¡Hola España!

Hola amigos!

We zijn ondertussen alweer ruim drie weken in Spanje. Waar het in het begin nog even wennen was na het perfect geregelde Zwitserland, hebben we ondertussen onze draai gevonden en al heel veel gezien en gedaan. Hoog tijd voor een nieuw blog dus!

Twee grenzen en een speurtocht

Onze wekker gaat vroeg af en zodra de Franse avondklok afloopt rijden we weg uit het Zwitserse Lausanne. Met goede moed en in het dashboardkastje een negatieve PCR-test, een ereverklaring geen symptomen te hebben en een verklaring waarom we ‘buiten’ zijn. Die laatste is nog enigszins twijfelachtig, want op dit formulier moesten we aankruisen waarom we ‘buiten’ zijn en de enige reden die we een beetje vonden aansluiten was ‘vanwege een verhuizing’. Achja in het breedste zin van het woord, klopt dat wel! 😉 

Na een uurtje komen we bij de grens, we rijden gestaag langs vier douaniers, maar ze lijken weinig interesse in ons te hebben en kijken vooral naar de andere richting. Vanuit Frankrijk Zwitserland in staat er namelijk een enorme file. Geen idee waarom het daar zo druk is, maar wij rijden op een bijna lege snelweg gemakkelijk Frankrijk in! Hiermee hebben we eigenlijk gelijk de moeilijkste grens gehad, want Spanje in mag officieel wel.

Enigszins opgelucht rijden we de prachtige route naar Spanje toe. Op een rits vrachtwagens na, is het hartstikke rustig op de snelweg. De Fransen mogen namelijk niet verder dan tien kilometer van hun huis. Om de rustige reis een beetje te compenseren heeft Moeder Natuur wel windkracht acht van opzij voor ons in petto. In de harde windvlagen klappert er steeds iets ongelofelijk hard tegen de camper, maar na drie keer stoppen en zoeken kunnen we het nog steeds niet vinden. Bij de vierde keer de snelweg afgaan, stoppen we naast een Franse politieauto, gelukkig is die ook niet geïnteresseerd in onze reis en kunnen we verder met de zoektocht. In windkracht, m’n-haar-waait-voor-mijn-ogen, klim ik op Merijn’s schouders omdat we vermoeden dat het een loszittende rubber rand op het alkoof is. Na een halve rol ducttape enigszins geblindeerd op het dak geplakt te hebben, blijkt dat het inderdaad te zijn en kunnen we zonder herrie verder rijden! De rubber rand mag de garage hier, samen met de kachel repareren. Daarover gesproken; we hebben ondertussen het nieuwe onderdeel voor de kachel! Mijn ouders hebben het opgestuurd en nu kunnen we het hier bij een camperdealer in Sevilla laten repareren. We missen de kachel totaal niet, maar toch wel fijn om binnenkort weer warm water te hebben voor de afwas en de douche.

Aangekomen bij de grens van Spanje is de wind gelukkig al iets minder en hier is helemaal geen enkele grenscontrole. We rijden langs het bordje ‘Espana’ en nemen direct de eerste afslag naar een mooi camperplekje bij een restaurant. Of zoals Merijns zusje het omschreef: het lijkt wel of jullie de auto na de grens alleen nog hebben laten uitrollen. Dat klopt wel redelijk, want bij de eerste afslag was direct een parkeerplaats met prachtig uitzicht over de groene heuvels. We zijn blij dat we Spanje gemakkelijk hebben gehaald, maar balen wel een beetje dat niemand onze PCR-test heeft gecontroleerd. Dan voelt 300 euro uitgeven toch wat minder nuttig. 

Coronaregels en controles

In Spanje verschillen de coronaregels per regio en daarbinnen zelfs per provincie en gemeente. Landelijk zijn er ook een aantal regels (óveral mondkapjesplicht en niet verplaatsen tussen regio’s). Het is dus een hele studie om overal bij te houden hoe laat de avondklok is, hoe laat horeca en winkels open mogen en of er gebieden zijn die helemaal zijn afgesloten. Gelukkig is er een Facebookgroep waarin een Spaanse politieagent vrijwillig bijhoudt wat alle regels zijn en die naar het Engels vertaald; ideaal! Bovendien ben ik best onder de indruk van het Spaanse coronabeleid, ze hebben maatregelen gekoppeld aan het aantal besmettingen in de regio. Super simpel en zo weet iedereen wanneer die waar aan toe is. 

