Zon, zee en zwervers

Met een voldaan gevoel rijden we weg bij onze heerlijke plek in het motorcross park. Afgelopen dagen hebben we niet alleen wat websiteproblemen opgelost, maar ook nog eens 3 reisplannen in elkaar gedraaid. Om goed af te kunnen spreken met mijn ouders en met Steef d’r vriendinnen hebben we ons flink moeten verdiepen in de gebieden rondom Las Vegas en in Mexico. Het voelt een beetje vervelend om de bijna oneindige flexibiliteit die we hebben nadat we de VS verlaten (visumtermijnen zijn nergens limiterend) op te geven, meer we vinden het natuurlijk hartstikke leuk dat mensen ons op komen zoeken en je kan bijna niet anders dan enthousiast worden van al het moois wat we komende maanden gaan tegenkomen.

We rijden weg met een aantal opdrachten. In Yosemite heeft onze uitrusting de eerste slachtoffers te verduren gehad. Door een hobbelig weggetje was onze afwas de hort op gegaan en zijn onze prachtige buitenserviesbakjes van de Albert Heijn allebei stuk gevallen toen we de achterklep open deden. Afgelopen dagen mogen we daarom samen soep en havermout eten uit onze nog enige overgebleven serveerschaal. Heel gezellig, maar we hebben dus nieuwe bakjes nodig. Daarnaast hebben we gas nodig. Vlak voordat we Canada verlieten hebben we een flinke voorraad ingeslagen bij de winkel die tot dan toe het goedkoopste was, maar die voorraad is nu op. Nieuwe flessen vinden voor een betaalbare prijs blijkt moeilijker dan je zou verwachten. Ons gasstelletje is bijna overal te verkrijgen, maar de flessen daarvoor niet en de grote winkels die ze wel hebben vragen er al gauw 4x zo veel voor als in Canada. Gelukkig heb ik online de gouden tip gevonden om eens te kijken bij een Chinese supermarkt. Ehm… ok, nou het kan geen kwaad om het eens te proberen. Als we vlak voor Monterey de “Asian Market” naar binnen lopen zien we ze meteen staan. Er staan overal Chinese tekens op, maar ze zijn het juiste formaat en bijna de helft van de prijs van wat ze in Canada waren. Blijkbaar zijn onze gasstellen onder Chinezen erg populair voor hun ‘hot pot’ gerechten. Weer wat geleerd.

Central Coast

Met nieuwe bakjes, gasflessen, en een flinke voorraad boodschappen komen we aan in Monterey. We slapen op een stadscamping in een park vlak naast een legerbasis. ’s Ochtends om 7 uur worden we dan ook met een vrolijk deuntje gewekt door een trompettist die duidelijk vindt dat het tijd is om iets te gaan doen. Monterey is de oude hoofdstad van Californië, van toen het nog onderdeel was van Mexico. Door het hele centrum heen staan nog oude gebouwen in Mexicaanse stijl en dat geeft het geheel een gezellige uitstraling. Dat wordt versterkt door het constante achtergrondgeluid van een enorme lading zeeleeuwen op de golfbrekers bij de haven, wat door de hele stad te horen is. In het ochtendzonnetje spotten we zeeotters in de haven, volgen we de historische wandelroute langs alle oude gebouwen en leren we wat over de geschiedenis van Californië. Het is een bijzondere realisatie dat een gebied waar 160 jaar geleden geen enkele stad en maar 100.000 mensen waren, inmiddels bijna 40 miljoen inwoners en twee van de grootste steden van het land heeft en zelfstandig de 5e economie van de wereld is. Dat hebben ze toch best snel opgebouwd hier.

Vanaf Monterey begint het 3e deel van onze roadtrip langs de kust; de ‘Central Coast’. Al snel komen we in Carmel by the Sea, het Bergen aan Zee van Californië. Hier hebben een hele hoop rijke mensen geprobeerd hun huis te laten ontwerpen in een soort van sprookjesstijl. Er zijn huizen met golvende daken, ronde deuren en dakraampjes, en tuinen met fonteinen en standbeelden. Het ziet er allemaal best leuk uit. Ook het strand is erg mooi, maar het waait behoorlijk en is bewolkt, dus het is nog niet echt genieten geblazen.

