Hard, hoog & heet

We zijn inmiddels aangekomen in Chiapas, de meest zuidelijke staat van Mexico. De drukte van centraal Mexico hebben we achter ons gelaten en ingeruild voor meer natuur en minder mensen. Onze tijd in dit land zit er ook alweer bijna op en we hebben de rest van onze tijd al redelijk ingepland. Het reizen door het vaste land is de afgelopen periode ook weer wat makkelijker en meer ontspannen geworden. Met name Oaxaca was erg ontspannen om doorheen te reizen, al waren er wel wat dingen die het minder ontspannen maakte, maar daarover later meer. We beginnen nog in de grootste stad van America; Mexico Stad!

Cultuur en seks in CDMX

Ons hotel in Mexico Stad is bijna perfect. Midden in de leuke wijk Roma, goede douche, goed bed, een werkplek om een blog te kunnen schrijven, redelijk snelle wifi om ‘Wie is de Mol?’ te kunnen kijken en een veilige afgesloten parkeerplek voor Berry. In de loop van de middag komen we echter achter een klein nadeel: blijkbaar kan je dit hotel ook per uur huren. Daarnaast kunnen we niet anders concluderen dat Mexicanen óf beduidend luidruchtiger van seks genieten dan andere mensen, óf het hotel de standaard werkplek is van een hele hoop prostituees. In ieder geval hebben we in de nacht van zaterdag op zondag niet al te best geslapen, maar hebben we ontdekt dat de professionele seksindustrie gelukkig een stuk minder actief is op zondag en maandag.

Verder is ons verblijf in Mexico Stad erg ontspannen. De metro zoeft je binnen no-time door de hele stad voor zo ongeveer 25 eurocent per rit, en je kunt in het historische centrum, het grote park Chapultepec, en de hippe wijken Roma en Condesa lekker flaneren tussen allemaal hippe winkeltjes, barretjes, restaurantjes, en straatartiesten. We hadden onderweg al wel van een hoop mensen gehoord dat Mexico Stad veel leuker is dan je zou verwachten en dat kunnen we alleen maar beamen. Mocht je ooit op vakantie gaan naar Mexico en vliegen via de hoofdstad, dan krijg je zeker geen spijt van een stopover van een paar dagen.

Op aanraden van onder andere Marinka bezoeken we het beroemde Antropologiemuseum. Hier wordt haarfijn de historie van alle verschillende volken in Mexico uitgelegd. Helaas waren we even vergeten dat het hier voor Mexicanen op zondag gratis is. Het is er enorm druk, maar het is ook wel weer leuk om te zien hoe zoveel Mexicanen de historie van hun land ervaren. Het stikt er ook van de kinderen en speciaal voor hen heeft het museum heel veel leuke tentoonstellingen gemaakt.

Teotihuacan (waar we waren voor Mexico Stad) was de eerste grote beschaving, maar daarna zijn er nog vele opvolgers geweest, waaronder natuurlijk de Maya en de Azteken (hier de Mexica genoemd), maar ook bijvoorbeeld de Zapoteken, de Tolteken en de Olmeken. Allemaal hadden ze in meer of mindere mate een fascinatie met astronomie, pyramides, en balsporten. Ook vind ik het zelf fascinerend dat er over de jaren heen enorme steden met wel honderdduizend inwoners zoals Teotihuacan, Tikal, en Chitzen Itza op een gegeven moment weer totaal verlaten zijn. Iets als nationalisme bestond nog niet en over de jaren heen zijn er enorme bevolkingsmigraties geweest naar de op dat moment heersende steden. Voor de Azteken waren de ruïnes van Teotihuacan al net zo historisch interessant als ze dat nu voor ons zijn.

Ietsje te hoog

We verlaten Mexico Stad en rijden naar de bekendste vulkaan van heel Mexico: de Popocatepetl, oftewel El Popo. Door het constante uitbarstingsgevaar mag je die nooit beklimmen, maar de Iztaccihuatl, die er naast ligt en ook ruim meer dan 5000m hoog is, wel. We hebben al superlang niet meer een serieuze hike gedaan dus we hebben er maar al te veel zin in. Afgelopen dagen is net in het nieuws gekomen dat de Popo weer begonnen is met uitbarsten, dus we weten niet zeker of we het park wel in kunnen, maar voor de dienstdoende ‘rangers’ is het de normaalste zaak van de wereld. Als ik na het betalen vraag of er nog iets is wat ik moet weten voor onze hike (iets wat we altijd vroegen in Canada en de VS), begrijpt de ranger eigenlijk niet wat voor soort dingen belangrijk zouden moeten zijn. “Hij is daar” is alles wat hij kan bedenken, wijzend naar de enorme berg aan de andere kant van de weg. Dank je, dat idee had ik zelf ook al wel.