Van tevoren hadden we al veel reizigers gesproken die zeiden dat verplaatsen tussen de regio’s met een buitenlands kenteken geen probleem is. Het voelt natuurlijk wel een beetje dubbel dat Spanjaarden niet mogen verplaatsen en buitenlanders wel worden getolereerd. Om voor de zekerheid toch controles te vermijden, verplaatsen we niet op feest- en weekenddagen tussen regio’s (dan worden er nog wel eens fuiken gemaakt met extra controles) en is ons plan in één streep naar de grootste zuidelijkste regio (Andalusië) te rijden en daar voorlopig te blijven. Maar al snel richting het zuiden merken we dat we eigenlijk nergens worden gestopt door politie en passen we ons oorspronkelijke plan om in één streep naar Andalusië te rijden aan. We besluiten tot Valencia in één keer te rijden en vanaf daar rustig aan omlaag te reizen. Dat rustig aan rijden wordt hier overigens nogal gemotiveerd, want we zijn erachter waar de Mexicaans topes hun oorsprong vinden. Spanje is ook dol op verkeersdrempels, gelukkig zijn ze hier wel wat beter aangegeven, maar veel minder hoog zijn ze helaas niet. 

Nieuwe uitdagingen in Valencia

We vinden een prima camperplek naast een mooi natuurgebied en op fietsafstand van de stad. Naast de receptie staat een rijtje gasflessen, dus we trekken meteen maar de stoute schoenen aan en vragen of we er een mogen. Op internet lees je verhalen dat mensen de grootste moeite hadden om er een te krijgen. Sommigen moesten de gasinstallatie van hun camper officieel laten keuren of er eentje op een tweedehandsmarkt kopen. Maar niets daarvan bij ons. We krijgen er zo zonder problemen een mee. Wel hebben de Spaanse flessen een andere aansluiting, maar daar is een standaard opzetstuk voor wat ze overal hebben, en dan schuif je zo je Nederlandse drukregelaar er op. En ook die ligt gewoon bij de receptie. Top dit.

Helaas blijkt de nabijgelegen lagune een walhalla vol muggen te zijn, want al snel zijn we samen op zoek door welk ventilatierooster nog muggen passen. Wie Merijn goed kent, weet dat muggen echt zijn allergrootste irritatie zijn. Het is dus beter voor iedereen dat we niet nog een nacht urenlang een speurtocht moeten doen langs alle camperkastjes, hoekjes en gaatjes om ze te pletter te slaan. Wat overigens nog niet zo makkelijk gaat, de muggen zijn nog supersnel nu het nog niet zo warm is hier. De tweede nacht hebben we ieder ventilatiegat of dichtgedraaid, of volgepropt met sokken, en slapen we gelukkig een stuk beter! Ondertussen hebben we ook een elektrische vliegenmepper gekocht en sinds we die hebben, hebben we geen mug meer gezien… 

Los van de muggenjacht weet Valencia ons helemaal in te pakken met het enorm grote en prachtige park. Een oude rivierbedding is compleet omgetoverd tot het mooiste stadspark wat ik ooit heb gezien. Met heel veel mooie bomen, planten en plekjes om te zitten is het een genot om erdoorheen te fietsen. De stad zelf doet ook niet onder, de mooie oude en moderne gebouwen met de gezellige pleintjes vol terrasjes zijn een goed begin van onze Spanjereis. We trakteren onszelf op ons eerste terrasje van de reis, helaas laat het Spaanse weer wel nog wat te wensen over, want redelijk doorweekt komen we terug bij de camper. Het park bleek overigens ook niet berekend op regen, want ik bekijk de vloer nog even van dichtbij wanneer ik met mijn fiets een te scherpe bocht maak over de gladde tegels. 

