¡Me gusta Andalucía!

Deze blog is opgedragen aan Willemientje. Welkom in de wereld chica!


Buenas! Welkom bij alweer een veel te lange blog met allemaal moois in Zuid-Spanje. Andalusië is een bijzonder gevarieerde provincie met te veel leuks en moois om allemaal te bezoeken; maar we doen ons best! We zijn inmiddels helemaal van oost naar west gekomen en kunnen vanaf hier alleen nog maar omhoog. Of toch niet? We gaan het zien…

Wandelen tussen de witte dorpjes van de Alpujarras

Met half herstelde benen en hernieuwde zin rijden we weg bij ons mega chille plekje aan het Béznar reservoir. Met een grote omweg via Granada rijden we naar de zuidkant van de Sierra Nevada, een gebied wat bekend staat als de Alpujarras. De omweg is nodig omdat we na bijna twee jaar twijfelen toch eindelijk overstag zijn gegaan en in de aanbieding bij de Media Markt een drone hebben gekocht! Hoe we ‘m precies gaan gebruiken moeten we nog even uitzoeken. In de meeste natuurgebieden mag je namelijk niet vliegen, maar we zijn ook al in aardig wat gebieden geweest waar het wel had gemogen. Het vliegen is eigenlijk best makkelijk, maar om de vijf verschillende bewegingsrichtingen soepel onder controle te krijgen is nog een behoorlijke uitdaging! Foto’s maken lukt prima, dan kun je rustig positioneren, maar goed filmen terwijl je vliegt is echt lastig! Het is in ieder geval weer iets om mee bezig te zijn. 😊

De Alpujarras bestaat uit een reeks kleine witte dorpjes die tegen de berghellingen zijn opgebouwd. Elk dorpje heeft weer zijn eigen charme. Zo drogen ze in Trevélez de beste ham van Spanje, is er in Pitres een chocoladefabriekje met onbeperkt proeven voor 20 cent, heeft Mecina de beste pizzeria en is Capileira het grootst en gezelligst. Tussen en rond de dorpjes liggen allemaal prachtige wandelroutes. Een paar keer per dag gaat er een bus langs de meeste dorpjes, dus als je goed plant kun je één kant op lopen en de andere kant op de bus nemen.

We beginnen met Trevélez als basis. Voor onze eerste hike lopen we een stuk van de beroemde GR7. Dit is een van de vele langeafstandsroutes die Spanje rijk is, en loopt van Tarifa naar Andorra (dat is dus bijna het hele land door) en daarna door Frankrijk, Italië en de Balkan tot in Griekenland. We nemen de bus naar Juviles, en lopen daarna terug naar de camper. Het begin van de route is een beetje saai, maar als we wat hoger komen wordt het uitzicht steeds mooier. Omdat de route niet helemaal door het nationaal park loopt hebben we ook mooi de tijd om onze eerste droneshots te maken. Leuk hoor! Als beloning voor de hike proberen we ’s avonds onze nieuwe opvouwbare bbq uit. Zoals altijd met bbq-en duurt het veel te lang om hem warm te krijgen, maar het is toch lekker buiten en dus prima.

De volgende dag gunt Steef d’r knie wat rust en loop ik in mijn eentje 22 km de kam over naar Capileira en neem vanaf daar de bus weer terug. Wederom een beetje eentonig begin, met twee uur lang stijgen met hetzelfde uitzicht, maar daarna kom je in het hogere gedeelte van de Sierra Nevada en vanaf daar wordt het interessanter. Grote rotspartijen onderbreken de bossen met de besneeuwde hoogste toppen op de achtergrond. De directe omgeving van Capileira blijkt ook veel mooier te zijn dan rondom Trevélez, dus besluiten we de volgende dag ons kamp daar naar toe te verplaatsen. Daar gaan we uit eten in het beste restaurant van het dorp: jawel, een Indiër. Que? Ja, er ligt een fantastisch Indisch restaurant in een dorpje hoog in de Sierra Nevada. Steef heeft normaal gesproken niets met Aziatisch eten, maar ook die vond het heerlijk! We verkennen kort nog even de omgeving, waarna ik verzin om nog even een rondwandeling naar de overkant van het dal te maken. De terugweg is geen officiële route, en dat is te merken. Het pad is veelal overgroeid en soms gelijk aan een riviertje. Bij een poort waar ik door moet staat een koe te wachten. Eromheen gaat niet lukken, dus probeer ik haar maar weg te jagen met in mijn handen klappen. Dat gaat eigenlijk vrij goed, maar de koe zelf kan ook niet echt ergens heen, dus loop ik gezellig een kwartier lang in mijn handen te klappen met een koe voor me, totdat die eindelijk een afslag vindt. Als ik terug ben in het dorp doen we in een barretje nog een borrel met zonsondergang en gaan dan slapen op een parkeerplaats tussen de geiten, schapen en koeien.

