De wondere wereld van Washington

Warning: lang verhaal.

Afgelopen weken zijn echt voorbij gevlogen. Na weken van hoofdzakelijk regenachtige dagen met af en toe een dag zon is het weer hier helemaal omgeslagen. Eigenlijk sinds we in de VS zijn is het bijna alleen maar zonnig en hebben we al onze in Vancouver herwonnen energie er weer helemaal uitgegooid. De dagen worden alleen wel korter en ’s avonds is het vaak te koud om nog lekker aan een blog entry te typen, dus het duurde even voordat we de tijd vonden om alles bij te werken. Tegelijkertijd waren er ook zoveel dingen die ik niet wou overslaan. Daarom bij deze: excuses, het is weer een lang verhaal geworden.

Welcome to the USA

“Do you know that you are allowed to stay for 3 months, and if you stay longer it’s bad for you?” Met deze iconische zin worden we welkom geheten bij de grens met de Verenigde Staten. Op de borden langs de weg zijn ‘Click-it or ticket’ (gordel om) en ‘Litter and it will hurt’ andere mooie klassiekers. In Amerika is ‘omdat iemand het zegt’ of ‘omdat ik anders een straf krijg’ een prima reden om iets te doen. Ook grappig om te zien is dat verbodsborden bijna allemaal de hoogte van de boete die staat op de overtreding erbij vertonen. Die is in de VS wel wat realistischer (rond de 300 dollar voor straatvervuiling) dan in Canada (2500 dollar), waardoor je je wel iets meer serieus genomen voelt.

Binnen bij de douane zijn ze gelukkig gezelliger en kan er wel een leuk praatje vanaf. We moeten persoonlijke gegevens van familieleden en een flinke lading eigen biometrische gegevens achterlaten zonder dat daarbij wordt aangegeven hoe lang die bewaard worden. We hebben er inmiddels niet zo veel moeite meer mee. De AVG-mentaliteit is aan deze kant van de oceaan nog niet echt doorgedrongen. Afgelopen maanden hebben we zo’n beetje overal waar we (betaald) sliepen NAW, telefoonnummer, en creditcardgegevens moeten achterlaten. Die laatste vaak ook als we cash betaalden. De KIA dealer in Vancouver vroeg zelfs naar onze volledige verzekeringsgegevens terwijl hij eigenlijk alleen het identificatienummer van de auto echt nodig had. Alles wordt altijd ergens in een systeem ingevoerd, en waarschijnlijk voor altijd bewaard.

“Waar gaan jullie nu naar toe”. Ehmmm… geen idee eigenlijk. Daar hadden we nog niet echt over nagedacht. We hadden zoveel horrorverhalen gelezen over mensen die uren bezig waren bij de grens dat we maar niet te veel gepland hadden. “Richting Bellingham?” “Alles vanaf hier is richting Bellingham, dat is geen bestemming.” “Larabee State Park!” roep ik uiteindelijk maar, omdat ik in de Lonely Planet gelezen heb dat daar een camping zit. Goed genoeg! Na een driedubbele check of we goed gerekend hebben en inderdaad tot en met 24 december in de VS mogen blijven, mogen we doorrijden. Welkom in Washington!

Met dank aan wat research vooraf hebben we in Bellingham binnen no-time het goedkoopste simkaartje van de VS geregeld. Helaas werkt deze alleen niet zo goed in mijn mobiele telefoon. Amerika doet op mobiel gebied alles anders dan vrijwel de hele wereld, waardoor ik enkel internet heb binnen grote steden, en dan heel sloom. Dat was gelukkig niet een verassing, maar na een zoektocht van een week naar een dual-sim telefoon die Amerikaanse en Europese frequenties ondersteunt had ik nog geen succes gevonden. In Amerika viert de macht van de provider nog steeds hoogtij. Bijna alle telefoons worden aangeschaft via een provider, en die hebben natuurlijk geen baat bij een telefoon die meerdere simkaarten aankan. Dat zou consumenten alleen maar meer opties geven. Het feit dat simlockvrije telefoons hier ‘unlocked’ worden genoemd, geeft al genoeg aan wat volgens de markt de normale situatie is. Gelukkig vind ik uiteindelijk een optie. Een net gelanceerde Nokia die 1 oktober in de winkels komt. We moeten dus nog even met mijn oude verder, en dan zijn we weer fully connected.

