Het échte Mexico

Zo Mexico-city, daar zijn we dan! Deze metropool met 22 miljoen inwoners is de grootste van Noord-Amerika. Één op de zes Mexicanen woont in deze stad. Het laatste uur de stad inrijden heb ik volgens mij niet geademd, maar dankzij Merijn’s rijskills hebben we het levend Mario kart-spel zonder schrammetje uitgespeeld. Komende drie nachten zitten we een heerlijk hotel midden het in het centrum (met de beste douche sinds Kodachrome Basin, USA en supersnelle wifi!). Vanaf hier hebben we mooi de gelegenheid om de beroemde dakterrassen van Mexico-city te ontdekken, het hoog aangeschreven Antropologie museum te bezoeken én terug te blikken op onze avonturen afgelopen drie weken op het vaste land van Mexico.

Een warm welkom…mwah!

“Het vaste land is geen Baja hoor, dat is het échte Mexico” kregen we veel te horen van Amerikanen en Canadezen die we op Baja ontmoeten. Voor ons voelt het dan ook alsof het kinderspel klaar is en het avontuurlijke gedeelte van de reis gaat beginnen zodra we van de boot afrijden. Vol goede moed verlaten we de havenstad Mazatlán en zetten koers richting Chacala, een mooi strand met een camping aan het water. Op iOverlander zien we op de route die we moeten nemen in totaal tien rode uitroeptekentjes staan. De waarschuwingen variëren tussen ‘locals die tolhuisjes overnemen om eigen zakken te vullen’, ‘militaire checkpoints die dol zijn op je spulletjes’ en ‘lokale politie die eigen zakken probeert te vullen’. Oke als dit het échte Mexico is, dan weten we nog niet zo goed of we er zin in hebben… maar goed we shall see!

Politie en militairen hebben ons de hele route gelukkig niet aangehouden, maar het eerste tolhuisje was inderdaad overgenomen door burgers. Ze vragen in plaats van 130 pesos tol, 50 pesos. Dit lijkt best aantrekkelijk, maar als we het betaald hebben en doorrijden voelt het toch niet goed. Dit geld komt natuurlijk nooit ten goede voor het onderhoud van de weg. Het volgende tolhuisje is wederom overgenomen, we volgen een lokale bus en die rijdt gewoon door over de pion. Merijn doet dit braaf na en zo vervolgen we onze weg naar het laatste overgenomen tolpoortje. Hier staan een hele hoop burgers, maar voornamelijk staat er een mega pion voor de auto. Deze keer wordt eroverheen rijden lastig, dus Merijn besluit te vragen waarom we eigenlijk moeten betalen. Met een discussie met het argument “om je er door te laten” neemt Merijn geen genoegen. Een oudere man neemt het gesprek over en legt uit dat de weg over hun landgoed is gebouwd en de overheid ze daar niet voor gecompenseerd heeft. Stiekem weten we dat dit verhaal wordt misbruikt en dat deze burgers waarschijnlijk ook nog onder druk staan om het geld af te staan aan een kartel. Maar goed ondertussen staan er een hoop mensen om de auto, zwaait er iemand met een stok en begint de sfeer grimmig te worden. We krijgen het voor elkaar om een deal te sluiten, betalen de helft en uiteindelijk haalt gelukkig iemand de pion weg. Onze conclusie; de aanpak om te discussiëren is niet prettig, volgende keer (gelukkig niet meer gehad!) proberen we het vriendelijker. 

Redelijk gesloopt van onze eerste toch echt wel stressvolle dag rijden komen we aan in Chacala, gelukkig zijn ze daar erg vriendelijk en het is een prachtig plekje aan het strand! We zakken uitgeteld neer op een terras op het strand, pfoee we moeten toch echt nog even wennen aan dat échte Mexico. Een heel warm welkom konden we vandaag niet noemen. Gelukkig wordt onze dag op dat moment helemaal goed gemaakt door een telefoontje van mijn ouders: ze komen ons opzoeken in Costa Rica!! J Volgens mij ben ik nog steeds niet gestopt met glimlachen, wat een leuk nieuws!

Berry’s helden

De tijdelijke schokdemper van Berry voelt alles behalve goed. We rijden dan ook met onze fingers crossed dat we Puerta Vallarta halen. Hier vliegt namelijk één van onze Mexicaanse vrienden (Gaby) naartoe, met jawel: nieuwe schokbrekers uit San Diego! Wonder boven wonder ging Gaby precies op vakantie naar Puerta Vallarta, terwijl wij daar in de buurt zijn. Dit scheelde een hoop verzendkosten én voornamelijk een hoop vertraging op onze reis.

