Treintjes, wijntjes & chagrijntjes

Bonjour! En Grüezi! Deze keer weer een overgang tussen talen, het (voorlopige) vervolg van de schade, een hoop mooi weer, lekker eten, en aan het einde weer wat zand en sneeuw. Enjoy!

And a whole lot of duct tape…

Na een heerlijk weekendje chillen aan het puntje van het meer van Genève is het op maandag weer tijd om verder achter onze schade aan te gaan. We bellen met de NKC, onze reis- en camperverzekeraar, maar die kan ons eigenlijk niets nuttigs vertellen over hoe dingen zouden moeten werken in Zwitserland. Handig, voor een camperverzekeraar. Je zou zeggen dat mensen die dingen toch ook wel eens meenemen naar het buitenland. Maar goed, we mogen tot 800 euro een noodreparatie laten doen zodat we weer gewoon kunnen rijden, maar als het aan hen ligt blijven we lekker zo rondrijden tot we weer in Nederland zijn. Dat dat waarschijnlijk nog minimaal 4 maanden duurt maakt ze niet uit. Als we het in Zwitserland willen laten repareren kost dat ons 700 euro aan extra eigen risico, boven op de 300 euro die we toch al als eigen risico hebben. Oh ja, en omdat er iemand tegen ons aan is gereden en daarna is weggereden krijgen we ook daarvoor nog 250 euro eigen risico erbovenop, want daar kunnen we natuurlijk ook wat aan doen. Bij elkaar 1.250 euro aan eigen risico. En dat terwijl we de duurste all-risk verzekering hebben bij de officiële camper club van Nederland. Ik ben echt superchagrijnig, maar met name ook stomverbaasd dat dit echt is hoe dingen in elkaar lijken te zitten. Iemand rijdt midden in de nacht tegen je aan, je bent zo goed mogelijk verzekerd, en het kost je 1.250 euro als je het wil laten maken. Ik heb het idee dat autoverzekeraars niet helemaal het concept van verzekeren begrijpen.

De totale kosten voor de reparatie worden door de Fiat-garage in Monthey ingeschat op zo’n 2.500 Fr. Oef, nou dan is er op zijn minst nog iets wat we op de verzekering zouden kunnen verhalen, maar pas in Nederland laten repareren lijkt voorlopig wel een beter plan. Dan zou het bij de juiste garage nog maar 375 euro aan eigen risico kosten. Gelukkig wil de vriendelijke monteur ons wel helpen met een noodreparatie. Met een paar schroefjes zet hij de bumper weer vast en gaat vervolgens compleet los met een rol duct tape om alle gebroken stukken af te dichten. Het eindresultaat mag er zijn. Hoe kan het ook anders in Zwitserland. Als je niet echt op let zou je bijna kunnen denken dat er niets aan de hand is. Oja, en die noodreparatie en de hulp bij de schadebepaling is helemaal gratis.

Genève & Lausanne

Met onze geplakte bumper rijden we door naar Lausanne, ietsje verder langs het meer van Genève. De camperplek daar ligt praktisch aan het meer en is behoorlijk duur, maar je krijgt er dan wel een gratis ov-kaart én een officiële vuilniszak bij! Zoals jullie in het vorige blog hebben kunnen lezen, is zeker dat laatste in Zwitserland best een ding. We flaneren nog een beetje langs het meer en genieten van al het leven om ons heen. Overal zijn mensen aan het fietsen, wandelen, hardlopen, skaten, of BBQen. Het komt allemaal supergezellig over om iedereen zo actief buiten te zien, iets wat we afgelopen maanden natuurlijk best wel gemist hebben. Ik word er in ieder geval helemaal vrolijk van. Bij de Pyramides van Vidi halen we een heerlijke cappuccino met gebak bij de lokale koffiemeneer en gaan lekker tussen de hangjongeren en -ouderen zitten in de ondergaande zon.