Omdat het lekker vroeg is rijden we vrolijk door langs Larabee State Park tot aan Deception Pass State Park. Onderweg klaart het helemaal op en komt er zowaar zon tevoorschijn. Een mooi voorteken voor onze tijd in Amerika. Deception Pass is prachtig gesitueerd rond een hoge brug over een kleine passage tussen twee eilanden. Ondanks dat we van de (volgens ons) chagrijnige vrouw bij de ingang zo’n beetje de enige plek op de camping toegewezen krijgen waar we niet echt passen, krijgen we Berry met wat creativiteit uitgevouwen tot in de bosjes. Daarna wordt het alleen maar beter. Het park is prachtig en het weer ook, waardoor we lekker kunnen genieten van hotdogs op het strand en onze eerste zonsondergang boven zee. Een zeehond geniet met ons mee.

Olympic National Park

De volgende dag nemen we de ferry naar de overkant van Puget Sound om bij Olympic National Park te komen, een van Washingtons grootste attracties. Hier worden hoge bergen gecombineerd met regenwoud en een prachtige kustlijn. Zoals we geleerd hebben in Canada gaan we meteen als eerste langs bij het Visitor Center in Port Angeles. Hier blijkt het echter niet helemaal hetzelfde te gaan als in de Canadese Rockies. Daar kwam het er ongeveer neer dat je in elk park bij het Visitor Center naar binnen stapte en zei: “begin maar met praten” en dan was binnen no-time je hele tijd ingedeeld. Hier krijg je een kaart uitgereikt van het park, maar zonder al te veel oordeel over wat nou echt het mooiste deel is. Olympic National Park blijkt een park te zijn wat je met name met korte uitstapjes vanuit de auto, of met echt lange meerdaagse wandeltochten beleeft. Dagwandelingen zijn er niet echt in uitgezet. De ranger die we om informatie vragen moet dan ook zelf een beetje zoeken op de kaart totdat hij een stukje gevonden heeft wat we in een hele dag zouden kunnen lopen.

De rest van de middag besteden we aan het verzinnen van een strategie voor hoe we in de VS gratis kunnen gaan slapen. Dat is hier natuurlijk weer net wat anders dan in BC. Zonder goed internet voelen we ons behoorlijk beperkt in wat we kunnen uitzoeken, maar we leren toch het een en ander. In Washington heb je het Department of Natural Resources (DNR) en het Department of Fisheries and Wildlife (WDFW), die beide grote stukken publieke grond beheren en daar ook primitieve campings op aanbieden. Voor 30 dollar mogen we een jaar lang door de hele staat heen alle State Parks bezoeken en gratis op alle DNR en WDFW campings staan. Aangezien onze eerste camping in Deception Pass ook al 30 dollar kostte, heb je die kosten er vrij snel uit. We vinden een DNR camping een stukje buiten de stad, genieten daar van een wijntje bij een vroege zonsondergang en gaan onze tweede, koude en regenachtige, nacht in de VS tegemoet.

Als we de volgende dag vol frisse moed koers zetten in de richting van de bergen voor onze eerste hike worden we tegengehouden bij de poort van het park. De regen die wij in de nacht hadden is boven op de berg blijkbaar als een hele bak sneeuw neergekomen en de hele weg is afgesloten. Een beetje teleurgesteld besluiten we dan maar de rest van het dagprogramma naar voren te schuiven en koers te zetten richting de springende zalmen. Die zijn als het goed is deze tijd van het jaar bezig om hun geboorterivier omhoog te zwemmen om zich daar voort te planten. Op een plek in het park moeten ze daarvoor een aantal watervallen achter elkaar omhoog springen en we hebben van onze Zwiterse vrienden die een week voor ons uit reizen gehoord dat dat hilarisch moet zijn.

