Fin de la piste

Hallo, hallo! Welkom bij het laatste stukje van onze reis door Zwitserland. Wat anders dan normaal, want eerst gaan we op vakantie, en daarna hebben we voor de verandering eigenlijk niet echt meer een plan. In onze gedachten zijn we al een tijdje bezig met wat onze volgende bestemming moet worden. Dat betekent dat we ons weer in alle reisadviezen en regels in de verschillende landen inlezen en ook weer het nieuws volgen. Daar was ik een maand geleden mee gestopt omdat ik er alleen maar chagrijnig en depressief van werd, maar nu moeten we wel weer, en dat blijkt nog steeds niet goed voor mijn humeur. Er zijn nog steeds te veel dingen die ik niet begrijp.

Eigenlijk lijkt er qua reizen niets helemaal netjes te mogen, maar omdat we terug naar huis gaan absoluut niet zien zitten, niet in de laatste plaats omdat we tot april volgend jaar geen huis hebben, gaan we toch proberen met een test naar Spanje te rijden. Het risico op de enorme boete nemen we dan maar voor lief. Om de kans op slagen zo groot mogelijk te maken wachten we tot na Pasen. Dat is in Spanje namelijk de belangrijkste vakantie van het jaar, en er zijn strenge maatregelen aangekondigd om onnodig verkeer tussen regio’s tegen te gaan. De verhalen die we horen van mensen die in Spanje zijn, zijn gelukkig wel bemoedigend. De politie lijkt buitenlanders te tolereren en als je maar een mondkapje ophebt is bijna alles mogelijk. Het plan is gemaakt! Nu proberen we het maar zo veel mogelijk uit ons hoofd te zetten en te genieten van de laatste tijd die we hier nog hebben. Om te beginnen met de enige plek waarvan we van te voren al bedacht hadden dat we daarmee wilden eindigen: Zermatt!

Op vakantie met Mattie

Met mijn skispullen, Steef d’r snowboardgear, en twee volgestouwde rugzakken lopen we naar het station van Randa. We hebben de goedkoopste manier gevonden om de camper achter te laten terwijl we naar Zermatt gaan. Dat is dus parkeren bij het Matterhorn Golf Hotel in Randa, 10 minuten met alle bagage lopen naar het station, en vanuit daar met de trein naar het autovrije Zermatt. Niet dat de kostenbesparing echt significant was, want komende dagen gaan we splurgen. We hebben een prachtig maar voor Zwitserse (en Zermattse) begrippen betaalbaar hotel gevonden aan de noordkant van het dorp. En dus zwaaien we nog even naar Frankia terwijl we in de trein langszoefen omhoog en hopen dat de kachel het blijft doen terwijl we er niet bij zijn. We hebben gepland op twee dagen volle zon (en zonder Saharazand deze keer), maar het wordt ‘s nachts nog wel behoorlijk onder nul, en we willen liever niet dat alles vastvriest.

“Zeg waar is hij eigenlijk?” vraagt Steef als we het station uitlopen, maar dan zien we Mattie al. Hij is ook niet echt te missen. Meer dan een kilometer steekt hij uit boven het landschap. Doordat je vanuit Zermatt precies over de rug tegen hem aankijkt lijkt het net een soort pyramide, met een klein verbogen topje. Als een gigantische sfinx domineert hij het dorp. Qua indrukwekkende bergen kan hij wat mij betreft zo in het rijtje met de Kilimanjaro en de Oldonyo Lengai. De bouwers van het dorp dachten daar denk ik net zo over, want bijna elk gebouw is zo ontworpen dat het uitkijkt op de berg. Om de kosten enigszins te drukken hebben wij een kamer met uitzicht ‘om de hoek’, maar het ontbijtrestaurant van het hotel is wel perfect geplaatst. “Waarom ga je niet lekker buiten zitten?” vraagt de receptioniste als we daar een drankje willen doen. Wat een topidee, want het is inderdaad zomers warm in de zon en er staan precies twee ligbedjes op ons te wachten. Koud biertje erbij en genieten maar van het best mogelijke uitzicht op de meest bekende berg van Zwitserland. Zo komen we de dagen wel door!