Nieuwe vrienden bij een zee van wolken

Verder naar het zuiden begint Big Sur, zo’n 150 km vrijwel onbewoonde kustlijn met ruige bergen en kliffen die stijl opkomen direct uit zee. Het is prachtig, maar doet ons ook erg denken aan de stukken kustlijn die we eerder al hebben gezien in Oregon en in het noorden van Californië. Ook is het erg mistig en is daardoor het zicht slecht en niet zo geschikt voor foto’s. We tuffen dus lekker door naar de kampeerplek die we voor vanavond op het oog hebben, hoog in het National Forest. Onderweg checken we nog even bij een bemand State Park wat de status is van de bosbranden in de omgeving. De rangers daar kijken ons raar aan. “Bosbranden in de buurt? Die zijn bijna 500 km verderop…”. In het nieuws in Nederland lijkt het soms misschien alsof heel Californië in de fik staat, maar de afstanden zijn hier nog steeds gigantisch. Het is een beetje alsof we ons in Den Haag grote zorgen zouden maken over de bosbranden rond Parijs, die toch wel heel dichtbij zijn.

Als we afslaan naar het National Forest beginnen we meteen stijl omhoog te klimmen. Binnen een paar minuten zijn we uit de mist en hebben we prachtig uitzicht en een lekker zonnetje. Na een half uur nemen we een klein zandweggetje wat over een bergrug loopt. De weg is steil en ruig maar Berry’s 4×4 doet goed zijn werk. Uiteindelijk komen we uit bij een grote open plek boven op de berg met prachtig uitzicht over de zee. Alhoewel, zee… er is eigenlijk niets van de zee te zien. Alles is bedekt onder een deken van wolken. Het is bijna alsof de wolken zelf de zee zijn. Of alsof je in een vliegtuig zit en hoog boven de wolken vliegt. Het is in ieder geval adembenemend mooi en ook nog eens een stuk warmer dan beneden.

Er staat nog een andere camper. We zien al snel dat het geen Amerikaans nummerbord is, dus hebben een vermoeden en ja hoor: het zijn Zwitsers. Hoe kan het ook anders. Ze stappen meteen vrolijk op ons af en heten ons welkom op hun spot. Ze komen eigenlijk net uit het noorden van Canada gereden en zijn hier eindelijk aan het genieten van het warme weer. Hun kleine chihuahua Mosquito is meteen fan van ons en huppelt vrolijk om ons heen. “De beste hond voor mee op reis” zeggen ze en we kunnen het ons best voorstellen. Ze moeten hem alleen wel de hele tijd in de gaten houden om te voorkomen dat hij wordt gegrepen door een roofvogel, want daarvoor lijkt het net op een konijn. We zijn nog net op tijd aangekomen want de zon gaat bijna onder in de wolkendeken. Nooit eerder hebben we zo de zonsondergang gezien.

’s Nachts komen we wel weer achter een nadeel van zonder beschutting op een bergrug staan. Ondanks dat er geen wind voorspeld is begint het door het afkoelen van het land toch flink te waaien naar zee en moeten we voor de tweede keer deze reis midden in de nacht naar buiten om de raincover van de tent te halen. Die ligt als het ware over de tent heen en zit enkel met wat klipjes vast. Bij wind fungeert hij daardoor een beetje als een soort zeil en maakt erg veel herrie met klapperen. De rest van de nacht gaan we nog wel lekker heen en weer, maar blijft de tent goed overeind.

Als het ochtend wordt gaat de wind liggen en is het weer heerlijk vertoeven in de zon. We worden bij het ontbijt verwend door onze nieuwe buren met zelfgebakken Zwitsers brood en besluiten een voorbeeld te nemen aan hen en doen een dagje helemaal niets in de zon. Er is geen mobiel bereik, dus we hebben lekker de tijd om de Lonely Planet van Mexico uit te lezen en daarna nog wat andere boeken. Aan het eind van de middag komen er nog een paar Amerikanen langs om te genieten van het uitzicht, maar die gaan er al snel weer vandoor waardoor we weer alleen achter blijven met onze nieuwe Zwitserse vrienden. Samen genieten we de zonsondergang en praten we over ervaringen en frustraties van het reizen in Amerika. Het is grappig om te merken dat je als noord Europeanen toch tegen een hoop dingen hetzelfde aankijkt. Onze gezamenlijk conclusie is dat Amerikanen een stuk beter tegen arelaxte dingen moeten kunnen dan wij.