Als we bij de zalmenwaterval aankomen is daar echter geen zalm te bekennen. Een half uur lang staar ik vol verwachting naar het witte water, tot ik uiteindelijk 1x een zalm een halfslachtige poging zie wagen. Steef mist het net, en daar blijft het bij. Naast het water zien we in een poeltje wel een aantal dode zalmen ronddrijven die denk ik niet zo goed gemikt hebben. Het was niet echt wat we ons er van hadden voorgesteld. Als we wederom teleurgesteld afdruipen horen we van een toevallige voorbijganger dat zalmen worden getriggered door de zon, dus dat we misschien ’s middags meer kans hebben. Zou het dan toch?

We besluiten om eerst even in het ‘Old Growth Forest’ een kleine hike te doen naar een waterval en en daarna nog een poging te wagen. Het bos is prachtig, met gigantische bomen van meer dan 400 jaar oud. Als we al na een half uurtje lopen onze energy bar eten bij de waterval voelt het echter niet helemaal alsof we die verdient hebben, maar ja lekker is ie wel.

Terug bij de zalmenwaterval is het aantal kijkers sterk toegenomen. Dat is veelbelovend! De zon is op de rivier gaan schijnen en inderdaad, om de 10 tot 20 seconden doen zalmen van een meter lang een poging om een trappetje hoger te komen op de waterval. Er zijn er niet erg veel succesvol. We zien zelfs een zalm die het voor elkaar krijgt om naast de waterval met zn neus recht tegen de muur te springen. Agosie…

Met een behoorlijke lading aan actiefotos en wat slowmotion filmpjes op zak laten we de zalmen verder hun gang gaan en zetten koers richting de noordwestkust. Tegen het eind van de middag komen we daar aan en met een kleine wandeling komen we uit op Cape Flattery, het meest noordwestelijke puntje van het vaste land van Amerika en voor ons het meest westelijke puntje van onze reis. Een mooie reden voor een feestje. Vanaf een uitzichtpunt bovenop een hoge klif kijken we uit over de ruige kust en zien het begin wat zeker weer een prachtige zonsondergang gaat worden. Als vlak onder ons in het water nog een walvis voorbij zwemt is het feestje helemaal compleet. De zonsondergang zelf bewaren we nog even voor op de camping. Omdat we verplicht voor een nacht een recreatievergunning voor een jaar moeten aanschaffen is die schreeuwend duur, maar ligt ongelooflijk mooi aan een uitgestrekt strand en wordt hoofdzakelijk bevolkt door surfers en andere alternatieve outdoor lui. ’s Nachts is het lekker sterren kijken, maar ook weer ijskoud in ons tentje.

De volgende dag wagen we het zelf maar om een daghike te bedenken die via twee toegangswegen door het bos een heel stuk over het strand loopt. De bosstukken duren alleen behoorlijk lang en zijn niet al te boeiend en als we bij het strand aankomen blijken we er precies met hoogwater te zijn, waardoor het behoorlijk klauteren is over rotsen en dode boomstammen. Dat zou nog wel leuk zijn, maar een recente storm heeft zover als we kunnen kijken dood zeewier aangespoeld en dat is bezaaid met kleine vliegende beestjes. “Ik laat me toch niet tegenouden door honderdduizend vliegjes!” zegt Steef dapper. Maar honderdduizend blijkt een grove onderschatting te zijn van hoeveel beestjes er daadwerkelijk op het strand aanwezig zijn. Hele boomstammen zien er zwart van en als je er langs loopt wordt het een grote constante zwerm om je heen. We besluiten ook deze hikepoging maar als mislukt te beschouwen en nemen dezelfde weg weer terug.

Bij onze tweede poging tot een kustwandeling een stuk verder naar het zuiden proberen we te leren van onze fouten en plannen zodat we niet helemaal met hoog water hoeven te lopen. Dat lukt deels, maar omdat we niet al te goed zijn in vroeg opstaan zijn er toch nog wat stukjes waar we over boomstammen moeten klimmen. Hier is gelukkig geen wier of beestje te bekennen, behalve dan een aantal zeehonden en een pelikaan die ons nieuwsgierig aanstaren als we langslopen. De kust is prachtig, en het klimmen om bij het volgende stuk begaanbaar strand te komen maakt het alleen maar leuker.

