Goed geland in Zwitserland

Je vraagt of ik zin heb in een kaasje en drank.
Het is half 5 ‘s middags en we hangen op de bank.
Bij een station in een dorp, waar niemand ons stoort.
En op het dak, je de sneeuw vallen hoort.
Buiten, zwaait een langlaufer blij,
en stipt op tijd rolt er een treintje voorbij.
De schemering, de kachel brand zacht,
ja deze plek heeft alles, wat ik voor vannacht verwacht!

Alles kits bij station Ritz

Tot zo ver de kunstzinnige poging :-). Maar het is denk ik wel precies hoe je onze huidige plek moet omschrijven. We staan naast het piepkleine stationnetje van Niederwald, in het Gomsdal. Dit dorpje bestaat uit een kerkje en een stuk of 40 prachtige huizen gebouwd in de typische stijl van Wallis. Allemaal van donker hout en een aantal nog op een ‘fundering’ van grote platte stenen, om te voorkomen dat de muizen het huis in kunnen klimmen. Er is hier niets (anders dan een sneeuwvrije parkeerplaats), maar toevallig blijkt dit het geboortedorp van hotelier Cesar Ritz te zijn. Zijn geboortehuis heeft een bordje, er staat een standbeeld en ze hebben zelfs het station naar hem vernoemd.

De sneeuw komt al uren lang met bakken uit de lucht. Eigenlijk sneeuwt het al weken in de Zwitserse Alpen, met wat tussenpozen dan. Ze zijn hier echt wel wat gewend, maar zo veel als dit is al decennia niet voorgekomen. De hopen waar de sneeuwruimers alles opgooien om de wegen vrij te maken zijn soms al net zo hoog als de huizen. We zitten al bijna de hele middag binnen. De kleinere skigebieden zijn dicht en het grote Aletsch Arena, waar we hierna naar toe willen, lijkt de dure skipas niet waard als je niet ook van het prachtige uitzicht op de Aletsch gletsjer kunt genieten. Er zit dus niets anders op dan een paar dagen te wachten, tot het weer beter wordt. Gelukkig zijn we inmiddels wel een beetje gewend aan binnen zitten op een paar vierkante meter. Maar af en toe naar de parkeerplaats van een ander schattig dorpje te kunnen rijden om daar een rondje om de kerk te lopen, is toch echt nog een stuk enerverender dan hoe onze laatste maanden in Nederland eruit zagen. En voor de verandering hebben we nu ook weer eens de tijd om aan onze nieuwe blog te werken. Een mooi moment om terug te blikken op onze eerste weken “Dos Pinguinos part 2”!

Het begon allemaal, op maandag 8 januari…

Niet gezwicht voor quarantaineplicht

Terwijl ik druk bezig ben met het afwerken van werkdingen die ik nog wil afronden voordat we over twee weken weggaan, komt opeens Steef naar mijn thuiskantoortje boven bij mijn ouders. Via haar werkconnecties bij Zwitserland Toerisme blijkt dat de quarantaineplicht voor Nederlanders die Zwitserland een week eerder heeft aangekondigd niet meteen ingaat, maar pas vanaf 15 januari. Binnen een paar minuten besluiten we dat we dan dus maar moeten zorgen dat we voor die datum binnen zijn; anderhalve week eerder dan gepland. We hebben namelijk eigenlijk geen andere mogelijkheden meer. Zwitserland en Zweden zijn zo’n beetje de enige Europese landen waar we nog naar toe kunnen en Zweden komt zo onhandig uit met waar we in het voorjaar willen zijn dat we dat eigenlijk niet zo zien zitten. We waren al wel in de afrondende fase van onze voorbereiding, maar er moet toch opeens nog best wel wat geregeld worden.

Gelukkig vindt bij ons beide ons werk het al snel ok. We kunnen de laatste dingen ook afronden vanuit de camper, zeker nu er net een door Moxio gesponsord zonnepaneel op het dak ligt! Als we Steef d’r ouders vertellen wat we van plan zijn en zeggen dat ze maar een paar weekjes mee moeten gaan, zijn ze eigenlijk meteen om. Ze zijn überhaupt niet gewend aan in de winter alleen maar in Nederland te zijn, maar nu alles dicht is vervelen ze zich ook kapot. We hebben dus in ieder geval de eerste paar weken gezelligheid en een hulplijn op het gebied van winterkamperen bij de hand!