Knusse beestjes

Na nog een winderige nacht nemen we afscheid van onze buren (vanaf nu de oudere Zwitsers genaamd, om ze te onderscheiden van de jongere Zwitsers), en rijden we via een andere route naar beneden. Die blijkt echter deels afgesloten te zijn, waardoor we genoodzaakt zijn een stuk verder door te rijden over de bergrug voordat we weer naar de hoofdweg kunnen komen. De weg wordt er niet beter op, maar Berry doet het goed en het uitzicht is overal prachtig, dus het is niet echt een straf om langer van de hoofdweg af te moeten blijven. Uiteindelijk komen we wel beneden en vinden we onze eerste bestemming van de dag: de zeeolifanten! Een stuk of honderd van deze dikkertjes liggen verspreid over een aantal strandjes langs de weg. Ze zijn echt hilarisch om te aanschouwen omdat ze eigenlijk non-stop elkaar irriteren. Ze willen allemaal het liefst zo dicht mogelijk bij elkaar liggen. Als er eentje uit het water komt klimt hij vrolijk bovenop twee van zijn matties totdat ze genoeg uit elkaar gaan om hem ertussen te laten. Ze gooien regelmatig zand over zichzelf heen en gooien dat dan ook in het gezicht van hun buren. Die proesten het dan uit, kijken een beetje verveeld in de rondte en gaan dan weer verder slapen; tot de volgende begint met zand gooien. Voor het publiek is het allemaal zeer vermakelijk.

Onze volgende stop zijn weer wat beestjes die graag dicht op elkaar zitten, maar dan een stuk kleiner zijn: de Monarch vlinders in de vlindertuin van Pismo Beach. Bij aankomst zien we er een maar een paar rondvliegen, maar als we beter kijken met onze verrekijker blijken de blaadjes van de boom helemaal geen blaadjes te zijn maar enorme groepen vlinders die dicht tegen elkaar in de boom zitten. De duizenden vlinders hier zijn net een paar weken geleden aan komen vliegen uit het noorden. Het lijkt superrandom maar ze kiezen ieder jaar van alle eucalyptusbomen in de omgeving precies dezelfde uit om naar terug te keren. Een deel van de Monarch vlinders, die ten westen van de Rockies leeft, overwintert zo in Californië. Alle vlinders ten oosten van de Rocky Mountains trekken nog veel verder door en overwinteren in het binnenland van Mexico, die gaan we over een paar maandjes dus nog tegenkomen!

Motorcrossparken in het weekend – deel 2

Ten zuiden van Pismo Beach ligt weer een motorcross park, maar deze keer in de duinen. Hier mag je met je auto het strand op rijden en direct aan zee kamperen. Dat willen wij natuurlijk ook wel proberen! Daarnaast is het uiteraard ook weer een van de goedkoopste campings in dit deel van de kust: maar $10 per nacht. Wel zonder douche en wifi deze keer helaas, maar er kan niet veel op tegen het constante geluid van de golven de hele nacht en een prachtige zonsondergang boven zee. Bij de ingang vragen we voor de zekerheid nog even of ze denken dat Berry het wel kan. “Als je 4×4 hebt en je banden een beetje leeg laat lopen komt het wel goed”. Vol vertrouwen scheuren we het strand op, op zoek naar het mooiste plekje. Dat banden leeg laten lopen slaan we maar even over. We hebben wel een compressor, maar hebben vooral geen idee hoeveel druk er achter moet blijven.