Al de hele tijd dat we in Zwitserland zijn, zijn alle restaurants alleen open voor take-away. Alleen hotels mogen hun gasten in hun restaurants laten eten. Ons hotel heeft zelf geen avondeten, maar heeft wel een afspraak met een restaurant in het dorp. Omdat we al superlang niet uit eten zijn geweest willen we die kans natuurlijk niet aan ons voorbij laten gaan, dus laten we de hotelmeneer bellen voor een reservering. Het kan, maar het restaurant blijkt ook nummer 1 op Tripadvisor te zijn, dus we kunnen pas terecht om 20:30. Ok, komt vast goed. Eenmaal aangekomen zijn we natuurlijk vreselijk underdressed. Bijna iedereen is in pak. De serveerster zal het in ieder geval een zorg zijn, want die vertelt vol enthousiasme wat ze allemaal in de aanbieding heeft. We hebben de keuze uit losse hoofdgerechten van rond de 50 Euro, of het vijf gangen dagmenu voor 65 Euro. Tja, met die prijzen maakt het toch niet zo veel meer uit, dus we gaan voor het dagmenu. Dat blijkt een uitstekende keus, want het is gevarieerd en alles is heerlijk! Wel hebben we richting het einde steeds meer moeite om wakker te blijven. Als de serveerster vraagt of we misschien een korte pauze tussen de gangen willen lijkt ons dat dan ook niet zo’n goed idee. Ik weet niet of we dan het hotel nog halen. Rond half 12 storten we in bed. KO.

De volgende ochtend zitten we al vroeg aan het superuitgebreide ontbijt. Lastig, want we zitten nog steeds vol van gisteravond. Het is eigenlijk te veel om allemaal te proberen, maar ik moet toch zo ver mogelijk komen natuurlijk. Al compleet voldaan nemen we een van de eerste liften omhoog naar de Gornergrat. Daar wordt duidelijk dat het ontbijt maar het begin van deze superspectaculaire dag is. Om te beginnen is het strak blauw en bijna windstil. Daarnaast heb je hier naast Mattie nog veel meer vierduizenders om je heen, waaronder de hoogste berg van Zwitserland: de Monte Rosa (wat overigens voor de verandering best een lelijke berg is…). Onder ons strekken de Gorner- en Findelgletsjers zich vanuit de hooggelegen ijsvelden kilometers ver de dalen in, en naast de pistes brengt een tandradtreintje wintersporters naar boven. Ja, dit is Zwitserland op zijn best. Wat mij betreft zijn dure bestemmingen lang niet altijd hun reputatie waard, maar hier moet je als wintersport- en/of bergliefhebber toch echt een keer geweest zijn. De sneeuw is niet het beste wat we ooit gehad hebben, maar je bent hier toch met name voor het uitzicht. Dus touren we lekker door het gebied heen en eindigen we ‘s middags weer met een biertje op de ligstoeltjes in de ondergaande zon. Wat een dag. Nog een keer echt uit eten kunnen we financieel en fysiek niet aan, dus halen we pizza voor in het restaurant van het hotel en liggen al om 20:00 in bed.

Op dag twee eet ik bij het ontbijt alles wat ik eerder heb overgeslagen, en verkennen we het gletsjergedeelte van het gebied. Hier ligt op 3883m het hoogste kabelbaanstation van Europa. Dat is zo’n 2300m hoger dan het dorp en dan merk je! Van het station moet je een trap op naar het uitzichtpunt, en als je dat niet heel rustig aan doet ben je meteen buiten adem, maar dat is het uitzicht zeker waard! Normaal gesproken kun je vanuit hier nog een flink stuk Italië in skiën, maar daar is nu alles gesloten. Zelfs liften die voor 99% in Zwitserland liggen, maar net met hun laatste 10m in Italië uitkomen zijn dicht. Via de piste kun je nog wel even illegaal de grens over, maar dat is het dan. De pistes op de gletsjer zijn sowieso meh. Zonder bochten kom je maar net vooruit. Gelukkig is het lager gelegen gedeelte wel top. Soms flink uitdagend en soms lekker panoramisch glijden. Weer komen we aan het eind van de dag uit op de ligbedjes. En om de dalende trend in het niveau van het avondeten door te zetten eten we deze keer koude overgebleven pizza met chips en chocoladepaashaas op de kamer. We zijn het met al die luxe gelukkig nog niet verleerd :-).