Om in ieder geval een beetje te kunnen wennen aan de hoogte blijven we de nacht van te voren in het park slapen op 4000m hoogte. Als we na een uur rijden over een dramatische bergweg aankomen in het kamp schrikken we een beetje. Overal lopen volledig bewapende militairen. Ze blijken echter een trainingskamp te hebben en zijn verder hartstikke vriendelijk, net als eigenlijk alle militairen die we tot nog toe zijn tegengekomen. Het is wel even wennen dat je ze zo vaak tegenkomt in Mexico. Altijd zijn ze ook volledig bewapend. Toen Steef een keer in de supermarkt een pak melk aan het uitzoeken was keek ze opeens recht in een automatisch geweer, maar het bleek gewoon een soldaat te zijn die zijn lunch aan het halen was.

Na een onrustige nacht beginnen we zodra het licht is aan de klim omhoog. Het is maar 6,5 km tot de top, maar over die afstand moet er wel 1200m omhoog geklommen worden. Het pad is dus vanaf het begin flink stijl. De hoogte maakt dat het langzaam gaat. We hebben beide ook niet genoeg adem om tijdens het lopen te kunnen praten dus gezellig is het niet, maar gestaag komen we vooruit. Na een half uur gaat de zon op en na een uur beginnen de prachtige beelden van de Popo te komen. Vanaf beneden is de top van de Popo bijna niet te zien vanwege de enorme deken van smog die over de stad hangt, maar hier boven is de lucht helder. Om de paar minuten wordt er een nieuwe rookpluim door de vulkaan de lucht in geschoten, die daarna rustig langs de helling naar beneden valt. Het levert allemaal een hoop mooie plaatjes op.

Na 3 uur lopen komen we aan bij wat voor veel mensen het ‘base camp’ voor de top is en beginnen we aan het steilste stuk van de tocht. Hemelsbreed is het nog maar een paar honderd meter van de eerste top maar we moeten nog 250m stijgen. We kunnen in eerste instantie niet geloven dat waar we naar kijken echt het pad is. Het is echt ongelooflijk stijl. Het is op sommige stukken geen lopen meer te noemen maar echt klimmen over de rotsen omhoog. Halverwege komen we een groep tegen die op de terugweg is en allemaal met touw aan elkaar verbonden zijn. Dat lijkt best verstandig.

Met nog 50m tot de eerste top te gaan krijgt Steef voor het eerst serieuze verschijnselen van hoogteziekte. Hoofdpijn, misselijkheid en slapheid in de spieren maken dat ze eigenlijk niet meer verder kan, maar omdat het zo dichtbij is besluiten we na een korte pauze toch om verder te gaan. Eenmaal boven lijkt alles in eerste instantie mee te vallen. We zitten al boven de 5000m, maar om de echte top te halen moeten we over 1,5km nog een aantal opeenvolgende toppen over en nog 200m stijgen. Dat is veel minder zwaar dan de tocht tot nu toe, maar het lijkt ons niet verstandig omdat het door het op en neer gaan lastig is om snel af te dalen als alles erger wordt. We besluiten het dus hierbij te laten en beginnen aan de afdaling.

Na een paar minuten al komt de hoogteziekte weer dubbel zo erg terug. De afdaling zelf is al heel erg lastig vanwege de steilheid en het losse gruis op de gladde stenen, laat staan als je je ook echt doodziek voelt. Bijna apathisch volgt Steef mijn aanwijzingen op en komen we stukje voor stukje steeds verder beneden. Wat we in minder dan een uur omhoog hebben gelopen kost ons bijna twee uur naar beneden, maar we redden het uiteindelijk tot het base camp. Vanaf daar gaat het gelukkig ietsje beter, maar het pad blijft verraderlijk glad. Uiteindelijk doen we 5 uur over de afdaling, ten opzichte van 4 uur omhoog. Zelfs los van de hoogteziekte viel dat toch wel vies tegen, maar de laatste twee uur konden we gelukkig wel weer wat meer genieten van de omgeving.