Onze laatste hike starten we vanuit Mecina. Hij wordt door andere Nederlandse reizigers ‘De Olifant’ genoemd. Waarom hebben we nog steeds geen idee van. Misschien dat ze de route vinden lijken op een olifant? Maar dat is dan wel een behoorlijk misvormde. Anyhow, de route loopt langs de twee kanten van een diepe canyon en is prachtig. Zeker de tweede keer dat je afdaalt om de rivier de kruisen is behoorlijk spectaculair. Het rotsige pad gaat zigzaggend super steil omlaag. Echt steenbokkenterrein blijkt, want als ik een foto wil nemen loopt Steef eventjes een stukje naar voren en vindt er gelijk een drie meter voor d’r op het pad. Ze is iets te verrast om er een foto van te nemen helaas, en voordat ik dichtbij genoeg ben om hem te zien heeft ie al weer de benen genomen en is in de bosjes verdwenen. Kutsteenbok. Maar goed, ik had Steef iets eerder op de route al gered van een enorme slang, dus misschien staan we nu quite. Ons plan om te eindigen bij de pizzeria in Mecina faalt helaas, want het is maandag, en op maandag is bijna alles dicht in Spanje. Daar zijn we nog niet aan gewend. Helaas dus niet helemaal de perfecte afsluiter van de Alpujarras, maar het was hier echt genieten. Wat een prachtig en ontspannen gebied! In plaats van te douchen in de camper, rijden we terug naar ons plekje aan het Béznar reservoir en nemen een (illegale) duik in het stuwmeer. Koud! Heerlijk!

Divers Nerja

We willen eigenlijk nog wel weer een dagje niets doen en bijkomen van al het lopen, maar moeder natuur denkt daar anders over. De wind staat precies zo dat deze enorm versterkt wordt tussen de bergen rond het reservoir, dus verwaait het plan om nog wat idyllische droneshots te maken en rijden we door naar Nerja, een klein toeristisch stadje aan de kust. Ook hier waait het, maar we vinden het toch warm genoeg voor onze eerste duik in de zee. Het water is zo waar nog kouder dan bij Béznar! Echt lekker is het niet. Maar goed, je moet ergens beginnen.

Van Nerja naar Frigiliana loopt een etappe van een andere langeafstandsroute: de Gran Senda de Málaga. Van de kust stijg je binnen een paar uur tot hoog in de Sierra de Almijara. Deze bergketen is een stuk lager dan de Sierra Nevada, maar zijn rotsige toppen zijn ook behoorlijk spectaculair! Het is wel duidelijk dat deze route wat minder populair is, want lang niet alles is even goed begaanbaar. Soms moeten we een beetje onder de begroeiing door kruipen, en ik mag voorop om alle spinnenwebben op te vangen. Als we uitkomen in Frigiliana blijkt waarom dit een van de meest toeristische dorpjes van Andalusië is. Het is een erg mooi dorpje, hoog op de berg gebouwd, en vanaf het centrale terras heb je een adembenemend uitzicht op Nerja en de zee beneden. Na de verplichte insta-shoot in het dorpje belonen we onszelf met een koud drankje met uitzicht. Vanuit daar zien we opeens de bus weg rijden die we zouden nemen. Ik heb blijkbaar niet goed op het schema gekeken en de volgende gaat pas over anderhalf uur. Om de pijn te verzachten besluiten we maar uitgebreid te gaan lunchen met een overheerlijke hamburger. 😊

Naast het mooie strand heeft Nerja nog een andere populaire attractie: de grotten. Het vier kilometer lange gangenstelsel is deels toegankelijk gemaakt voor toeristen. Normaal gesproken hebben ze hier de deal dat de eerste 38 personen van de dag gratis naar binnen mogen, maar vanwege corona willen ze geen rijen en doen ze dat nu digitaal. Elke ochtend om 10:01 komen 38 gratis kaartjes beschikbaar voor twee dagen later. De entree is met 12 euro normaal gesproken ook al niet zo duur, maar we nemen graag de uitdaging aan om zo snel mogelijk ertussen te komen. En voilá! Om 10:02 hebben we twee gratis kaartjes bemachtigd 😊. De grotten zijn super indrukwekkend. In het begin denk je al dat het mooi is, maar dan is het eigenlijk nog niet begonnen. Megagrote stalactieten hangen in kamers van tientallen meters hoog. In de laatste is zelfs een enorme kolom ontstaan van zo’n tien meter doorsnee. Ook leuk is dat we erachter komen dat de nachtfunctie van onze telefoon hier super geschikt voor is!