Na nog een laatste extravagant ontbijt nemen we afscheid van Mattie en onze ligbedjes, en pakken de trein terug. Frankia staat er nog en alles is ok. Het is klaar met de vakantie. We gaan weer verder op reis!

Via de achterweg naar Ovronnaz

Een stukje verder in het Rhônedal gaan we verder met waar we eind februari gebleven waren. We hebben hier toen een aantal skigebieden overgeslagen omdat het te warm werd, en dat kan natuurlijk niet. De eerste daarvan is Ovronnaz. In al zijn wijsheid stuurt Google ons over de superkrappe en steile ‘achterweg’ naar het dorp. Je moet echt af en toe uitkijken met Google’s suggesties. Vrij regelmatig heeft hij de grootste moeite om hoofd- van zijwegen te onderscheiden. En in de bergen met een camper maakt dat vaak nogal uit. Bordjes volgen waar kan is echt een veel beter idee, zeker in Zwitserland. Met wat uitwijkmaneuvres en flink wat stukken in zijn 1 komen we nu in ieder geval wel prima boven. We vinden een mooi plekje naast de kerk. Die is zo blij met ons dat terwijl ik een rondje loop, Steef bijna doofgetetterd wordt met een soort klokkenconcert. Gelukkig blijkt dat eenmalig.

Ovronnaz ligt mooi op een zonnig terras en kijkt uit over de Rhônevallei. Het dorpje lijkt grotendeels verlaten. Bij nog niet eens een kwart van de huizen en appartementen lijkt iemand thuis te zijn. Je merkt hier echt dat je in een soort tussenseizoen zit. Wandelen kan nog niet maar de beste skidagen zijn ook wel geweest. Toch is de sneeuwdump van een week geleden nog niet eens helemaal weg. ‘s Middags is alles behoorlijk zacht, maar dat is voor even best vermakelijk. Het is een leuk compact gebiedje. Perfect voor de halve dagpas die we hebben.

Skateboards ontwijken in Verbier

Aan het eind van de middag rijden we weer naar beneden, deze keer wel over de hoofdweg, en koersen door tot onder Verbier, aan de kant van de Quatre Vallées die we nog niet gezien hebben. Verbier is een van de populairste wintersportdorpen van Zwitserland. Hier is het dus echt druk, zelfs in coronatijd. Campers vinden ze hier expliciet ok, maar om een of andere reden hebben ze wel de camperparkeerplekken precies naast het skatepark gebouwd. In de loop van de dag verplaatsen we in navolging van onze buurman steeds verder naar achter om de eventuele uit de bocht vliegende steps en skateboards te ontwijken. Sinds iemand tegen ons aan is gereden zijn we behoorlijk alert op hoe we parkeren. Aan de voorkant mogen de skaters dan een risico zijn, maar uitsteken bij het parkeren proberen we ten alle tijde te vermijden en als dat onmogelijk is, dan maar met de voorkant en niet met de achterkant. Het autogedeelte van de camper is namelijk veel steviger en gemakkelijker te repareren. Onze buurman is echter 3m langer dan wij, dus met hem er naast durven we wat meer :-).

“Schatje, er is een probleem…” begin ik ‘s ochtends tegen Steef als we ons klaarmaken om naar boven te gaan. “Ik heb geen zin.” In eerste instantie word ik keihard uitgelachen. Het is de eerste keer dat het is voorgekomen. Tot nu toe ben ik juist degene die ‘s ochtends als eerste uit bed komt en het tempo er in houdt om te zorgen dat we op tijd op pad zijn. Maar ja, na 30 skidagen in 25 verschillende gebieden is het misschien ook wel eens een keer genoeg geweest voor een seizoen. Daarnaast zijn er inmiddels ook andere opties dan skiën. De meeste sneeuw in de dalen is al gesmolten, wat betekent dat er steeds meer wandelroutes begaanbaar zijn. Het wordt komende dagen zomers warm met veel zon, dus een beetje camping life lijkt ook niet gek. Met goede wifi, zodat we nog wat aan ons eigen bedrijf kunnen werken. Menig snowboarder zou ons denk ik voor gek verklaren, maar we pakken alles weer in en laten Verbier voor wat het is zonder er geskied te hebben. In plaats daarvan gaan we terug naar de enige plek in Wallis waar we onze wensen weten te combineren: het Val d’Hérens.