Als we eindelijk beneden komen is Steef d’r hoogteziekte wel helemaal voorbij, maar heb ik iets van een zonnesteek opgelopen en knallende koppijn. We besluiten naar de dichtstbijzijnde camping te gaan en verder zo weinig mogelijk te doen. Dat is maar 16 km rijden maar we doen er bijna 2 uur over, zo slecht is de weg. Eenmaal aangekomen zijn we zo moe dat we niet eens meer zin hebben om te eten. De voldaanheid is nog ver te zoeken, dat begint pas een beetje op te komen als we onszelf de volgende ochtend trakteren op een heerlijk ontbijt in het restaurant van de camping. Voor de volgende keer (in de Andes?) gaan we denk ik toch ietsje langer acclimatiseren.

Feesten in Oaxaca en Berry 2.0

We besluiten alle overige plannen die we nog hadden om andere hikes in de omgeving te doen af te blazen en in een stuk door te rijden naar Oaxaca. Daar hebben twee Canadezen een camping voor overlanders. Via Facebook hebben zij aangegeven ons te kunnen helpen met het repareren van de travel cover van onze tent, die al sinds Guanajuato een stukke rits heeft en we nu steeds met een touw in de lengte vastbinden. Omdat we het helemaal gehad hebben met bergweggetjes met topes besluiten we de tolweg te nemen. Met een gemiddelde snelheid van 100 km/h leggen we binnen no-time de 400 km af. Geen gaten, loslopende honden, constant stoppende busjes of verraderlijke topes. Wat een genot.

Calvin en Leanne wonen al 12 jaar in Tule, een klein dorpje vlak naast Oaxaca waar ze verrassend genoeg de boom met de grootste diameter van de wereld hebben. Ze hebben al heel veel overlanders geholpen met het repareren van dingen of het uitbreiden van hun set-up. Calvin is namelijk een expert in het bouwen van ‘dingen’. De eerste dag blijkt al dat het erg moeilijk gaat worden om een vergelijkbare rits te vinden als die van ons. Daar waren we al bang voor, maar binnen een paar minuten ontstaan er al meerdere alternatieve ideeën voor hoe we de cover anders kunnen vastmaken. Een idee met drukknoopjes wint het. We laten rondom een extra stuk stof vastmaken en kunnen dan zelf de drukknoopjes erop zetten. De man met de goede naaimachine heeft echter dinsdag pas tijd. Omdat we toch moeten wachten besluiten we ook maar meteen een zonnepaneel te bestellen. Dat wilden we eigenlijk toch wel graag hebben, maar we wisten niet zo goed hoe we dat konden vervoeren. Calvin is echter vol vertrouwen dat hij wel iets kan maken voor ons. Daarnaast blijken zonnepanelen in Mexico heel goedkoop te zijn. Voor 85 euro kun je hier een 100W zonnepaneel met laadregelaar krijgen. Een stuk voordeliger dan in Canada of de VS!

Terwijl we wachten op dingen buiten onze macht hebben we mooi de tijd om Oaxaca te bekijken. Het is zaterdag en de stad is stampensvol met toeristen. Overal zijn leuke artistieke winkeltjes en restaurantjes. Op straat en op de pleinen gebeurt van alles. Het maakt allemaal een erg gezellige indruk. Voor een kerkje speelt een ingehuurde band terwijl een pasgetrouwd echtpaar naar buiten komt. Met grote dansende poppen gaan ze vervolgens in optocht door de stad. Iedereen kan meegenieten van het feest.

Na een paar uurtjes rondlopen besluiten we even bij te komen op het dakterras van een hotel. We raken aan de praat met Kathryn, een Canadees meisje wat naast ons op het terras zit. Ze woont in Yellowknife, in het noorden van Canada en werkt daar voor Parks Canada als bioloog. Ze moest van haar baas haar overgebleven vakantiedagen opmaken dus is ze maar alleen naar Mexico gevlogen. We beginnen ons afgelopen weken steeds vaker af te vragen wat voor WO-banen er na onze reis beschikbaar zouden zijn waarbij je niet alleen maar achter een computer zit, maar zij heeft zeker een mooie. Het is wel afzien in de winter in het noorden, maar je krijgt er ook wel heel veel voor terug. We kunnen het erg goed met haar vinden en spreken af elkaar weer op te zoeken als we beiden aan de kust zijn.

