Bye Bye USA

Onze laatste week in de Verenigde Staten. Voor ons gevoel zijn we al zo lang in dit land geweest dat het echt wel voelt als toewerken naar een nieuwe fase in onze reis. Een veel grotere verandering dan de overgang van Canada naar Amerika, al is het maar vanwege het feit dat we ons straks niet overal meer zo makkelijk verstaanbaar kunnen maken als in Nederland. In ons hoofd zijn we er al wel klaar voor, maar we zullen voor flink wat dingen daar weer opnieuw moeten leren hoe het werkt. Dat is echter een zorg voor komende week, eerst nog de afsluiter! Het is voor de verandering weer een wat kortere blog, maar ik kon het toch niet echt laten om aan het einde wat dingen van me af te schrijven. Excuses daarvoor. Voel je niet schuldig als je niet tot het einde door blijft lezen ;-).

Superberry

Met een eindeloos lange ruitenwisser zwaai nemen we afscheid van Rona en Frank. Het voelt behoorlijk raar omdat voor ons allebei de reis gewoon verder gaat, maar nu weer echt ieder op zijn eigen manier. Het was heerlijk om afgelopen weken even niet alleen maar met zijn tweeën te zijn, en we hebben natuurlijk ook erg genoten van alle luxe van de camper. Dat is zeker met het koude weer wel een behoorlijk verschil met onze eigen set-up.

Vanaf nu zijn we echter weer volledig aangewezen op Berry, dus willen we voordat we Mexico in rijden nog even zorgen dat hij helemaal tip top in orde is. De Kia Borrego is alleen in Canada en de VS verkocht, dus dat betekent dat het vervangen van sommige modelspecifieke onderdelen waarschijnlijk een stuk langer kan duren als we verder naar het zuiden zijn. De opdracht aan de Kia dealer in Henderson is dus duidelijk: zeg maar wat we waarschijnlijk nog moeten vervangen in de komende 30.000 km en dan doen we dat nu of nemen we de benodigde onderdelen ervoor mee. Na urenlang gewacht te hebben in de lounge komt het hoge woord: Berry mankeert helemaal niets! We hadden gerekend op zeker 500 dollar aan directe kosten, los van de extra onderdelen, maar het eindresultaat is 48,60… Woot! Met twee verschillende luchtfilters en een aandrijfriem mee voor onderweg komt het resultaat uit op net iets meer dan 100 dollar. Dat scheelt toch behoorlijk!

Als ik dat wil afrekenen komt er nog even een bizar momentje voorbij: de vrouw bij de kassa zegt dat ze de pincode van mijn bankpas niet kan ‘bypassen’ en dat ik dus mijn pincode op een briefje moet schrijven zodat zij die kan invoeren. Dafuq!? “Kan ik die niet zelf even invoeren?” “Nee ik kan je niet hier achter de kassa laten komen”. Ik ben enigszins verbouwereerd door haar gedachtegang. Even los van het feit dat je een pincode misschien überhaupt niet moet bypassen en de mogelijkheid om die in te vullen aan de voorkant van je kassa moet maken, dat je het vragen van iemands pincode prefereert boven iemand achter de kassa laten komen vind ik vrij onbegrijpelijk. Maar het zal wel zo zijn dat het bedrijf over het achter de kassa komen een regel heeft, en over het vragen van pincodes niet. Altijd de regeltjes volgen hier hè, hoe bizar die ook mogen zijn. Gelukkig (of niet?) kan ze de pincode van mijn credit card wel bypassen en kan ik me verder inhouden over de hele situatie.

Om onze financiële meevaller te vieren besluiten we meteen maar nog een nachtje in ons laatste hotel in Las Vegas te boeken en onze terugval in comfort nog iets langer uit te stellen. Dat geeft ons ook nog even de tijd om de blog van onze gastschrijvers Rona en Frank online te zetten. Bedankt voor jullie bijdrage! We hebben zelf ook erg genoten van jullie observaties over ons.