Op 13 januari zwaaien we af in Sint Pancras, althans, nadat Frankia eindelijk klaar is met voorgloeien en met een vrolijk zwarte wolkje dieselrook aangeeft dat ie er ook zin in heeft. Hij ziet er mooi uit, en alles doet het prima, maar het is natuurlijk wel een beetje een oudje. We beginnen aan een etappe vol tussenstops. Om te beginnen brengen we Steef d’r oude skistokken bij een vriendin in Den Haag, dan door naar Steef d’r zus in Ter Heijde, om onze nieuwe mountainbikes op te halen die haar vriend Daniël zo aardig was om helemaal voor te bereiden op onze reis. Gelukkig hebben we net tijd voor koffie en een korte rondleiding door de staat van de verbouwing, maar daarna moeten we al weer door naar Steef d’r ouders in Oostvoorne, om wat laatste lawinemateriaal op te halen, de camper te vullen met water, en te kijken of we met de hulplijn de kachel weer veilig aan kunnen krijgen. Dan nog even snel dag zeggen tegen Steef d’r oma in Brielle, en door naar de camperplaats in Maastricht. We mogen niet langer dan 24 uur in Duitsland zijn zonder aan allerlei verplichtingen te moeten voldoen, dus we willen in een keer doorrijden van Nederland tot Zwitserland. Zonder cruise control en met (voorlopig) 1 chauffeur is dat best een ding, dus alvast zo ver mogelijk naar het zuiden rijden scheelt wel. En dat geeft ons mooi even de tijd om langs te gaan bij Wouter (Dolly) en zijn nieuwe vriendin Li Juan in real life te ontmoeten. Met zo veel stops zijn we uiteraard veel te laat, maar het is alsnog een erg gezellige avond!

De volgende dag worden we wakker om kwart voor 6, en rijden we om 6 uur weg. Heerlijk om eigenlijk niets te hoeven afbreken voordat je weer kunt verplaatsen! Alleen het opstapje in, wat dingetjes vastzetten, het gas uit en de koelkast weer op de accu en we zijn onderweg. Ook in Duitsland is het over het algemeen rustig op de weg. Ergens halverwege halen Steef d’r ouders ons bij en rond 1 uur rijden we al bij Basel Zwitserland binnen. “Sei vorsichtig!” zegt de douanier nog streng tegen Steef d’r ouders, maar we mogen naar binnen!

Klewenalp & Luzern

Op naar taak 1: het vinden van Zwitsers gas. Wonder boven wonder heeft bijna elk land in Europa zijn eigen gassysteem, en kun je de flessen uit het ene land vaak niet, of maar heel moeilijk, ergens anders vullen. Maar wat blijkt, al mijn internet research ten spijt: ze hebben in Zwitserland gewoon precies hetzelfde systeem als in Nederland! Niet dat we onze Nederlandse fles hier kunnen vullen of wisselen natuurlijk, maar we hebben in ieder geval geen andere drukregelaar of verloopje nodig.

Voorspoedig rijden we door naar Emmetten, vlakbij Luzern. Sinds we de grens over zijn is het behoorlijk gaan sneeuwen en hoe hoger we komen hoe erger het wordt. De laatste paar kilometer omhoog is de weg helemaal bedekt met sneeuw en heeft zelfs nog wat haarspeld bochten. “Vaart maken in z’n drie!”, of “Deze moet in z’n twee!” horen we over de walkie talkie van onze verkenners voor ons. We hebben wel geoefend met het omleggen van de nieuwe sneeuwkettingen, maar proberen het in de praktijk toch echt zo lang mogelijk uit te stellen. Gelukkig hebben we nog net genoeg grip op onze gloednieuwe all-season banden om het zonder te kunnen redden. Terwijl de sneeuw met bakken naar beneden komt vinden we onze camperplek op zo’n 10 meter afstand van de skilift van Klewenalp. Wat een eerste plekje!

Als we ‘s ochtends wakker worden ligt er een laag van zeker 15 cm sneeuw op het dak en is het skigebied dicht. We lopen een rondje, vermaken ons met aanschouwen hoe de Zwitsers overal met episch materieel de sneeuw opruimen, werken nog een beetje, en beginnen aan ons doorlopend potje jokeren. Na de hectiek van de afgelopen dagen is een chilldagje ook niet zo erg.