Supersteile weggetjes

In het binnenland van Málaga ligt bovenop een van de hoogste toppen het dorpje Comares. Het dorp is zich een aantal jaar geleden begonnen met profileren rondom ‘actief toerisme’. Zo zijn er wandel- en fietsroutes uitgezet, is er en zipline aangelegd, en zijn er een aantal via ferrata routes gebouwd. Omdat we online niet echt kunnen vinden hoe we die kunnen doen, rijden we op goed geluk maar naar het dorpje in de hoop daar te kunnen vinden hoe het werkt. Maar zelfs na een rondje door het dorp vinden we wel de routes, maar geen informatie over hoe je die kunt boeken. Uiteindelijk lopen we maar bij het gemeentehuis naar binnen en krijgen we daar het telefoonnummer van Leo, die de routes beheert. Die blijkt net op dat moment in het noorden van Spanje, dus op zo’n korte termijn iets regelen wordt lastig. Helaas, dan maar een andere keer. De routes liggen wel echt fantastisch, dus ik zou ze zeker aanraden. Maar bel Leo dan even iets langer van te voren.

De omgeving van Comares is wel bijzonder. Eigenlijk zou dit onderdeel van het natuurpark ‘Montes de Málaga’ moeten zijn, maar daar is ooit iets in misgegaan, en inmiddels lijkt dit een soort villawijk te zijn geworden van Málaga, maar dan wel heel ruim opgezet. Gigantische huizen met enorme tuinen bekleden elk een eigen heuveltopje, allemaal met adembenemend uitzicht op de vallei en zelfs de besneeuwde toppen van de Sierra Nevada op de achtergrond. We rijden over een piepklein nog net verhard weggetje tussen de villa’s en de plantages door naar beneden. Niet bepaald de hoofdroute. Op sommige stukjes passen we maar net, maar gelukkig komen we bijna niemand tegen. Als we eindelijk denken dat we het gehaald hebben, omdat we in het dorpje naast de snelweg zijn, blijkt het ergste nog te moeten komen. Het historische centrum is te krap, dus moeten we met een supersteil weggetje er omheen. De eerste bocht moet al drie keer gestoken worden, en bij de laatste oprit verbranden we wat rubber om omhoog te komen, maar het lukt! No problem for the Frankia!

De rest van de route is gelukkig wat gemakkelijker en een uurtje later komen we aan bij onze tussenstop in Torcal de Antequera, een groot rotsplateau met allemaal grappige steenformaties. Het doet een beetje denken aan Joshua Tree National Park, en zal vast een vergelijkbaar geologische historie hebben. We volgen de mooie rondwandeling door het park en rijden daarna snel weer verder. De volgende dag hebben we namelijk een date, en wel met een van Spanje’s bekendste attracties: de Caminito del Rey! Dus rijden we door naar de prachtig gelegen camping aan een van de stuwmeren van Ardales en plonzen met de laatste zonnestralen in het water. Het is de laatste dagen écht goed warm geworden en zelfs nu is afkoelen nog heerlijk!

Natuurschoon van hoog niveau

De Caminito del Rey is een spectaculaire wandelroute van bruggen en ‘boardwalks’ (wat is dit in het Nederlands?) die tegen de verticale wanden van de canyon zijn gebouwd. Het is oorspronkelijk gebouwd voor een waterkrachtcentrale, maar in verval geraakt en pas sinds 2015 weer gerenoveerd. Die renovatie hebben ze er denk ik binnen no-time uitgehaald, want het is razend populair. Op dit moment is het alleen in het weekend geopend en alle beschikbare kaartjes zijn al tijden uitverkocht. Het duurt even tot ik door heb hoe het systeem werkt, maar het blijkt net als in Canada en Amerika te zijn. Als je maar vaak genoeg refresht komen er vanzelf wat annuleringen bij die je kunt overnemen. Het kost me een paar uur elke 10 minuten proberen, maar het lukt! We komen er tussen! En wel om 11:30, nog niet eens op het heetst van de dag…

Volgens instructies komen we ruim op tijd aan bij het startpunt. Dat blijkt een fout. We moeten bijna driekwartier wachten in de brandende zon totdat we doorgelaten worden. Het is hartstikke druk bij de entree, maar nadat je met een groepje allemaal een haarnetje, helm, en instructie hebt gekregen verspreidt het na de ingang best snel. De twee stukken boardwalks zijn superspectaculair maar de omgeving steelt eigenlijk de show. Ik had wel verwacht dat de route leuk was, maar niet per se dat de natuur ook zo mooi zou zijn. We hebben ook alle tijd om er van te genieten. Pas halverwege het laatste stukje boardwalk vormt er een soort van opstopping. Voor, hoe kan het ook anders, de Insta-photoshoot. Terug bij de camping kunnen eindelijk de mondkapjes af en koelen we wederom af in het koude water.