Omdat we eigenlijk niet echt een betere camping kunnen vinden in de buurt van Genève laten we Frankia achter op de camperplek in Lausanne en nemen na de spits de trein. Genève is best een mooie, maar vooral ook grote stad. Het ligt mooi om de punt van het meer heen met hoge besneeuwde bergtoppen op de achtergrond. De waterkant met 140 meter hoog spuitende fontein is wel geinig, maar het hoger gelegen oude centrum weet ons pas echt te bekoren. De schattige krappe straatjes en pleintjes met mooie historische kerken en overheidsgebouwen komen totaal anders over dan de drukte van de stad eromheen. We zijn er rond lunchtijd en het is nog steeds bloedheet, dus alle ambtenaren zitten buiten in de parkjes in groepjes hun broodjes op te eten met uitzicht over de rest van de stad. Na de lunch nemen we nog even een kijkje in de wijk met alle VN-instanties, om te beginnen met de WHO. Wie weet hebben ze daar toevallig nog wat coronavaccinaties over om uit te delen, maar helaas. Eigenlijk is de hele wijk ook niet zo boeiend om in rond te kijken. Je ziet de bovenkanten van wat grote gebouwen, maar die zijn architectonisch niet zo interessant en alles is goed afgesloten met hekken en hagen die maken dat je dit stukje als toerist eigenlijk beter kunt overslaan. Na een verplichte foto met alle vlaggen achter het gesloten hek van het VN-hoofdkwartier nemen we dus maar voor de spits de trein weer terug.

Het centrum van Lausanne ontdekken we de volgende dag op de fiets. Het ligt een flink stuk boven het meer, dus om te beginnen mogen we lekker een half uur steil omhoog fietsen. Onze mountainbikes doen het nog steeds helemaal top, dus in de lage versnellingen cruisen we rustig maar voorspoedig naar boven, om daarna door de straatjes van het oude centrum weer af te dalen naar het meer. Lausanne komt een stuk relaxter over dan Genève. Het is wel een grote stad, maar toch echt minder massaal. En voor mijn gevoel hebben ze hier meer gedaan om de waterkant gezellig te maken. Het lijkt in ieder geval meer op een plek waar je zou willen wonen. Lausanne is ook het hoofdkwartier van het Internationaal Olympisch Comité. Op veel plekken door de stad heen zijn Olympische of sportieve ‘touches’ te zien. Er is ook een Olympisch museum, maar helaas is die nog dicht.

Schade? Vervelend! We gaan u helpen…

Terwijl we rustig door het centrum van Lausanne fietsen ontvang ik bericht van de NKC over onze schademelding. Het begint veelbelovend: “Wat vervelend voor u dat u schade aan uw camper heeft. Wij gaan er alles aan doen deze zo snel mogelijk goed af te handelen”. Daarna komt wat informatie die voor ons niet relevant is, gevolgd door allemaal manieren waarop we ons eigen risico kunnen verhogen, en dan de uitsmijter: “Deze schade heeft helaas gevolgen voor uw schadevrije jaren” en “hierdoor betaalt u in totaal 5.800 euro”. Wat ze er nog even vergeten bij te vertellen is dat ik daardoor op -5 schadevrije jaren zou komen en dat daardoor bijna geen enkele autoverzekeraar mij nog zal accepteren als we de camper verkocht hebben en na onze reis in Nederland weer een auto willen kopen. Oftewel: Iemand rijdt midden in de nacht tegen je aan, je haalt meteen de politie en krijgt bevestigd dat het niet jouw schuld is, en het gevolg is dat je dagen bezig bent om alles netjes af te handelen, geen enkele nuttige hulp krijgt van je all-risk verzekeraar, het je in totaal meer dan 6.000 euro kost, en je komende 5 jaar bekend staat als roekeloze chaffeur. Echt, ik kan er met mijn hoofd niet bij. Hoe durf je in deze situatie zo’n brief te versturen.