Geologie in Joshua Tree en de zin van het leven

De volgende dag ontkomen we er echt niet meer aan. We halen nog het maximale uit onze uitchecktijd en zetten dan koers richting het zuidwesten. Via het Mojave National Preserve, dat we eerder al hebben bezocht, rijden we naar Joshua Tree National Park. Het voelt raar om dingen voor de tweede keer te zien op onze reis. Dat komt immers bijna nooit voor. Het maakt dingen wel gemakkelijker, want in Las Vegas wisten we al waar de chille laundry zat en welke biertjes in de brouwerij van ons hotel het lekkerst waren (uitgebreid getest met Kaj) en in Mojave weten we al waar het beste lunchplekje is. Aan het eind van de middag komen we aan bij onze slaapplek net buiten Joshua Tree. Onze eerste nacht in het tentje is meteen een hele zware. Ondanks dat er +4 voorspeld is, is de gevoelstemperatuur zeker onder nul. Daarnaast is onze serieuze koud weer outfit nog niet droog van de was, dus is het een beetje behelpen met de kleren die wel in de droger konden. Voor ons gevoel is het de koudste nacht tot nu toe en we zijn maar wat blij als ‘s ochtends de zon weer op komt zodat we weer wat kunnen opwarmen.

Joshua Tree bevat eigenlijk allemaal dingen die we in Mojave al gezien hebben, maar dan gecombineerd en op een stuk kleiner oppervlak. De vrolijke Joshua Trees staan samen met een hele hoop cactussoorten tussen heuvels van opgestapelde grote keien. Het ziet er allemaal best leuk uit, zeker als je af en toe wat klimmers op de enorme keien omhoog ziet klimmen of bovenop ziet zitten. Dit is namelijk een van de populairste klimgebieden van Amerika. Het is wel een behoorlijk verschil met het andere populaire klimgebied waar we zijn geweest: Yosemite. Daar waren de muren honderden meters hoog. Hier is dat slechts 10 of 20 meter, maar de mogelijkheden zijn wel echt eindeloos. Door het hele park heen kom je klimmers tegen.

Misschien dat het slaapgebrek meespeelt maar we hebben behoorlijk wat moeite om ons oude ritme weer op te pakken. Joshua Tree is prachtig, maar we kunnen er nog niet echt van genieten zoals normaal. Omdat Steef ook behoorlijk last heeft van haar rug besluiten we niet te gaan lopen maar in plaats daarvan met Berry een 4×4 weggetje af te leggen waarlangs een ‘geology tour’ is uitgezet. De weg is eigenlijk prima begaanbaar en onderweg krijgen we op een aantal punten uitleg over hoe het landschap zo gevormd is. Alles in Joshua Tree blijkt vroeger diep onder de grond te hebben gelegen en is door erosie aan het oppervlak gekomen. Door vulkanisme zijn verschillende lagen gesteenten ontstaan. De ene steensoort is beter bestand tegen erosie dan de ander, waardoor het topje van een berg er soms compleet anders uitziet dan de rest. Sommige lagen hebben bijna perfecte verticale breuklijnen omdat bij het afkoelen van magma de steenlaag gekrompen is. Soms is er juist weer wat in een breuklijn geperst waardoor er soort ‘dijk’ van een andere steensoort in een laag ontstaat. Als je er een klein beetje over gelezen hebt kun je niet anders dan overal om je heen dingen te herkennen in het landschap. Dat was in ieder geval best geinig!

Tegen het eind van de middag rijden we via een leuke ‘tuin’ vol met cactussen de rest van het park door naar het zuiden om net erbuiten op het BLM gebied ons kamp op te zetten, nog even te genieten van een wijntje in de ondergaande zon en ons leven weer wat te evalueren. Het is er superdruk met andere kampeerders. Na de afgelopen weken met Rona en Frank door te hebben gebracht merken we dat we echt toe zijn aan wat meer leven en gezelligheid. Amerika is prachtig, maar je bent bijna overal alleen. Zelfs hier waar het superdruk is zit er 50 tot 100 meter tussen de verschillende kampen, zodat iedereen zijn privacy heeft. Alleen zijn in de natuur is leuk voor een maandje vakantie, maar als het je leven is geworden krijg je er wel genoeg van. Bijna alle andere reizigers die we volgen op Instagram zijn inmiddels al in Baja California en we zien regelmatig foto’s voorbij komen van zon, zee en gezelligheid. Dat willen wij inmiddels ook wel!