Omdat het de afgelopen dagen heel erg warm is geweest, en dat met lang haar behoorlijk onprettig begint te worden, vind ik het tijd om toch maar eens wat haar er af te laten knippen. Kapper Steef to the rescue! De fijne techniek en met name het gereedschap laat soms nog een beetje te wensen over, maar het is in ieder geval weer wat korter!

Oh Málaga…

Ik had Málaga me eigenlijk voorgesteld als een soort Benidorm, maar dat blijkt totaal anders. Het is gewoon echt een hele leuke stad, met een mooi centrum, interessante musea, en een gezellig uitgaansgebied rond de oude haven. Het strand valt wel een beetje tegen, maar dat is juist waarom de meeste toeristen in resorts en appartementen een stukje verder aan de kust zitten. We beginnen met een borrel in de haven. Omdat we al weer een hoop gelopen hebben afgelopen dagen proberen we dat te minimaliseren, en na een paar drankjes lijkt het ons grappig om een city sightseeing rondvaartboot te nemen. Dat zouden we normaal immers nooit doen. Málaga blijkt niet de meest interessante stad om per boot te verkennen. Eigenlijk zijn we alleen maar een stuk naar links langs de kust gevaren en weer terug. Maar we zijn wel weer even bezig gehouden tot het avondeten.

De volgende dag krijg ik met een goede pitch Steef zo ver dat we naar het automuseum mogen gaan. Het ligt iets buiten het centrum en om er te komen kunnen we met de bus, maar je hebt hier ook van die elektrische Lime stepjes, en dat willen we nu ook wel eens een keer proberen! Het is even wennen hoe alles werkt, maar dan cross je wel lekker over de stoep en straat met 25 km/h. Wel opletten op de kuilen en hobbels, want de step heeft 0,0 vering! Uiteindelijk is onze rit bijna tien keer zo duur als met de bus, maar het was wel leuk!

Het ‘Auto en mode’ museum combineert stijliconen uit verschillende tijdperken in de ontwikkeling van de auto met outfits die daar uitzonderlijk goed bij passen. Overal staat wel uitleg over de verschillende auto’s in de gigantische collectie, maar eigenlijk is het meer genieten van het ontwerp en de stijl. Het is uitzonderlijk smaakvol opgezet. Echt een aanrader, ook als je niets met auto’s maar wel smaak hebt. Ons tweede museum is een dependance van het Centre Pompidou in Parijs. Die valt ons een beetje tegen. Iets te abstracte kunst voor onze smaak. We verwerken het met een koud biertje en zonsondergang op het dakterras van het luxe AC Hotel met uitzicht op de kathedraal, terwijl we genieten van de versierpogingen van de barman bij de Nederlandse meisjes achter ons. Oh Málaga…

Ietsje verder langs de kust ligt Fuengirola. Hier woont Denise, een vriendin van Steef van vroeger, met haar Spaanse vriend. Het stadje lijkt een groot prachtig strandresort te zijn, en Denise woont dan ook direct aan de boulevard. Het is leuk om met haar te praten over hoe het is om echt in Spanje te wonen. Zo leren we dat part-time werken in Spanje nog heel bijzonder is, omdat werkgevers per werknemer altijd een vaste bijdrage aan zorgkosten moeten betalen. En het enige waar ze echt niet aan kan wennen in Spanje is dat Spanjaarden zo luid zijn. Ik moet zeggen dat het ons nog niet zo was opgevallen, maar sindsdien merken we het overal. Op het terras, op hiking trails, of op het strand. Ze maken inderdaad veel lawaai! Ook grappig is hoe Spanjaarden naar het strand gaan. Dat is niet alleen met een handdoekje en een zwembroek. Binnen no-time wordt er een heel kamp opgebouwd met een parasol per persoon, een partytent, stoelen, en een campingtafel vol met lekkers. We hebben zelfs iemand met een zwembadje er bij gezien. Er komt een steekkarretje aan te pas om het allemaal mee te nemen.

Voordat we afscheid nemen van Denise wijst ze ons nog even in de richting van de lokale Nederlandse supermarkt, want ook die is hier natuurlijk. We kunnen niet laten om even een voorraadje dropjes (helaas geen apekoppen ☹), pindakaas en pannekoekenmix in te slaan.

Spanning en sensatie in Ronda

Terug landinwaarts komen we met een prachtige route aan in Ronda. Dit stadje is spectaculair gebouwd rond een diepe canyon. Door middel van de ‘nieuwe brug’ uit 1793 wordt het oude deel aan de ene kant verbonden met het nieuwe deel aan de andere. De brug is niet lang, maar was lange tijd wel de hoogste van de wereld. Het is een plaatje in ieder geval! Ook de stierenvechtarena en het museum over het ontstaan van het stierenvechten vanuit de Spaanse rijschool is mooi en interessant. Het stierenvechten was in eerste instantie iets van de adel, maar is op een gegeven moment gepopulariseerd en geëxplodeerd. Het is echt dé volkssport geweest. Heel veel dorpjes hebben nog een goed onderhouden arena in het centrum liggen. In Ronda worden nog drie keer per jaar gevechten gehouden, maar de populariteit er van neemt vanuit dierenwelzijns overwegingen steeds verder af.