Onderweg naar Puera Vallarta komen we langs een krokodillenopvang. In de regio leven veel krokodillen en een Mexicaan heeft een opvang gebouwd voor gewonden krokodillen. Het weggetje vanaf de hoofdweg naar de opvang is erg ruig en aangezien we bij elk mini hobbeltje al de schokbreker horen klappen, is dit niet het beste idee van de dag. Gelukkig is het maar 200 meter en met stapvoets rijden halen we de opvang. Een aardige Mexicaan stelt ons voor aan zijn 7 krokodillen, waaronder Shrek, Fiona en Burro. Ze zijn alle zeven mishandeld door mensen; oog uitgestoken, poot afgesneden, machete door mond gehaald, etc. De krokodillen zullen in het wild niet meer overleven, maar hij zorgt er graag voor en haalt wat geld op van toeristen om ze eten te geven. Sneu om te zien wat mensen de beesten voor de ‘lol’ aandoen, maar daarentegen doet deze jongen weer goed werk.

Berry haalt met zijn lamme achterpootje de luchthaven en vrolijk wachten we Gaby met de schokdempers op bij arrivals. Het is al laat in de middag, maar na dit leuke weerzien besluiten we direct langs de Kia dealer te rijden om een afspraak in te plannen. Eigenlijk zitten ze vol, maar we worden er de volgende ochtend tussen gepropt. Yes! J

Om 8:30 hangt Berry al op de burg, maar al snel wordt duidelijk dat er bij het plaatsen van de tijdelijke schokdemper een aantal kleine onderdelen zijn achtergebleven in de garage. Deze blijken zeer specifiek te zijn voor onze Kia. We balen ervan, want we hadden bij de Kia dealer op Baja juist laten controleren wat we precies moesten bestellen uit USA. Het team in Puerto Vallarta geeft niet zomaar op en start een uitgebreide zoektocht naar de onderdelen in hun voorraad. Zes uur later rijdt Berry tijdens een proefrit beter dan ooit tevoren! Het was ze gelukt de onderdelen te vervangen voor vergelijkbare en ze hebben er zelfs één op maat gemaakt. De dealer zou eigenlijk al om 14 uur sluiten wegens een feestdag, maar voordat Berry helemaal ready to go is heeft nog niemand de garage verlaten. Wat een helden! We betalen welgeteld 100 euro en rijden blij weg.

Stedentrip

We flaneren in twee gezellige kustdorpjes met mooie stranden (Sayulita en Lo de Marco) en laten daarna voorlopig we de kust voor wat het is en rijden landinwaarts om een aantal koloniale dorpjes te bezichtigen. De eerste is Tequila. Drie keer raden wat daar in grote hoeveelheid gedestilleerd wordt? Langs de weg richting het dorp zien we overal al velden met blauwe Agave planten, zelfs in de berm! Tijdens een rondleiding bij een distilleerderij leren we dat ze de bladen van de planten uitpersen, meerdere keren verwarmen en destilleren. Maar hoe het precies werkt, weten we eigenlijk niet want de tour was volledig in zeer snel Spaans. Wel is het blijkbaar erg gevaarlijk want we moesten een helm op en een veiligheidshesje aan. Het onderdeel ‘proeven’ van de tour begrepen we wel en ging ons een stuk beter af!

Na het gezellige, kleine stadje Tequila staat Guadalajara (ja, spreek dat maar eens uit!) op de planning. Dit is na Mexico-city de grootste stad van het land. De studentenstad zou bekend moeten staan om de gezellige pleintjes met muzikanten, een mooi historisch centrum en artistieke buitenwijken. Maar wat wij zien de eerste twee dagen is regen, regen en nog meer regen. Non-stop stromende giet. Ons hotel is gelukkig erg aangenaam, dus na een kort rondje door het centrum relaxen we daar voornamelijk met Netflix. En dat is stiekem ook wel eens lekker! De laatste dag in de stad komt de zon weer tevoorschijn en krijgen we toch nog een goed beeld van de stad. Het lijkt ons een hele leuke stad om in te studeren, mits het niet regent!