Als we teruglopen naar de bus komen we een andere bruiloftsstoet tegen, weer met band en grote poppen. Een paar straten verderop loopt ook weer een feestoptocht met shotglaasjes en flessen mescal. We vragen het na bij een lokale winkeleigenaar, maar het is gewoon iemands verjaardag. “Straks komen er nog veel meer!” zegt hij. Dingen worden hier blijkbaar nogal uitbundig gevierd. Weer ietsje later begint de straat steeds voller te worden. Het lijkt erop alsof iedereen aan het wachten is op iets groots, dus we besluiten het even aan te kijken. Na een kwartiertje begint een enorme carnavalsoptocht. Elk dorp in de omgeving heeft zijn eigen stukje van de optocht, in een zelfgekozen thema. Veel hebben iets met duivels, maar een dorpje heeft ook een hoop mooie jongens en meiden in comboyoutfit. Ook hebben er veel weer een band meegenomen, waardoor het aantal bands wat we vandaag zijn tegengekomen al boven de 10 uitkomt. Een muzikale opleiding biedt je hier dus prima baanperspectief. Als het laatste dorp voorbij is sluiten we aan richting het centrale plein en pikken onderweg nog een verdwaalde bruiloftsstoet op. Ze zijn hier zeker niet gek van een feestje.

De paar dagen daarna besteden we aan klusjes online en aan de auto. We verbeteren ons gordijn aan de voorkant, repareren de blindering voor de ramen, en zorgen er met een riempje voor dat we de watercontainer voortaan met 1 hand kunnen gebruiken. Omdat onze batterij al leeg is van het stilstaan doet de koelkast het niet meer en halen we elke ochtend nieuwe yoghurt. Elk winkeltje in de omgeving heeft maar 1 pak yoghurt op voorraad, en ook hebben ze allemaal verschillende soorten groente en fruit. Noodgedwongen moeten we dus steeds verder lopen en leren we het dorpje Tule steeds beter kennen. Veel benodigdheden worden overigens ook gewoon aan huis bezorgd. Elke verkoper heeft zijn eigen liedje om aan te kondigen dat hij er is. Zo heb je de tortillaverkoper die ons elke ochtend om 8 uur wakker maakt (Ya llegaron, ya estan aqui! Las tortillas calientitas hasta la puerta de su domicilio! Mama lalalala), de gasverkoper (*geluid van een koe* + son tus amigos de gas de Oaxaca) en de watermeneer (wooot, woooot, etc.), maar ook nog verkopers van groente en fruit, garnalen of broodjes, en opkopers van oud ijzer. Daar weet ik alleen de muziekjes niet meer van. ‘s avonds is het ook gezellig met Calvin en Leanne en de overige gasten.

Het klussen aan de travelcover en het bevestigingssysteem van het zonnepaneel kost uiteraard wel meer tijd dan verwacht, maar na een volle week is Berry 2.0 een feit. We nemen afscheid van Calvin en Leanne en vertrekken richting de kust.

Paddo’s, Hippies en Berry 2.1

Of tenminste, dat wilden we, want als we proberen te starten laat Berry 2.0 hysterisch allemaal verschillende lampjes branden maar geeft de motor verder geen kik. De batterijoplader van Calvin geeft aan dat er iets mis is met onze startbatterij. We kunnen bijna niet geloven dat dit niet iets te maken heeft met de aansluiting van het zonnepaneel, maar Calvin is vrij stellig. Waarschijnlijk halen we het nog wel tot Yucatan volgens hem. Na het boodschappen doen gaat alles ook gewoon goed, dus rijden we een paar uur verder richting de kust tot San Juan del Pacifico, een dorpje hoog in de bergen. Volgens sommigen is het hier fantastisch, waarschijnlijk omdat het bekend staat als belangrijkste producent van paddo’s. Die zijn er echter niet in dit seizoen en het dorpje zelf vinden wij meh. De zonsondergang is wel heel mooi. Voor een vrijwillige bijdrage mogen we bij iemand in de tuin blijven slapen met allemaal aardige, maar zweverige types. Zes ervan zitten samen in een band en gaan met iemands kampeerbusje nog een paar uur door het donker rijden naar Oaxaca om daar op te treden. De camper heeft maar 3 stoelen dus de 3 anderen liggen tijdens de rit op het bed. Ik hoop dat ze veilig zijn aangekomen, maar ik denk niet dat het optreden op tijd is begonnen.