Bejaarden in Tjernobyl

De regen stopt de volgende dag niet, dus heel veel zien we nog niet van onze volgende bestemming: Tavernes de la Valldigna. Maar wat we wel zien zijn de vele grote campers van Duitsers, Fransen, Nederlanders en Belgen op deze camperplek. Dit zijn de zogeheten ‘overwinteraars’, die hier maanden aan de kust staan. We halen de gemiddelde leeftijd sterk omlaag en moeten met iedereen extra hard praten want “SORRY IK HEB M’N GEHOORAPPARAAT NIET IN”. Vanaf de camperplek loop je zo het strand op, het is prachtig en helemaal leeg. Naast de camperplek ligt een dorpje met afgrijselijke flatgebouwen met allemaal dichte luiken. Wanneer we erdoorheen lopen is het zelfs een beetje spooky, het is compleet uitgestorven. Op een verdwaalde kat na komen we niemand tegen. We dopen het al snel om in ‘Tjernobyl’. Één van de overwinteraars weet ons te vertellen dat dit appartementjes zijn van Spanjaarden uit Madrid, maar dat die nu niet hierheen mogen komen. Normaal is het een bruisend kustdorpje met een hoop muziek en gezelligheid. Wij genieten van een erg rustig stranddagje en verruilen daarna Tjernobyl maar snel in voor Jalon, daar woont namelijk familie van mij! 

Familiebezoek in Jalon

Voordat we aankomen in Jalon, maken we eerst nog twee tussenstops onderweg. De eerste is bij een vuurtoren op een hoog uitkijkpunt over de ruige rotskust en de tweede een bijzonder mooi baaitje tussen de rotsen met superblauw water. Het weer is nog niet zo lekker dat we willen zwemmen, dus na de lunch met uitzicht rijden we naar Jalon. Hier wonen José en Paul, José is de nicht van mijn vader en ze zijn vier jaar geleden geëmigreerd naar Spanje. Ze hebben hier een prachtig huis met zwembad! We krijgen een uitgebreide rondleiding en worden verwend met heerlijk eten en drinken. Hun hond Max laat ons de groene heuvels in de omgeving zien en na een heerlijk ontbijtje nemen we de volgende ochtend afscheid van de gezelligheid! 

Rotsige uitjes

Het is namelijk tijd voor onze eerste hike deze reis! Aan de kust bij het dorpje Calpe bevindt zich een grote rots in het water die je kunt beklimmen. Vol goede moed lopen we naar de ingang van het park, maar helaas blijk je te moeten reserveren en is het op deze zondag al helemaal vol. Dan maar tapas eten en morgen nog een keer proberen. Omdat we in de buurt willen verblijven, slapen we in Calpe op een camperplek. De plek is net zes weekjes geopend en wordt gerund door een Nederlands stel. Ze hebben niet de beste start van hun nieuwe bedrijf met Corona, er staat slechts een handjevol campers op het terrein. Normaal gesproken zou dit het seizoen zijn dat het helemaal vol staat met overwinteraars. In de zomer is het hier namelijk veel te warm. Sowieso zijn de camperplekken in Spanje trouwens wel interessant. Het zijn over het algemeen parkeerplaatsen met weinig ruimte voor je tafel en stoeltjes, maar wel met alle faciliteiten. Voor een tientje per nacht, is dat best prima. Wij maken er ook best veel gebruik van, zeker omdat we overdag graag de stad of natuur ingaan en het dan toch wel fijn is dat de camper bewaakt staat. 

De volgende ochtend staat we al vroeg bij de rots en deze keer met meer succes; want we hebben hem op weg naar de top helemaal voor onszelf! Hoewel, de honderden meeuwen die op de rots broeden hebben er wel een mening over, maar met die geluiden erbij voelen we ons weer helemaal thuis. Het is een prachtige route, zelfs met wat klauterwerk het laatste stukje. Vanaf de top hebben we mooi uitzicht over Calpe en de baaien eromheen. 