Ook in het regenwoud hebben we meer succes. Het weer is wederom goed en de zon schijnt bijna magisch tussen het hangende mos door naar beneden. De eindeloze hoeveelheid leven overal om je heen is erg indrukwekkend. Ooit afgevraagd waarom in het regenwoud regelmatig bomen precies op een rijtje staan? Jonge bomen krijgen eigenlijk niet genoeg zonlicht, waardoor ze alleen kunnen overleven als ze bovenop een omgevallen oude boom uitkomen. Die oude bomen zijn soms wel meer dan honderd meter lang, waardoor er over honderd meter een heel aantal bomen precies op een rijtje staan. Weer wat geleerd. Tegen het eind van de tocht loopt Steef weer bijna tegen wat wildlife aan. Deze keer staan twee hertjes op het pad blaadjes te eten en hebben erg weinig zin om aan de kant te gaan.

Op de terugweg vinden we toevallig nog even een DNR camping midden in het regenwoud, waardoor we Berry onder een deken van mos en op een bed van blaadjes (het is hier behoorlijk herfst) kunnen parkeren. Die avond nemen we een belangrijke beslissing. We zaten al weken te twijfelen over of we nou wel of niet een behoorlijke detour moesten nemen naar Yellowstone National Park. We hadden eigenlijk vanwege het weer en de temperatuur besloten van niet, maar er lijken nu toch 3 mooie dagen achter elkaar in het vooruitzicht te liggen, waardoor we toch weer zijn gaan twijfelen. Daarnaast hebben we net van onze Zwitserse matties gehoord dat zij na lang twijfelen toch besloten hebben om meer koudweerspullen aan te schaffen en begonnen zijn aan hun tocht naar het oosten vanaf Portland. Het vooruitzicht van hun instagram posts van een plek waar wij niet geweest zijn geeft de doorslag. We gaan nog even stoppen in Seattle, maar rijden daarna over 3 dagen meer dan 1200 km naar het oosten om bij ’s werelds eerste National Park te komen. Ook wij moeten nog wel wat aan onze uitrusting toevoegen om de kou aan te kunnen, want de laatste nachten was het af en toe best bikkelen.

Telefoonperikelen

De laatste ochtend in Olympic rijden we langs uitgestrekte stranden, bossen met bomen met enorme bobbels in hun stam en een laatste stukje regenwoud richting de bewoonde wereld. Het is inmiddels 1 oktober en onderweg naar Seattle gaan we in Olympia proberen mijn nieuwe telefoon te halen. Dat gaat soepel. De telefoon ligt nog niet in de showroom, maar wel achter in het magazijn. Ik ben denk ik de eerste die er een koopt. Voordat ik hem mee mag nemen moet ik tekenen dat als ik hem terug wil brengen, er een 35 dollar restocking fee gerekend wordt. Zo dan. De Coolblue mentaliteit is hier ook nog niet doorgedrongen. In de auto blijkt echter dat de informatie die op de website stond niet correct is, en ook deze telefoon in het VS model niet dual sim is. Het is ook echt enorm knullig gedaan. Het sim vakje heeft gewoon ruimte voor twee sims, maar een van de twee plekken is net een ander formaat gemaakt om te zorgen dat je die niet kan gebruiken. Waarschijnlijk zou het allemaal zonder problemen werken als ik zelf de grootte van het vakje bijvijl, maar daar ga ik maar niet aan beginnen. Ik kan er echt niet bij dat je bewust een apparaat slechter zou maken op een manier die echt helemaal niets oplevert voor een gebruiker. Terugbrengen is gelukkig geen probleem, het duurt alleen wel een kwartier voordat iemand het voor elkaar krijgt om de restocking fee te overriden. Zo bevindt ik mij nu dus in de bijzondere situatie dat ik in Amerika ben en overweeg een telefoon te laten overvliegen uit Nederland, omdat wat ik wil hier simpelweg niet te verkrijgen is.

Helaas dus nog steeds geen goed internet. Dat is nu wel echt een probleem, want steden bezoeken op een goedkope manier is echt lastig zonder research vooraf. Seattle lijkt geen enkele camping te hebben vanwaar je met het OV naar het centrum zou kunnen komen en waar je dan je auto veilig achter kunt laten is best wel een issue als alles wat je hebt er altijd in zit. Gelukkig blijkt het Amerikaanse simkaartje het wel te doen in Steef dr telefoon (shit, toch nog een voordeel van een iPhone gevonden), waardoor we op de valreep nog een camping een uur buiten de stad en een P&R vinden waar we de volgende dag kunnen parkeren.