Ook de volgende ochtend start Berry normaal. Tijdens het rijden zien we op een gegeven moment bordjes met ‘gasolina’ langs de weg staan. Dat hebben we al vaker meegemaakt en is meestal een teken dat er voorlopig geen benzinestation meer gaat komen. Omdat we twijfelen of we de volgende halen laten we een oud vrouwtje er 5 liter ingooien, maar als we weg willen rijden vindt Berry dat het weer genoeg is geweest en weigert te starten. Gelukkig kunnen we in een noodgeval de auto ook starten van de 2e batterij, maar we besluiten toch maar in de eerstvolgende stad een nieuwe startbatterij te halen. Dat ging uiteraard ook weer niet zo soepel als verwacht. Als we aankomen bij de garage en de garagemevrouw (jawel) laten kijken komt er allemaal rook uit de accu. Een duidelijk teken volgens haar dat het probleem eigenlijk bij onze dynamo ligt. Shit zeg, die moet dan zeker weten weer uit de VS komen. In de tussentijd kan ze ons wel een nieuwe batterij verkopen, maar geeft aan dat als de dynamo stuk is die op korte termijn ook stuk zal gaan. Eigenlijk kunnen we dus niet verder rijden. We zijn echt strontchagrijnig dat er na de schokdempers en de travel cover weer direct iets stuk is, maar we laten haar haar gang maar gaan.

Het vinden van een batterij die past is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Blijkbaar hebben all batterijen in deze stad de aansluitingen andersom zitten (OMG hoe is het mogelijk) of zijn ze niet plat bovenop en wij hebben nogal een brede platte unit met zekeringen direct bovenop de aansluiting zitten. Na een paar uur batterijen gezocht te hebben in haar magazijn en bij andere garages in de omgeving, besluit ze de hulp in te roepen van haar neef. Die werpt echter een blik op de oude batterij en zegt meteen stellig: “welnee joh, deze is gewoon oud! Er is geen enkel probleem met de dynamo!”. In 10 minuten klust hij met een stuk dikke kabel een soort nieuwe aansluiting voor onze zekeringenunit, maakt alles vast met tie-wraps, en stuurt ons weer op pad. Het duurt even voordat we het kunnen geloven maar we rijden weer. Een korte stop langs de lokale man-met-de-multi-meter bevestigt het: de dynamo doet het nog prima. Pfiew. Laten we hopen dat Berry 2.1 het wat langer uithoudt.

Terug aan de kust

Een stuk later dan gepland komen we aan in Mazunte, waar onze nieuwe Canadese vriendin Kathryn ook zou moeten zijn. Onze camping ligt vlak achter een prachtig strand en wordt gerund door een hip Mexicaans/Italiaans-golfsurfstel. Ze hebben een stuk grond gekocht in het mangrovebos en zijn stukje bij beetje faciliteiten aan het toevoegen. De douche is op dit moment nog een grote ton met water met een bakje, maar volgend jaar beloven ze een echte te hebben. Het strand is werkelijk waar prachtig, maar de golven echt serieus. Surfen kan hier goed, maar zwemmen is een uitdaging vanwege de sterke stroming.

Mazunte is echt een heel chil dorpje. Supertoeristisch maar wel low-key, niet massaal. Een beetje zoals sommige plekken in Thailand (of Indonesië?) vroeger waren. Kat is niet bereikbaar dus we doen zelf maar een biertje bij een schattig tentje op paaltjes met muziek. Het is voor het eerst zo warm ‘s nachts dat we onze usb-ventilator van de Hema besluiten te testen. Hij hangt prachtig bovenin het midden van de tent en op onze grote powerbank houdt hij het makkelijk meerdere nachten uit. Heerlijk koel!

Als we de volgende ochtend eindelijk met Kat in contact komen blijkt ze opeens in een dorp verderop geslapen te hebben. “Ja sorry, mijn avond nam even een onverwachte wending!”. Klinkt als een goed verhaal, maar we hebben niet het gevoel haar goed genoeg te kennen om er grapjes over te maken.