Op de terugweg komen we de eerste anderen tegen, vlak voordat ze ons passeren trekken ze hun mondkapje over hun gezicht. Het is in Spanje verplicht om overal een mondkapje te dragen, maar met hiken in de natuur lijkt het genoeg om hem op te doen zodra je de anderen passeert. Het was in het begin een beetje aftasten wat de Spanjaarden normaal vinden, maar ondertussen zijn we er wel over uit dat de meeste Spanjaarden de mondkapjesplicht erg serieus nemen en hem overal dragen, behalve tijdens intensief sporten. Hoewel we ook wel hardlopers hebben gezien met mondkapje… Wij dragen hem eigenlijk altijd in de steden en in de natuur enkel wanneer we anderen tegenkomen die hem ook op hebben. Op die manier is er wel oké mee te leven, maar het zal ons niet betreuren als deze maatregel binnenkort vervalt, zeker nu het steeds warmer wordt. Om er eerder vanaf te zijn, kunnen we ook overwegen om te gaan roken, of in ieder geval zo’n stinkding vast te houden. Want het is opvallend dat als iemand geen mondkapje op heeft, het altijd iemand is die aan het roken is. Wel interessant dat dit beleid uiteindelijk rokers aanmoedigt meer te roken en niet rokers om ermee te starten. Denk dat we wel weten wat er ongezonder is…

Nou goed dat ter zijde, na de hike is het tijd voor nog een andere rotsige bestemming, namelijk het toeristische bergdorpje Guadalest. Dit dorpje is op een rots gebouwd en normaal gesproken erg druk met toeristen. Dit soort locaties zijn nu ideaal om te bezoeken! Wij wandelen er in alle rust doorheen en bezoeken het kasteel op het hoogste topje. Na een rustig nachtje op de parking van het dorp rijden we met lunchstop in instagram-favorite Santa Pola door richting Murcia!

Citroenen in Murcia

De route naar Murcia is prachtig, we rijden langs superveel citroen- en sinaasappelgaarden. Sowieso is heel oost Spanje volgebouwd met fruitbomen, maar deze regio spant wel echt de kroon! We vinden een erg mooi plekje tussen de citroenbomen om te slapen. We mogen van de eigenaresse van het land zoveel citroenen plukken als we maar willen! Geen idee wat we met superveel citroenen moeten, maar toch leuk! Vanaf hier fietsen we de volgende dag naar Murcia, het is een half uurtje fietsen. In Murcia zijn we al snel onder de indruk, om iedere hoek verschuilt zich een nieuw pleintje vol gezellige terrasjes. De stad is erg mooi, vol met bloemen en planten overal. We genieten van wat terrasjes, bezoeken een prachtige historische Casino Real, fietsen langs de mooiste gebouwen en proeven twee lokale lekkernijen. De hartige Pastel de Carne Murciano (soort grote bladerdeeg met ei, gehakt en tomaat erin) en de zoete Tocino de Cielo (soort flam). Het is een goede bodem voor onze fietstocht terug naar de camper.

Cabo de Gata

Het weer is nog niet helemaal stabiel zomers in Spanje, we hebben echt wel hele mooie dagen gehad, maar ook zeker veel regenbuien. Dit blijkt normaal te zijn voor april in Spanje, maar het is wel lastig dat de weersvoorspellingen hier steeds totaal niet kloppen. Zonder het perfecte ‘Metéo Swiss’ zijn we een beetje verloren en dus beland je af en toe in de stromende giet terwijl je een dorpje wilt bekijken. Zo ook de volgende dag in Mojacar. Het regent echt keihard, de straten staan blank en het is buiten erg rustig. Na een snelle sightseeing besluiten we, net als de locals, onder een afdakje te lunchen bij het enige open restaurant. We bestellen een heerlijk ‘Menu del Dia’ en maken er maar een extra lange lunch inclusief toetje van. Dit blijkt een goed idee te zijn, want zodra we weer verder rijden klaart het aardig op. Gelukkig maar, want het uitzicht is waanzinnig! We rijden het kustpark Cabo de Gata in Andalusië binnen en worden gelijk verwend met een prachtige kustroute door het ruige terrein! 

