Heel veel: wind, water, sneeuw, zand & zout

Yes, back in nature! Ondanks dat de steden tussendoor een leuke afwisseling zijn, is het iedere keer weer een heerlijk gevoel om de drukte van de stad achter ons te laten en de afgelegen natuur in te trekken. Gelukkig hoeven we deze keer niet ver te rijden om de uitgestrekte natuur te bereiken, direct buiten Los Angeles rijden we al gelijk door de prachtige rotsige bergen van het San Bernardino National Forest. Na een korte hike over de rotsformaties in het woestijngebied rijden we een stukje van de beroemde route 66. Ligt niet helemaal op de route, maar nu we toch in de buurt zijn!

Random stops

Langs route 66 stoppen we bij de Bottle Tree Ranch; iemand is los gegaan langs de weg met bomen bouwen van flesjes. Een bijzonder gezicht! Na een stop bij een McDonald’s in een oud treinstel vinden we verder niet zoveel boeiende stops langs route 66 en vervolgen we de oorspronkelijke route richting Red Rock Canyon State Park maar weer. Voordat we hier aankomen zien we een bordje langs de weg met ‘Desert Tortoise Natural Area’ linksaf. Ha blijkbaar zitten er hier in het woestijngebied schildpadden, leuk! We slaan linksaf. Het blijft leuk op zo’n lange reis, dat je de tijd hebt om dit soort dingen te ontdekken. Van random zijweggetjes inslaan tot dit soort bordjes volgen. Soms levert het prachtige momenten op en soms wat mindere. In het geval van de desert tortoise helaas dat laatste. Ze blijken namelijk aan een winterslaap te doen in november. Wat we overigens vrij bijzonder vonden, want het was er wat ons betreft met 25 graden een stuk aangenamer dan in de bloedhete zomer. Gelukkig was de wandeling door het gebied van de schildpadden ook zonder de beestjes erg leuk. Na deze dag met random stops vinden we wederom in een motorcross gebied een rustig, gratis slaapplekje vlakbij een pijplijn. Wat zal er door de pijplijn lopen? Daarover later meer…

Wind

De volgende dag is ons bezoek aan Red Rock Canyon State Park onze eerste kennismaking met rode rotsformaties in een woestijngebied. We zijn er zwaar van onder de indruk en genieten van twee prachtige hikes. We hebben het park bijna helemaal voor ons alleen, enkel een grote zwarte wolf spider komen we tijdens het hiken tegen. Ieh! Ondanks de spin, verheugen we ons op meer van dit soort gebieden!

Hierna volgen we highway 395 richting het noorden. Deze weg loopt door de Owens Valley en door tot Mono Lake. Hier hebben we geslapen tijdens ons bezoek aan Yosemite. Het was daar waanzinnig mooi en we hebben een beetje spijt dat we niet verder van Mono Lake naar het zuiden zijn gereden door het binnenland. We rijden richting het noorden tot zo ver het fijn is qua winterse temperaturen. Uiteraard niet in één keer, er zijn tal van prachtige stops langs deze route. Door de Owens Valley rijden is overigens geen straf, het uitzicht is echt adembenemend! Je rijdt door een ‘high desert’ vallei vol vulkanische rotsformaties met aan de linkerkant de hoge bergtoppen van de Sierra Nevada inclusief de hoogste berg van Amerika buiten Alaska, Mt. Whitney, en aan de rechterkant de bergen van de Inyo Mountains.

Onze eerste stop is bij Fossil Falls; een droge waterval bestaande uit lavarotsblokken. De zwarte rotspartijen met een uitgespleten canyon waar ooit een rivier doorheen liep, zijn een mooi gezicht. We klauteren er lekker doorheen en vervolgen dan onze weg naar het dorpje Lone Pine. Op IOverlander had ik namelijk gevonden dat er achter dit dorpje een heleboel gratis slaapplekken zouden moeten zijn in de Alabama Hills en de reviews in de app zijn zo enthousiast dat we wel erg nieuwsgierig werden. De navigatie stuurt ons midden in het mini dorpje linksaf. We zien nog niet direct waar het mooie slaapplekje moet zijn, maar zodra we de hoek omrijden achter een rotsberg snappen we het; WAUW! Helemaal verborgen in de vallei ligt een waanzinnig rotsspektakel waar overal her en der kampeerders op prachtige plekjes staan.