De kou en de lange nachten beginnen inmiddels ook wel hun tol te nemen. Afgelopen maand was het over het algemeen niet lekker meer om na het donker lang buiten te zitten, dus aten we al voor 6 uur en gingen kort daarna de tent in. Met twee of drie afleveringen Netflix vermaken we ons dan nog even, maar als ik de wekker zet voor de volgende ochtend stond er niet zelden: “de wekker gaat over 10 uur en XX minuten. Zo lang lukt het mij bijna nooit om te slapen. Met de camper hadden we afgelopen 2 weken wel weer de mogelijkheid voor wat gezelligere avonden en nu we daar weer aan gewend waren is het moeilijk weer terug te schakelen.

Ons slaapplekje ligt gelukkig wel weer een stuk lager, dus de temperatuur is een stuk aangenamer. Midden in de nacht liggen we echter toch weer wakker. Deze keer door het geklapper van onze raincover. Er was bijna geen wind voorspeld, maar wat er is tolt van de berg af en wordt daardoor enorm versterkt. Het duurt even totdat we accepteren dat we er toch echt uit moeten om er iets aan te doen. We dubben even of we de auto in moeten of dat de raincover eraf halen voldoende is maar kiezen uiteindelijk voor het laatste. De wind neemt de rest van de nacht gelukkig niet verder toe en de rest van onze 10 uur durende nacht kunnen we nog wel een beetje bijslapen.

Berry’s woestijn

De volgende ochtend hebben we er al weer wat meer zin in. Onze laatste bestemming is een plek waar Berry zich thuis moet voelen: de Borrego woestijn in Anza-Borrego State Park. Op weg daar naar toe bekijken we nog even het dorpje Mecca omdat iemand op iOverlander heeft geschreven dat het zo’n leuk Mexicaans dorpje zou moeten zijn. Nou, als Mexico echt zo is als dit, kill us now. Voor de zoveelste keer blijkt dat Amerikanen erg weinig verstand hebben van wat een leuk gezellig dorpje is.

Anza-Borrego is een stuk groter succes. Meteen aan het begin slaan we een 4×4 weg in op een droge rivierbedding die ons uiteindelijk brengt bij een prachtig uitzicht over de Borrego Badlands. Een mooie plek voor een 50c taartje van de Walmart. Daarna gaan we door naar het visitor center in Borrego Springs. Daar leren we wat een ‘borrego’ eigenlijk is: een sheephorn! Zijn we daar zo lang naar op zoek geweest, blijkt dat we die dus al die tijd al hadden. Het dorp zelf lijkt vrijwel alleen maar bewoond door bejaarden. En groot gelijk hebben ze, want het is eind december, 21 graden en strak blauw. Wij passen ons aan en doen het ook maar lekker rustig door 2 uur lang te lunchen in de zon in het parkje op de centrale rotonde en gelijk wat verzekeringsdingen voor Mexico te regelen. Daarna doen we nog een korte tour langs wat kunst rond het dorp en rijden we door naar een slaapplekje in de prachtige Hawk canyon.

Als de zon onder is blijft de temperatuur aangenaam, dus bereiden we ons voor op eindelijk weer een avondje buiten zitten. Moeder natuur blijkt echter nog niet klaar met onze nachten verstoren. Als het echt donker is komen er om ons heen opeens overal spinnen onder het zand vandaan. Ze zijn niet zo groot, maar proberen wel langs je benen omhoog te klimmen als je even niet oplet. Erg ontspannen zit je dus niet. Tot zo ver dus onze chillavond. We pakken alles maar weer in en verplaatsen weer naar boven. Onze tijd komt nog wel.

‘s Ochtends krijgen we nog een onaangename verassing te verwerken. Door een inkoopfoutje hebben we net een paar dagen wat extra broden buiten onze muisproof opslag bewaard. En uiteraard is er een muis (of rat?) geweest die dat geroken heeft. Onze muizenvallen zijn dicht en aangeknaagd, zonder muis maar met haar. De paar overgebleven sneetjes brood liggen in vele kruimels verspreid over het platform. Tuurlijk, dat kan er ook nog wel bij. Het voelt een beetje alsof we alle plagen van de afgelopen maanden allemaal nog een laatste keertje te verwerken krijgen. Maar ok, opruimen maar weer en vanaf nu weer in hoogste muis-paraatheid.