Om erachter te komen of ik echt niet iets over het hoofd zie bel ik tot twee keer toe met iemand van de NKC, om alles weer bevestigd te krijgen en vervolgens 15 min lang steeds bozer wordend mijn frustraties te ventileren. Mijn collega’s kunnen vast beamen dat ik me regelmatig kan opwinden over dingen waarvan ik vind dat ze verkeerd in elkaar zitten, maar ik kan me niet herinneren wanneer ik de laatste keer zo boos ben geweest. Ik denk dat als ik op het moment toevallig voor het kantoor van de NKC had gestaan, ik in staat was geweest een steen door hun ruit te gooien. Het erge is eigenlijk nog dat ze het aan de andere kant van de lijn gewoon met mij eens zijn dat het oneerlijk is. Het blijkt echter in Nederland binnen het Verbond van Verzekeraars zo afgesproken dat het systeem op deze manier werkt, en er van afwijken is niet toegestaan. Wat mij betreft een typisch voorbeeld van marktfalen door kartelvorming, en eigenlijk ook gewoon van ongegronde discriminatie. Het schadevrije jaren systeem is namelijk, volgens het Verbond van Verzekeraars zelf, bedoeld om veilig rijgedrag te stimuleren, maar het moge iedereen duidelijk zijn dat dat hier niet aan de orde is. Enfin, dat alles doe je natuurlijk weer niets aan.

Terwijl ik nog volop bezig ben met nieuwe scheldwoorden te bedenken voor de NKC en de hele autoverzekeraarsmaffia belt Steef d’r moeder met de mededeling dat er wellicht een alternatief is. Normaal gesproken wordt schade door onbekende motorvoertuigen namelijk achter de schermen door je verzekeraar verhaald op het Waarborgfonds Motorverkeer. Die hebben binnen de EU ook afspraken met de waarborgfondsen in andere landen. Maar je raadt het misschien al: Zwitserland is geen EU. Toch hebben ze hier natuurlijk ook dingen geregeld voor dit soort gevallen, en wel via het Zwitserse Nationale Verzekeringsbureau. Dat hadden ze wat mij betreft vanuit de NKC ook wel even tegen ons mogen zeggen. Ik begin ze daar echter een beetje te verdenken van kwade opzet, omdat er in onze polisvoorwaarden staat dat het eigen risico van een eenzijdige aanrijding 250 euro is en daar niet bij staat in welk land die aanrijding gebeurt. Die 250 Euro komt precies overeen met het eigen risico van het Nederlandse Waarborgfonds Motorverkeer, maar in Zwitserland is dat eigen risico een stuk hoger: namelijk 1000 Frank. Op het moment van dit schrijven heb ik zelfs net weer een brief gekregen van de NKC waarin eenvoudig wordt beweerd dat er in Zwitserland alleen een waarborgfonds is voor letselschades. Grappig. In dat geval is de officiële website van het Zwitserse Nationale Verzekeringsbureau, de mevrouw die we daar in eerste instantie aan de telefoon hadden, de man die daar onze schadeclaim heeft behandeld, en de gecontracteerde schade-expert van het Zurich Help Point in Bern daar niet van op de hoogte.

Het duurt een tijdje voordat ik kan accepteren dat we misschien maar beter de hele NKC kunnen vergeten en het zelf via de Zwitserse instanties moeten gaan regelen. Ik overweeg zelfs nog even om alles zo duur mogelijk te laten repareren op kosten van de NKC en vervolgens drie jaar geen auto te nemen om de schadevrije jaren te laten vervallen, of onze nieuwe auto op naam van Steef te zetten vlak voordat we weer op hetzelfde adres staan ingeschreven en te doen alsof we tijdelijk uit elkaar waren. Maar na heel wat tijd te hebben gehad om te bedaren beginnen we toch maar weer voor de 3e keer aan het invullen van een schadeformulier. Minder dan 48 uur later worden we gebeld. Een zeer vriendelijke man betuigt in goed Engels zijn medeleven. Ze hebben het politierapport al binnen en onze claim goedgekeurd. We moeten alleen nog even langskomen bij een van hun schade-experts om het exacte schadebedrag te laten taxeren. We kunnen de volgende werkdag meteen terecht bij hun partner in Bern. De 50 Frank die we al hebben moeten betalen voor het politierapport maakt hij ook meteen over naar mijn rekening. Hij informeert nog wel even of we wel bewust zijn van het eigen risico van 1.000 Frank en dat we het hoogstwaarschijnlijk voordeliger bij onze eigen verzekering op kunnen lossen als die daar dekking voor biedt. Als ik hem uitleg wat de gevolgen daarvan voor ons zijn is hij enigszins verbaasd. “Oh? Nee, zo werkt het hier niet…”.