We gaan enthousiast op zoek naar een mooi plekje voor Berry. Het wordt ondanks de vele opties een kleine uitdaging; er is regen én harde wind voorspeld en die draait in de nacht ook nog eens naar een andere richting. Een beetje beschutting van meerdere kanten is dus echt noodzakelijk, want de rain cover kan er niet af als het gaat regenen. Na wat puzzelen denken we goed te staan naast een groot rotsblok en redelijk dicht tegen de bergwand aan. Maar helaas, binnen no time tolt er een zanderig windtornado langs ons en blijkt de wind hard van de bergkam, waar we vlakbij staan, af te vallen. We lopen nog een rondje om te kijken of we een betere spot kunnen vinden, maar helaas slagen we niet. We zetten de tent aan de andere kant van het rotsblok, zodat die ons kan beschermen tegen de wind die van de bergkam afvalt. Zo dicht mogelijk zetten we ons ertegenaan. Het lijkt te werken en vol goede moed gaan we slapen in een redelijk rustig tentje.

Helaas…om één uur liggen we allebei al een uur lang wakker van het geluid en bewegen van de tent in de storm. Er zit niets anders op…we besluiten ondanks het vele werk om de tent goed te zetten ons verlies te pakken en in de auto te gaan slapen. Midden in de nacht, in de storm bouwen we alles om en daarna slapen we eigenlijk heerlijk aan één stuk door tot het licht wordt. Om de één of andere reden hadden we allebei een beetje een afkeer ontwikkeld voor het krappe slapen in de auto, maar na deze nacht hadden we beide het gevoel dat dat onterecht was. Het slaapt echt helemaal prima binnen en met harde wind en regen moeten we toch vaker direct deze optie kiezen.

De volgende dag is het weer zo waar nog guurder geworden; het is koud, waait hard, regent én sneeuwt. Het is eigenlijk de eerste keer tijdens onze reis dat dit allemaal tegelijk gebeurd, waardoor je gewoon echt niet buiten wilt zijn. Gelukkig zou het slechte weer maar één dag duren en we brengen de dag door in Lone Pine. Het is een klein dorpje, maar we vinden een bibliotheek met wifi en een McDonald’s met koffie. Zo komen we de dag wel door. Na het publiceren van onze laatste blog besluit Merijn zich te storten op Wikipedia om wat meer te weten te komen over de omgeving. Het resultaat:

Water (Merijn)

De pijplijn waar we naast hebben geslapen blijkt onderdeel van de Los Angeles Aquaduct. En het verhaal erachter is waarschijnlijk interessanter dan je misschien in eerste instantie zou verwachten, omdat het wat mij betreft een mooi voorbeeld is van het individualisme van Amerikaanse overheden en het Amerikaans zakelijk denken:

Aan het begin van de vorige eeuw (rond 1900) was de stad LA nog slechts een fractie van zijn huidige grootte, qua bevolking maar ook qua oppervlak. Omdat het zuiden van Californië erg droog is, was een betrouwbare watervoorraad de belangrijkste limiterende factor voor de stad. De burgemeester van die tijd wou graag belangrijker worden door de stad verder uit te breiden en zag in dat vanwege de redelijk constante hellingshoek naar LA, de Owens Valley een ideale bron zou zijn van het benodigde water. De Owens Valley was in die tijd namelijk nog helemaal geen droge woestijn, maar een vruchtbaar landbouwgebied, waar het hele jaar door de Owens rivier doorheen liep en een groot meer in lag (het Owens meer). Door zich voor te doen als individuele boeren en ranchers kochten de burgemeester en zijn vriendjes steeds meer land wat grensde aan de Owens rivier tot het uiteindelijk bijna al het land waar waterrechten aan gekoppeld waren in bezit had. De county en federale regering hadden te laat door wat er aan het gebeuren was en een beoogd irrigatiesysteem om de vallei verder te ontginnen voor de landbouw werd door de nieuwe landeigenaren geblokkeerd.