Het stuk waar je mag kamperen is 8 km lang, maar het is vrijdag eind van de middag en dus stampensvol. Honderden gigantische caravans staan uitgestald in groepjes op het strand en mensen hebben ook nog eens een heel stuk leefruimte om hun caravans afgezet met linten. We rijden kilometers door tot het eindelijk rustig wordt en kiezen dan een mooi plekje op ruime afstand van de zee. Tot zo ver alles ok, maar als ik toch nog 100 meter probeer op te schuiven in het diepe zand ontdekken we dat ook Berry zijn grenzen heeft. Ik krijg het niet meer voor elkaar om snelheid te maken en Berry graaft zichzelf steeds dieper in. Wat ik ook probeer, het lukt niet om er weer uit te komen. We voelen ons echt enorme amateurs en willen eigenlijk niet om hulp vragen, maar er zit niets anders op. Als we uiteindelijk toch maar naar de caravan van onze buurman lopen zien we dat hij al bezig om zijn truck uit te lijnen. Haha, die zag het al aankomen dus. De eerste poging om ons recht eruit te trekken mislukt. Onze buurman graaft zich ook helemaal in en Berry’s vrij doordraaiende wiel schept een hele lading zand door mijn open raam naar binnen. “Je hebt toch wel je banden leeg laten lopen?” vraagt hij ons verbaast. Nou niet dus, “Ok, ja dan is het wel een stuk lastiger ben ik bang”. Gelukkig heeft hij er verstand van en vertelt ons hoe ver we de banden leeg moeten laten lopen. Nadat we hem eerst hebben uitgegraven doen we een tweede poging. En ja hoor, deze keer lukt het heel makkelijk. Voordat we een nieuw plekje uitkiezen vertelt hij ons nog even dat er blijkbaar een reden was dat het minder druk werd op dit stuk strand. Hier mag je namelijk in de zomer niet komen en daardoor is het zachte zand een stuk dieper en niet aangeduwd. We besluiten dus iets terug te rijden om nog net op het harde zand te kunnen staan. De rest van de avond zien we nog een stuk of 10 auto’s precies dezelfde fout maken als wij. Allemaal moeten ze eruit worden getrokken door trucks met grotere banden. Voor één gigantische caravan is één truck zelfs niet voldoende. Bijna een uur zijn ze bezig tot ze uiteindelijk maar twee sleepkabels en twee trucks gebruiken en het wel voor elkaar krijgen. Zo voelen we ons toch een stuk minder kneuzig 😊.

We besluiten om nog een paar nachtjes op het strand te blijven slapen. Het is heerlijk vertoeven in het zonnetje en we zijn eigenlijk ook wel een beetje benieuwd hoe rustig het hier maandag gaat zijn. Dat is het nu nog niet bepaald. Het is een mooie vertoning van pure Americana. Crossmotoren, quads en buggy’s rijden overal in het rond, af en toe afgewisseld door een zelfgebouwde truck die veel te hoog op gigantische wielen staat en ook buitenproportioneel veel lawaai maakt. Veel groepjes hebben bbq’s en kampvuren aan, en ergens in het midden van de drukte staat een groepje met een hoog gehezen Trumpvlag die wappert in de wind. Het zijn trouwens lang niet allemaal blanke Amerikanen die er aan meedoen. Regelmatig komt er een buggy met een Mexicaanse vlag erop en keiharde spaanstalige muziek langsgereden.

Tot onze verbazing gaan er zondagavond maar heel weinig mensen weg. Zelfs gezinnen met kinderen blijven staan. We checken het even en ja hoor, het is maandag veteranendag, en nationale vrije dag hier. Tot zo ver onze plannen voor de perfecte instagramfoto met ons alleen op het strand. Maar goed, helaas. In ieder geval hebben we het weekend weer overleefd. Het is sowieso wel grappig dat we inmiddels een beetje een hekel aan het weekend hebben gekregen. Regelmatig zijn campings helemaal vol en hebben we de grootste moeite om een goede slaapplek te vinden.  Reserveren heeft ook geen nut, want dat doet iedereen al weken of maanden van te voren. We proberen dus echt te plannen dat we bepaalde plekken overslaan op zaterdagen en soms blijven we dan ergens een dagje langer stilzitten zodat we weer na het weekend op pad kunnen.