Lentekriebels in het Val d’Hérens

Als we het dal inrijden valt meteen op dat het er behoorlijk anders uitziet dan de vorige keer. De sneeuw onder de langlaufloipes is grotendeels weggesmolten, het gras begint al een beetje groen te worden en de eerste bloemetjes zijn uitgekomen. De natuur vindt duidelijk ook dat de lente begonnen is. Maar op de camping leren we dat er nog een soort mini-seizoen tussen de winter en de lente zit: modder. De bodem kan al die smeltende sneeuw niet snel genoeg opnemen en daardoor is bijna de hele camping getransformeerd in blubber en onbegaanbaar geworden. Slechts twee plekken zijn nog bruikbaar, waarvan er een gereserveerd is; maar de andere is uiteraard voor ons!

Maar liefst 5 nachten blijven we op de camping staan. Het langste wat we ooit ergens stil hebben gestaan (na La Ventana dan). Al die dagen is het zomers warm met temperaturen rond de 20 graden en volle zon. Het valt mij op hoe langzaam de sneeuw wel niet wegsmelt, zelfs als het zo warm is. Een hoopje van 40 bij 20 cm naast onze camper, wat we ‘Olaf’ hebben genoemd, duurt maar liefst 3 dagen voordat het helemaal is weggesmolten. Het is een raar beeld om op een kleedje te zonnen in korte broek en t-shirt terwijl er naast je nog hele stukken veld onder de sneeuw liggen.

Met en zonder Steef maak ik wat hikes in de omgeving. De eerste twee naar hoger gelegen dorpjes in de vallei. Die liggen echt prachtig. Er lijkt ook nog meer dan genoeg plek te zijn voor ons om er een stukje land te kopen en ons eigen berghutje er bij te zetten. Met name het zonnige terras van La Forclaz, wat precies zo ligt dat de zon net de hele dag boven de tegenovergelegen berg blijft, is echt om verliefd op te worden. Wie weet. Als derde hike besluit ik een aftakking van het dal te volgen richting het stuwmeer en de gletsjer van Ferpècle en te kijken hoe ver ik kan komen. Grote delen van het pad zijn nog bedekt met sneeuw, maar aan de sporen te zien ben ik niet de eerste die het een goed idee vond. Na twee uur kom ik aan in het verlaten dorpje onder de stuwdam, maar daarna gaan er alleen nog maar skisporen door en dat lijkt me iets te heftig. In de zomer gaat er een bus hier naar toe. De weg is nu afgesloten, maar te voet prima begaanbaar, dus ik besluit die terug te volgen. Daar heb ik enigszins spijt van als ik door een 100m lange donkere tunnel moet waar in het midden een soort ijsgrot is ontstaan. Er hangt hier een metalen constructie om water van het plafond naar de zijkanten van de tunnel te geleiden, maar door het maandenlang vriezen en smelten zijn daar enorme stalactieten en hele zuilen van ijs ontstaan. Het is een beetje creepy, maar ik manoeuvreer me toch maar over het spekgladde ijs tussen de zuilen en onder de stalactieten door om naar de andere kant te komen. Ik leef nog, dus het was een goed idee.

Na het hiken is het steeds tijd voor bier, wijn, en kaas van de kaasautomaat, lekker buiten totdat de zon achter de bergen verdwijnt. Hierbij krijgen we nog even een hartverzakking omdat een oude opa ogenschijnlijk zonder te kijken achteruit richting de nog niet kapotte kant van onze voorbumper rijdt, maar na een gezamenlijk enorme schreeuw van onze kant stopt hij gelukkig net op tijd. Niet dat het waarschijnlijk heel veel uitgemaakt had, want er moet toch al een nieuwe bumper op, en ik denk niet dat het Zwitserse Nationale Verzekeringsbureau dubbel de reparatiekosten had vergoed.