Andalusië weet ons zo snel in te pakken, wat een prachtige route! We tuffen lekker door over de kronkelige bergweg en komen uiteindelijk uit bij een camperplek. Hier belanden we naast een Nederlands gezin met drie kinderen. Ze reizen al drie maanden rond en hebben een hoop tips voor ons. Niet alleen over de route die we gaan volgen, maar ook over hoe ze drie leerplichtige kinderen mee hebben gekregen. De leerplichtambtenaren in Nederland zijn namelijk niet zo makkelijk te overtuigen om op afstand schoolwerk te leveren. Hun oplossing was eigenlijk zo simpel, dat het grappig is. Ze hebben hun drie kinderen gewoon uitgeschreven in Nederland en met hun oude school onderling geregeld dat ze les krijgen. Zo kunnen ze een jaartje op afstand school volgen en volgend jaar gewoon weer bij hun vriendjes en vriendinnetjes instromen. Ideaal!

De volgende dag vervolgen we onze roadtrip langs de kust en genieten we van wat uitzichtspuntjes onderweg. De wind is vrij sterk in deze regio, maar we besluiten er toch lekker op uit te gaan en hiken vanaf Agua Amarga langs de ruige kust. De 12 kilometer lange route is prachtig, je loopt eerst een stuk door groene valleien, om vervolgens bij een verborgen strandje uit te komen. Vanaf hier klauter je omhoog en volg je de kust vanaf de hoge rotswand. Het is een erg mooie route en de wind valt hier gelukkig mee!De volgende dag waait het daarentegen wel echt kneiterhard, dus besluiten we een dagje camperlife te doen. Toch fijn dat we een camper hebben en met slecht weer lekker kunnen relaxen binnen. Het blijk ook weer een Sahara-storm te zijn, want al snel is de camper niet meer wit maar compleet oranje. Die Sahara-zandstormen beginnen een thema te worden deze reis…

Teleurstellend Almería 

’s Ochtends worden we wakker getoeterd door de bakker met verse broodjes. Het is net Mexico met de rijdende winkeltjes, haha! Na een lekker ontbijtje en zodra de wind (en het zand..) is gaan liggen, rijden we via de laatste mooie uitzichtspuntjes van het natuurpark Cabo de Gata richting Almería. We hadden al van de Nederlanders gehoord dat de omgeving na het park drastisch veranderd in ‘plastic soep’. Ondertussen begrijpen we wat ze bedoelen, dit gebied langs de kust is namelijk helemaal volgebouwd met groente- en fruitplantages met witte doeken eroverheen. Een soort mega groot kassengebied, het Nederlandse Westland is er niets bij. Mocht je willen weten waar het is; kijk dan even op Google Maps naar Zuid-Spanje en zoek op de satellietbeelden een grote witte vlek aan de kust. Vanuit de ruimte is het namelijk prima te zien! 

Niet echt de mooiste omgeving dus, maar we geven Almería een kans. Deze stad staat bekend om het mooie Alcazaba bovenin de haven. We vinden een interessante hippieachtige camperparkeerplaats en fietsen naar het centrum. Helaas is het maandag én siësta (oeps!) en lijkt alles gesloten, ook het Alcazaba. Daarnaast lijkt de stad ook niet echt mooi.. We houden het voor gezien en zeggen de hippies gedag voordat we doorrijden naar de woestijn, adios! 