We hebben nog een dag te vullen voordat we door kunnen naar San Diego. Om onze worstelingen met moeder natuur te compenseren besluiten we er maar een chilldagje van te maken. ‘s Ochtends lopen we nog even een leuke slot canyon vlak bij ons slaapplekje en daarna rijden we door naar de hotsprings om daar de hele middag in de zon te liggen. Heerlijk! Onze laatste nacht in de tent in de VS verloopt wonder boven wonder zonder problemen! Het is er zelfs eentje in de stijl van onze hele tijd in de VS: we staan op een prachtig plekje in de natuur, het is koud maar ok, en ‘s nachts joelen de coyotes overal om ons heen.

Not so sunny San Diego

De laatste twee nachten hebben we een goedkoop hotel geboekt in San Diego. We willen deze stad toch ook wel even bekijken en gelijk van de gelegenheid gebruik maken om een hoop dingen voor te bereiden voordat we de grote onbekendheid van Mexico induiken. Als eerste gaan we maar naar het strand. Dat is immers waar San Diego om bekend staat. Zelfs eind december is het gezellig druk. Overal zie je fitte mensen een of andere sportieve activitiet doen. Dat kan zijn fietsen of skaten of hardlopen of skateboarden of surfen of skateboarden met een surfplank. Het is niet echt warm, maar met een extra shirt is het toch wel lekker flaneren over de Oceanfront Walk. De locals denken daar echter anders over. Die doen echt nog alsof het hoogzomer is en lopen rond in korte broek en t-shirt, of ook vaak zonder shirt. Het lijkt eigenlijk alsof de enige mensen die zich normaal op de temperatuur kleden de toeristen zijn. Misschien hebben ze hier überhaupt geen lange kleding? Een man op de fiets heet ons welkom in zijn stad en verontschuldigt zich voor het weer. “We komen net uit Utah en Arizona” zeggen we maar, “dus voor ons is dit al heerlijk”.

Het weer wordt er de laatste dag niet beter op. Bijna de hele dag regent het, dus we kiezen er maar voor om lekker te genieten van ons hotel en wat laatste dingetjes te regelen met de auto. Na een korte zoektocht vindt Steef de chiropractor van haar dromen. Terwijl ik kort wordt gemarteld in de massagestoel van de ‘ontspanningsruimte’ heeft hij binnen 10 minuten precies voor elkaar wat ze wil en lijkt er eindelijk weer een eind te komen aan haar rugpijn. Dan zijn we er nu toch echt klaar voor! ¡México, ya vamos!

America the beautiful and imperfect

Zo aan het einde van onze tijd in Amerika kan ik toch niet anders dan nog even wat gedachtes op papier te zetten. We hebben het hier onwijs naar ons zin gehad, maar het was lang niet altijd even leuk, en we hebben ons ook af en toe behoorlijk gefrustreerd.

De natuur hier is fantastisch. Echt fenomenaal. Zoveel natuurschoon en diversiteit is er in Europa simpelweg niet te vinden. Ze zijn hier ook heel goed in die schoonheid toegankelijk te maken, zonder je de mogelijkheid te ontnemen om er in te kunnen verdwijnen. De meeste parken hebben goede asfaltwegen naar de belangrijkste attracties. Die zijn ook vaak geschikt gemaakt voor mensen die minder mobiel zijn. Bijna alle campings hebben speciale plekken voor mensen met een handicap, met bijvoorbeeld verharde paadjes naar de dichtstbijzijnde wc. De wc’s zelf zijn over het algemeen ook fantastisch. Bijna overal zijn ze aanwezig, meestal redelijk schoon en met wc papier, en in de parken ook met handreinigingslotion. Ze zijn ook zonder uitzondering altijd gratis. Tegelijkertijd lopen er in de parken ook vaak nog veel meer kilometers onverharde wegen die over het algemeen alleen met 4×4 begaanbaar zijn, waarmee je je echt kan afzonderen van de bewoonde wereld. Als je weet wat je doet mag je dan ook vaak gratis kamperen.