Op de laatste dag gaan we nog een keertje slushboarden in Arolla, waar we al eerder zijn geweest. ’s Ochtends zijn de pistes nog kneiterhard bevroren, maar rond 12 uur begint het zacht te worden en is alles ineens mogelijk. Snowboarden door de slush is echt zoveel ontspannender dan op ski’s.

Sportief en educatief paasweekend

Helemaal recharged rijden we het dal weer uit, op naar de volgende bekende plek om te chillen: onze eerste camping aan het meer van Genève. Het is het begin van het paasweekend en we hebben geen reservering. Aangezien het hele weekend prachtig zomers wordt lijkt dat niet per se een fantastisch idee. Onderweg zien we al een schijnbaar eindeloze stroom campers, maar als we aankomen zijn er van de 75 plekjes zowaar nog 2 voor ons beschikbaar! Als we naar ons plekje toe rijden weten we in eerste instantie niet wat we zien. Het is Frankia, maar dan 2x zo lang… het is Superfrankia! Ik weet niet wat de ontwerper hiervan precies had gedronken, maar dat is gewoon uit verhouding.

Al snel komen onze buren voor het weekend aan met twee Volkswagen busjes, een oude gerenoveerde en een spiksplinternieuwe. De nieuwe variant (de California) is hier echt mateloos populair. Alleen al op deze camping staan er een stuk of 10. Die dingen zijn dus echt superduur voor wat je krijgt, maar wat je krijgt is wel echt goed, en geld maakt hier niet uit. Ik vind Zwitsers niet ‘showerig’. Het valt mij bijvoorbeeld op dat er hier eigenlijk vrij weinig dure auto’s rondrijden. Een van de meest populaire auto’s is de Dacia Duster. Dat is zo’n beetje de goedkoopste 4×4’s die je kunt krijgen, maar hij is wel goed. Niet dat je niet ook ongelooflijk veel dure spullen ziet hoor, maar in Zwitserland moeten dingen gewoon functioneel het beste zijn. Dat waardeer ik wel.

Onze buren zijn sportieve Zwitsers die hun professioneel ogende mountainbikes en zelfs hun eigen paraglidingmateriaal mee hebben genomen voor een lekker actief weekend. Ze hebben nog wel wat routetips voor ons, maar die klinken een beetje heftig. Wij houden het wel bij door het bos en langs de rand van het meer fietsen. Daar loopt namelijk een fietspad langs Villeneuve, het kasteel van Chillon, Montreux, en Vevey. Met name Montreux weet ons positief te verrassen. Vanaf de overkant lijkt het niet veel soeps, maar dichterbij blijkt dat er tussen de paar lelijke flats toch wel een hoop mooie statige gebouwen staan. De boulevard daar is ook over de hele lengte versierd met allerlei mooie bloemperkjes waar alles net is uitgekomen. Echt lente.

Zo maken we nog wat tochtjes te fiets en te voet, en sparen lekker veel punten voor het spaarprogramma van onze zorgverzekering. We hebben inmiddels ons weekdoel al zo vaak gehaald dat we echt een zieke hoeveelheid punten moeten halen om nog beloond te worden. Met thuiswerken hadden we dat nooit gered, maar met elke dag wintersporten, fietsen, wandelen, of hardlopen lukt het prima. Tussendoor werkt Steef ook nog wat aan haar Duits met de vierjarige dochter van de buren. Hun niveau sluit lekker aan. Een sportief en educatief weekend dus!