Sleeping in Seattle

Seattle is druk. Echt heel erg druk. De Amerikaanse verkeersregels helpen ook niet echt. Vrachtwagens mogen hier op de meeste snelwegen even hard als normale autos, iedereen rijdt te hard, en je mag links en rechts inhalen. Sommige vrachtwagenchauffeurs rijden echt alsof ze in een ferrari zitten, en gaan overal heen en weer doorheen. Binnen een half uur hebben we al 3 bijna-ongelukken gezien. Gelukkig zijn wij met zijn tweeën en dat betekent dat we gebruikt mogen maken van de carpool lane. Zo zoeven we over het algemeen redelijk rustig langs alle chaos, behalve op de knooppunten. Daar is het soms ook nog zo dat je meerdere afritten kan nemen op in dezelfde richting uit te komen. Het was een goede voorbereiding op centraal Amerika denk ik maar.  

Op een doordeweekse woensdagochtend komen we om 10 uur aan bij de P&R. Die is uiteraard tot de nok toe gevuld en er is werkelijk waar geen enkel vrij plekje met genoeg verticale ruimte dat Berry er met daktent in past. Chagrijnig proberen we het dan maar bij een iets minder fijn klinkend plekje in de universiteitswijk. Die is ook stampensvol, maar hier is gelukkig nog net wel een plekje vrij waar we in passen. Met het zonnescherm binnenstebuiten zodat het net iets minder lijkt alsof we Canadese toeristen zijn laten we Berry in zijn eentje achter en nemen de metro de stad in. We lopen de meest bekende toeristische sites af, maar Seattle kan niet echt een onuitwisbare indruk op ons achterlaten. Het lijkt echt geen verkeerde stad om in te wonen, maar ook niet uitzonderlijk leuk. De locatie is echter wel prachtig, met aan de westkant een eilandenrijk met daarachter Olympic National Park, in het zuiden de Kilimanjaro-achtige eenzame Mt Rainier, en in het oosten de Cascade Mountains. Als hard werkende IT’er (Amazon en Microsoft zitten hier) die in het weekend graag naar buiten gaat lijkt het een ideale uitvalsbasis.

Wat ook niet bijdraagt aan onze Seattle ervaring is dat we de hele dag lopen te puzzelen over waar e nou moeten slapen. We willen de volgende dag naar de Boeing fabriek ten noorden van Seattle, maar er lijkt niet echt een betaalbare camping op de route te liggen. Wat er wel in de buurt ligt is een rest stop langs de snelweg. Maar dat zou betekenen dat we voor het eerst een nacht in de auto in plaats in ons daktentje zouden moeten doorbrengen. Dat is best spannend, want we hebben bij het bouwen van ons platform niet echt veel ruimte overgelaten (en Steef is sowieso niet de grootste fan van kleine ruimtes), maar we besluiten het te proberen. Op de rest stop aangekomen moeten we eerst de daktent uitklappen om de slaapzakken eruit te halen. Meteen worden we aangesproken door iemand uit de camper naast ons. “Ga je echt daar in slapen!?”. “Nee hoor, we halen alleen even de slaapzakken eruit en gaan dan in de auto liggen”. Als hij ziet hoeveel ruimte daar is vindt hij dat nog veel raarder. Een andere buurman besluit dat we duidelijk een stuk cheesecake nodig hebben. Daar zeggen we natuurlijk geen nee tegen. Het is sowieso wel grappig om te zien wat er langs de weg staat. Wij zijn redelijk vroeg op de rest stop aangekomen en wat er al staat zijn met name mensen die werken in Seattle of daar om een andere reden moeten zijn, maar ver weg wonen en geen zin hebben om op en neer te gaan. Zo is het best gezellig, maar om 9 uur gaat iedereen slapen en wij dus ook. Het is even oefenen om te leren hoe we het beste via de zijdeuren op ons platform kunnen komen. Ook het dichtdoen van je slaapzak is best een uitdaging als je niet echt je elleboog naast je omhoog kan zetten, maar het lukt! Verassend genoeg slaapt het echt heerlijk! Als ik op mijn zij lig raak ik wel het plafond maar het is niet echt storend en ook Steef dr claustrofobische neigingen vinden het ok.

