een hels lawaai van de Loons die op het meert wonen. Loons zijn altijd met zijn tweeën en hebben vaak een meer voor zichzelf. Hun geluid is van ver te herkennen (tip: zoek even een YouTube filmpje, het is echt bijzonder). Een snelle scan onthult een grote Adelaar die voor de neus van de Loons een van hun twee babies gevangen heeft en aan het opeten is. Mama en papa Loon zitten er vlak op treurige geluidjes te maken. De natuur op zijn puurst, zou Rona zeggen.

De rest van de dag verliep voor ons gelukkig wat beter. Eindelijk konden we onze nieuwe kajak testen! En we zijn onder de indruk; hij werkt top! Stabiel, houdt goed zijn koers, ruim genoeg voor Merijn en is snel op te pompen (handig zo’n kitesurfpomp, haha!). Ondanks dat er zon was tijdens het kajakken, hadden we hier wederom een gevecht met buien, zon en de kajak droog in de tas krijgen. Maar deze keer was het 1-1. De laatste tijd is het weer sowieso een uitdaging… het verandert ieder uur en gaat van winter, naar herfst, naar lente en zomer binnen een dag. Zo kan het zijn dat je ’s ochtends opstaat en je winterjas aantrekt, vervolgens ’s middags het bloedheet hebt in je korte broek en ’s avonds weer laagje voor laagje erbij aantrekt.

Vanuit het noorden van Manitoba zijn we naar de Rocky Mountains gereisd. Een variërende route met bossen en meren, de stad Saskatoon, heel veel prairies, prachtige dino-canyons en Calgary.

Saskatoon

Door de eindeloze hoeveelheid bossen en meren die we vanaf Toronto hebben gezien, weet Prince Albert National Park ons ondanks z’n schoonheid niet lang te boeien. Nadat we hier de grootste was allertijden hadden gedaan, zijn we dan ook snel doorgereisd richting de hoofdstad van Saskatchewan: Saskatoon. De verwachtingen van deze stad te midden in de prairies waren laag, maar we hadden maar twee doelen: internet & nieuwe bergschoenen voor Merijn. Nadat we zeer voorspoedig beide doelen bereikt hadden, genoten we van het zonnetje op het dakterras van een Ierse pub. Saskatoon blijkt eigenlijk best een leuke stad te zijn, vol met hippe winkeltjes, terrasjes en een aantal leuke musea. Die laatste moesten we echter overslaan, want onze sterk verbeterde financiële administratie stond dat helaas niet toe.

Prairies & dino-canyons

Slalommend om de prairie dogs door de platte prairie bereiken we Dinosaur Provincial Park. Een bijzonder gezicht. Het lijkt alsof de aarde plat is en opeens stopt. Zodra je over de richel kijkt zie je waanzinnige canyons met bergen onder je. Aan het einde van de laatste ijstijd (zo’n 12.000 jaar geleden) ontstond hier een enorm meer, ingedamd door steeds verder smeltende gletsjers. Toen de gletsjerdam eindelijk werd doorbroken is het water met enorme kracht richting de zee gespoeld en heeft daarbij een indrukwekkende canyon uitgesleten. Enigszins toevallig hebben de miljoenen jaren daarvoor vrij distinctieve aardlagen gevormd, die door de erosie van het water prachtig te zien zijn. Dinsosaur Provincial Park is echter met name bekend omdat het (hoe kan het ook anders) de belangrijkste vindplek van dinosaurusfossielen is in Canada. Die schijnen nog overal te liggen, maar helaas niet zo duidelijk in het deel waar iedereen mag komen.

We slapen twee nachten in deze canyon en hiken door de bergen tussen de hoodoos. Het is genieten van de variatie in de omgeving.

Om toch ook de vondsten van Dinosaur Provincial Park te kunnen bewonderen, besluiten we ook Drumheller mee te pakken. Daar staat namelijk het grootste dinosaurusmuseum van de wereld. Bij het wegrijden zien we echter opeens een hip nieuw lampje branden wat we nog niet eerder gezien hadden. Na de handleiding er maar op na te slaan blijkt dat een auto tegenwoordig ook een lampje voor te lage druk in de banden kan hebben. Dat was een mooie gelegenheid om onze nieuwe compressor uit te proberen! Die deed het fantastisch, maar er was geen houden meer aan. Blijkbaar had Berry nog niet genoeg van de hoodoos en was uit protest maar op een grote schroef gaan staan. Gestaag volgen we het lekke band protocol van de auto. Een paar Canadezen komen langs om te vragen of we ok zijn. “Gelukkig heb je een reserveband! Als ik een lekke band zou hebben moet ik de wegenwacht laten komen”. Daar hadden we niet eens over nagedacht dat dat ook een optie zou zijn, maar we voelen ons zeer zelfvoorzienend. Als na het eronder zetten van de reserveband blijkt dat deze hartstikke zacht is, en we toch nog succesvol onze compressor kunnen gebruiken, is dat beeld helemaal compleet.