Wijn en kaas

Om mijn humeur na het NKC debacle wat te doen verbeteren besluiten we Lausanne achter ons te laten en door te rijden naar de thuisbasis van een van Zwitserland’s bekendste kazen: Gruyere. Op weg daar naar toe nemen we op aanraden van een Instagram-connectie een omweg door de Lavaux, het wijngebied ten oosten van Lausanne. Om het gebied in te komen moeten we eerst een tunnel door van maar net iets meer dan drie meter hoog en vervolgens een helling van 18% omhoog rijden. Alleen dat was het al waard. Het is inmiddels al laat in de middag en de laagstaande zon schijnt prachtig op de vanuit het meer steil omhoog komende hellingen vol wijngaarden en pittoreske boerendorpjes. Het gebied blijkt ook erg populair onder fietsers, motorrijders en stelletjes die er even op uit zijn om te genieten van de zonsondergang. Echt waanzinnig mooi. Veel tijd om het te ontdekken hebben we alleen helaas niet, want we willen wel voor het donker van alle krappe weggetjes en tunneltjes af zijn.

Gruyere is een goed voorbeeld van de flexibiliteit van de Franse taal. De kaas heet ‘Le Gruyere’, de streek waar de kaas vandaan komt ‘La Gruyere’, en het middeleeuwse dorpje wat historisch het centrum is van de streek: ‘Gruyeres’. In de toeristische informatie wordt allemaal keurig uitgelegd en consequent aangehouden. Het dorpje is prachtig. Eigenlijk een heel openluchtmuseum op zich. Bovenop een heuvel met grote muren eromheen en met uitzicht over de weide omtrek. Omdat de stand van de zon het moeilijk maakt om het centrale plein goed te fotograferen, en onze dagplanning verder toch uit niets anders bestaat dan in de zon zitten, koffie drinken, lunchen, wijn drinken en kaas eten, doen we het rustig aan en lopen om de paar uur omhoog van de parkeerplaats naar het dorpsplein om te kijken of het licht niet toch iets beter geworden is. Het is wel weer een beetje triest om te zien dat dit dorp, wat normaal gesproken met goed weer stikt van de toeristen die op de terrassen genieten van raclette en fondue, bijna helemaal uitgestorven is. Omdat kaas en chocolade vallen onder levensmiddelen zijn de winkeltjes hier wel open, maar er is bijna niemand die wat koopt. De kaasmakerij is niet open voor toeristen, maar vanuit de ramen bij het winkeltje kun je de eindeloze rij kazen wel zien leggen en kun je zien hoe een epische robot de kazen een voor een uit het rek pakt om te behandelen, om te draaien, en vervolgens weer netjes terug legt.

Fribourg & Bern

Onderweg naar Bern stoppen we een paar uurtjes in Fribourg. Het centrum van de stad wordt bijna helemaal omringd door een diep uitgesleten bocht van de Sarine rivier, en is bijzonder goed historisch bewaard gebleven. Ondanks dat de stad op dit moment grotendeels Franssprekend is, ligt hij historisch gezien precies op de grens tussen het Frans- en Duitssprekende deel van Zwitserland. Alles is hier dus echt tweetalig aangegeven. Zeker het deel wat diep in de canyon ligt aan de rivier is prachtig, maar de grauw gekleurde stenen die overal gebruikt zijn, maken dat de schoonheid op de foto’s niet helemaal overkomt.