We maken eerst nog een tussenstop bij het winkelcentrum, want er is een groot nieuw probleem dat we moeten oplossen. Onze slippers hebben geen plek. Ja je leest het goed, een slipperprobleem. Wanneer je namelijk de camper instapt passen er twee paar schoenen op de deurmat, maar als daar ook nog slippers liggen, breek je gegarandeerd je nek. Gelukkig weet de Jisk hier een oplossing voor en hebben we binnen no-time een ‘Mama slof’ gekocht. Oftewel een grote hangende zak, waar onze slippers in kunnen. Klein detail; we kregen er wel vijf paar Spaanse sloffen bij, dus die liggen nu in de weg… 😉 

Wilde Westen in de woestijn

De Tabernas woestijn is de droogste plek van Europa en de enige echte woestijn die dit continent rijk is. We wanen ons weer helemaal in Amerika met de woestijnomgeving! Hoewel, het is niet zo groot en er loopt een snelweg dwars doorheen, maar goed dat mag de pret niet drukken. We worden op de camperplek ‘Little Texas’ warm onthaald door een Brits koppel en al snel blijkt het een zeer gezellig plekje te zijn. We ontmoeten een Belgisch koppel (Bas & Sarah) die met hun busje Bertha reizen en verder staan er nog een hoop sportieve wandelaars en fietsers op deze plek. 

Ook wij mogen weer actief doen, want de volgende ochtend gaan we een 17 kilometer lange hike door de woestijn maken. Het is een leuke gevarieerde route, met delen in canyons lopen en stukken met uitzicht over het hele gebied. Onderweg komen we nog een filmset tegen. In deze woestijn worden namelijk ontzettend veel films opgenomen, het staat bekend om de zogeheten Spaghetti Westerns, maar ook delen van Game of Thrones en Indiana Jones zijn hier gefilmd. Verderop in de hike komen we ook nog in een Western dorpje terecht, dit is ook ooit voor een film gebruikt. We worden niet al te hartelijk ontvangen door een blaffende hond en twee boze meneren die geld willen, dus we laten het Western dorpje al snel voor wat het is en genieten van het laatste stukje van de hike.

We vangen onderweg wel nog een paar spetters regen en vinden nog een modderpoel, toch knap zo in de droogste plek van Europa! 

We sluiten de dag gezellig af met onze Belgische buren en vertrekken de volgende ochtend naar Lucainena, hier ligt een oude treinroute die is omgebouwd tot fiets- en wandelpad. Aangezien onze beentjes nog niet toe zijn aan hiken, fietsen we rustig de route. Het is prachtig, dit gedeelte is veel groener en vruchtbaarder dan de 10 kilometer verderop gelegen woestijn. Interessant om het verschil zo dicht bij elkaar te zien! Na een niet al te lange fietstocht trakteren we onszelf op tapas in het schattige witte dorpje en rijden we hierna verder naar Beas de Granada. 

Een hoop cheesecake in Granada 

Beas ligt een half uurtje buiten de stad Granada, maar vanaf deze camping is er een bus de stad in. Granada zelf beschikt niet over een camperparking, dus mocht je nog een gat in de markt zoeken..(ik zie de commissie wel tegemoet;-)). De camping ligt in de groene heuvels met wat kleine witte dorpjes her en der. Vanaf de terrasplekken heb je uitzicht over de Sierra Nevada, erg mooi! Voordat we de stad gaan bekijken, gaan we eerst hiken in de omgeving. Er loopt namelijk een wandelroute van Beas naar Granada. Alleen omdat je dan voornamelijk omlaag loopt, besluiten wij eerst met de bus naar Granada te gaan en de route terug naar de camper te lopen. Op deze manier wordt mijn knie wat minder snel geïrriteerd en lopen we 17 km één kant op. Aangezien we de hike achteruit doen, besluiten we ook te starten met de beloning. Dus zodra we de bus in Granada uitstappen, lopen we een Pandería naar binnen en trakteren onszelf op koffie en hele lekkere cheesecake. Met deze basis moet het wel lukken! 

De trail start op een gezellig pleintje middenin de stad, vanaf daar loop je door het gigantische park van het Alhambra en dan de heuvels op naast de stad. Binnen no time ben je volledig in de natuur! De gehele route heeft prachtig uitzicht, het had nog iets spectaculairder kunnen zijn dan het was. Want de witte toppen van de Sierra Nevada hebben er geen zin in vandaag en blijven in de wolken. Het mocht de pret niet drukken, want het is alsnog nog leuk wandelen. Na 17 kilometer komen we redelijk uitgeteld aan in Beas, hier vinden we één open barretje met wat dronken locals en genieten we van een welverdiend biertje met wat tapas. Hierna moeten we nog 1 kilometer omhoog hiken en dan zijn we bij de camper voor onze tweede ronde zelfgemaakte tapas met de voetjes omhoog. Hier moeten we wel even van bijkomen hoor!

