Zo ver als maar kan

Hey hallo! Na het netjes uitzitten van onze vaccinwachttijd in het super ontspannen Zweden zijn we met de QR code van Hugo toegelaten in Noorwegen. Omdat we meteen helemaal in het noorden binnenkomen zijn we gelijk in de buurt van Tromso, vanwaar de vluchten gaan naar het meest noordelijke stukje land waar je met gewone middelen kunt komen: Spitsbergen. Dat is iets wat we al een tijdje op ons verlanglijstje hadden staan, maar niet durfden te boeken omdat de regels lang onduidelijk waren en we bang waren dat ze nog zouden veranderen. Inmiddels zijn de regels echter rechtgetrokken en verduidelijkt, en hebben we er genoeg vertrouwen in dat we naar binnen mogen. Nu nog kijken of het ook echt gaat lukken!

Op naar Spitsbergen

Onze eerste dag in Noorwegen is meteen een hele drukke. We hebben pas een paar dagen geleden bedacht dat we naar Spitsbergen gaan, maar hebben daarbij een beetje over het hoofd gezien dat we eigenlijk geen schone kleren meer hebben. Onze eerste bestemming is daarom een camping in the middle of nowhere tussen Narvik en Tromso voor 15 euro per nacht inclusief onbeperkt gebruik van de wasmachine. Kijk dat valt nog best mee in dat dure Noorwegen! Tijdens het wachten op de wassen merken we wel waarom het op de camping zo rustig is: het stikt hier van de muggen. Ondanks dat het heerlijk weer is, is buiten zitten niet te doen. Ze zijn zo agressief dat ik het wisselen van de gasfles moet onderbreken om mezelf eerst volledig in te pakken. We mogen dan niet meer in Zweden zijn, we zijn duidelijk nog wel in Lapland.

De volgende ochtend rijden we de laatste paar uur naar het vliegveld van Tromso, waar we gelukkig net passen in onze gereserveerde langparkeerplaats. Bij het inchecken bezorgt de mevrouw achter de balie ons nog bijna een hartverzakking omdat we als vaccinatiebewijs alleen onze QR-codes hebben, en daar snapt ze niets van. Ze zijn blijkbaar nog niet gewend dat mensen die hebben. Haar collega weet gelukkig dat de douane wel de juist app heeft en we mogen door, jej! Het voelde wel als een behoorlijk risico om op dit moment een vlucht te boeken, zeker omdat we ook al allemaal dure tours hebben gereserveerd, maar het was niets voor niets. We mogen naar Spitsbergen!

Typical Svalbard

Anderhalf uur later komen we aan op het vliegveld van Longyearbyen. Nu zijn we echt zo ver als maar kan van onze oorspronkelijke eindbestemming in Antarctica verwijderd. Ik had nog een beetje hoop op wat uitzicht voor de landing, maar dat zit er niet in. Alles zit potdicht. De wolken hangen nog geen 100m hoog. “Typical Svalbard”, weet een van onze medereizigers te vertellen als we bij het hotel zijn. In de zomer heb je hier bijna altijd wolken. Hoe hoog ze hangen verschilt alleen. Strak blauw komt bijna nooit voor. Hmm, dat had ik niet helemaal verwacht. Wat het verschil is tussen Spitsbergen en Svalbard? De eilandengroep heet Svalbard en het grootste eiland heet Spitsbergen. Zo genoemd door een Nederlander, Willem Barentsz, die vond dat het eiland nogal spitse bergen bezat. Een niet al te creatief persoon, die Barentsz.

Ook na de ontdekking heeft Nederland nog lang een rol gespeeld op de eilanden. Omdat geen enkel land er echt aanspraak op had zijn ze lang beschouwd als onderdeel van de ‘internationale wateren’, wat in de praktijk betekende dat iedereen er zijn gang kon gaan. Zo heeft Nederland er een tijdje naar kolen gemijnd en van alle landen de meeste walvissen uit de omliggende wateren gevangen. Begin 20e eeuw zijn er tussen alle belanghebbende landen afspraken gemaakt in het zogeheten Svalbard Verdrag en zijn de eilanden officieel onderdeel van Noorwegen geworden, maar wel met wat kanttekeningen. Zo mag er binnen de eilanden geen onderscheid gemaakt worden op basis van nationaliteit. Iedereen mag inwoner worden van Svalbard, als je er maar een huis kunt betalen/bemachtigen en verblijft. De bewoners zijn dan ook een behoorlijk internationaal gezelschap. Natuurlijk veel Noren, maar we hebben ook mensen ontmoet uit Zweden, Finland, Estland, Rusland, Polen, Duitsland, en Nederland. En verrassend genoeg is na Noren de 2e meestvoorkomende nationaliteit… Thailand! Veel van de schoonmakers in de hotels komen daar vandaan. De meeste inwoners blijven overigens maar kort: gemiddeld 5 jaar, waarna ze weer wat vriendelijkere oorden opzoeken.