Als laatste dalen we af in de oude ‘watermijn’ van de stad. Hier werd in Moorse tijden met een enorm rad water omhooggetakeld naar de stad. De mijn is zo natuurlijk mogelijk in een rotsspleet verstopt, met een verdedigingstoren er voor. Een audiotour vertelt een interpretatie van het waargebeurde Lord of the Rings-achtige verhaal over een Moorse verrader die de belegerende Castilianen vertelt over een zwak punt in het ontwerp van de fortificaties, waardoor ze net buiten bereik van de verdedigers een gat in de muur van de toren konden maken, binnenvielen, het waterrad kapot maakten, en daarna simpelweg een paar dagen wachtten tot de stad zich overgaf. Het is een belangrijk moment in de Spaanse geschiedenis geweest omdat na Ronda enkel Granada nog op de moslims ‘heroverd’ moest worden.

Terug bij de camper blijkt dat ons oorspronkelijke plan om vanaf hier naar Grazalema te gaan niet uitkomt. Om de bekendste hike daar te kunnen doen heb je namelijk een vergunning nodig, en omdat het weekend wordt zijn die allemaal al vergeven. Pas op maandag is er weer plek. Dus besluiten we maar eerst even een paar dagen te gaan chillen in het zuidelijkste puntje: Tarifa, aka het kitesurfwalhalla van Europa. We stoppen nog even in Jimena de la Frontera voor een weinig bijzondere wandeling met als hoogtepunt een hoopje zwarte varkens, en rijden dan door tot we kunnen zwaaien naar Marokko.

Chillen met wind

Tarifa is vele jaren Steef d’r vaste vakantiestek geweest, omdat haar ouders gek zijn van windsurfen. Tegenwoordig is windsurfen een zeldzaamheid. Bijna alles is kitesurfen geworden. Uit nostalgische overwegingen besluiten we op dezelfde camping te gaan staan als zij vroeger, in Valdevaqueros. Als de wind hier uit het oosten komt is het eigenlijk niet te doen om op het strand te liggen, maar wij hebben precies een paar dagen uitgekozen met wind uit het westen. Die is wat lichter en daarnaast kun je aan het eind van het strand in de duinen helemaal uit te wind gaan liggen. Normaal gesproken is het hier vast nog veel drukker, maar de baai stikt nu ook al van de kites. Het lijkt hier echt business as usual. Alleen bij het bestellen aan de bar doet iedereen nog een mondkapje op.

We horen allerlei talen om ons heen. Op basis van onze ervaringen op meerdere kiteplekken kunnen we inmiddels zeggen: hoor je Frans naast je op een kitesurfstrand, ga dan ergens anders zitten. Fransen hebben het nut van professionele lessen over veiligheid nog niet doorgekregen. Maar eigenlijk zijn we over de professionaliteit van de leraren hier ook niet echt zo te spreken. Een vriendin van ons heeft hier een whiplash overgehouden en bij een lesje voor ons zien we al lang van te voren aankomen dat ze geen controle heeft terwijl ze aan land komt, maar de leraar doet niets terwijl de kite één meter naast onze buurvrouw op het strand knalt. Hij verontschuldigd zich nog wel even.

Na een paar dagen doet het wel een beetje pijn om niet zelf het water op te gaan, maar van het geld wat we uitsparen door één dag niet te huren kunnen we alle dagen camping betalen en elke dag uit eten gaan. We vermaken ons wel met ons nieuwe Spaanse ritme van ontbijt om 9:00, tweede ontbijt om 12:00, lunch om 16:00 en avondeten om 21:30. Ze zijn hier zeker niet gek.

Als we op ons 8e jubileum eindelijk weer iets besluiten te doen, krijgen we daar al snel spijt van. Flink omhoog en naar beneden fietsen we naar de volgende baai, waar een opgraving van een Romeinse stad ligt. Maar eerst worden we tijdens onze lunchpauze onheus bejegend door drie paarden die best lief blijken, maar behoorlijk in onze aura komen staan, en daarna blijkt het weer eens maandag, dus is het museum en de opgraving dicht. We leren nog niet. Op de terugweg proberen we te ‘freestylen’ over een wandelroute langs de kust, maar die loopt door het duingebied en bestaat grotendeels uit mul zand. Dus moeten we twee kilometer lang onze fiets voortduwen voordat we weer tempo kunnen maken. Geen heel groot succes dus, maar wel weer meer dan genoeg punten gehaald voor ons spaarprogramma. 😊 ’s Avonds worden we getroost door een klein egeltje wat in de duinen naar ons toe komt lopen. Normaal gesproken zijn egels overdag niet buiten en moet je in Nederland de dierenambulance bellen als je er een tegenkomt. In Spanje is ook een dierenambulance, maar alleen in Barcelona. Het lijkt niet heel waarschijnlijk dat die deze kant op komt. We geven hem maar wat te drinken en dat lijkt een succes. Eventjes komt hij bij me op schoot zitten, en vervolgt dan aangesterkt zijn weg weer door de duinen.