Last but not least is het kleurrijke stadje Guanajuato. Onderweg naar de camping rijden we ons bijna klem in de kleine steile straatjes die kris kras door de stad lopen. Soms vraag ik me af hoe mensen met een busje of camper deze trip doen, want ook al zijn wij een gewone auto we moeten ook wel opletten in de smalle straatjes met de laaghangende stroomkabels. De camping is iemands achtertuin met uitzicht over de gekleurde huisjes. In 20 minuten loop je vanaf daar het centrum in, het is een ideaal plekje. Op de constante blaffende honden na dan… Mexico stikt van de honden, bijna iedereen heeft een hond en daarnaast zijn er nog een boel wilde honden. Niet voor niets is het onder overlanders meer regel dan uitzondering dat ze vanaf Mexico met een zwerfhondje doorreizen. Ons niet gezien en langzaamaan wennen we aan de niet stille nachten. Guanajuato is heerlijk om doorheen te slenteren van mooi pleintje naar pleintje. We relaxen een uurtje bij het uitzichtspunt, daarna op pleintje 1, 2 en 3. Onze Italiaanse vrienden blijken ook in het dorpje te zijn en willen graag afspreken. Als wij het centrum inlopen om ze te ontmoeten, trekken ze (wederom) hun eigen plan en vertrekken voor we ze zien naar het volgende stadje. We zijn er klaar mee, bij deze noemen we ze de Italianen i.p.v. de Italiaanse vrienden.

Nature please!

Na ruim een week in dorpjes en steden doorgebracht te hebben, zijn we maar wat enthousiast om na Guanajuato naar het berggebied Sierra Gorda te gaan. Helaas dacht onze hoes van de tent hier anders over. De rits van de hoes die over de tent zit als we rijden begeeft het compleet. We balen flink, want een nieuwe stevige rits erin laten zetten kan nog wel eens een zoektocht worden. Redelijk chagrijnig, omdat we eindelijk van Berry’s schokbreker probleem af zijn en zin hadden in de bergen, zoeken we een ‘Tapicería’ (stoffeerder). Het kleine stadje Guanajuato biedt enkel één optie en de rits die ze er daar in kunnen zetten is veels te slap. Hopelijk hebben we in de grote stad Querétaro een uur verderop meer geluk. We binden een touw en twee spanbanden om de hoes en kunnen normaal rijden. Hoewel, normaal rijden…het verkeer in Querétaro blijkt hels te zijn. We rijden uren van Tapicería naar Tapicería, maar we vinden of een dichte winkel, of een schutting met 3 kippen erachter, of een te slappe rits.

Eind van de middag zijn we beide echt helemaal klaar en geven we het op. Merijn is gesloopt van de hele dag rijden in de file en ik van het navigeren door de straatjes. Zonder resultaat rijden we naar de eerste de beste camping aan de rand van de stad. Om deze dag nog compleet te maken is die gesloten wegens een verbouwing en de eerstvolgende camping ligt op een uur rijden. Er zit niets anders op… En om onze dag nog verder te verzieken is die camping hartstikke duur. Wel ligt die op een mooie plek aan het begin van het berggebied met uitzicht op een groot rotsblok. Met een koud biertje in de hangmat benoemen we deze dag tot onze slechtste van de hele reis.

De volgende ochtend vinden we via een Facebook-groep met Pan American Travelers iemand in Oaxaca die de tent cover kan repareren. Het duurt nog 2 a 3 weken voordat we daar zijn, maar het lijkt ons helemaal prima om voorlopig met het touw en de spanbanden te rijden. Het idee dat er een oplossing lijkt te zijn, bevalt ons goed en eindelijk kunnen we starten aan onze route door het natuurgebied!

Met Mexicanen op pad

Aangezien we toch naast een groot rotsblok hebben geslapen, lijkt het ons een leuk idee om die ’s ochtends op te klimmen. Samen met een hoop Mexicanen hiken we de ‘Peña de Bernal’ op. Het is weekend en veel Mexicanen trekken er dan met het hele gezin op uit. Gekleed in hun mooiste Instagram-winterkleding halen we ze in onze hike-outfit in. Wij vinden het bloedheet, maar de Mexicanen dragen in de koudste periode van het jaar maar al te graag hun laarzen en winterjas. Om helemaal naar de top te komen moet je klimtouw hebben, maar we genieten vlak onder de top van het uitzicht over de vallei en vooral van de fotoshoots voor Instagram die om ons heen gehouden worden.