De volgende dag is het zo ver! In het dal zit alles potdicht, maar na de eerste lift staan we al vol in de zon en is het strak blauw. Klewenalp heeft zo’n 40km aan piste, dus na een dagje ben je er wel doorheen, maar het heeft zeker een paar hele mooie afdalingen. Naast alle ski-ervaring om mij heen voel ik me een beetje als Bambi, zeker als Steef ons al na een uurtje naar de start van een skiroute zonder alternatieve afdaling navigeert. Dat was misschien nog een beetje optimistisch, maar de rest van de dag gaat het gestaag steeds beter. We genieten van de verse sneeuw en van het zonnetje. Het lijkt toch net alsof het vakantie is!

Na een perfecte skidag is de zon al weer op en is er nieuwe sneeuw op komst. We zien het niet echt zitten om de net weer geopende haarspeldweg naar beneden af te moeten in een nieuwe sneeuwlaag en rijden daarom na het skiën naar beneden naar een parkeerplaats aan de rand van het meer van Luzern. Een prachtig plekje! In de zomer zou het hier waarschijnlijk stampvol staan of zou je meteen weg worden gestuurd, maar nu is er niemand.

Als echte overlanders proberen we onze tijd met stroom, wifi en water te maximaliseren door stipt om 10:00 de camping van Luzern op te rijden. Ons zonnepaneel ligt al 3 dagen onder een dikke laag sneeuw, dus daar hebben we niet zoveel aan, en de batterij begint op te raken van het constant draaien van de kachel. We weten niet zo goed wat we kunnen verwachten van het bezoeken van een stad in Coronatijd, maar besluiten het te proberen. Frankia staat veilig op de camping en met onze nieuwe mountainbikes rijden we gemakkelijk over de besneeuwde wegen het centrum in. Het is zondag, dus alle winkels zijn dicht en er is niet zo veel te beleven op straat, maar Luzern is hoe dan ook prachtig. De besneeuwde daken geven alles een sprookjesachtig tintje.

Elm & Braunwald

Om het reizen door Zwitserland enigszins betaalbaar te maken zijn we van plan ons te richten op de wat kleinere skigebieden. Die hebben goedkopere skipassen, zijn minder druk, en doen ook niet zo moeilijk als we op de parkeerplaats van de lift willen blijven slapen. Voor vertrek hebben we van Steef d’r vader (wintersportguru) een lijst van aanbevolen gebieden gekregen, en die gaan we afwerken. Klewenalp was eigenlijk nog vrij druk, op zaterdag en zo dichtbij Luzern, maar onze volgende stop, Elm, is dat allerminst. Aan het einde van een lang dal ligt een skigebied met 1 gondel, 1 stoeltje, en 1 sleper. Klinkt nog niet als heel veel soeps, maar ook hier is de sneeuw weer fantastisch en de pistes perfect geprepareerd. Daarnaast ontsluiten die paar liften ook twee hele bergruggen aan off-piste gebied. Voor ieder wat wils dus! In het dal proberen we de sneeuwschoenen uit die Steef d’r vader mee heeft voor een reportage. Het valt mij op dat Zwitsers veel breder van de sneeuw genieten dan alleen maar vanuit de liften naar beneden te skiën en snowboarden. Skitoeren (skiën zonder lift) en sleeën (met lift) is bijvoorbeeld ook erg populair, en buiten de skigebieden zijn ook sneeuwschoenwandelingen uitgezet en worden langlauf- en winterwandelroutes geprepareerd. Leuk om zo veel mensen zo actief er op uit te zien gaan!

Midden in de nacht komt voor de eerste keer het moment dat je wist dat zou komen… het gas is op, en het is -12 buiten. Conceptueel is gas wisselen niet zo moeilijk: dichtdraaien, afkoppelen, aankoppelen, opendraaien. Maar als het -12 is blijken er wat onverwachte uitdagingen te zijn. Om te beginnen is het slot van het gashok vastgevroren. Als er bij Berry iets was vastgevroren deden we altijd water koken en er overheen gooien, maar dat wordt lastig zonder gas. Dus zit er niets anders op dan onze hulplijn in te schakelen. Die zijn uiteraard beter voorbereid en hebben slotontdooier mee. We staan een beetje schuin, waardoor ik het spul niet al te makkelijk het slot in kan krijgen, maar uiteindelijk krijg ik het hok er mee open. Dichtdraaien gaat makkelijk, maar afkoppelen daarentegen. Als je een fles in Nederland met +20 strak hebt aangedraaid dan zit die met -12 helemaal vast. Ook daar is de hulplijn gelukkig op voorbereid door een waterpomptang mee te nemen. Bij gasflessen zit het schroefdraad overigens verkeerd om. Handig. Aankoppelen gaat makkelijk, en voor opendraaien moet je wel flink kracht zetten met iets frictieverhogends als een theedoek, maar dat lukt uiteindelijk wel. Kachel weer aan, vol gas, en weer lekker naar bedje toe :-).