Sunny Country

Nadat de banden weer op de juiste druk zijn gebracht rijden we via het binnenland door tot vlak voor Santa Barbara. Sinds Holister hebben we een country zender aanstaan op de radio die zo ongeveer elk uur dezelfde liedjes afspeelt. Met name ‘Even Though I’m Leaving’ van Luke Combs is aanstekelijk en inmiddels kennen we in ieder geval het refrein helemaal uit ons hoofd dus blèren we vrolijk mee. Opeens verschijnt er aan de rechterkant van de weg iets wat we hier zeker niet verwacht hadden: een veld vol met struisvogels! Steef heeft die nog nooit gezien dus wil ze wel even van dichtbij bekijken, maar dat blijkt niet makkelijk want de boerderij heeft de parkeerplaats hermetisch afgesloten van het veld met een hele hoge schutting. Alleen als je betaalt mag je naar binnen. Dat willen we natuurlijk niet, dus we lopen net zo lang terug over de weg tot de schutting stopt. Zo kunnen we ze net zien, maar wel van veraf. Gelukkig voor ons is de grootste attractie van de boerderij dat je zelf de struisvogels kan voeren en dat weten de vogels ook! Als ze ons dus zien staan ver weg langs het hek komen er meteen een paar aangelopen in de hoop dat we eten voor ze hebben. Ze zullen vast een beetje teleurgesteld in ons zijn geweest, maar zo konden we ze toch nog van een paar meter afstand bekijken.

Het dorp Solvang is onze volgende stop. Hier wonen heel veel Deense immigraten en die hebben het hele dorp omgedoopt tot toeristische attractie. Het ziet er allemaal best schattig uit en heeft wel wat weg van het Duitse dorp Leavenworth wat we in Washington gezien hebben, maar dan nu in Deense stijl. Een beetje toeristisch is het wel, maar de Deense bakker lijkt best authentiek en heeft echt het lekkerste gebak wat we tot nog toe gegeten hebben!

We hebben in Holister goed ons huiswerk gedaan en weten dat er tussen San Francisco en Los Angeles twee stukken National Forest zijn waar we gratis zouden moeten kunnen blijven slapen en dit is de tweede. De plekken die we vinden zijn echter vol in de wind, soms bewoond door zwervers, en vrijwel allemaal erg smerig en vol met afval. Na een uurtje geven we het maar op en rijden we terug tot de betaalde camping. Helaas, het lukt niet altijd om een gratis plekje te vinden waar we ons fijn bij voelen. De camping is gelukkig rustig, niet heel duur en we hebben prachtig uitzicht over een meertje.

De volgende dag bezoeken we Santa Barbara. We hebben nog geen idee waarom dit een leuk stadje zou moeten zijn, maar een erg enthousiast meneer van het Visitor Center weet onze dag vrij snel in te vullen. Het centrum is modern, maar helemaal in Mexicaanse stijl en daarom prachtig! Het hoogtepunt van alle mooie gebouwen is de rechtbank. Met hoge plafonds en mooie zalen en ook nog eens met een prachtig uitzicht over de stad vanuit de toren. We schieten weer flink wat plaatjes en gaan dan bijkomen met een biertje in het zonnetje in het wijn district (huh?). Daarna is het tijd om weer door te rijden naar onze laatste camping voor Los Angeles.

City of Angels & Zwervers

De volgende 4 dagen hebben we een AirBnb in de stad gereserveerd. We proberen elke keer onze strategie voor steden weer een klein beetje te verbeteren en omdat campings in LA niet bestaan of niet te betalen zijn moeten we of 2 uur de stad uit rijden of een paar daagjes niet kamperen. Op weg naar onze slaapplek bezoeken we alvast wat bekende wijken die op de route liggen. Om te beginnen met Malibu. Hier hebben heel veel sterren een huis staan. Daar zie je alleen van de weg niet heel veel van. Wat je wel ziet zijn overal tentenkampen van zwervers. Het is voor ons nogal choquerend om te zien dat in het rijkste land van de wereld je zo vaak tekenen van dit soort extreme armoede ziet. Voor de sterren lijkt het me ook wel bijzonder. Als je van je huis in een van de duurste buurten van de wereld naar je werk toe rijdt, rij je eigenlijk het hele stuk langs een constante stroom van zwervers. Ook op de stranden van Santa Monica en Venice liggen overal zwervers. De stranden zijn op zich wel schoon, maar her en der verspreid liggen ‘kampen’ van mensen die daar zo te zien permanent wonen. De bekende pier van Santa Monica lijkt behoorlijk vervallen en is eigenlijk niet zo boeiend. De boulevard van Venice heeft wel wat leuke winkeltjes en street art, maar eigenlijk weet alleen het skatepark ons echt te bekoren. Het is er superdruk en een aantal jongens en meiden zijn echt fantastisch goed, dus het is leuk om te kijken wat voor gave trucjes ze kunnen.