Na een kortstondig oponthoud om de band te laten plakken vervolgen we uiteindelijk onze weg. Het museum is prachtig! Een grote collectie aan vrijwel complete skeletten staan tentoongesteld. De grootte is indrukwekkend, maar ook het feit dat er mensen zijn die 10 jaar van hun leven geven om slechts een skelet op te graven. Ook is het bijzonder om te lezen dat Tyrannosaurus Rex relatief kort op aarde geleefd heeft, namelijk maar ongeveer een miljoen jaar. Dan lijkt de kortstondige menselijke geschiedenis toch vrij nietig.

Vanaf Drumheller merken we dat we in het toeristengebied beland zijn. Opeens zijn er meer talen te horen en lopen de prijzen op. Maar het heeft ook z’n voordelen om in populairder gebied te reizen; we ontmoeten een Nederlands gezin, wat een gezellig avondje in de pizzeria oplevert én we ontmoeten voor het eerst andere reizigers (Zwitsers stel) die ook de Pan American Highway gaan afleggen.

Calgary

Vanuit Drumheller gaan we naar Calgary. Eigenlijk hadden we besloten deze stad over te slaan, maar er stonden nog wat items op onze kooplijst die we daar hoopten te vinden. Dit resulteerde in een ritje dwars door de binnenstad en een bezoek aan drie winkels. Dit klinkt erger dan het was; het reed prima door en zo hadden we toch nog iets van de stad gezien. Maar hey; wie gaat er Calgary uitgebreid bekijken, als er een uurtje verder weg de prachtige Rocky Mountains lonken?

Rocky Mountains

Een maand na vertrek zijn we in de Rocky Mountains beland! Als twee kleine kinderen zo blij lachen we in de auto zodra de bergen in de verte opduiken. Hoewel… de Rocky Mountains lieten onze hersenen de laatste tijd ook aardig kraken, want we zitten middenin de laatste week van de zomervakantie en een extra lang feestweekend. Oftewel; iedere camping zit propvol en als je voor 4u ’s ochtends (!!) niet op de populairste plekken parkeert kun je het vergeten. Uiteraard hadden wij de campings niet gereserveerd en wildkamperen levert in de Rockies dikke boetes op. Dit in combinatie met meerdaagse hikes willen lopen waarvoor we backcountry camping nodig hebben en een knieblessure waar we rekening mee moeten houden zorgt voor een aardige puzzel. Maar uiteindelijk is het gelukt met een heleboel F5-en (credits voor Merijn) weten we cancellations van campingplekken direct over te nemen. Pffieew we zitten safe voor dit feestweekend, daarna hopen we dat alle toeristen weer aan het werk gaan en wij de bergen voor onszelf hebben. J

Ondertussen zijn de eerste hikes en kajaktocht in Banff al gemaakt en staat er een driedaagse hike in Mt. Robson op de planning. Omdat de driedaagse hike pittig zal worden (42 km), besluiten we voor onze eerste hike een niet al te lange route te kiezen. Grappig genoeg hebben we dat waarschijnlijk drie jaar geleden ook bedacht, want halverwege de trail komen we erachter dat het toch wel heel bekend voorkomt, oeps! Dat gaf reden om de route iets te verlengen (we moesten uiteraard wel iets nieuws zien) en resulteerde in de benodigde spierpijn een dag later. Maar als de beenspieren moe zijn, kunnen de armspieren aan het werk. Een dag later kajakken we dan ook vrolijk rond over het prachtige ijsblauwe water in Banff National Park. Waarbij onze moeie beentjes enkel bij twee uitdagende beverdammen aan het werk moesten.

Oeps!

In Banff is Merijn er achter gekomen dat kamperen ook erg gevaarlijk kan zijn… de tentstok van de daktent staat onder redelijke spanning om het raam open te houden. Helaas schoot deze los tegen Merijns hoofd. Een hoop bloed, een bult en een open wond op zijn wenkbrauw was het gevolg. Gelukkig schoot de stok niet ín zijn oog! De dokter heeft er twee hechtingen ingezet en ons met een YouTube-filmpje laten zien hoe we de hechtingen er zelf uit kunnen halen. Dan hoeven we in ieder geval niet terug naar het ziekenhuis, dat scheelt weer!


Centraal Canada

Rocky mountains

2 gedachten over “Road to the Rockies

  1. Wauw, wat een fantastische foto’s!!! En om in jullie sferen te komen hebben wij nu een 8 uur durende Loon Call aan staan waarop jullie foto’s als achtergrond draaien. Heerlijk rustgevend en inderdaad de natuur op z’n puurst!!! Mooi maar soms ook wreed… zelfs tenten kunnen daar mooi maar gevaarlijk zijn! Maar ik ben erg blij dat het geen oog heeft gekost… xxx

    1. Heerlijk verhaal! En ik heb weer 2nieuwe natuurverschijnselen leren kennen: Loons en hoodoos 🙂
      Veel plezier in de bergjes!!! Xx

Geef een antwoord