Op de vlucht voor de “föhn” (warme wind uit het zuiden die het lawinegevaar in het dal van Elm sterk verhoogt) rijden we naar Braunwald; door de website van de Nederlandse Ski Vereniging beschreven als een “proeftuin van liften”. Wat initiële grapjes over de formulering ten spijt moeten we toegeven dat Braunwald inderdaad wel een bijzondere combinatie aan liften heeft. Ze hebben wel allemaal gemeen dat ze oud en traag zijn, maar met name het gedraaide stoeltje, zodat je in de lift beter van het uitzicht kunt genieten, weet ons wel te bekoren. Het toont wel dat ze zich bewust zijn van wat hun grootste pluspunt is: het gebied is werkelijk prachtig. Ik denk wel een van de mooiste die ik ooit gezien heb. Het skiën zelf is beduidend minder. De pistes hebben iets te veel last van het krappe terrein en door de warme wind is alles zacht en plakkerig geworden waardoor je niet echt vooruit komt. We houden het redelijk vroeg voor gezien en zoeken een slaapplek bij het station van Luchsingen. Het is Steef d’r verjaardag vandaag! En dat kan natuurlijk maar op een manier gevierd worden: met pizza (salami). De lokale pizzeria vind het gelukkig prima om te bezorgen bij de twee campers op de parkeerplaats van het station; en ze zijn heerlijk!

Chur & Vals

Verder naar het oosten rijden we met koffiepauze bij de Walensee naar Chur, de hoofdstad van Graubunden. Weer een goede plek voor wat (op)laden en lossen. De stad is leuk, maar niet van het niveau van Luzern. Belangrijkste voordeel is dat we hier een nieuwe telefoon voor Steef kunnen ophalen. Haar huidige kan niet tegen kou, en dat is hier wel een beetje een voorwaarde. Zwitserland is inmiddels ook in een soort lockdown gegaan en alle winkels zijn dicht. Los van pizza, is het bezorgen van spullen wat lastig in een camper, maar gelukkig kun je bij de MediaMarkt ook gewoon nog iets bestellen en afhalen. Vanaf nu is Steef dus weer 24/7 bereikbaar!

Voor de afwisseling gaan we sneeuwschoenwandelen in de Rheinschlucht; een kronkelende canyon uitgesleten door de Rijn. Met een hele hoop bochten en tunnels rijdt hier een trein doorheen, en onderweg kun je op een aantal plekken uitstappen en stukjes lopen. Als echte modellen lopen we in verschillende samenstellingen en poseren in allemaal ‘gezellige’ ‘natuurlijk’ houdingen voor de reportage. Echt ver komen we niet, maar leuk is het wel, en mooi ook! De trein eindigt in Ilanz, waar we ook weer even een rondje door het dorp maken om vervolgens het treintje weer terug te nemen.

De camperplek waar we eigenlijk willen slapen ligt nog onder een meter sneeuw, dus besluiten we om maar meteen door te rijden naar Vals, wederom een schattig dorpje aan het eind van een dal. Hier ligt een skigebied met slechts 1 korte gondel en dan 3 slepers, maar die geven je bij elkaar wel bijna 2000 hoogtemeters. Het blijkt echt een pareltje! De lange slepers zijn afzien, maar de afdalingen fenomenaal. Er is bijna niemand. Zelfs ‘s middags zijn er nog maar een paar sporen in de pistes te zien. Ook tussen de pistes door kun je hele stukken afdalen door de poeder. Uiteindelijk kom je altijd wel weer goed uit. Echt een aanrader!

Lugano, Nara & Airolo

Na nog een tweede dag Vals is er weer slecht weer op komst en besluiten we naar het zuiden te vluchten naar het enige stukje Zwitserland waar het niet gaat regenen: het Italiaanse deel Ticino. Zo gauw we in de buurt van Bellinzona komen waan je je door het verkeer al helemaal in Italië. Lugano ligt mooi, maar is een beetje sfeerloos. We fietsen een rondje en chillen daarna maar op de camperplek.