Het ‘public lands’ systeem met BLM land en National Forests is wat mij betreft briljant. De natuur wordt er beschermd tegen de ontwikkeling van de mens, maar iedereen kan er ook gratis van genieten. Er wordt niet overal even goed omgegaan met het public land, en sommige stukken dichtbij grote steden hebben grote problemen met afval, maar buiten de grote steden is het allemaal prachtig, vaak nog mooier dan in de parken. Wel zie je verschijnselen van een groot probleem in de VS: een gebrekkig sociaal stelsel. Sommige mensen wonen echt op het BLM land in een oude aftandse RV of caravan. Die moeten ze officieel eens in de 14 dagen verplaatsen, maar ik betwijfel zeer dat iedereen dat doet. Het is een mogelijkheid om onder woonlasten uit te komen die we in Nederland niet kennen.

De problemen zijn nog veel duidelijker in de grote steden. Die worden echt overspoeld door zwervers en daklozen. Wij hebben niets echt vervelends meegemaakt. De meesten zitten of liggen gewoon ergens. Sommigen praten in het wilde weg tegen iedereen en zichzelf. Een paar schreeuwen af en toe iets uit of schelden in de rondte. Waarschijnlijk zijn Amerikanen hier wat meer aan gewend, maar voor ons is het daardoor vaak echt niet zo fijn om rond te lopen.

De rijken daarentegen, die worden hier echt verheerlijkt. Vanuit Nederland lijkt het onbegrijpelijk dat ze het hier voor elkaar hebben gekregen om de superrijken het laagste belastingpercentage te geven van allemaal, maar als je hier in een stad rondloopt begin je dat wat meer te begrijpen. Er is geen enkel groot gemeenschappelijk project wat gerealiseerd wordt zonder geld van donateurs. Overal, maar dan ook echt overal staan namen van de rijken en bedrijven op. Van de bankjes in het park tot de fonteinen, de verschillende zalen in de musea of de lobby van de concerthal. Zo ontstaat het idee dat de rijken een heel belangrijke sociaal maatschappelijke functie vervullen. En dan lijkt het al wat logischer dat je denkt dat minder belasting leidt tot een betere maatschappij. Je zou zeggen dat er ook gewoon meer kan gebeuren vanuit gemeenschapsgeld, maar Amerikanen lijken een veel groter wantrouwen te hebben tegen de overheid dan tegen de rijken en bedrijven.

Los van alle daklozen is het lopen in de steden eigenlijk sowieso vaak niet zo fijn. Er is bar weinig nagedacht over wandelverkeer. Vaak eindigt de stoep opeens, moet je onverwacht super ver omlopen, of is er überhaupt niet een stoep en loop je op de weg. Autoverkeer is de norm, ook als je naar een winkel gaat die 100 meter verderop ligt. Bijna elke winkel heeft ook een drive thru. Van de Starbucks tot de apotheek en zelfs de bank. Soms zie je daar ook echt bizarre situaties. In Las Vegas bijvoorbeeld stonden er wel 15 autos in de rij voor de drive thru van een Starbucks, maar was er binnen helemaal niemand. Als die mensen gewoon even geparkeerd hadden, binnen besteld hadden, en dan weer weg waren gereden dan waren ze echt heel veel sneller weggeweest.

Het verkeer is voor mij ook een groot punt van frustratie geweest. Kruisingen zijn soms erg onlogisch. Dan denk je dat je goed zit voor een afrit en blijkt er opeens ergens achter een bosje nog een heel klein extra afritje van de afrit te zitten. Terugkomen waar je moet zijn betekent dan dat je weer 5 minuten om moet rijden. Er zijn ook nog eens heel veel kruisingen, echt voor je gevoel meer dan je gewend bent. Het grid systeem van Amerikaanse steden is misschien handig voor het vinden van de weg, maar het zorgt er ook voor dat echt alle wegen elkaar op de hoek van elk blok kruisen. Soms kun je een stuk met een freeway over alles heen, maar een soort hoofdweg daaronder bestaat eigenlijk niet.

Borden staan ook vaak achter bosjes of veel te laat. Met name de borden die aangeven welke baan bij een kruising waar naar toe gaat zijn idioot. Die staan bij de kruising in plaats van ver daarvoor. Waar er een baan bijkomt is ook nog eens intens onvoorspelbaar. Dat kan links of rechts zijn, maar soms ook gewoon net na een vluchtheuvel in het midden. Als je dan eenmaal door hebt waar je moet staan is het in de drukte soms te laat om er iets aan te doen.