De camperplek in Bern is in de zomer eigenlijk de parkeerplaats van een park aan de rivier de Aare. Het is vrijdagmiddag en de temperatuur doet nog steeds zomers aan, dus in het park wemelt het van de groepjes mensen die in het zonnetje chillen met een biertje en een BBQ, of gebruik maken van een van de vele kampvuurplekken. We besluiten lekker mee te doen met onze biertjes, maar hebben geen BBQ of kampvuurplek, dus we moeten noodgedwongen maar pizza te bestellen.

Bern lijkt eigenlijk behoorlijk veel op Fribourg, maar dan in alle opzichten wat groter en wat mooier. Ook hier ligt het centrum in een kronkel van de rivier, en ook hier zijn overal dezelfde grauwgekleurde stenen gebruikt. Daarnaast is de wind gedraaid en is het weer een dagje koud en guur geworden, wat ook niet echt bijdraagt aan de sfeer. Na een uurtje door het centrum te hebben gefietst gaan we dus snel weer terug naar onze warme camper.

Een gelukkig weerzien

Vanuit Bern maken we een uitstapje naar het noorden om langs te gaan bij de helft van onze Zwitserse vrienden uit Canada & Amerika. Nico en Salomé zijn namelijk kort na hun terugkomst in maart uit elkaar gegaan. We hebben met allebei nog contact, maar Salomé is thuis terwijl Nico in Wallis in de bergen zit, dus spreken we bij haar af. Ze vertelt ons dat ze erg veel moeite heeft gehad met de terugkomst door corona en dat dat hun relatie toen niet ten goede is gekomen. Inmiddels heeft ze haar leven wel weer beter op de rails en woont ze met haar in Mexico geadopteerde hond ‘Gin’ in een ruim appartementje boven de bibliotheek in het oude centrum van La Neuveville, een prachtig dorpje vol vrolijk gekleurde huisjes aan de rand van het meer van Biel.

Het is grappig om meteen te merken dat ze reiservaring heeft, want we krijgen een verbreding in een zandpad tussen de wijngaarden aangewezen als mogelijk slaapplek, ‘s ochtends mogen we eerst bij haar douchen als we dat willen, en als antwoord op de vraag wat we willen eten zijn de opties: “Iets Zwitsers? Of iets wat je in je camper niet kan maken?”. Ondanks dat lasagne ook erg goed klinkt, kan ik het natuurlijk niet laten om voor de typisch Zwitserse optie te gaan: raclette zoals het hoort. Als ze hoort dat ik aardappels met groente bak in een pan en dan bedek met raclettekaas is ze engiszins ontstemd. Raclette hoort niet met groente. Raclette zoals de Zwitsers het thuis maken gaat met grote pan gekookte aardappelen en een soort gourmetstel. Je snijdt een aardappel in stukjes, smelt een grote plak kaas in je pannetje met bijvoorbeeld wat spek en druipt dat dan over de aardappel heen, met eventueel wat fris er bij als tomaatjes, augurkjes, of zilveruitjes. Het is echt heerlijk!

We leren nog meer interessante dingen: zoals dat onderwijs in Zwitserland strict per kanton geregeld is. Omdat La Neuveville precies op de grens van het kanton Bern ligt, kon haar broertje toen hij naar een andere school wou niet naar het stadje vijf minuten verderop, want dat lag in het kanton Neuchatel. In plaats daarvan moest hij een half uur de andere kant op reizen naar Biel. Ook blijken Franssprekende Zwitsers het niet zo te hebben op de Fransen, en geldt eigenlijk hetzelfde voor de Duits- en Italiaanssprekende Zwitsers en hun buren aan de andere kant van de grens. Salomé moet niets hebben van het coronabeleid van de regering. We kregen meteen een knuffel toen we binnenkwamen en ze is het eigenlijk niet met ons eens als we vertellen dat we wel gevaccineerd willen worden om weer gemakkelijker te kunnen reizen. Op die manier maken we het eigenlijk voor iedereen verplicht om zich te laten vaccineren.