Als je in Seattle bent dan is een bezoek aan de Boeing fabriek, die eigenlijk in Everett ligt, wel een van de topactiviteiten. Het is het grootste gebouw van de wereld en Boeing maakt hier alleen zijn grootste 4 vliegtuigen, de 747, 767, 777 en 787. Het mag dan een tour zijn, maar wat je ziet is echt het proces in de fabriek. Mensen zijn gewoon aan het werk. Het is erg leuk om de verschillen in de productielijn te zien tussen de 747/767 lijn en de andere twee lijnen. Alles is Lean, maar in het proces is duidelijk te zien dat de 777 en 787 een stuk nieuwer zijn. Daar was Lean niet een afterthought, maar is het vanaf het begin zo uitgedacht. De stations zijn logischer. Stukken worden niet getakeld, maar rijden steeds ietsje door naar een volgend station om verder gecombineerd te worden tot wat uiteindelijk een vliegtuig is. Erg leuk om een keer te zien, maar helaas mogen we in de fabriek nergens foto’s maken.

Op weg naar het oosten

Vanaf Everett volgen we highway 2 naar het oosten. Dat is niet de hoofdweg, maar wel de kortste, en toevallig ook een hele mooie! Onze eerste stop is de Walmart, waar we 4 dekens inslaan om onder en met name op te liggen. We hebben in Olympic namelijk geanalyseerd waar de kou precies vandaag komt en dat lijkt met name vanuit de onderkant van de tent te komen. Op internet vind ik dat het volgens een paar Japanse wetenschappers vaak effectiever is om op een extra deken te gaan liggen dan er onder, dus dat gaan we maar proberen. En voor de zekerheid gaan we ook maar proberen onder wat extra dekens liggen. Zo moeten we toch redelijk voorbereid zijn op wat Yellowstone op ons af gaat gooien.

Iets verder op de route rijden we de Cascade Mountains in. De herfstkleuren komen prachtig naar voren en er is afgelopen dagen een beetje sneeuw gevallen, dus de bergen kleuren rood, geel, groen, grijs en wit. Een schitterend kleurenspektakel! Boven op de pas is de temperatuur maar net boven 0 en zien we onze eerste sneeuw daadwerkelijk vallen. Dat is een veelbelovend begin van het voorspelde goede weer. Na de pas komt gelukkig wel de zon weer terug.

Aan de andere kant van de bergen ligt het dorpje Leavenworth. In tijden van verval heeft een aantal dorpelingen hier het idee gevat om van het hele dorp zelf een toeristische attractie te maken en alles op te zetten in Duitse stijl. Het is erg grappig om te zien wat de Amerikaanse interpretatie van ‘Duitse stijl’ is. Voor een deel is het heel goed gelukt. Er zijn leuke muurschilderingen, er staan en hangen bloembakjes bij de huizen en veel huizen zijn met hout afgewerkt. Daarnaast zijn er terrasjes en beergartens, waardoor het er eigenlijk meteen uitziet als het meest gezellige dorpje waar we tot nog toe zijn geweest. Voor een deel betekent Duitse stijl gewoon alles schrijven in een gotisch font, maar dat is dan wel weer vrij consequent doorgevoerd zodat zelfs de lokale Safeway (supermarktketen) er aan meedoet. Het is wel erg grappig om in zo’n Duitse sfeer opeens een gigantische Ford pickup rond te zien rijden. En de hoeveelheid parkeergelegenheid klopt ook niet helemaal.

Na Leavenworth rijden we het Amerikaanse verlengde van de Okanagan vallei binnen (waar Kelowna ligt in Canada). Hier is de temperatuur weer wat gematigder en wordt fruit en wijn verbouwd. We gaan nog naarstig op zoek naar een fruit winkeltje langs de weg, waar we rond Kelowna zo van genoten hebben, maar het is net na 5 uur, en alle boeren vinden het welletjes geweest. Zonder fruit rijden we iets verderop opeens een enorme brede canyon in. Dat zagen we niet aankomen. Het is het begin van een groot gebied wat getekend is door enorme vloedgolven ten tijde van de laatste ijstijd. He, dat herkennen we ook ergens van! Jawel, dit gebied is gevormd in dezelfde tijd als de canyons in Drumheller en Dinosaur Provincial Park. Zo lijkt het echt alsof we terug in de tijd reizen door alles wat we in Canada al hebben meegemaakt.