En dan heb ik het nog niet over de allergrootste frustratie: de stopborden. Met name op het platteland heb je vaak kruisingen waar je bijna een kilometer in alle richtingen kan zien, maar staat er wel een stopbord. Amerikanen stoppen dan vaak ook echt. Volgens mij kun je hier al een flinke bijdrage aan het klimaatprobleem leveren door al die domme dingen weg te halen. Maar het ergste is nog: hoe je moet weten of je op een kruising WEL voorrang hebt. Dat moet je namelijk halen uit het feit dat er op alle andere wegen naar de kruising een stopbord staat. Die borden staan bijna altijd haaks op jouw richting, dus dat zie je soms best laat. Er is dus geen bord in je eigen richting wat dat aangeeft. Er zijn hier dus ook kruisingen in woonwijken waar helemaal geen borden staan. In dat geval is het dus een normale kruising zoals in Nederland en heb je niet per se voorrang. Die situaties zijn best lastig te onderscheiden.

Zo zijn er nog veel meer voorbeelden van dingen waarvan ik vind dat er bar slecht over na is gedacht. Je hebt hier echt tig soorten kranen. Echt je verbaast je over hoeveel mogelijke mechanismes er daar voor zijn. Sommige kranen moet je vasthouden om ze aan te laten. Dat is voor een kraan waar je een jerrycan onder vult heel slim, maar voor een wastafel bij de wc weer heel onhandig. Hoe kan je dan immers je handen eronder houden? Toch vind je ze daar ook. Als iemand even geprobeerd had om die kraan te gebruiken dan was hij of zij er achter gekomen dat dat niet handig is.

Bij Moxio hebben we af en toe wel een beetje met een scheef oog gekeken als er op een conferentie weer een Amerikaanse spreker los ging over UX (gebruikerservaring) beslissingen die wat ons betreft wel heel erg vergezocht waren, maar in Amerika kom je ze op elk gebied tegen. Van de pinmachine bij de Kia dealer en de zelfscankassas in de supermarkt, tot de prijzen van de benzine, het incheckbeleid in een hotel, en het betaalbeleid op een de camping. Er zijn gewoon heel erg veel momenten dat je je afvraagt: ‘But why??’

Ondanks dat mensen hier bezeten zijn met de beste en de grootste te zijn, kom je dat bij veel dingen in het dagelijks leven vrijwel niet tegen. Er wordt hier echt veel te weinig nagedacht over wat je nou daadwerkelijk aan het doen bent, en hoe je dat nou zou kunnen verbeteren. Er wordt gewoon gedaan wat je opgedragen wordt volgens de regels die je meekrijgt. Dat wordt echt wel zo goed en vriendelijk mogelijk gedaan, maar buiten de box denken over wat die regels nou eigenlijk proberen te bereiken is niet een populaire bezigheid.

Voordat we vertrokken uit Nederland hebben meerdere mensen tegen ons gezegd: “jullie vinden onderweg vast een prachtig plekje en dan blijven jullie daar hangen voor de rest van jullie leven”. Nou ik kan een ding zeggen: Amerika is overduidelijk prachtig, maar dit is niet het plekje waar we de rest van ons leven blijven hangen. Ik zou daar denk ik op cultureel vlak te veel moeite mee hebben.

Misschien zit het probleem daarbij in dat ik het veel te veel met Nederland aan het vergelijken ben en is dat niet echt eerlijk. Op het eerste gezicht lijkt het hier heel erg op Europa en ben je geneigd te doen alsof het hetzelfde is, maar dit is een veel diverser en complexer land, waar dingen nou eenmaal wat moeilijker zijn dan bij ons. In veel andere landen ga je er vanuit dat dingen heel anders werken dan in Europa en kan ik me daar niet echt over frustreren, maar hier is dat wat lastiger. Je verwacht op een of andere manier toch wat meer van het rijkste land ter wereld.

Tot zo ver dus mijn tirade, het was fijn om het van me af te schrijven. En weest gerust, ik heb echt ongelooflijk veel dingen weggelaten :-). Misschien dat ik er nog eens een boek over kan schrijven. Als je het tot hier gehaald hebt: gefeliciteerd! ¡Nos vemos en México!

« van 2 »

6 gedachten over “Bye Bye USA

  1. Ik wens jullie hele fijne Kerstdagen en een mooi 2020. en veel plezier in Mexico. ik ga jullie belevenissen wel weer volgen.
    Liefs Carla

Geef een antwoord