De volgende dag neemt Salomé ons mee wandelen door de omgeving. Direct boven La Neuveville beginnen de wijngaarden, en daarboven weer een natuurgebied. Gin is prettig gestoord en springt overal tussendoor. Om te zorgen dat hij ooit weer te vangen is blijft zijn lange riem vastzitten, maar die trekt hij vrolijk overal tussendoor. We volgen een riviertje omhoog langs watervallen en stroomversnellingen, totdat we na anderhalf uur bij het volgende dorp uitkomen en de bus weer terug kunnen pakken. Salomé heeft het uiteindelijk niet verkeerd getroffen: een mooi ruim appartement in een leuk dorpje met prachtige natuur in de directe omgeving. Moe van de avond ervoor en van zo lang sociaal doen, nemen we afscheid en rijden terug naar Bern. De volgende keer komt ze ons opzoeken in Den Haag!

Rail Away in real life

Na het weekend mogen we eerst langskomen bij de schade-expert. Ook hij is verbaasd dat het voor ons niet voordeliger is om alles via onze Nederlandse verzekering op te lossen. Misschien dat hij ons mede daardoor een beetje matst, want omdat alles zo netjes dichtgeplakt is kan hij eigenlijk niets zien aan de intercooler. Enkel op basis van ons briefje van de monteur uit Monthey vindt hij het goed genoeg. Als het goed is krijgen we ergens komende weken iets meer dan 1.000 Euro uitgekeerd. Daarmee moeten we toch best een eindje kunnen komen.

Tevreden over de afloop rijden we weer terug richting de bergen. Plotseling realiseren we ons dat het vandaag 1 maart is. En dat betekent dat vanaf vandaag de winkels weer open zijn in Zwitserland! Dat kan natuurlijk maar op één manier gevierd worden: in de Decathlon! Wonder boven wonder blijkt er precies één afrit verder eentje te zitten. Dat is nog eens meant to be!

Onze volgende bestemming is de Jungfrau regio, een van Zwitserlands populairste toeristische bestemmingen. Een van de leuke dingen aan dit skigebied is dat het grotendeels met tandradtreinen bereikbaar is. Daarnaast kun je hier ook met de trein naar de Jungfraujoch, het hoogste station van Europa en een van de mooiste uitzichten van de Alpen. Als treinliefhebber kun je hier je lol dus op! (tip: de Rail Away afleveringen Grindelwald-Kleine Scheidegg-Jungfraujoch & Lauterbrunnen-Wengen-Kleine Scheidegg). Omdat dit ook voor Zwitserse begrippen stervensduur is proberen we het enigszins voordelig te maken door te profiteren van een combinatiepas met het skigebied. Dat wordt dus vroeg opstaan en met de trein naar boven, en daarna de rest van de dag en de dag erna de pistes op.

Vanwege die populariteit is het in de Jungfrau regio streng verboden om buiten de dure campings in je camper te slapen. Enkel tussen 7:00 en 20:00 mag je er parkeren, anders wordt je weggesleept en mag je een dikke boete betalen. Dus rijden we eerst tot Thun, waar we vlakbij het meer wel mogen blijven slapen. Om Steef d’r knie nog iets meer rust te geven voordat ze twee dagen achter elkaar moet snowboarden blijven we hier een dagje staan en verkennen te fiets en te voet de omgeving. Thun blijkt een supermooi en gezellig stadje te zijn, en het natuurgebied langs het meer met de hoge bergen op de achtergrond mag er zeker ook wezen!