In de middag bezoeken we onze eerste waterval in de regio. Op iOverlander hadden we gelezen dat je er ook kon kamperen, maar dit blijkt lastig te worden zodra we zien dat je vanaf de parkeerplaats met je tentje het bos in kunt lopen naar de kampeerplek aan de waterval. De eigenaar van de parkeerplaats stuurt zijn nichtje van 12 op ons af, zodra die ziet dat we buitenlanders zijn. ‘Zij spreekt Engels!’ Nou daar had hij wel een punt, want er kwam verbazingwekkend goed Engels uit het kleine meisje! Ze regelt dat we op de parkeerplaats mogen kamperen en vervolgens wijst ze ons met haar twee nichtjes van 12 en 8 de weg naar de waterval.

De oudere meisjes zitten op een Engelse school en ratelen vrolijk tegen ons aan. Ze zijn een weekendje op bezoek bij hun oom en ze komen hier duidelijk vaker. Ze kennen het gebied op hun duimpje. Via een verborgen pad laten ze ons nog extra watervallen zien, ze begeleiden ons over een houten plank de rivier over en klauteren over de rotsen zo dicht mogelijk naar de waterval. Het kleinste meisje verstaat weinig van het Engels, maar in het Spaans vertelt ze ons dat ze naar Las Floras de Besitos (kusjesbloemen) wil gaan. Even verderop plukt ze gele bloemetjes en klapt de bolletjes als kusjes kapot tegen onze wang. Hahaha, wat een schatje! Terug op de parkeerplaats geven we de meisjes een rondleiding in onze tent en keuken. Ze zijn duidelijk onder de indruk en geïnspireerd om ook te reizen!

Watervallen hunt

De Puente de Dios-watervallen is de volgende stop in het Sierra Gorda gebied. Zodra we vlakbij de parkeerplaats zijn, worden we overspoeld met bordjes en kindjes die je de weg wijzen naar hun parkeerplaats. Iedereen wil geld aan je verdienen. We negeren alles en iedereen en rijden door naar de hoofdentree. Hier krijgen we te horen dat de toegangsprijs voor 1 tot 5 personen hetzelfde is. Met z’n tweeën betaal je hierdoor de hoofdprijs. Merijn onderhandelt een tijdje, maar ze geven geen krimp. Ze geven aan dat ze werken in een coöperatie en het geen privé onderneming is; oftewel ze moeten het hele dorp ervan voeden en geen enkele cent gaat naar onderhoud van het park. We vinden de mensen hier ontzettend onaardig, de kinderen zijn geïndoctrineerd om toeristen af te zetten en het is bovenal te duur. Het helpt ook niet mee dat we in het hele gebied onaardige mensen tegen zijn gekomen. Normaal zegt iedereen altijd vrolijk gedag, maar dit norse bergvolk kijkt je enkel boos aan. We keren om en besluiten het Sierra Gorda gebied achter ons te laten en door te rijden naar het meer ontwikkelde gebied ernaast: Huasteca Potosina.

Hier blijken dingen al duidelijk beter geregeld! Bij de entree van de Puente de Dios-waterval (heet toevallig hetzelfde!) staat een duidelijk prijzenlijstje en voor 60 pesos zijn we binnen. Wel met één (verplicht) zwemvest van 1,50 euro, we zijn te gierig voor twee en om en om zwemmen lijkt ons prima. Ondanks het hoge toeristische gehalte is het waanzinnig mooi! Midden in de groene jungle kun je zwemmen in blauwe pools, onder de watervallen en door de grotten. In het nabije dorpje doen we alsof we de camper van de Italianen niet zien en vinden we een slaapplek op een grasveld van een hotel. Het hotel lijkt enigszins verlaten, of in opbouw? Geen idee, maar we zijn in ieder geval de enige op het terrein samen met een hoop koeien. Een gezellig nachtje kamperen bij de boer!

Er staat nog één waterval op de planning in Huasteca Potosina, volgens de Lonely Planet de meest spectaculaire: de Tamul waterval. Er zijn twee opties op ‘m te bewonderen: optie 1 is met het toeristenbootje voor de hoofdprijs en optie 2 is een ‘very rough road’ voor 45 minuten volgen, half uurtje hiken en tot slot een aantal steile ladders af. Aangezien Berry weer in topconditie is, is de keuze makkelijk: optie 2 natuurlijk! Na een half uur hobbelen over de weg komen we bij een hek, we moeten een stukje over iemands privé grond heen. Voor 20 pesos (1 euro) doet de oude vrouw het hek vrolijk open en hobbelen we door over het laatste stukje. Vlak voor de parking komen we voor het eerst een tegenligger tegen en tot mijn verbazing zie ik een Belgisch nummerbord op de dikke pick-up met twee rooftoptenten erop. Het is een Vlaams stel met twee vrolijke jochies achterin. Ze komen uit Gent en reizen van Canada naar Panama in een jaar. Erg bijzondere ontmoeting en heerlijk om Nederlands te kunnen praten. We zijn op onze hele reis maar één Nederlands stel tegengekomen en geen enkele Belg. Ze geven ons wat tips hoe we het beste naar de waterval kunnen lopen en wijzen ons tot slot nog op een schattig zwerfhondje dat tussen onze auto’s is gaan staan.