Hierna zette de burgemeester een grote propagandacampagne op in de stad om de noodzakelijkheid van een nieuwe waterbron onder de aandacht te brengen. De ontoereikendheid van de huidige watervoorraad werd zwaar overtrokken en reservoirs werden zelfs leeg laten lopen om inwoners het idee te geven dat er echt een acuut tekort was. Zo kreeg de burgemeester voldoende steun om de stad het land te laten kopen wat hij en zijn vriendjes in bezit hadden (uiteraard met winst voor hen) en een aquaduct naar toe te bouwen. Het nieuwe land van de stad werd weer beschikbaar gesteld, maar nu met een leaseovereenkomst en dus zonder de bijbehorende waterrechten. Vrijwel al het water in de rivier werd naar de aquaduct geleid waardoor de hele rivier en het meer droog zijn komen te staan. Hierdoor werd land wat niet grensde aan de rivier ook een stuk minder geschikt voor de landbouw. Het was het begin van de ‘California Water Wars’, waarin boze boeren in de Owens Valley de aquaduct meerdere keren opbliezen en de stad LA in het aangrenzende Mono Basin een vergelijkbaar trucje heeft uitgehaald waardoor het waterniveau van Mono Lake met meer dan 7m is gedaald, een stuk zouter is geworden, en het lokale ecosysteem sterk is aangetast.

Inmiddels, zo’n 100 jaar later is de Owens Valley veranderd in een woestijn en zijn er bijna geen groene bomen en planten meer. En dat terwijl er met name in de hoge Sierra Nevada bergen veel sneeuw valt en zelfs wat gletsjers zijn die water voeden aan het dal. Het opgedroogde meer heeft er voor gezorgd dat er hoge concentraties zware metalen in de bodem zitten die met stofstormen door de vallei worden geblazen en voor gezondheidsproblemen zorgen. Daarnaast moeten de dorpen in de vallei een groot deel van hun land leasen van de stad LA, en die is er ook niet vies om daar een extra slaatje uit proberen te slaan. De grootste stad Bishop heeft bijvoorbeeld zijn vuilnisbelt gebouwd op geleased terrein, en toen LA een paar jaar geleden het leasebedrag verdubbelde hadden ze niet veel keus anders dan te betalen. Het verplaatsen van de vuilnisbelt zou nog veel kostbaarder zijn en er is ook eigenlijk geen geschikt land in de buurt te vinden wat niet eigendom is van LA. Tot de dag van vandaag zijn er juridische gevechten over het water in de Owens Valley. Meerdere gerechtelijke uitspraken hebben LA al gedwongen om water terug te geven maar de stad doet dat maar zeer mondjesmaat. 

Ik vind het een fascinerende illustratie van wat mij betreft onderdeel is van de ‘American Dream’: jouw eigen succes mag echt prima ten koste gaan van dat van iemand anders. Zakelijk gezien is alles geoorloofd en ik zou ook echt geen enkel Amerikaans bedrijf vertrouwen. Amerikanen doen dat zelf trouwens ook niet, getuige het enorme belang van te doen alsof je zakelijke relaties persoonlijk zijn. Grote billboards langs de snelwegen tonen persoonlijke foto’s van mensen inclusief naam en iedereen bij een bedrijf zal altijd nog even zijn of haar eigen naam benadrukken zodat je verder persoonlijk contact kan houden. Reclames op de radio worden afgesloten met “Zeg maar dat Trevor je heeft gestuurd!”. Vanuit Nederlands perspectief komt het allemaal bizar fake over.

Daarnaast is het ook een mooi voorbeeld van een andere Amerikaanse traditie: je eigen belangen op een dubieuze manier mengen met je rol als overheidsfunctionaris. Een traditie waar menig VVD’er nog iets van kan leren en die Donald Trump natuurlijk vakkundig doorzet. Je dacht toch niet dat dat iets nieuws was? Maar tot zover deze geschiedenisles, terug naar Steef!

Sneeuw

Voor het donker wordt (dat is al om 16:30 uur tegenwoordig!) rijden we opnieuw naar de prachtige Alabama Hills om de avond en nacht door te brengen. Deze keer houden we in de auto een filmavondje en zijn we ook van plan daar te slapen. Maar gedurende de filmavond wordt het duidelijk dat de storm gaat liggen en durven we het toch aan om de tent op te zetten. Gelukkig blijft het heerlijk rustig en kunnen we weer heerlijk bijslapen!