We maken een korte wandeling door het natuurpark op de landpunt naast Mazunte en rijden daarna naar een ecotourismeproject ietsje verderop. Voor 4 euro per persoon worden we twee uur lang door een gids te voet en in een bootje rondgeleid door een lagune met vogels, leguanen en krokodillen. Alles is in het Spaans maar dat gaat inmiddels goed genoeg. Hij vertelt allemaal interessante weetjes over de omgeving en de dieren en weet zelfs door een bepaald geluid te maken krokodillen in de omgeving naar hem toe te laten komen. Erg leuk!

Daarna is het tijd voor de enige plek die we voor het begin van onze reis al op de planning hadden staan: Overlander Beach Camp Don Taco in Bahia San Augustin. Deze minicamping is net 2 jaar oud en wordt gerund door Frans en Anneke, een Nederlands stel op leeftijd wat hier hun pensioen uitzit. Er is plek voor 5-6 voertuigen en wat tentjes. Alles staat heel dicht op elkaar, en omdat er verder allemaal mooie gemeenschappelijke faciliteiten zijn is het erg gezellig. We staat er met een Belgisch-Canadees stel, een Belgische familie die we al twee keer eerder ontmoet hebben in het binnenland, een stel uit Guatemala en een Italiaanse familie die al 13 jaar in Mexico woont. Even staat er ook nog een Franse familie maar door een ongelukkige samenloop van taalbarrières, Hollandse korte lontjes en Franse trots/koppigheid moeten die al snel weer vertrekken.

San Augustin is een prachtig plekje. Een van de weinige baaien van de Pacific waar je veilig kunt zwemmen en met een prachtig rif slechts enkele meters uit de kust. Het rif is wel aan het afsterven vanwege de opwarming van het water, maar het is nu nog erg leuk om boven te snorkelen. Zo gaan er twee heerlijke dagen voorbij. Het is ontspannen en gezellig en met een constant briesje ook niet al te warm. Ook hier komen weer verkopers langs met water, gas en brood. In Tule ben ik zo erg in de modus geraakt dat iedereen te vertrouwen is dat ik akkoord ga met ongeveer 10x normale prijs voor 4 broodjes betalen. Ik vind het wel meteen heel duur, maar pas een paar minuten later heb ik door dat ik opgelicht ben. Shit zeg, dat was dom. Ik ben er echt chagrijnig van. Het lastige hier in Mexico is misschien wel dat bijna iedereen te vertrouwen is, waardoor je die enkele keer dat je wel opgelicht wordt er zomaar intrapt, ook al weet je wel beter. Steef herinnert me er aan dat het echt een uitzondering is en dat is ook wel waar. Bijna alle Mexicanen die we tegenkomen zijn ontzettend vriendelijk, eerlijk, en werken waanzinnig hard. Het is alleen net niet iedereen.

Een klein beetje overmoedig

Om de lange rijdag naar onze volgende bestemming op te breken besluiten we nog een nachtje op een strand te slapen verder naar het oosten. Daar kampeert verder nog niemand, maar het lijkt mij wel leuk om echt het strand op te rijden. Steef is het er niet mee eens, maar ik denk dat het wel kan. Binnen 2 meter is al duidelijk dat Steef toch echt gelijk heeft. Het zand is echt superzacht en Berry komt eigenlijk geen meter vooruit. Shit. De lucht uit de banden laten lopen brengt ook geen verbetering. Een mooie gelegenheid om onze nog ongebruikte opvouwbare schep te testen! Na flink wat graafwerk hebben we wat planken en stenen onder de banden gelegd, maar Berry krijgt nog steeds geen grip en beweegt geen centimeter. De hele onderkant ligt inmiddels op het zand, dus we moeten enorm veel afgraven om weer vrij te komen. Als dat eindelijk gelukt is komen er 6 surfers de situatie analyseren en helpen duwen, maar weer mag het niet baten. De surfers gaan er vandoor en laten ons alleen achter. Het is inmiddels bijna donker en ik ben helemaal doodop. We zijn mentaal bijna zo ver dat we het opgeven en de tent gaan opzetten als er 2 vissers nog een laatste poging komen doen. Nou die hadden er zin in zeg. Binnen no-time hebben ze het laatste beetje zand afgegraven en staan Berry’s achterbanden weer op de harde ondergrond. Er zijn nog een paar pogingen en wat duwen voor nodig, maar we komen eruit! Mocht je dus ooit vast zitten dan zijn vissers beduidend effectiever dan surfers, maar dat was misschien wel te verwachten.