Voor zonsopkomst zijn we al op pad richting Grindelwald. Het valt ons op dat de lucht wel heel opvallend roodgekleurd is, maar we denken er verder niet te veel over na, want we hebben onze twee dagen Jungfrau precies getimed met de zonnige weersvoorspelling. Pas als we in de trein bijna boven in het skigebied zitten herkennen we het van Saas Fee: Saharazand. Tegen alle weermodellen in is het zand veel sterker aanwezig dan verwacht, en dat maakt dat het lijkt alsof overal een dikke waas overheen zit. Ironisch, de twee duurste gebieden waar we zijn geweest allebei gepland op mooi weer en allebei enigszins verpest door zand. In de ijdele hoop dat het nog beter wordt, gaan we eerst maar met slecht zicht wat keiharde pistes af, maar daarna nemen we toch de trein naar de Jungfraujoch. Het uitzicht laat te wensen over, maar valt ons eigenlijk nog best mee. We kunnen de hele wijde omgeving nog wel zien, we kijken neer op de gigantische Aletschgletsjer en herkennen de topjes van de liften van Aletsch Arena in de verte. De rest van de Jungfraujoch is een beetje een pretpark gericht op Aziatische toeristen, maar de IJsgrot was leuk en de gratis chocolaatjes bij de chocoladewinkel waren heel erg lekker :-).

Terug in het skigebied besluiten we nog een lange afdaling te doen naar Wengen en dan terug te keren naar de camper in Grindelwald. Die afdaling duurt echter zo lang dat we nog maar net de laatste trein terug omhoog halen. Onderweg pikken we een groepje oudere mannen op die zo stomdronken zijn dat ze de verkeerde looproute nemen en de helft omvalt als ze over een draadje moeten stappen om de trein in te komen. De conductrice is streng maar tolereert ze, en geeft ons een excuus om ergens anders te gaan zitten. Eenmaal boven blijken we niet zo lekker te hebben getimed, want de pistes zijn net vijf minuten gesloten. Voorheen waren we met Punch natuurlijk zo onder het touwtje door gegaan, maar tegenwoordig zijn we verstandiger en durven we dat niet meer. Dus nemen we met hulp van de conductrice ons treintje meteen maar weer terug omlaag, en daarna nog twee andere treinen, om weer bij Frankia terug te komen. De dronken oude mannen blijven half slapend achter op een bankje boven op station…

Meer dan anderhalf uur later komen we nog maar net voor 20:00 uur terug bij de camper. En daar loopt… een van de dronken oude mannen!? Het is ons echt een raadsel hoe die daar nou weer is gekomen, want volgens mij hadden wij toch echt de snelste/enige mogelijke route terug, en hij zat zeker niet bij ons in de trein. Ze waren allemaal amper in staat tot lopen, laat staan van een compleet verslushte rode piste af te skiën in het donker. Maar wie weet is skiën net als fietsen en gaat dat altijd nog verrassend goed? Wat een mysterie!

First, Lauterbrunnen & Mürren

Op onze tweede dag Jungfrau verkennen we First, de zelfbenoemde ‘Top of Adventure’. Dit is het kleinere deel van het skigebied van Grindelwald. Om te kunnen concurreren met de rest van het gebied, hebben ze hier wat grappige activiteiten gemaakt die bij je skipas zijn inbegrepen. Zo kun je op een loopbrug om een klif heen lopen, tokkelen tussen twee liftstations, en op je buik onderaan een soort vogel hangen die met 80km/h omhoog en naar beneden gaat. Allemaal best vermakelijk! Daarnaast is het zicht vandaag een stuk beter en zijn de pistes zacht, waardoor met name de zwarte pistes erg leuk worden op je snowboard. Helaas maken we aan het eind van de dag een kleine miscalculatie waardoor we met onze moeie benen nog een heel stuk moeten lopen om weer bij de camper te komen.