‘s Ochtends stapt Merijn als eerste de tent uit en hoor ik minutenlang alleen maar: “Wow. Wauw. Jeetje dit is echt heel mooi.” We hadden de Alabama Hills al gezien, dus ik snapte niet helemaal wat hij zag. Enigszins nieuwsgierig stap ik ook naar buiten en minutenlang komt er hetzelfde uit mijn mond. De storm heeft voor een hele dikke sneeuwlaag op de bergen aan beide kanten van de vallei gezorgd. Deze waren hiervoor nog helemaal bruin, maar schitteren nu prachtig wit tegen de blauwe lucht. Het contrast met de bruine rotsen in de woestijnvallei maakt het nog bijzonderder. De wilde nachtjes met de storm zijn we snel vergeten, het was dit uitzicht dubbel en dwars waard!

Met dit dikke pak sneeuw in de bergen om ons heen vervallen wel onze plannen om in de bergen te gaan hiken. Omdat we toch nog graag de Sierra Nevada bergen in willen, gaan we er met Berry op uit. Van een ranger horen we dat de wegen niet allemaal meer open zijn, maar het zou te doen moeten zijn om naar Bishop Creek Canyon en Rock Creek Canyon te rijden. Door het winterwonderlandschap slingeren we de passen omhoog langs wat kleine dorpjes. De weg door de Bishop Creek Canyon was schoongemaakt, maar bij de Rock Creek Canyon hebben we getest hoe goed Berry op sneeuw kan rijden. Conclusie; beter dan een auto die voor ons het spoor had gebruikt, die was duidelijk tegen een boom gegleden, oeps! Maar gelukkig ging het bij ons helemaal prima! We genieten van de prachtige besneeuwde bossen, lunchen in de sneeuw, lopen nog een klein stukje, bezoeken een treinmuseum en brengen uiteindelijk beneden in de warmere vallei de nacht door. We vinden wederom een adembenemend mooi plekje verderop in de vallei bovenop wat vulkanische rotsformaties, het stikt hier van de prachtige gratis plekken.

Vanuit de vallei rijden we naar het Convict Lake in de bergen, maar helaas. Het is bewolkt en eigenlijk is het meer na de prachtige meren in de Rocky Mountains gezien te hebben totaal niet heel bijzonder. Tja, de lat ligt tegenwoordig toch best wel hoog! Er rest ons nog één stop, totdat we highway 395 helemaal terug naar Mono Lake hebben vervolgd: Mammoth Lakes. We glibberen langs twee coyotes de berg op en zien dat het skigebied open is gegaan. Met pijn in mijn hart kijk ik toe hoe skiërs en snowboarders genieten van de eerste verse sneeuw hier. Gelukkig blijken er maar vier pistes en twee liften te draaien en zijn de liftpassen schreeuwend duur, zo kan ik het een beetje aan dat we het wintersportseizoen voor het tweede jaar op rij overslaan. 

Na deze sneeuwpret is het genoeg geweest met de kou en is het tijd voor een warmer gebied. Op naar één van de warmste plekjes van Amerika: Death Valley! 

Zand

Binnen een paar uurtjes rijden stijgt de temperatuur 25 graden en heeft de sneeuw plaatsgemaakt voor zand. Bijzonder om regelmatig te ervaren hoe groot de verschillen zijn qua klimaat in dit land. Het landschap is ontzettend divers en daarbij ook de temperaturen. We switchen continu tussen korte broek met slippers en thermokleding met winterjas.

We hadden eigenlijk geen idee wat we van Death Valley konden verwachten. Verder dan ‘een vallei waar het heel warm is’ kwamen we ook niet echt. Maargoed, zodra we een nationaal park inrijden gaan we toch altijd eerst langs het visitor center om een kaart van het park te krijgen en hopelijk een capabele ranger aan te treffen die ‘begint met praten’, zodat we hierna een concreet plan kunnen maken wat we willen zien en doen. Of eigenlijk komt het bij ons altijd neer op; oke hoe kunnen we met de gekregen informatie onze route door het park maken zodat we álle highlights kunnen zien, de scenic drives kunnen doen én kunnen hiken zonder al te veel extra kilometers door de grote parken te rijden.