(Hondenliefhebbers (aka Marinka): komende twee alinea’s overslaan voor eigen bestwil.)
Vlak voordat we bij de parkeerplaats aankomen horen we ontzettend hard gepiep van een hondje… Shit, het zal toch niet. Maar jawel, het kleine hondje bleek al die tijd naast onze auto mee te rennen zonder dat we het doorhadden en we zijn per ongeluk over zijn pootje gereden. :-‘( We parkeren snel de auto en lopen dan terug naar het beestje, ook al weten we dat we het zwerfhondje eigenlijk niet kunnen helpen. Het hondje lijkt onvindbaar en met een schuldgevoel beginnen we onze hike naar de waterval. We hebben het hele gebied voor ons alleen en het is werkelijk waar prachtig. Kristalhelder water stroomt langzaamaan door de rivier via diverse beekjes over het hoge plateau richting een enorme afgrond. Vlak voordat we de loodrechte ladders naast de waterval afdalen, komen we het hondje tegen. Hij piept gelukkig niet meer, maar huppelt op drie pootjes met ons mee. Zodra we de steile ladders naar beneden afgaan realiseert het hondje dat die niet mee kan en begint heel hard te janken. Echt hartverscheurend is het. Ons schuldgevoel wordt nog verder versterkt. Beneden bij de waterval kunnen we het niet meer horen en zijn we onder de indruk van het spektakel voor onze neus. We zijn nog steeds helemaal alleen en er is ook geen toeristenbootje te bekennen, het is een magisch mooi plekje!

De steile ladders moeten we toch ook echt weer omhoog. Best een uitdaging, want het is bloedverziekend heet en we zweten van top tot teen. Met twee rode hoofdjes springen we boven in de rivier, heerlijk! Op de terugweg komen we nog een paar Mexicanen tegen, het hondje heeft bij hen gezelschap opgezocht…hopelijk gaat het snel beter met zijn pootje…

Vogels & kippen

Na al het vallende water, leek het ons leuk om een ander natuurfenomeen uit de omgeving van dichtbij te zien. Een sinkhole van 550 meter diep. Tijdens zonsopkomst vliegen er duizenden vogels (groene parkieten en zwaluwen) uit de grot, om vervolgens rond zonsondergang weer naar hun slaapplekje terug te keren. Samen met twee andere koppels uit Europa die backpacken door Mexico wachten we op de vogelshow.

We zien al aardig wat groepjes groene parkietachtigen terugkeren, maar de grote groep zwaluwen zijn laat vandaag. Te laat helaas, want er is geen slaapplek in de buurt en in het donker nog 1,5 uur rijden is sterk af te raden in Mexico. De overlanders uitspraak: ‘find your park before the dark’, is niet vanwege geweldsgevaar, maar vanwege de extreme drempels, gaten in de weg, overstekende kippen en honden (tell me about it). We twijfelen nog even of de vogels eraan komen, maar besluiten dan toch te gaan rijden. Het laatste half uur is het donker op de weg, maar gelukkig vinden we in één keer zonder problemen een fijne slaapplek. Deze keer op een ranch bij een heel aardig koppel. We zijn wederom de enige, maar het is een prettige tuin en de man sluit nog even een nieuwe gastank aan zodat we heerlijk warm kunnen douchen.