It’s up to you, Little Fucker

Helaas sluiten we het paasweekend niet helemaal lekker af, want op maandag gaat onze kachel opeens niet meer aan. Hij had al wel een tijdje af en toe wat sputteringen bij het aanslaan, maar nu lijkt het echt klaar. In eerste instantie zijn we een beetje in paniek, want een telefoontje met Truma leert ons dat ze net afgelopen jaar gestopt zijn met het maken van reserveonderdelen voor ons model, en een nieuwe kost meer dan 2500 euro. Daarnaast heeft elke campergarage in Zwitserland het stervensdruk. De eerste die ik bel (in brak Frans uiteraard, want niemand spreekt iets anders) kan ons niet helpen voor half Mei, maar de tweede wil gelukkig wel die middag alleen even een kort kijkje nemen naar wat er precies stuk is. Dat kijkje is zo kort dat we er niet helemaal op vertrouwen dat hij het probleem juist heeft gediagnosticeerd, maar we krijgen wel een onderdeelnummer van hem. Het blijkt erg moeilijk te vinden, maar in noord Duitsland vinden we nog een webshop die een voorraad heeft. Omdat we niet precies weten hoe lang het duurt en waar we dan zitten laten we het eerst maar naar Nederland sturen. Daarna zien we wel weer hoe het bij ons komt.

De kapotte kachel is een behoorlijke inbreuk op onze planning voor de resterende tijd. We waren eigenlijk van plan om nog even de bergen in te gaan, maar daar wordt het komende nachten -10, dus zonder kachel zit dat er niet in. We hebben wel een elektrisch kacheltje (wat we inmiddels ‘Little Fucker’ hebben genoemd) maar dat verwarmt voor die temperaturen niet goed genoeg door de hele camper heen. Dus gaan we eerst maar 2 dagen in Lausanne aan de stroom staan en wachten tot het weer warmer wordt. Dat is op zich geen grote straf want Lausanne beviel ons vorige keer prima, en nu hebben we mooi de tijd om de dingen te bekijken die we eerder hebben overgeslagen.

Olympische klasse

Als eerste is dat het Olympisch museum. Steef wou hier heeeel graag naar toe, maar eerder was het nog dicht. Het museum is de belangrijkste attractie van de stad, en met recht. Het is echt supermooi. Het begint al met de ligging aan het meer en de tuin er omheen. Die staat vol met beelden van de verschillende sporten en er ligt zelfs een sprintbaan in. Maar dan ben je nog niet eens binnen geweest. Kosten nog moeite zijn gespaard om de verschillende aspecten van de Spelen te belichten. Van de klassieke en moderne historie, de verschillende sporten, stedenbouwkundige aspecten, pictogramontwerp, carrièreondersteuning voor oud atleten, echt van alles. Ook leuk is de tijdelijke sportmanga-expositie die ze voor Tokyo hebben opgebouwd. In en Japanse slaapcapsule kun je jezelf ‘mangaficeren’. Erg grappig! Daarna bezoeken we ook nog de hippe wijk Flon en het park van Sauvebelin, een mooi stukje natuur boven de stad met meertje, ‘kinderboerderij’, en een mooi ontworpen dubbele helix uitkijktoren. Allebei ook zeker aanraders, als je klaar bent met het museum ten minste 😊.

Nog een dagje dan

Na twee nachtjes in Lausanne warmt het weer wat op en hebben we er genoeg vertrouwen in dat Little Fucker voldoende is om ons warm te houden in de bergen, dus rijden we naar de camperplek van Leysin, waar we aan de stroom kunnen staan. Hier kunnen we mooi wandelen in de omgeving en nog een allerlaatste dagje skiën. Het is het laatste weekend voor de sluiting van het skigebied, maar er is afgelopen dagen toch nog wat sneeuw bijgevallen, dus de pistes zijn prima. Het skigebied van Leysin heeft duidelijk twee doelgroepen. Aan de ene kant heb je een hoop mooie afdalingen op en naast de pistes tussen de bomen, en aan de andere kant heb je een van de grootste funparken dat we gezien hebben. Het stikt er van de freestylers. Best vermakelijk om ze in het park bezig te zien tijdens onze lunchpauze, maar wij houden het wel op de pistes. Daar vermaken we ons prima. Aan het eind van de dag nemen we dan ook voldaan het strookje natte kunstsneeuw tussen de weilanden door wat het restant van de dalafdaling is. Beneden bij de camper laten we alle spullen goed drogen in de zon en herpakken de camper zodat al het wintersportmateriaal niet langer in de weg ligt. Dit was het, onze langste wintersport ever. Fin de la piste.