Ook na het bezoek aan het visitor center in Death Valley was dit het geval, al snel bleek namelijk dat het gebied een echte outdoor bestemming is en ontzettend veel te bieden heeft. Veel meer dan we verwacht hadden! Er zijn tal van toffe 4wd routes, je kunt er freestyle hiken door de canyons of naar hoge toppen, er zijn veel uitzichtspunten en het is ook nog eens een populaire fietsbestemming. We wisten allebei meteen dat het een lastige puzzel zou worden. Death Valley is groot en we zijn beide erg slecht in dingen overslaan. Daarnaast hebben we deze keer ook maar beperkt de tijd, omdat we afgesproken hebben in Las Vegas later deze week en het al om half 5 donker wordt.

Na driekwartier puzzelen met de kaart van het park en een gevoel van lichte spijt dat we afgelopen week zo rustig hebben gereisd is er een plan waarin we alle highlights, de leukste 4wd route en twee hikes in twee en halve dag hebben gepropt. Helaas moest de verre uithoek van het park in het noorden afvallen. Verder besluiten we de wekker komende dagen om zes uur te zetten, zodat we optimaal van het daglicht gebruik kunnen maken. Ons dag-/nachtritme is tegenwoordig sowieso al mee verschoven met het daglicht, dus dat uurtje eerder opstaan was niet echt een probleem. Grappig is overigens, dat we in dit park in de winter juist in het hoogseizoen zijn. Een aantal campings zijn zelfs in de zomer niet open, omdat het dan gewoonweg te warm is (in juli is het gemiddelde maximum overdag 47 graden!).

De eerste dag wordt gestart met het omhoog lopen en omlaag rennen door de grote zandduinen midden in de vallei, met winterse temperaturen van 25 graden is het hier heerlijk vertoeven! Hierna is het tijd voor de wereldberoemde Titus Canyon Drive, dit is een 40 kilometer one way route die alleen toegankelijk is voor 4×4’s en motoren. Fingers crossed dat Berry het redt, want omkeren is dus niet een optie. Zodra we aankomen bij het begin van de route zien we een bordje ‘closed over 1,5 mile’ staan. Hmm….dat zou balen zijn! Op de website van het park kunnen we niets vinden over deze afsluiting. We doen nog een poging te bellen naar het ranger station, maar die nemen niet op en dus besluiten we de route gewoon maar te nemen. We zien wel of het echt afgesloten is. Een hoop kilometers later zien we nog steeds geen afsluiting en wel andere auto’s en motoren; dikke prima dus! Waarschijnlijk waren ze het bordje vergeten weg te halen vanwege de regen eerder die week.

De route is waanzinnig! Over een smalle weg slingeren we langzaam de pas op, onderweg is het uitzicht over de rotsige bergen prachtig. Berry doet het prima op de rotsige keien, maar waar het kan laten we wel de motorrijders en Land Cruisers voor gaan, die gaan net wat sneller. Zodra we op het hoogste punt aankomen zijn we het al met elkaar eens dat het de tofste off road route is die we tot dusver gedaan hebben. Vanaf daar naar beneden wordt het zo mogelijk nog leuker. We slalommen tussen oneindige rijen metershoge muren. Een bijzondere ervaring om op zo’n smalle weg door de canyons te rijden! We doen nog een aantal pogingen foto’s en video’s te maken, maar stilstaan kan niet overal en de 360 graden uitzichten en hoge rotspartijen blijken lastig om over te brengen op de foto. Na 40 kilometer staan we beide met een grote glimlach onderaan in de grote, platte vallei!

De zon is nog nét niet onder zodra we op onze slaapplek aankomen, dus gebruiken we nog heel snel onze buitendouche. Afgelopen week hebben we non-stop wild gekampeerd in de kou en niet de moed gehad om onder onze koude buitendouche te gaan staan. Des te blijer zijn we nu met de laatste zonnestralen in de warme vallei!