Naast dat iedereen inwoner mag worden, mag ook iedereen gebruik maken van de natuurlijke grondstoffen, zolang dat maar binnen de Noorse wet is. In de praktijk maken alleen de Russen daar nog gebruik van. Die hebben ietsje naar het zuiden nog een stadje met wat kolenmijnen. Omdat de werknemers daar niet vallen onder het Noorse minimumloon zijn die nog soort van winstgevend te houden, maar de hoofdreden dat Rusland ze open houdt is geopolitiek. Op Svalbard speelt zich onder het oppervlak namelijk een interessante strijd af tussen Rusland en het Westen, waar in de toekomst China ook nog wel eens een rol zou kunnen gaan spelen. De Russische bevolking op de eilanden groeit namelijk harder dan de Noorse, en Chinese bedrijven mengen zich in de lokale vastgoedmarkt, waardoor het ook voor Chinezen makkelijker zou kunnen worden om zich te vestigen. Maar ook Noorwegen haalt wel wat trucjes uit. Iedereen mag dan inwoner worden, maar Noorwegen staat geen vluchten toe vanuit het buitenland, waardoor je toch altijd een Schengen visum nodig hebt om er te komen. Het EU covid certificaat wat nu vereist wordt is een beetje dubieus. Technisch gezien maak je daarmee geen onderscheid tussen nationaliteiten, maar toch wel. Ook dubieus mijns inziens is de aanspraak die Noorwegen maakt op de grondstoffen in de omringende wateren van de zogeheten ‘Exclusieve Economische Zone’ (EEZ) rondom de eilanden. Dat zijn de wateren tot 200 mijl uit de kust, buiten de ‘Territoriale Wateren’. In het Svalbard verdrag wordt namelijk wel benoemd dat de Territoriale Wateren vallen onder het verdrag, maar wordt niets gezegd over de EEZ. Alleen dat komt hoofdzakelijk doordat het concept EEZ in die tijd nog niet bestond, en pas vanaf 1982 officieel is vastgelegd. De geest van het verdrag is naar mijn idee overduidelijk dat alles rondom Svalbard ‘voor iedereen’ is, en dus dat de EEZ er wel onder zou moeten vallen. Zo is nog veel meer over de politiek hier te vertellen, maar dat wordt misschien een beetje te veel voor dit blog :-).

Bootpech

We hebben op onze eerste dag nog niets gepland, dus hebben we rustig de tijd om een rondje door de stad te lopen binnen de ‘polar bear safety zone’. IJsberen zijn hier een constante ‘dreiging’. Ze leven over het algemeen aan de oostkust van het eiland en komen zelden in de buurt van de stad, maar er zijn in de afgelopen decennia wel meerdere doden door gevallen. Met name in de zomer als ze uitgehongerd zijn kan een wanhopige beer wel eens grote risico’s nemen en in de buurt komen van de stad. Tegenwoordig moet iedereen die buiten de stad op pad gaat een geweer bij zich hebben. Daarom kun je dus ook niets doen zonder tour, want net als wij hebben de meeste toeristen niet hun eigen geweer mee.

Het stadje is niet bepaald mooi. Overal liggen nog overblijfselen van de mijnbouw. Er is nog maar een enkele mijn in gebruik, maar in bijna elke berg in de omgeving is wel eens gegraven, en die restanten zijn nooit opgeruimd. De kolen die nu nog uit de grond worden gehaald worden hoofdzakelijk gebruikt voor de energievoorziening. Jawel, de meest noordelijke stad ter wereld, waar de effecten van de opwarming van de aarde zo’n beetje het grootst zijn, draait op een kolencentrale. Natuurlijk zijn ook hier in de afgelopen decennia de gletsjers sterk afgenomen, maar de permafrost in de bodem zit ook steeds dieper, waardoor aardverschuivingen vaker voorkomen, en de (onverteerde) doden in de begraafplaats de grond uitkomen. Om dat tegen te gaan word je tegenwoordig niet meer begraven als je overlijdt op de eilanden, maar teruggebracht naar het vaste land.