Bijzondere bomen

Op weg naar Grazalema rijden we door de westkant van het natuurpark Alcornocales. Dit park staat bekend om zijn kurkeiken. Het park is gigantisch en het staat er helemaal vol mee. We maken een korte wandeling om de bomen van dichtbij te kunnen bekijken. De bast is inderdaad gewoon kurk. Je kunt het zo indrukken. Elke negen jaar wordt een laag van de boom afgehaald die vervolgens terug groeit. Het grappige is dat de bomen hierdoor een stuk meer CO2 opnemen dan normaal, en dat is dan weer goed voor de natuur.

De Sierra de Grazalema komt behoorlijk abrupt omhoog uit de omgeving. Het is niet heel hoog, maar heeft wel hele ruige stenen toppen, die het erg mooi maken. Het dorpje Grazalema ligt er middenin en is tussen twee bergruggen op een plateautje gebouwd. Het heeft op z’n zachtst gezegd een fenomenaal uitzicht. Met name het huis wat onderaan het dorp op een rotspunt is gebouwd en een balkon met een soort eigen infinity pool heeft zouden we wel willen overnemen. Het moge duidelijk zijn dat er hier wel wat geld wordt verdiend met het toerisme, want het dorp is erg goed onderhouden. Alles staat strak in de verf.

Onze eerste stop is de VVV. We willen namelijk hiken in het strengbeschermde bos van de pinsapo’s, en daar heb je een vergunning voor nodig. Het is namelijk het enige bos in de wereld. We zijn net op tijd, want het is de laatste week van het seizoen dat de hike nog open is voor het publiek. Daarna mag je er vanwege het risico op bosbranden alleen nog maar met een tour naar binnen. Met onze vergunning voor de volgende dag op zak verzinnen we de rest van de dag een ‘scenic drive’ door het park. Als eerste rijden we naar Zahara; echt een van de mooiste routes die we hebben gereden. Vanuit het hoogste punt van het park daal je kronkelend helemaal af naar een helderblauw stuwmeer. Het dorpje Zahara ligt ook erg mooi op een heuveltje met de hoge bergen op de achtergrond. Hierna volgen we het meer en rijden terug omhoog tot Villaluenga. Dit dorpje ligt ook fantastisch aan de voet van een honderden meters hoge stenen wand en staat bekend om zijn Payoyo kaas. Die moet ik natuurlijk proberen! Ze maken geiten- en schapenkaas. Allebei heerlijk, maar de schapenkaas is wel wat smaakvoller.

Om de pinsapo-hike niet heen en weer te hoeven lopen nemen we ’s ochtends vroeg om zeven uur de bus van Grazalema naar Benamahoma. Vanaf hier lopen we terug naar de camper. Het begin van de hike is nog een beetje saai, maar na een uurtje spotten we onze eerste pinsapo. Het is echt een soort kerstboom, met lichtgroene puntjes die hem van een afstand een soort gloed over zich heen lijkt te geven. Ietsje later blijkt hij niet meer zo bijzonder te zijn, want het wordt eerder moeilijk om nog een andere boom te vinden. Het bos is mooi, maar we missen nog wel een beetje het uitzicht. Dat wordt in het laatste stukje gelukkig wel goed gemaakt. Opeens is het klaar met de pinsapo’s en komen we in een open stuk met prachtig uitzicht op de rotsformaties om ons heen en naar beneden. Uiteindelijk toch een hike met variatie en een goede opbouw. Alhoewel ik denk dat als je geen bioloog bent, je met andere hikes in de omgeving zonder vergunning net zo mooi of misschien zelfs wel mooier kunt lopen.