Om 6 uur ’s ochtends staan we de volgende dag al bij het Zabriskie Point, hier vandaan kun je de zonsopgang bekijken over de badlands heen. De ranger had deze tip duidelijk aan meer toeristen gegeven, want het was er behoorlijk druk. Er is een mooi platform gebouwd waarvandaan je foto’s kunt nemen. Maar helaas verpesten een aantal toeristen de foto’s voor de overige 50 toeristen. Ze gingen namelijk net onder het platform op de rand van de klif staan, zodat ze precies op iedereens uitzichtsfoto staan. Tja…het is duidelijk hoogseizoen hier..

We tikken nog een ander uitzichtspunt af, rijden een korte scenic drive door de badlands en gaan dan lekker hiken. De route door canyons, over de badlands en door een rivierbedding is gevarieerd, biedt prachtige uitzichten en vereiste naast het lopen zelfs nog wat leuk klauterwerk! Onderweg komen we langs een ranger die met een hippe analoge animatie uitleg geeft over de geologie van het gebied. 

Zo leren we over de Basin and Range Province. Dit is een gebied wat zich kenmerkt door afwisselend hoge bergketens en diepe, vlakke valleien die grotendeels noord-zuid lopen en zich uitstrekt over een groot deel van het westen van de VS en het noordwesten van Mexico. Niet alleen Death Valley ligt in dit gebied, maar ook de Owens Valley, de Sierra Nevada mountains, de Inyo Mountains en zelfs de Tetons (daar waren we na Yellowstone). Door vulkanische activiteit onder het oppervlak bolt de aarde hier op en daardoor wordt de aardkorst steeds verder opgerekt. Dit zorgt er voor dat er breuklijnen ontstaan waarlangs het ene deel van de korst zakt en het andere stijgt. Het is erg goed te zien op satellietbeelden, maar als je er doorheen rijdt is het ook echt onmiskenbaar. De scheiding tussen de valleien en de bergen zijn over grote afstand bijna kaarsrecht en het verschil in hoogte is enorm. Totaal anders dan in bijvoorbeeld de Alpen. Toen we vanaf de Owens Valley over de Inyo Mountains reden was het hoogteverschil daarna zo indrukwekkend dat we dachten dat we al Death Valley inreden, maar het bleek de Panamint Valley te zijn die er nog tussen lag. De beweging van de aardkorst gaat ook door tot op de dag van vandaag. De bergen worden dus steeds hoger en valleien als Death Valley worden ook steeds dieper. Best interessant!

Zout

Hierna hadden we nog een hele middag voor ons; handig dat vroege opstaan zeg! We nemen in de middag de tijd om de vallei zelf te bekijken. Grote delen bestaan uit zoutvlaktes waar je op kunt lopen, maar er is ook een deel met hele scherpe zouten windsculpturen. Het deed me denken aan een rif in zee! Op de terugweg richting de camping rijden we nog een korte scenic drive langs Artists Palette. Zo hebben ze hier een aantal bergen genoemd die allemaal verschillende kleuren hebben, erg mooi!

De dag wordt afgesloten met sterren kijken. Death Valley is één van de beste plekken op aarde om sterren te kijken omdat het er super donker is. In het midden van de vallei vertelt die avond een ranger over de sterren om ons heen, we hadden geluk want het was nieuwe maan. We hebben al op veel plekken gestaan waar we van de sterren konden genieten, maar hier was het inderdaad nog bijzonderder. Overal om je heen zag je de sterren tot aan de bergranden schitteren tegen de donkere lucht. Hierna was het wel echt genoeg voor die dag en vallen we heerlijk in slaap met de joelende coyotes op de achtergrond. Het wildlife bestaat hier overigens niet alleen uit coyotes, slangen en veels te grote spinnen, maar ook uit…..ezels. We hebben er één gespot, het was súper, once in a lifetime ervaring alom.

De dag erna staan we weer vrolijk om 6 uur op en is het tijd voor een freestyle canyon route! We klauteren die ochtend door één van de smalste canyons van Death Valley. Mijn claustrofobische neigingen werden goed op de proef gesteld, maar het scheelt dat de bovenkant van de smalle doorgang altijd open is. En na de tunnels van de Vietnamoorlog vorige jaar in Vietnam in te zijn gegaan, valt alles mee. Er komt geen eind aan de smalle canyon, we lopen en klauteren maar door. Bocht na bocht, het is een superleuke ervaring maar op een gegeven moment keren we maar weer om, het was tijd om Death Valley te verlaten.