Maar echt lang bijkomen is er niet bij, want de volgende ochtend gaat alweer vroeg de bus richting het Alhambra. Tijd om dit culturele pareltje eens te bewonderen. We starten met een uitzichtpunt vanaf het oude centrum op het Alhambra, dit is al redelijk impressive. Het uitzicht is fenomenaal! We genieten zonder hordes toeristen én met wederom cheesecake op het bankje van het viewpoint. Als we hierna het Alhambra ingaan is het, op wat zwerfkatten na, ook heerlijk rustig. Normaal gesproken moet je een maand van tevoren reserveren en kun je er over de hoofden lopen. Nu kun je zonder reservering, zonder rij, zo hop naar binnen en kun je binnen zelfs foto’s maken zonder dat er mensen op staan. Corona is op veel vlakken vervelend, maar in dit geval is het toch wel bijzonder om het Alhambra zo rustig te kunnen bewonderen. De vele gebouwen zijn prachtig en vooral de grote hoeveelheid tuinen eromheen maken het een bezoekje waard. Vanaf het Alhambra heb je ook mooi uitzicht over het oude centrum en de witte bergtoppen van de Sierra Nevada laten zich vandaag ook al wat beter zien! 

Zodra we terug willen naar de camping komen we er eigenlijk achter dat het nog drie uur duurt voordat de bus terug gaat, oeps! Maar geen paniek, terrasjes genoeg om wat tijd door te komen. In Granada krijg je bij ieder drankje een gratis tapas, dus voor je het weet zit je uren te tafelen en hoef je daarna bijna geen avondeten meer. Wij belanden in een heerlijk smal Spaans straatje bij één van de beste taparestaurants uit de regio, dus die drie uur ‘wachten’ blijkt geen enkel probleem. 

De volgende dag mogen we dan toch écht uitrusten. Het blijkt namelijk een feestdag te zijn, dus er gaan helemaal geen bussen. Het centrum van Granada bekijken moet dan maar op een later moment en we genieten van een relaxt campingdagje. ’s Middags komen onze Belgische vrienden naast ons staan en ontstaat er al snel een gezellig borrel. De Belgen reizen met een klein busje, maar de hoeveelheid drank die ze eruit halen is bewonderingswaardig! Bij de zelfgemaakte Sangria krijgen we de vraag of we er Wodka, Gin of Rum in willen hebben, vervolgens komt er een fles champagne tevoorschijn en zijn er tussendoor nog speciaalbiertjes en wijn. Allemaal met originele glazen overigens, wat een luxe! Vermoedelijk zijn de Belgen ook blij dat hun gekregen drankvoorraad wat inslinkt. We hebben in ieder geval een erg gezellige avond rond een vuurtje!

Hiken in de Sierra Nevada

Enigszins brak slapen we de volgende ochtend lekker lang uit. Hierna rijden we naar de Sierra Nevada en parkeren bij de trailhead. Vanaf hier gaan we een rondje lopen van 17 kilometer. De route begint door een woestijnachtige omgeving richting de Trevenque-berg. Deze berg wordt ook wel ‘The King’ genoemd, omdat die vanaf de top een mooi 360 graden uitzicht biedt. Het is even klauteren het laatste stukje tot de top met alle losse stenen, maar uiteindelijk kunnen we van het prachtige uitzicht genieten! Na een welverdiende pauze beginnen we aan het lastigste stuk van de hike, de berg omlaag. Het pad ligt vol met los gruis en is behoorlijk steil. Ik ben blij met mijn twee wandelstokken, maar alsnog doen we er aardig lang over voordat we beneden zijn. Vanaf daar loopt het pad een stuk door een bos en dan komen we in een prachtige canyon terecht. Aangezien we wat laat aan de hike waren begonnen en het allemaal wat langer duurde dan gepland, worden we getrakteerd op een mooi avondzonnetje op de oranje rotsen. We zijn erg onder de indruk van de gevarieerde route en komen uiteindelijk rond 20 uur terug bij de camper. We zijn compleet gesloopt en toe aan een douche! Gelukkig vinden we met 20 minuutjes rijden een goede douche op een camping. Na een bordje pasta vallen we binnen 1 minuut in slaap! 