Sherry en Cherso

Verder naar het westen komen we in Jerez; de stad waar de sherry zijn oorsprong vindt. We hebben allebei totaal geen verstand van sherry, dus dat mag wel bijgebracht worden. Op aanraden van een Nederlands stel naast ons op de camperplek doen we bij de oudste producent van het dorp een tour met afsluitende proeverij. De kelders waar de sherry ligt opgeslagen zijn gigantisch. Omdat voor het rijpingsproces zuurstof nodig is zijn de vaten open en hangt er een enorm sterke geur. Het is niet te missen wat er hier wordt bewaard. De proeverij is ook een hoogtepunt. We krijgen vier verschillende soorten sherry en één ‘brandy’ als afsluiter. Elke ronde komt met een tapa die daar goed bij past. Zo gaat de lichte sherry goed met zoute gerechten als hamkroketjes, gaat de zoete sherry daarentegen weer goed met kaas, en gaat de brandy goed met chocolade. De combinaties versterken elkaar echt! ’s Avonds proberen we op eigen houtje nog wat te proeven in het centrum, maar krijgen we het voor elkaar om het eerste slechte restaurant in Spanje te vinden. De sherry is prima, maar het eten is duur en eigenlijk ronduit slecht. Dat hadden we misschien kunnen verwachten aangezien het vrijdag was en alle andere restaurants op het plein vol zaten. Toch grappig, het lekkerste en het slechtste eten tot nog toe, bij elkaar op een dag.

Met voorlopig weer even genoeg alcohol rijden we een klein stukje verder naar Puerto de Santa Maria en nemen vanaf daar de veerboot naar Cádiz. Om de deceptie van het eten van gisteren te verwerken beginnen we met uitgebreid lunchen. Deze keer is het gelukkig weer heerlijk, zoals normaal. Het centrum van de stad ligt erg mooi op een landpunt omringd met fortificaties. Het heeft leuke straatjes en pleintjes en een mooi stadsstrand aan de noordkant. Na een paar uurtjes slenteren nemen we de bus weer terug om nog even op het strand te gaan liggen. Het is zaterdagavond, dus het kilometers lange strand ligt stampensvol, met name met jeugd. Voor onze neus speelt zich een soort Spaanse versie van Cherso af, met jongens en meisjes die indruk op elkaar proberen te maken en Insta-shoots in de branding. Het is allemaal erg vermakelijk.

Om mijn stapjes te halen voor de week maak ik na het donker nog even een wandeling door het uitgaanscentrum van de stad. Het zit allemaal stampensvol. Door de spaanse etenstijden is er behoorlijk wat overlap tussen uitgaan en uit eten gaan. De restaurants zitten vol met ouderen, jongeren (daarmee bedoel ik dus mijn rond leeftijd 😉) zitten in de hippe bars en cervecerias, en de jeugd drinkt uit meegebrachte flessen in het park aan de rivier. Wij staan op de parking aan de overkant van de rivier. Alleen om drie uur als er een of andere idioot met zijn motor zonder knalpijp een paar keer heen en weer rijdt worden we even wakker, verder slapen we eigenlijk verrassend goed.

Grootsheid en camperliefde in Sevilla

We parkeren de camper in de jachthaven van Gelves. Vlak na ons komt een ouder Brits koppel de haven in rijden en komen meteen een praatje maken. Ze balen enorm van de Brexit, want daardoor mogen ze nu opeens maar maximaal drie maanden in het Schengengebied blijven en die zijn bijna voorbij. Voordat ze weer terug naar Spanje kunnen moeten ze eerst drie maanden het Schengengebied uit, en omdat Marokko nog dicht is zitten ze nu te denken aan Kroatië. Voor dit soort pensionado’s is de Brexit echt een nachtmerrie. Dat een stel boze boeren en arbeiders er voor zorgen dat ze hun pensioen niet meer kunnen uitzitten is een punt van grote frustratie. Britten die hier een huis hebben kunnen nog wel een verblijfsvergunning krijgen of de Spaanse nationaliteit aannemen, maar voor camperaars zonder einde is dat niet zo makkelijk.

Op de fiets gaan we de stad in. Tot nog toe zijn er eigenlijk verrassend veel goede fietspaden in Spanje. Je moet tegen wat rare kronkels kunnen, maar meestal kom je er wel uit. Deze keer is wel het toppunt. Op weg naar het centrum begint het fietspad uit het niets, eindigt ergens voor een dichte poort in een hek, loopt soms alleen één kant op langs een weg waardoor je tegen de richting in moet, en fietst tergend langzaam door een enorme hoeveelheid overbodige oversteken met stoplichten. Maar goed, uiteindelijk kom je er wel, en iets is beter dan niets.

Het is duidelijk dat Sevilla de hoofdstad is van Andalusië. Aan grote mooie gebouwen geen gebrek. De stad is zelfs lange tijd de rijkste van het land (al dan niet de wereld?) geweest, omdat het een monopolie had op de Spaanse handel met Amerika, en dat was nogal wat. De veel recentere regeringsgebouwen aan het Plaza de España maken echter de meeste indruk op ons. Terug bij de camper borrelen we veel te lang door met onze Nederlandse buren uit Jerez.