Tijdens het ontbijt op dag 2 hebben we al een stuk beter zicht. De wolken hangen iets hoger en we zien zelfs een beetje van de gletsjers die hoog in het dal boven het dorp hangen. Als we net helemaal klaar staan worden we echter gebeld door onze touroperator. De walrussafari waar we over 5 minuten voor opgehaald zouden worden gaat helaas niet door omdat de boot op de vorige trip pech heeft gekregen en op dit moment nog teruggesleept wordt. Normaal gesproken hebben ze nog 2 andere boten die ze kunnen inzetten, maar vanwege de inreisbeperkingen hebben de Noord Ieren die normaal gesproken het onderhoud doen nog niet naar de eilanden af kunnen reizen. Vanwege redenen worden de Britse vaccinatiebewijzen namelijk nog niet geaccepteerd. Grrrrr…. kutcorona. Weet het ons toch weer op een onverwachte manier te raken. Omdat alle andere vroege tours al zijn vertrokken en we vanavond al een hike gepland hebben waarvoor de middagtours niet op tijd terug zijn zit er niets anders op dan met lede ogen aanzien hoe het zicht steeds beter wordt terwijl wij vastzitten in het hotel. De ‘huiskamer’ van het hotel mag dan erg fijn zijn, het is toch een duur dagje niets doen.

Gelukkig blijft het weer de hele dag ok en maakt de avondhike de dag wel een beetje goed. Met een groepje van 7 en onze ijsbeerwaakhond lopen we in een uurtje een paar honderd meter omhoog naar de top van de dichtstbijzijnde berg. Vanaf hier heb je mooi uitzicht over het stadje en de omgeving. In de verte zien we aan de overkant van het Isfjord meerdere enorme gletsjers uitkomen in de zee. Die moeten we maar eens van dichterbij bekijken! Onderweg is het leuk kletsen met onze Noors-Duitse gids over de omgeving en de politiek van Svalbard. Al snel valt op dat Noren op een erg grappige manier ‘ok’ zeggen. Iets als ‘okaai’, op zijn Nederlands uitgesproken. Op de terugweg worden we halverwege door de roep van een poolvos vriendelijk geattendeerd op zijn aanwezigheid. Als hij stil was gebleven hadden we hem denk ik nooit gezien, dus da’s aardig van ‘m!

Koud zeg!

Ook op dag 3 is het zicht goed, maar staat er wel een straf ijzig windje uit het oosten dat flink wat golfslag genereert en de gevoelstemperatuur behoorlijk omlaag brengt. We hebben voor vandaag een open speedboat tour naar een gletsjer gepland en twijfelen een beetje of die wel door kan gaan, maar onze gids is relaxed en heeft er wel vertrouwen in. We varen grotendeels langs de oever naar het noordoosten, dus hebben we wat beschutting van de bergen. Als we met al onze kleren aan in onze superpakken zijn gepropt en klaarstaan bij de boot komen we erachter dat 2 van de 4 Italianen die met ons meegaan geen wanten hebben. Dat lijkt met het oog op het behoud van hun vingers niet echt een goed idee, dus moeten ze van de gids verplicht eerst wanten gaan kopen voordat we weg mogen. En zo verliezen we een kwartier van onze vrij kostbare tourtijd omdat 2 idioten niet de moeite hebben gedaan om de Engelse instructies die ze niet kunnen lezen door Google Translate te halen. We krijgen ook niet eens een excuusje van ze. Gelukkig konden ze alleen de duurst mogelijke Hestra wanten kopen, dus ik troost me met het feit dat het ze flink wat geld heeft gekost.