Om ons 4 dagen op een betaalbare manier te kunnen vermaken heb ik alle gratis musea op een rijtje gezet en ingedeeld per buurt. Het eerste museum wat we bezoeken blijkt echter al weer een smerig trucje te hebben toegepast. De toegang is welliswaar gratis, maar parkeren kost $20. Oh, en je mag er alleen met je auto naar toe rijden, terwijl je er ook prima naar toe kan lopen. Ja daaaaag. Het is de zoveelste keer in korte tijd dat we ons een beetje opgelicht voelen in Amerika. De camping van de dag ervoor zou $21 moeten zijn, maar je kan alleen online betalen en er komt altijd $5 ‘reserveringskosten’ bij, ook al kom je op de dag zelf aan. Hotels in Las Vegas rekenen een prijs per kamer, maar daar komt bijna altijd nog een ‘resort fee’ per kamer per nacht bij. Dat klinkt toch verdacht veel als onderdeel van de kamerprijs, maar op die manier kunnen ze in apps als Booking goedkoper naar voren komen en daarna hun klanten meer geld aftroggelen. Ook is het hier vaak totaal onvoorspelbaar wanneer er wel en geen belasting verwerkt is in de prijzen. Bij grote supermarkten weet je dat het vaak niet zo is, maar bij kleinere winkeltjes vaak wel. Sowieso kun je als reiziger nooit alvast het bedrag pakken wat je weet dat iets gaat kosten, want de belastingen zijn ook nog eens overal anders.

Het gekke is dus dat Amerikanen dit vaak helemaal niet raar lijken te vinden. In de recensies van het gratis museum wat niet gratis was vertellen een heel aantal mensen doodleuk dat het gratis is, maar dat parkeren $20 is. Zelfs op een parkeerplaats in hartje downtown LA betaal je nog geen $20 als je er de hele dag staat dus dat is echt een idioot hoog bedrag, maar niemand hoor je in de recensies over deze verkapte toegangsprijs. Amerikanen accepteren het. Sinds we aan de kust zijn in Californië kost kamperen in bijna elk state park $35, ongeacht wat voor faciliteiten de camping heeft. Dat kan dus uiteenlopen van douches en wifi tot enkel een dixie. Soms wordt buiten het hoogseizoen het water afgesloten en doen alle wc’s en douches het niet meer, maar moet je nog steeds vrolijk hetzelfde bedrag betalen. Ook de benzineprijzen lopen soms echt enorm uiteen. Het kan zo maar zijn dat je bij de ene pomp 4,60 per gallon (iets minder dan 4 liter) betaalt en nog geen 100 meter verderop 3,60. Dat zijn niet een paar centen verschil. Het lijkt echt alsof mensen af en toe geen flauw idee hebben wat voor iets een normaal bedrag is. Of in ieder geval dat wat je hier voor iets betaalt echt vrij weinig te maken heeft met wat iets nou waard is.

Goed, tot zo ver. De rest van de musea in het centrum zijn gelukkig wel echt gratis en ook echt prachtig. We beginnen bij het oudste huis van de stad in de Mexicaanse wijk en gaan dan via de Japanse wijk en de Hauser & Wirth gallery naar de Walt Disney Concert Hall, The Broad en het MOCA. Met name de Walt Disney Concert Hall en The Broad zijn erg mooi. In allebei krijgen we een gratis tour en die zijn is erg interessant. Wel vallen ook in downtown de daklozenkampen op, die overal op bredere stukken stoep en rond parkjes te vinden zijn. Als we ’s avonds op de bus terug naar onze airbnb staan te wachten tussen allemaal op straat slapende mensen voelt dat niet heel prettig.

Als je in LA bent dan moet je natuurlijk ook even langs Hollywood en over de Walk of Fame lopen. Maar dit is wat ons betreft echt de meest overrated attractie die we zijn tegengekomen. Hollywood Boulevard is behoorlijk vervallen en eigenlijk helemaal niet mooi, ook hier zijn veel daklozen en alles stinkt naar pis. Ik weet niet of je nou echt blij moet zijn met hier een ster hebben. Zeker niet als we erachter komen hoe je hier een ster kunt krijgen. Daarvoor wordt je namelijk vriendelijk gevraagd om $60.000 over te maken, waarvan maar de helft echt is voor de kosten van de ster.