Ticino heeft niet echt veel skigebieden, en de paar die er zijn, zijn nu alleen open op vrijdag, zaterdag en zondag. Daarom rijden we op donderdag naar Nara, in het Blenio dal bij Aquarossa. Op weg daar naar toe maken we in Biasca nog een korte stop voor wat boodschappen en een wandeling naar een waterval en trotseren daarna de haarspelden naar boven. Als we een vlakke parkeerplek gevonden hebben bij de lift vertelt de website ons het slechte nieuws: het skigebied blijft morgen dicht; er is te veel sneeuw gevallen. Alle haarspelden weer omlaag rijden en morgen weer terug lijkt niet echt een topidee. Bovendien weten we niet zo goed wat we dan zouden kunnen doen, dus besluiten we het maar een dagje uit te zingen.

De volgende dag is het weer beter dan voorspeld en kunnen we wel omhoog. Althans, nadat we ons een tijdje over de veel te Italiaanse parkeertaferelen hebben verbaasd; totale chaos. Het is iets te warm geweest, waardoor de sneeuw pas hoog in het gebied goed is, en daar zijn maar een paar korte afdalingen en 1 sleeplift. Het gebied ligt zeker mooi en is best leuk, maar als je niet in de buurt bent hoef je hier niet voor om te rijden. Wij houden het halverwege de middag dan ook voor gezien en gaan kijken in Airolo, bij het uiteinde van de Gotthardtunnel. Daar aangekomen is de parkeerplaats angstvallig leeg. Een snelle blik op de website leert ons dat ze hier, in tegenstelling tot in Nara, maar besloten hebben om het hele weekend dicht te blijven. Shit, dat hadden we wel iets beter kunnen checken van te voren. We kunnen wederom niet echt een ander plan verzinnen en besluiten morgen maar door de tunnel te rijden. Wel doen wel nog een leuke ontdekking: naast de lift zit ook een KAASfabriek! En die is open! In sommige kringen sta ik wel bekend als kaasmonster, dus ik kan het natuurlijk niet laten om even naar binnen te gluren en een voorraadje borrelkaasjes (die uit de intro! :-)) te scoren.

Andermatt & Wallis

Aan de andere kant van de tunnel komen we in Andermatt. Een dorpje wat historisch gezien op het een belangrijk kruispunt tussen 4 passen ligt, maar inmiddels door het meeste verkeer gepasseerd wordt via de tunnel. Het skigebied en grote delen van het dorp zijn een aantal jaar geleden opgekocht door een rijke Egyptenaar die er een nieuwe luxebestemming van aan het maken is. De hotels en appartementencomplexen waar je in eerste instantie tegenaan rijdt zijn niet bepaald schattig, maar als je daar eenmaal omheen bent heeft het zeker nog een mooi historisch centrum waar je lekker doorheen kunt flaneren. Het skigebied ziet er mooi uit maar is voor ons te druk en te duur (89Fr p.p. voor 1 dag! Vals was 33Fr…), dus na een kort rondje door het dorp racen we tegen de klok in de hoop de volgende autotrein te halen van Realp naar Obergoms.

Omdat het komende week in heel Zwitserland warm en nat wordt, willen we naar het hooggelegen Wallis en daar kun je alleen komen met de autotrein (of met heeeeel ver omrijden). Door de vele sneeuw heeft die een paar dagen niet kunnen rijden, dus het is druk. We missen de eerstvolgende, maar mogen dan aansluiten in de rij. De treinmeneer twijfelt even of onze hoogte wel minder is dan 3,05m (wij zelf ook), en besluit het na te meten: 2,96m; we ronden het af op 3m. Frankia is dus niet te dik en door het meten mogen we nu als eerste de trein op! We hebben niet superveel ruimte met het alkoof, dus moeten goed in het midden blijven terwijl we de trein doorrijden, maar de treinmeneer zwaait vrolijk dat we het goed doen. Als iedereen achter ons ook staat, hobbelt de trein met een lekker tempo de smalle tunnel in, terwijl wij genieten van wat lekkere gebakjes van de bakkerij in Andermatt. Best een leuke ervaring!