Wind én zand

We hadden nog twee nachten voordat we de jackpot gaan proberen te winnen in Las Vegas. We kiezen ervoor om naar Mojave National Preserve te gaan, dit woestijngebied staat bekend om rotsen met gaten erin, vulkaankraters, hoge zandduinen en het grootste Joshua Tree bos van de wereld. Terwijl we van Death Valley naar Mojave rijden waaien we al goed van de weg. We krijgen op onze mobiel zelfs een noodbericht dat er een woestijnstorm aan de gang is en het zicht spontaan kan verslechteren door rondvliegende zandtornado’s.

We lopen ’s middags een klein rondje langs de niet al te boeiende rotspartijen met gaten erin en schuilen daarna de rest van de avond in de auto voor de storm op een slaapplek midden in de woestijn. Hmm, koken gaat er ook niet meer inzitten met de wind. Jammer dat er tussen Death Valley en hier ook geen goede supermarkt te vinden was en het enige wat we hebben dat niet gekookt hoeft te worden is wit brood, cheddar kaas en cake. Sorry mam, niet gezond, maar ja dat was ons avondeten op de voorstoelen van de auto. We maakte er wederom een gezellig filmavondje van en sliepen in de auto terwijl de zandtornado’s om ons heen vlogen. Het is niet altijd een paradijs! Maar wakker worden zonder wind en met een prachtige zonsopkomst over de woestijn maakte wederom een hoop goed.

Het weer was nu meer geschikt om de hoge zandduinen op te klauteren, dus dat hebben we maar gelijk gedaan. Het was best pittig om de hoogste zandduin op te komen, maar het uitzicht was prachtig en het naar beneden rennen en rollen erg vermakelijk! Als twee kleine, blije kinderen spelen we lekker in de duinen, voordat we via de slechtste weg ever (wasbord to the max) bij de vulkaankraters aankomen. Er is één krater waar je in kan klimmen via een trap en binnenin door kan lopen. Het is best geinig, maar achteraf gezien de vreselijke hobbelweg niet waard.

Hierna hiken we nog een uurtje vlak voor het donker wordt door het Joshua Tree forest, wat een leuke bomen! Het is een soort crossover van een cactus en een boom. Geen enkele ziet er hetzelfde uit en ze staan echt overal! Tussen de Joshua Trees staan nog veel meer verschillende soorten leuke cactussen. Onze laatste nacht in dit park testen we nog even uit hoeveel wind de tent aankan zonder regenhoes en in de juiste richting geparkeerd achter een Joshua Tree. Conclusie: We blijven wel staan, maar Merijn ziet nog een gat in de markt om een daktent te ontwikkelen die niet ontzettend veel herrie maakt als het waait. Tot die tijd, doe ik wel mijn oordopjes in.

Party time!

Momenteel genieten we van een heerlijk goedkoop hotel in Las Vegas. Je zou het niet verwachten, maar in deze stad kun je spotgoedkope hotels vinden, zolang je maar niet in het weekend boekt. De hotels hopen je zo te lokken naar hun casino, waar ze het echte geld aan je kunnen verdienen. Dat hebben we zojuist ook maar gelijk uitgetest, en ja hoor ze hebben al bijna meer geld verdiend aan onze gokskills dan een nacht in dit hotel, haha! Morgen gaan we naar het vliegveld, want een goede vriend van ons komt aan in Las Vegas. Hij moet in Los Angeles zijn voor werk en besloot eerst met ons te feesten in Las Vegas. Hoe leuk! 🙂 Een dag later komen Merijns ouders. Zij zullen komende twee weken met ons door Utah en Arizona reizen en het volgende blog schrijven over deze (koude!) avonturen; so stay tuned!

Californië deel 4

« van 3 »

Death Valley National Park

« van 3 »

Mojave National Preserve

« van 2 »

4 gedachten over “Heel veel: wind, water, sneeuw, zand & zout

  1. Wauw wat is Death valley mooooooooi!!!!
    Oh en ik heb een kleinigheidje meegegeven aan F&R, maar ik zie nu op de foto’s dat jullie het al hebben….. Oeps. Anyway, veel plezier komende weken 😀

Geef een antwoord