Met een harde “Kuuuukelukuuuuuuu!” worden we de volgende ochtend wakker gemaakt. Naast honden die blaffen, zijn er ook overal altijd hanen te horen. Als we ontbijten dartelen er 20 kippen en 2 hanen gezellig om ons heen. Eentje krijgt het zelfs voor elkaar om in Berry te springen en onze keuken te bewonderen! Wel beetje teleurstellend dat die geen eitje in onze keuken achterliet. 😉

Onze allerlaatste stop in Huasteca Potosina krijgt 4,7 sterren van de 5 van de bijna 9.000 reviews in Google. Het is een surrealistische kunsttuin. Meerdere surrealistische gebouwen zijn in een jungle achtige tuin geplaatst en hier kun je doorheen lopen. Aangezien een hoop andere overlanders er ook enthousiast over zijn en de reviews goed zijn, hebben we hoge verwachtingen en gaan we een kijkje nemen. Bij het parkeren tuimelen we in de parkeerkosten, twee jongens in officieel ogende kleding geven aan dat het parkeren 35 pesos kost en begeleiden ons met informatie keurig naar de ingang. Bij het kopen van de entreekaartjes vraagt Merijn of het parkeren gratis is en ja hoor dat was het. Stom, stom, stom, ons lesje weer geleerd en ALTIJD een bonnetje vragen. Hoewel het ook wel een duivels dilemma is overigens, want een betaling weigeren en dan je overvolle auto bij die gasten achterlaten is ook weer niet ideaal. Aangeven dat je een tip geeft als je terug bent en alles goed is gegaan lijkt ons de beste optie voor de volgende keer. Los van de parkeerkosten, was de entreeprijs erg hoog, maar goed met de lovende reviews is het blijkbaar echt een highlight.

Na tien minuten zijn we het hele park doorgelopen, kijken we elkaar aan en zeggen tegelijk: “Zo, dat was zonde van ons geld. Waar is de uitgang?” De gebouwen zijn slecht onderhouden, vervallen en veel delen zijn afgesloten. De planten in het park zijn overigens wel heel mooi, maar die kunnen we overal zien! Achja, het kan niet altijd even mooi zijn, maar we snappen niets van de vele andere enthousiaste bezoekers. 

Topes, topes en nog meer topes

Onze Zwitserse vrienden Nico & Salomé liggen al sinds Los Angeles ver op ons voor. Dat is erg jammer, maar stiekem ook wel handig. Want zo krijgen we een hoop tips door. Zo zijn ze naar de Grutas de Tolantongo geweest. Dit is een park waar je kunt kamperen, in meerdere grotten kunt zwemmen en in natuurlijke hot springs tegen de bergwand kunt relaxen. Het lijkt ons wel wat! Om er te komen moeten we 250 kilometer afleggen, lijkt ons prima te doen in een dag en Google Maps overtuigt ons ervan dat het 4,5 uur rijden is.

De weg is prachtig, maar ook werkelijk waar hels. Het is een continue slingerende bergweg met om de 300 meter een totaal niet aangegeven en helemaal zwarte tope. Bij deze moeten we ook een rectificatie uitbrengen ten opzichte van het vorige blog. De topes zijn namelijk wel echt heel erg kut. Sorry, we kunnen het niet anders verwoorden. Het zijn ontzettend hoge drempels, waar je 100% voor moet stoppen en dan op je aller sloomst overheen kan gaan én zelfs dan wordt de vering getest. Het gevaarlijke is dat ze niet staan aangegeven en je dus continue aan het focussen bent waar de volgende is. Als je hem mist sloop je je hele auto en als je er heel hard voor moet remmen, is de kans groot dat de auto achter je erop knalt. De auto’s in Mexico hangen houtje touwtje aan elkaar, dus ik heb weinig vertrouwen in hun remmen. Voordeel is wel dat alle locals precies weten waar de topes zitten. We hebben ook geleerd dat je kan kijken naar de verkoopkraampjes, die staan namelijk naast de topes zodat je tijdens het remmen, uit je raam nog even een halve kip, zakje avocado’s of bananenbrood kan kopen. Het alternatief zijn de hele dure tolwegen (overigens was dat alternatief er niet op deze route) zonder topes. We bekijken nu per route wat handig is, want elke dag topes kunnen we denk ik niet aan, maar elke dag tolwegen niet betalen.

Na 7,5 (!!) uur rijden over 200 kilometer maken we ons zorgen of we de Grutas voor het donker gaan halen. We doen er veel langer over dan verwacht en als onverwachts ook nog blijkt dat de laatste 40 kilometer een onverharde bergpas is, wordt onze zorg nog iets groter. Er zit geen enkele camping in de buurt en we rijden gestaag door. We hebben nog drie kwartier tot het donker wordt voor 40 km onverhard. Het perfecte moment om één van onze banden lek te rijden op een steen! We hebben het eerder verwisseld en weten hoe het moet, dus snel zet Merijn de auto op de krik, terwijl ik zo snel mogelijk de reserveband los draai. We hebben geen tijd te verliezen! Maar tot overmaat van ramp klapt de krik om, valt de auto op de grond en klapt de achterklap keihard op mijn nek en arm. De handrem van Berry is niet zo best en dat gecombineerd met een schuine weg met stenen ging niet goed. De tweede (veel rustigere) poging slaagt gelukkig wel en zowel Berry als ik hebben er geen letsel aan overgehouden.