Vlak voor het donker komen we aan op onze eindbestemming voor die dag: een WDFW campground aan het uiteinde van een grote canyon die de Grand Coulee wordt genoemd. We delen de campground met een aantal mannen die in een legertent bivakkeren. Steef vindt het maar verdacht en vraagt zich af wat ze allemaal aan het doen zijn. Vanuit de daktent houdt ze ze via het zijraampje goed in de gaten terwijl we Netflix kijken. Aan het einde van de aflevering heeft ze bedacht dat ze wel op visvakantie moeten zijn en kan gerustgesteld gaan slapen. Maar dan… Als Berry welterusten zegt (toet) klinkt opeens (als een soort Jemberem tafereel) overal om ons heen uit 10 verschillende richtingen een soort hondengejank. We zijn alleen niet echt in de buurt van een stadje, dus honden kunnen het niet zijn. Zo maken we kennis met het geluid en leefgebied van de Coyote. Steef heeft het al niet op honden, laat staan wilde. Het gaat een minuut of twee door, totdat alles weer muisstil is en Steef vastbesloten is de tent niet meer uit te komen voordat het licht is.

De nacht verloopt gelukkig verder rustig en de volgende ochtend kunnen we verder kennis maken met het canyongebied. Onze eerste stop is Dry Falls. Het woord zegt het al een beetje, het is een waterval zonder water. Maar dan 4x zo breed als de Niagara watervallen. Met name van bovenaf is het erg spectaculair. Het is zo groot dat de andere kant eigenlijk niet goed te zien is. Onvoorstelbaar hoeveel water hier vroeger overheen is gegaan. Deze provincie is in de laatste ijstijd herhaaldelijk met vloedgolven overstroomd, en dat water moest ergens langs naar de zee. Nou dat heeft wat sporen achter gelaten.

Bij Dry Falls leren we over een ander State Park wat toevallig op onze route ligt: Steamboat Rock. We besluiten ook daar maar te stoppen en hebben daar absoluut geen spijt van. Steamboat Rock is een groot plateau wat midden in het midden in de Grand Coulee ligt. Je kan hem binnen twee uur naar boven en vanaf daar helemaal rond hiken, waarbij je alle kanten uit de canyon in kan kijken. De ruige wanden van de canyon, gecombineerd met de herfstkleuren van de bomen en het blauwe water zijn zo waanzinnig mooi dat we onszelf moeten dwingen om op een gegeven moment te stoppen met foto’s te maken. Erg leuk dat de vrijheid die we hebben in het rondreizen het mogelijk maakt om te spontaan te kiezen dit soort onverwachte stops ook mee te nemen.

Hierna rijden we nog flink lang door totdat het stopt met regenen. We slapen bij een bar/restaurant/souvenierwinkel met een gratis RV park. Voor deze gelegenheid vinden we dat we een RV zijn. De volgende dag moeten we nog een flink aantal kilometers afleggen en we moeten voor 5 uur aankomen, want nu de zomer voorbij is is het Visitor Center niet meer zo lang open. Het wordt dus vroeg op pad. Tot nog toe is de weg naar Yellowstone helemaal geen straf! Het is eigenlijk zonder uitzondering prachtig en gevarieerd. Dat belooft wat voor het park zelf.

« van 3 »

6 gedachten over “De wondere wereld van Washington

  1. Begin wel een beetje jaloers te worden hoor! Ik geniet mee dankzij jullie mooie foto’s en leuke verhalen! Dikke kus!

  2. Dat was weer smullen: springende zalmen met chronische hoofdpijn, een sprookjesachtig bos waar de bomen behangen zijn met mos of verpakt in een kleurrijk bladerdak, slapen als een sardientjes in een blikken Berry, jankende coyotes om je heen en jaloersmakende foto’s! Kortom… kan niet wachten op het vervolg!!!

Geef een antwoord