We zetten Berry neer op de parkeerplaats, nemen nog een laatste duik in de zee in een poging om wat zand van ons af te spoelen, eten wat en beginnen aan weer een ontzettend warme nacht. Lang leve de usb-ventilator van de Hema!

Chiapas

Tijd om de Pacific weer te verlaten. Tot ziens in El Salvador waarschijnlijk. In 5 uur rijden we naar een waterval vlak voor Tuxtla Gutierrez. Het vrolijke meisje bij de ingang heet ons welkom en vertelt het beste nieuws van de dag: hier is een douche. 800 traptredes naar beneden en een uitdagend klauterpaadje door de jungle brengen ons op de bodem van een mooie canyon en aan de voet van de waterval. We zijn de enige die blijven kamperen en dus de laatste die blijven in de canyon. Vlak voor zonsondergang vliegen er honderden zwaluwen door de canyon terug naar hun nesten onder de waterval. Sowieso stikt het er van de vogels, het is weer een mooi stukje natuur. De 800 treden weer omhoog naar de douche zijn redelijk killing, maar de beloning groot.

Vlak naast Tuxtla Gutierrez ligt de enorme Sumidero Canyon. Hier slingert een rivier langs rotswanden van honderden meters hoog. We nemen de scenic drive langs een aantal mooie uitzichtpunten op de rand van de canyon. Wat een uitzicht! Alles in het park is ook echt goed geregeld. Het had zo in de VS kunnen liggen. Er zijn zelfs picnictafels! We maken er onze eigen versie van quesedillas en de Mexicanen die langslopen vinden dat hoogst interessant!

Voorspoedig rijden we door over de tolweg naar San Cristobal de las Casas. Het valt ons de laatste tijd op dat de routes van overlanders vaak best uit elkaar lopen, maar allemaal op bepaalde punten weer convergeren. San Cristobal is zo’n punt. Hier moet je wel langs op je route naar het oosten, en het is een mooi koloniaal stadje in de bergen met een aangename/koude temperatuur. De enige camping op loopafstand van het centrum staat dan ook bijna helemaal vol. We herkennen allemaal mensen die we al eerder hebben gezien en ietsje na ons komt ook de Belgische familie van Don Taco binnenrijden. Het is best koud, maar de camping heeft een gemeenschappelijke ruimte met haardvuur waar het heerlijk warm en gezellig is met onze Belgische vrienden. Zij rijden trouwens met twee jongens van 6 en 9 in een Toyota Hilux met twee daktenten erop. Stoer hoor!

San Cristobal is echt wel een leuk stadje, maar we vinden het niet spectaculair. Het heeft een kleurrijk centrum met veel leuke terrasjes en mooie koloniale gebouwen, maar na een paar uur rondlopen en taart eten om de verjaardag van mijn vader te vieren hebben we het ook wel gezien. Op de camping raken we aan de praat met iemand die er al 30 dagen staat. Dat kunnen we ons niet echt voorstellen. Hij weet eigenlijk zelf ook niet precies waarom, maar dat haardvuur is zo lekker. Wij zijn in ieder geval van plan om de volgende dag weer door te reizen naar Palenque. De weg daar naartoe staat bekend als één van de gevaarlijkste van Mexico! We zijn benieuwd of we het overleven. Wat een cliffhanger! (Ok, spoiler: als je dit leest hebben we het overleefd, maar daarover dus volgende keer meer!)

Heb je het weer tot hier gered, laat even een berichtje achter, vinden we leuk! Tot de volgende keer!

« van 6 »

4 gedachten over “Hard, hoog & heet

  1. Wauw, morgen ga ik lezen, maar vanavond heb ik alvast genoten van al die fantastische foto’s! Rare hondjes, mooie kameleonnen, giga bomen en cactussen, ruige (te) hoge bergen, prachtige watervallen, kleurrijke straatjes en mensen en ook nog eens lekker gebak! Ik ben jaloersssss op al die prachtige natuur en avonturen!!! Dikke kus van mij! Rona

  2. Ja hoor, ik heb het inmiddels ook weer gelezen! Een tocht met ups en downs. Het is maar goed dat ik niet alles realtime weet… (die tocht op die dramatische veel te hoge en stijle berg klinkt bijna nog erger dan de Oldonyo Lengai…). Maar achteraf is het toch nog genieten, gelukkig! Ga zo door met blogs, want ik lees ze met veel plezier. XXX

Geef een antwoord