We zijn ook niet echt gelukkig met de peperdure tour van de Warner Bros studio, maar misschien hadden we een beetje pech met de gids. “Hebben we fans van X?”, “fans van Y?”, “fans van Z?”. Nou hier is dus dat opgenomen en daar is dus dat opgenomen, en bla bla bla. We hadden gehoopt om een uniek kijkje te krijgen in de werking van de studio, maar het lijkt met name een tour te zijn langs props en nagemaakte sets van bekende shows zodat je daarmee op de foto kan. Ook dat vind ik niet het geld waard wat we er voor betaald hebben. Het meest indrukwekkende wat we bij de tour zien zijn de restanten van de bosbranden op de heuvels naast de studio. De hele helling is zwartgeblakerd met witte vlekken van blusmiddel gemaakt door blusvliegtuigen ertussendoor. De gids was er bij toen alles geëvacueerd werd en zegt dat het allemaal best scary was. Als we na de tour op de terugweg moeten overstappen van bus komen we ineens in het supergezellig winkelgebied van Glendale. Hier wel druk winkelend publiek, volop kerstversiering, kraampjes en muziek. Er zijn dus wel wel mooie stukjes te vinden in de stad, maar misschien niet de meest toeristische?

De laatste dag hadden we ingepland om naar Beverly Hills en omgeving te gaan, maar we hebben er eigenlijk niet zo veel vertrouwen meer in dat het de 3 uur heen en weer met de bus echt waard gaat zijn, dus besluiten we nog even goed gebruik te maken van de douche en de wifi in de airbnb en af te spreken met de jongere Zwitsers om bij ons om de hoek bier te drinken in het zonnetje. Ze zijn net aangekomen in LA nadat ze een week in Santa Cruz hebben vastgezeten om te wachten op een nieuwe oliefilter. Die was hier niet te krijgen en moest dus verzonden worden vanuit Europa. We waren eigenlijk van plan om samen met hen langs de kust te reizen, maar ze hebben ons dus nu pas weer bijgehaald. Nog net op tijd, want zij gaan over een week al naar Mexico terwijl wij juist vanaf hier weer het binnenland ingaan. Ze zijn onze oudste matties onderweg en degenen met wie we het meest actief contact onderhouden, dus we vinden het allemaal jammer dat we elkaar vanaf nu waarschijnlijk maanden niet meer gaan zien. Het was in ieder geval een gezellige avond!

Back to nature

Of we spijt hebben van LA? Nee dat zeker niet. Het was voor ons heerlijk als variatie. We hebben erg genoten van de musea en eindelijk weer eens goede betaalbare pizza, maar ook zeker van het eindeloos douchen, goed internet, warmte en licht. De stad zelf vonden we wel een teleurstelling en we zouden iedereen die hier op vakantie is sterk aanraden om LA over te slaan, maar voor ons was het echt prima. Desondanks kijken we er ook wel weer naar uit om de natuur in te gaan. Het zal na zoveel dagen warmte wel weer even wennen worden om de kou weer in te gaan, maar we weten dat we een prachtig gebied gaan ontdekken. Via de Eastern Sierra, Death Valley en het Mojave National Preserve zullen we rijden naar Las Vegas. Hier hebben we over 2 weken afgesproken met mijn ouders en een vriend van ons en ook daar hebben we erg veel zin in! Daarnaast zijn we erachter gekomen dat hotelkamers in Las Vegas door de week erg goedkoop zijn (goedkoper dan kamperen!), dus ook daar hebben we van te voren weer een paar nachtjes warmte, douche en wifi geboekt. 😊

Californië deel 3

« van 6 »

Een gedachte over “Zon, zee en zwervers

  1. Heerlijk weer… Berry in de bergen, Berry op het strand, Bert tussen vrienden, Berry zelfs boven de wolken!! Die foto’s zijn trouwens echt waanzinnig… !!! Rare Amerikanen, opdringerige dikhuiden en alle andere avonturen, mmmm dat was weer smullen geblazen. En wat fantastisch dat we straks een paar weekjes mee mogen avonturen!!! Over een weekje mogen jullie je schoentje zetten 🙂 xxx

Geef een antwoord