We staken onze poging de Grutas te bereiken, het lijkt zeer onverstandig om in het donker en zonder reserveband nog 40 km off-road te rijden. Als een godsgeschenk vinden we in het laatste dorpje een hotel met veilige parking, zwembad én met hele goedkope hamburgers en koud bier. Nou dát hadden we wel verdiend na deze helse rijdag. Het is de eerste keer op reis dat we onze bestemming niet gehaald hebben en een verstandig besluit moesten nemen door om te keren.

We zijn intens gelukkig met het hotel en de volgende dag relaxen we eerst heerlijk aan het zwembad voordat we ons weer wagen aan de weg. We kunnen pas om 17u aankomen bij de Grutas (zodat je maar één dag entree hoeft te betalen) en even uitrusten kan geen kwaad. De band laten plakken was overigens zo gepiept. Een zeer behendige Mexicaanse jongen had het in tien minuten geregeld en vroeg er welgeteld 2,50 euro voor, inclusief het opnieuw terug wisselen van de band. Dat is dan weer het voordeel van in de middle of nowhere een lekke band rijden!

’s Middags trotseren we de prachtige bergpas. Het is een waanzinnig mooie route met veel vergezichten. Wel een redelijk spannende weg, want het is smal en de afgronden zijn steil. Terwijl keihard het liedje ‘Ain’t no mountain high enough’ uit de speakers klinkt, kunnen we na twintig kilometer niet verder rijden. Er liggen drie grote hopen grind midden op de weg. Even dachten we dat we álles terug moesten rijden…maar toen kwam er een bulldozer de hoek om en na vijf minuten had die alles platgewalst en konden we door. Hierna moesten we er nog twee vrachtwagens met grind passeren, maar dat paste gelukkig allemaal net. Om stipt 17u zijn we er dan eindelijk, Hello Grutas, you better be worth it!

Angsten overwinnen

Zodra we de camping oprijden zien we twee andere overlanders staan; Phill uit San Fransisco die we eerder in Baja kort hebben gezien en een ander Belgisch koppel uit Gent. Zo kom je nooit Nederlands sprekende mensen tegen en zo twee keer binnen drie dagen! Jammer is wel dat ze de Grutas met z’n drieën al bewonderd hebben en die avond vertrekken. Als we het dus gisteren wel hadden gehaald, hadden we de hele dag met ze gehad. Niets aan te doen! We wisselen contactgegevens uit en na een plons in de warme felblauwe rivier duiken we ons tentje in.

Redelijk beduusd stap ik de volgende ochtend ons tentje uit, het regent en is 12 graden. De dag ervoor was het 30 graden en zonnig. Niets zo veranderlijk als het weer in de bergen, maar dit is wel heel extreem! Aangezien er twee grotten en hot springs op het programma van vandaag staan, maakte het weer niet zoveel uit. De eerste grot is een tunnel in een berg, binnenin komt er warm water uit het plafond en zijn er meerder pools waar je door moet zwemmen. We klauteren 40 meter de tunnel in met een gids. Het is prachtig en heel bijzonder om het warme water zo direct uit de wanden te zien komen. Hierna zwemmen we onder de tunnel een prachtige grot in, ook hier zijn meerdere warme watervallen uit de wanden en het plafond. Het is prachtig blauw water! Merijn ontdekt een pikkedonkere gang aan de zijkant van de grot. Met een touw kan je er nog 40 meter in zwemmen naar een andere kamer. Ik twijfel; zwemmen in een pikkedonkere grot is niet perse mijn favoriet. Maar Merijn weet me met een hoofdlampje te overtuigen en samen zwemmen we met behulp van het touw erin, de terugweg is makkelijk. De stroming duwt je zo weer naar de ingang van de grot! Na een uurtje rondzwemmen en spelen is het tijd om nog even te ontspannen in de hot spring en daarna rijden we weer verder.

Ons eigen bos

Onze Oostenrijkse vrienden (Marlene & Michael) reizen vlak voor ons uit en zijn lyrisch over een vulkaan die ze beklommen hebben vlakbij Mexico stad. Het lijkt ons ook wel wat, maar 5.000 meter hoogte is niet mis. Om te acclimatiseren gaan we na de Grutas een dagje hiken in het Parque Nacional El Chico. Het ligt op onze route en is een prachtig bos op 3.000 meter hoogte.