Eenmaal terug zijn we ook zo bezweet dat we besluiten dat het toch echt maar weer eens tijd is om te douchen, dus rijden we naar het dal van Lauterbrunnen, waar ten minste nog een betaalbare camping ligt. Die camping blijkt ook nog eens fantastisch mooi te liggen. Het hele dal is dat trouwens. Aan beide kanten stijgen stenen wanden eindeloos recht omhoog, met overal watervallen die soms honderden meters vanaf de top vrij naar beneden vallen. Onder de dichtstbijzijnde is een tientallen meters hoge hoop ijs ontstaan. De betaalbare camping blijkt helaas in de winter maar twee plekken te hebben voor reizigers en die zijn natuurlijk al vol, dus zijn we in plaats daarvan veroordeeld tot de duurste camping ever. Maar ja, we hadden ons nu al ingesteld op een douche… en een dagje werken en wassen terwijl er nieuwe sneeuw bij valt kan eigenlijk ook geen kwaad. Dat kan hier gelukkig prima!

Het laatste deel van het Jungfrau gebied is Mürren. Het hoogste punt van dit gebied, de Schilthorn, is ooit gebruikt als decor voor het hoofdkwartier van Blofeld (Piz Gloria) in de James Bondfilm ‘On Her Majesty’s Secret Service’; en dat zul je weten ook. Er is een soort museum, een bioscoop waar je de scenes uit de film kunt kijken, en allemaal plekken waar je als James Bond je foto kunt laten nemen. Op de achtergrond heb je een van de mooiste uitzichten van de Alpen: de Eiger, Mönch en Junfrau op een rijtje: de ‘Swiss Skyline’. Vanuit het ‘Skyline Snowpark’ kun je er heerlijk van genieten in je luie ligstoel. We hebben alleen een middagpas genomen, en daar hebben we wel een beetje spijt van. Het kleine laagje verse sneeuw van de afgelopen dag is op de vlakkere pistes nog top, maar zo gauw het steil wordt is alles compleet verspoord. Als we verder afdalen is het ook nog eens allemaal slush geworden. Met een snowboard is dat wel leuk, maar met ski’s vind ik dat nog behoorlijk lastig. Gelukkig maakt het uitzicht steeds veel goed!

Shotjes en rondjes

We sluiten de Jungfrau regio af bij het station van Zweilutschinen, waar eigenlijk niet eens een dorp lijkt te zijn, maar alleen een overstapplaats tussen treinen. Hier hebben we prima de tijd om even in te bellen bij de verjaardagen van Steef d’r zus & mijn vader, en om mee te doen aan de digitale ‘alternatieve wintersport’ die onze Punch-vriendengroep vanavond heeft georganiseerd. Die bestaat uit een uitgebreide pubquiz, shotjes, leuke opdrachten, en heel wat grappen en grollen. Ik had het zelf de laatste paar maanden in Nederland helemaal gehad met alle dingen die online werden georganiseerd, maar nu op echte afstand is het eigenlijk wel weer leuk om zo er bij te kunnen zijn. Daarnaast hebben ze heel erg hun best gedaan om het een avond lang gezellig te houden en is het ook wel weer goed voor de bewustwording dat we blij mogen zijn dat we hier wel leuke dingen kunnen doen.

We hebben bijna ons eerste rondje Zwitserland af, maar zoals het er nu uit ziet beginnen we straks vrolijk weer aan het volgende rondje de andere kant op. Want (spoiler) er zit weer sneeuw aan te komen! En deze keer vanuit het noordwesten, en laat dat nou precies het stukje zijn wat we hebben overgeslagen omdat het te warm en te druk was! Hopelijk daarover volgende keer meer. Tot dan!

« van 6 »

2 gedachten over “Treintjes, wijntjes & chagrijntjes

  1. Hallo Merijn en Steef. Wat heerlijk om het allemaal mee te beleven met jullie. Wat maken jullie veel mee en zien jullie veel. Jammer van de camper. Maar gelukkig is dat nu opgelost en verder afwachten.
    Nog heel veel plezier samen.
    Geniet ze.
    Liefs,

    Willy

Geef een antwoord