20 minuten later rijden we de trein weer af in het Gomsdal, bij Oberwald, op naar de dichtstbijzijnde parkeerplaats. Dit dorp lijkt helemaal in het teken te staan van het langlaufen. Er is een rondje van zo’n 2km uitgezet in een weiland aan de rand van het dorp, met pauzeplekken onderweg en een soort Koek en Zopie waar je op hooibalen met dekens kan zitten en koffie of gluhwein drinken. Het is echt net als een Nederlandse natuurijsbaan, en het ziet er allemaal erg gezellig uit. We besluiten hier maar te blijven staan voor vannacht, een ijsbar te bouwen met onze lawinescheppen voor ons eigen bescheiden apres-ski feestje en de lokale middenstand te sponsoren door pizza’s af te halen.

De volgende dag lopen we met de sneeuwschoenen nog een rondje door het bos en het dorp, terwijl we overal moeten uitkijken voor de dachlawines (zeg maar dag lawine!), en rijden dan verder het dal in. Het hele Gomsdal is goed ingericht voor langlaufers. Vanaf Oberwald kun je zo’n 20km glooiend naar beneden glijden, en om de zoveel km bij een station de trein aanhouden (anders stop hij niet) om weer terug te komen. De stations hebben zelfs kleedkamers en een douche, gesponsord door de lokale langlaufvereniging. En alles altijd brandschoon natuurlijk. Wij volgen met de camper dezelfde route, en rijden tot het station van Niederwald, oftewel: station Ritz. Hier hebben de sneeuwschuivers goed huisgehouden, en is er genoeg ruimte voor ons op de parkeerplaats. Een ideale plek om eens te beginnen om een blog te schrijven onder het genot van een kaasje en een biertje! 🙂

Tussentijdse conclusies

We waren wel een beetje zenuwachtig over hoe het zou zijn om te reizen in coronatijd. De eerste week met name waren we veel bezig met kijken of we op een plek wel welkom waren. Tot nog toe lijkt dat gelukkig geen probleem te zijn. Iedereen die we aanspreken is vriendelijk en behulpzaam. De meesten lijken er ook wel nuchter onder te zijn. Mondkapjes gaan op waar dat moet, maar ook net zo snel weer af als dat niet het geval is. Alleen in Lugano domineerden mondkapjes echt het straatbeeld. Ook daarin weer de Italiaanse invloed. Als je een mondkapje daar niet op hebt hoort die overigens om je elleboog; zeer hip. In de skigebieden is een buffje bij de liften gelukkig ook genoeg, zodat je niet steeds je helm op en af hoeft te doen.

Zwitserland valt tot nog toe in de kosten alles mee; met name omdat we heel veel gratis of voor een paar euro ‘s nachts kunnen blijven staan. Als je selectief boodschappen doet valt ook dat best mee, maar het scheelt natuurlijk ook dat we nog steeds niet door onze Nederlandse boodschappenvoorraad heen zijn :-). Wifi hebben we tot nog toe alleen in Luzern gehad, maar de 4G verbinding is vrijwel perfect. Volgens mij zijn we nog nergens geweest waar ik geen 4G heb gehad; en dat met al die bergen! Ze zouden er in de VS niets van begrijpen. En met onze epische databundels kunnen we zelfs “Wie is de mol” blijven volgen!

Voorlopig zitten we hier dus prima en lijkt dat ook nog wel even zo te blijven. Misschien dat de verbeteringen in Italië doorzetten en we op een gegeven moment daar naar toe kunnen doorsteken, maar nu lijkt het er op alsof we hier in ieder geval nog wel een maandje zullen zitten. Tot zo ver verveelt het in ieder geval nog niet :-). Jou wel? Of ook niet? Laat even een berichtje achter; vinden we leuk! Tot de volgende keer!

P.s. We zoeken een nieuwe huurder voor ons huis in Den Haag. Ben of ken je iemand die daar een jaar wil wonen. Let us know!

P.p.s Foto’s zijn mede mogelijk gemaakt door Steef haar vader. Handig een fotograaf mee op reis! 😉

« van 6 »

5 gedachten over “Goed geland in Zwitserland

  1. Langste wintersport eeeeeeeverrrr!!!! You lucky pigs. Zalige verhalen en plaatjes! En kunnen we die hulplijn inhuren in de toekomst? Dat lijkt me wel chill! Seeeeee YOU!

  2. Ik ga al jullie wintertips goed onthouden voor als onze tijd met Frankie gekomen is! En wat een ongelooflijke hoeveelheid sneeuw en wat een prachtige foto’s. Bedank de fotograaf, want zo genieten we nog eens extra mee!

Geef een antwoord