Als we om 17 uur aankomen in het park, zien we allemaal verlaten campings, is het 8 graden, erg mistig en is er niemand anders te bekennen. Het is een soort scene uit een slechte horrorfilm in het bos. Gelukkig is het visitor centrum open en vinden we ook een open camping. We zijn de enige gasten en hebben de stilste nacht die maar mogelijk is in Mexico. Geen dorpje dichtbij, geen honden en geen hanen! De hike de volgende dag is zwaar vanwege de hoogte, maar het dubbel en dwars waard! We hebben het hele park voor onszelf en het uitzicht bovenop de rotsformaties in het bos is spectaculair, zeker met de lager hangende wolken.

You snooze, you lose

Onze laatste stop voordat we komende dagen verder acclimatiseren in Mexico-city (2.200m) zijn de 2.000 jaar oude Teohuatican Piramides vlak buiten de stad. Het komt zo uit dat we hier op zaterdag zijn. Het is meestal niet gunstig om in het weekend bij een hele populaire toeristenattractie te zijn. We zetten de wekker om 06:45u en hopen de massa voor te zijn.

Het vroege opstaan wordt beloond, met een handjevol mensen staan we bovenop de hoogste piramide. Het uitzicht is spectaculair, om ons heen zie je meerdere piramides en een stuk of 20 rondvliegende luchtballonen. We blijven er een uurtje zitten terwijl we genieten van het uitzicht en de geposeerde foto’s die de andere bezoekers om ons heen nemen. Het is prachtig weer en wij lopen ’s ochtends al in een t-shirtje wanneer een Mexicaanse mevrouw in winterjas aan Merijn vraagt of die het niet veels te koud heeft zo! Hahaha, het is dik 20 graden!

We slenteren lekker verder tussen alle reünies door, terwijl de hoeveelheid mensen verder toeneemt. Er zijn ondertussen bijna net zoveel verkopers met souvenirtjes en hele irritante fluitjes als toeristen. Wanneer we het park verlaten en lunchen met uitzicht op de hoogste piramide, zien we een dikke rij staan. Dat hebben we goed gedaan! We genieten van onze lunch voordat we ons gaan wagen aan het verkeer Mexico-city in. Hoewel, ik geniet iets minder zodra ik een bakje met saus aanzie als een lekker smeerseltje voor op een stukje stokbrood. Ik doe er een dik laagje op en neem een grote hap… FIREEEEE! Dat was geen smeersausje, oeps.

Algemene bevindingen Mexico

We moeten toegeven dat de overgang van Baja naar Mexico Mainland een taaie was. De eerste week verlangde, voornamelijk ik, terug naar het ontspannen Baja. Het vaste land is overal bewoond en wild kamperen zit er dus niet meer in. iOverlander is ondertussen echt onmisbaar geworden om slaapplekken te vinden, want campings zijn hier over het algemeen meer gemaakt voor tentjes zonder auto’s. Het komt dus neer op kamperen in de tuin van een hotel, bij mensen in de achtertuin en op ranches. We hebben al een hoop random slaapplekken gehad en ondanks dat het af en toe best even zoeken is, maakt dat het ook wel weer leuk!

Behind the scenes

We zijn ons ervan bewust dat de blogs de laatste tijd erg lang zijn, maar geen enkele dag loopt in Mexico zoals je zou verwachten en tijd maken om te typen is regelmatig lastig! Hopelijk genieten jullie alsnog van de lange verhalen, hierna kun je vaak weer weken uitrusten tot het volgende blog online staat. Mocht je nou wel dagelijks ons avontuur willen volgen? Volg dan dos_pinguinos_ op Instagram!

Hasta luego!

« van 7 »

3 gedachten over “Het échte Mexico

  1. Ohnooooooo arme puppy!!!!!!
    Verder wel een prachtig reisverslag weer, vol ups en downs en bijzondere avonturen.
    En nu durf je zeker nooit meer spontaan iets te proeven dat je niet kent steef, na je jalapeno sausje 😉 muchos besos chicos, y hasta Facetime.

  2. Hey Stefanie bedankt voor je berichtje. Ik lees het iedere keer met veel plezier en bekijk de foto’s. Geweldig wat een avontuur. Liefs Carla

Laat een antwoord achter aan Stefani Romani Reactie annuleren