Met behoorlijk wat spierpijn sjokken we de volgende middag door het centrum van Granada, dat hadden we namelijk nog niet bekeken. De leuke smalle straatjes vol winkeltjes en terrasjes worden afgewisseld met grote kathedralen en pleinen. Vanuit de stad zie je de besneeuwde toppen van de Sierra Nevada, erg gaaf hoe zo’n leuke stad zo dicht bij de natuur ligt. Het Alhambra steekt, als een kers op de taart, boven de stad uit. Granada heeft ons wel overtuigd! We sluiten af met een heerlijke lunch en dan laten we Granada toch echt achter ons.

Hoewel, misschien komen we hier nog een keer terug. We hebben namelijk ons ‘Ik vertrek-huis’ gevonden. We zijn de laatste tijd, geheel geïnspireerd door Paul en José, wat Ik Vertrek-aflevering aan het kijken. Heerlijk hoe iedere aflevering weer opnieuw onhaalbare doelen worden gesteld, er van alles mis gaat er nooit genoeg geld is. Net als alle andere kijkers, denken ook wij, dat we dit wel beter zouden aanpakken. Maar om dat te bewijzen hebben we natuurlijk wel een oud, vervallen gebouw nodig op een mooi plekje. Nou laten we die nou precies hier gevonden hebben in de bergen rondom Granada! 

Chillen aan het stuwmeer

Aangezien mijn knie heel wat heeft gepresteerd afgelopen tijd, is het fijn om even een paar dagen echt goed te rusten voordat we weer nieuwe hikes gaan maken. Via Instagram hadden we al meerdere vanlifers erg enthousiast zien posten over een wildkampeerplekje bij het Béznar reservoir. We werden toch ook nieuwsgierig en voilà, hier staan we nu! Het is inderdaad een prachtig plekje aan het meer en ideaal om even uit te rusten en dit blog te typen. Bij het meer vinden we ook nog wat gezelligheid van drie andere Nederlandse campertjes, dus zo komen we de rustdagen wel door. 

Ondertussen hebben we alweer genoeg plannen voor komende tijd in Spanje en reizen we lekker door van plekje naar plekje. Het is grappig om te merken hoe anders het reizen hier is in vergelijking met Zwitserland. Daar gingen we van skigebied naar skigebied en was het duidelijk wat we daar gingen doen. Hier is het reizen weer zoals vanouds met Berry en merken we ook duidelijk de voor- en nadelen van een camper ipv een auto met daktent. Zo is het heerlijk om binnen te kunnen zitten, maar missen we soms het gemak van een auto in een stad parkeren. Verder vinden we Spanje een soort verder ontwikkeld Mexico, is het erg gericht op campers, komen we veel gezellige camperaars tegen en is het leuk om weer Spaans te oefenen! Afgelopen maand is voorbijgevlogen, maar gelukkig hebben we nog twee maanden voor dit mooie land! 

Liefs, Stefani

« van 7 »

2 gedachten over “¡Hola España!

  1. SI SI SI MUY BIEN GUAPOSSSS!!!! Wat heb je lange haren Merijn!!! En wat hebben jullie allemaal voor code & content opdrachten nu? En houden jullie de week van 17 juli vrij voor vakantie met ons? Gezellugggg

    1. Hahaa jaaaaa en nu 10cm korter ondertussen! ✂
      We werken aan twee sites voor IB World Schools en verder druk met het opzetten van iets nieuws dat we gaan aanbieden! 17 juli moeten we tzt even kijken hoe het loopt, zou leuk zijn!! 😃 Leuk dat je ons blog altijd leest, adiosssss chicka!

Geef een antwoord