Dure wattenstaafjes en huizen

Terug in Lausanne beginnen we aan de voorbereidingen voor onze dash naar Spanje. Dus slaan we nog wat voorraden in, wassen zo’n beetje alles wat we hebben, en lopen naar het naast de camping gelegen Centre Médical de Vidy voor de belangrijkste reisbenodigdheid in deze tijd: een (peperdure) coronatest. Ik heb al eens het genoegen gehad om me te mogen laten testen in Nederland, en het is erg vermakelijk om het verschil met hier te zien. De GGD testlocatie waar ik toen was in Rotterdam was echt minutieus uitgedacht. In een parkeergarage, dus buiten maar toch overdekt, met brede looplijnen en wachtpunten met 5m ruimte om je heen. Hier gaat het er allemaal wat ontspannender aan toe. De testlocatie wordt bemand door een hoop jonge mensen. Iedereen is superrelaxed. Je kunt ook binnen wachten op je beurt, op 1 m afstand. Iedereen heeft een mondkapje, maar slechts 1 heeft er een schort aan en bril op. Die heeft het waarschijnlijk nog niet gehad. Steef d’r ‘dokter’ wel. Hij vindt het ook fascinerend dat ze zichzelf heeft moeten testen en d’r rolt een leuk gesprek uit. De tests zelf vinden met 4 personen tegelijk plaats in een ruimte waar de GGD net 1 persoon zou testen. Tja, zo kan het dus ook. We krijgen een goede reis gewenst. De uitslag (negatief) volgt minder dan 24 uur later per sms en het certificaat per e-mail.

De laatste dag hoeven we eigenlijk niets anders meer dan wachten op de uitslag en dus gaan we nog maar een rondje lopen door de Lavaux, de wijnstreek naast Lausanne. De vorige keer hebben we hier alleen doorheen gereden op weg naar Gruyères, maar vonden we het prachtig, dus het is leuk om er nu wat meer tijd voor te hebben. Er lopen allemaal wandelpaadjes tussen de wijngaarden door, dus je zit niet aan de wegen gebonden en kunt in alle rust genieten van de prachtige uitzichten en overal opkomende bloemetjes tussen de wijnstokken. Ook hier staan allemaal fantastisch mooie huizen die ik zo zou willen hebben, maar ik ben bang dat die iets buiten mijn price range liggen. Het is in ieder geval een mooie afsluiter van onze tijd in Zwitserland. We zijn hier verwend geweest met de hoeveelheid moois en met alle mogelijkheden om er van te genieten. So long Switzerland, you’ve been amazing.

Het is tijd om ons geluk weer verder te beproeven en de Franse grenspolitie te trotseren. We hebben allemaal zinnetjes in het Frans geoefend om ze te overtuigen ons door te laten. Hopelijk is het voldoende. Maar dat zien we volgende keer, tot dan!

Groetjes, Merijn

« van 7 »

4 gedachten over “Fin de la piste

  1. Geweldige blog weer! Fin de la piste. Wat zullen jullie vooruit zijn gegaan met skieen!!! En steef ook met Duits natuurlijk. Echt vet dat jullie zwitserland zo hebben leren kennen. Pero ahora es tiempo por otras aventuras!!!! Por que vaja vaja vaja aqui no playa.

    1. Dank je wel! Ja skiën is wel een wereld van verschil inderdaad! Maar steef d’r Duits last nog best wat te wensen over hoor… 🙂

  2. Wat hebben jullie dat weer fantastisch beschreven. Ik zit echt mee te genieten! Van de little fucker tot de grootse Mattie. En met al die mooie beschrijvingen van Zwitserland ga ik er nu toch ook van houden! Misschien wordt dit dan jullie land? Van die stalactieten had je nog niet eerder verteld… misschien maar beter ook 😉 Grappig dat jullie ook nog een apart ‘vakantiegevoel’ hebben. Voor mij klinkt dit als één grote fantastische vakantie! Nou schatjes, blijf lekker genieten, maar nu van sol, mar, playa y paella!

Geef een antwoord