De volgende ochtend is het tijd voor wat camperliefde bij de garages. Als het even kan willen we wel gebruik maken van het lagere uurtarief hier om de bumper en ons electronicaprobleem te laten repareren. Dus beginnen we bij de Fiat-garage om te kijken wat er precies nodig is. De garagemeneer is vol goede moed, maar inmiddels is al duidelijk dat ook Fiat geen originele onderdelen meer maakt voor ons model, dus dat het niet super eenvoudig gaat worden. Ik zie echter met grote regelmaat identieke bumpers rondrijden, dus er is vast nog wel ergens een andere partij die wat kan regelen. We wachten af. Pas na de aankomende feestdag horen we meer.

Daarna is het door naar de campergarage om naar onze kachel en het opstapje te laten kijken. Het opstapje kost een paar uur omdat de bodem verstevigd moet worden, maar die zit weer helemaal vast. Wat betreft de kachel blijkt de man magische krachten te hebben, want als we die aanzetten om te demonstreren… doet hij het gewoon. Het is toch niet te geloven. “Tja, als er niets stuk is, is het misschien beter om het niet te repareren. Kom maar terug als hij het weer niet doet.”. Na twee dagen is dat in ieder geval nog niet zo. Fingers crossed!

Als we eindelijk weg kunnen bij de garage hebben we nog net wat tijd om te chillen voordat we al weer de stad in moeten. We hebben Sevilla’s grootste attracties namelijk nog bewaard. Als eerste gaan we naar de kathedraal. Die is werkelijk waar gigantisch; na de Sint Pieter in Rome en de Sint Paul in Londen de grootste kerk van de wereld. Het gebouw is eigenlijk een heel complex. In totaal zijn er zo’n 80 kappellen van verschillende groottes. Je kan er echt wel een tijdje in ronddwalen. Daarna is het tijd voor de Alcázar; het paleizencomplex. Omdat het maandagavond is kunnen we voor één euro naar binnen. We hebben niet al te veel tijd, dus stappen in eerste instantie flink door. Als we ons eerste rondje hebben afgemaakt doen we de mooiste stukjes nog rustig opnieuw. Het lijkt veel op het Alhambra. De decoraties binnen zijn zeker vergelijkbaar, maar van buiten doet het qua setting er toch wel een beetje voor onder. Desondanks een heerlijk complex om in rond te dwalen. We eindigen de dag met een zonsondergang op de ‘Setas’, oftewel de ‘paddenstoelen’, gevolgd door een biertje eronder. Sevilla is echt een mooie en leuke stad!

Vogelspotten in Doñana

Ten westen van Sevilla ligt het tweede van de twee nationale parken in Andalusie: Doñana. Dit deltagebied is een waar vogelparadijs. Daar hebben we normaal gesproken natuurlijk niet zo veel mee, maar we willen toch wel even een kijkje nemen. Het blijkt verrassend leuk te zijn! Mooie boardwalks brengen je naar een aantal vogelkijkhutten vanwaar je rustig kunt observeren. Mijn ervaring is dat er meestal in een vogelkijkhut niets gebeurt, maar deze keer gebeurt er vanalles. Lepelaars lopen ‘grazend’ heen en weer, sommigen met hun intens irritante kroost de hele tijd krijsend erachteraan hobbelend. Een ibis is zich lekker aan het wassen en opeens loopt er ook een hert voorbij.

Verder richting de kust ligt nog een deel van het park met een korte wandelroute door de duinen. Bij de aanleg daarvan is niet al te veel nagedacht over hoe duinen werken, want de helft van de boardwalks is al verdwenen onder het zand. Na de wandeling besluit ik nog even af te koelen in de zee en aan te tonen dat we toch echt een buitendouche hebben! Het zou inmiddels dus zelfs weer met warm water kunnen, maar koud is nu eigenlijk veel lekkerder.

“Nee, nee… we gaan niet naar Portugal”

Tot zo ver het plan. Vanaf nu hangt het er vanaf hoe lang we ‘rond’ Sevilla moeten blijven hangen. We moeten immers op een gegeven moment weer terug om de nieuwe bumper te laten installeren. Het nieuws van de garage dat het in ieder geval tot na het weekend gaat duren, gecombineerd met het vervallen van de testverplichting om Spanje in te komen doet ons besluiten om toch een klein rondje af te wijken van onze globale route. We gaan toch eventjes naar Portugal! We zien wel hoe lang het precies gaat worden, maar in ieder geval willen we eventjes op de kliffen lopen, Lissabon bekijken, en natuurlijk de beste Pastel de nata met galão proeven! Vejo-te em portugal!

« van 8 »

2 gedachten over “¡Me gusta Andalucía!

  1. Wat hebben jullie weer veel gezien! Leuk om te lezen hoe jullie de plekken beleven waar wij ook zijn geweest. En jullie hebben zoveel nieuwe en mooie plekken ontdekt dat wij er zeker naartoe willen.
    Geniet lekker verder!
    Mama

Geef een antwoord