Het water is inderdaad flink ruig, maar onze gids vaart lekker door en heeft geen genade voor de Italianen die voorop zitten en de zwaarste klappen te verduren krijgen. Na een uurtje komen we bij de vogelkliffen waar het echt stikt van de Zeekoeten en de Puffins. We spotten ook weer wat poolvosjes die zitten te wachten op de jonge Zeekoeten die bijna hun weg naar de zee gaan maken. Een uur verder komen we in de buurt van de gletsjer. We passeren wat grotere ijsschotsen van een paar meter hoog en varen over de kleinere stukjes heen tot we op een paar honderd meter afstand van het front liggen. Dichterbij is niet verantwoord, want er valt nog wel eens een enorm stuk ijs het water in en dan wil je niet in de buurt zijn. De wind blaast nu recht over de gletsjer heen op ons af en is heel erg koud. Je kunt maar heel even wat foto’s nemen voordat je je wanten weer aan moet doen. Om ons op te warmen krijgen we warme soep en ‘Solbartoddy’, een soort warme cassis die hier erg populair is. Super! De weg terug hebben we de golfslag mee, dus gaat het wat soepeler. Dat was een mooie tour, maar jezus wat kan het hier koud zijn, en dat in hartje zomer!

Beter dan verwacht

De volgende ochtend worden we wakker gebeld door de touroperator. De tour van vandaag die het hoogst op ons verlanglijstje stond, kajakken langs een gletsjerfront, is geannuleerd. Gisteren hebben ze halverwege moeten afbreken omdat de wind draaide en het daarmee te riskant werd, en de wind lijkt niet veranderd dus gaan ze het niet eens proberen. Shit zeg. Je weet natuurlijk van te voren dat dat een mogelijkheid is, maar met het mislopen van de walrussafari en nu deze gaan onze top 2 activiteiten allebei niet door. Omdat ik afgelopen dagen al meerdere keren met hem aan de telefoon heb gehangen heeft ie denk ik een beetje met ons te doen en weet te vertellen dat er over een uur nog wel een walrussafari van een andere operator is waar we nu mee mee zouden kunnen. Als we snel zijn kunnen we de laatste plekjes claimen voordat hij de rest gaan informeren. Die tour is weer met een open speedboat, en deze keer dwars over het grote Isfjord heen. We hebben zelf dus wel een beetje twijfel over of die wel doorgaat zoals gepland, maar besluiten het toch te proberen.

Als we weer met onze superpakken aan boord zitten en een kwartiertje gevaren hebben blijkt de situatie compleet anders te zijn dan verwacht. Het water is supervlak, de wind is veel minder sterk dan gisteren, en er is zelfs wat blauw te zien met een zonnetje. Het is eigenlijk heerlijk! We balen een tijdje flink omdat we het gevoel hebben dat kajakken met deze omstandigheden ook prima had gekund, maar gelukkig is de speedboat tour ook prachtig. Onze gids van vandaag is manisch positief en speelt lekker met de golven om ons af en toe flink te lanceren. Aan de overkant spotten we al snel een paar walrussen die lekker op de kant liggen te zonnen. Op een afstand van nog geen 20m kunnen we ze perfect observeren. Ze zien ons ook wel, maar zijn niet bijster geïnteresseerd. Erg grappig is als ze omdraaien, dat is echt zoals je verwacht dat een hoop blubber beweegt: niet heel soepel.

We varen verder naar het front van de gletsjer in de volgende baai en gaan daar weer voor liggen lunchen. Omdat het nu praktisch windstil is kunnen we in tegenstelling tot gisteren veel beter horen wat de gletsjer aan het doen is. Er vallen regelmatig stukken vanaf, en halverwege de lunch breekt opeens enorm stuk los wat bijna net zo hoog is als het hele front, ik denk zo’n 50 tot 100 meter. Het creëert een flinke vloedgolf. We liggen ver genoeg op afstand, maar al het ijs in de baai is in beweging gezet en het piept en kraakt overal om ons heen. Spectaculair! Op de terugweg spot ik onderweg een groot hoofd wat een flink eind uit het water steekt. Nog een walrus! Hij ziet ons ook en gaat onderwater. Waar zal hij opkomen?? Uiteraard, op nog geen 3 meter naast de boot! De helft schrikt zich de pleuris. Hij is echt enorm! Onze gids heeft net verteld dat een walrus wel eens een kajak van een vriend om heeft gegooid en dat hij vanuit een zwak punt in je nek je hersens uit je hoofd kan zuigen, dus dit lijkt iets te dichtbij. Maar hij zwemt alleen rustig een paar rondjes om de boot zodat we hem allemaal op de foto kunnen zetten, trakteert ons even op zijn heerlijke geur en houdt het dan weer voor gezien. De rest van de terugweg hebben we goed zicht op de schotelantennes van het NASA onderzoeksstation boven het vliegveld. “Daarom hebben we hier zo goed internet!” vertelt de gids.

’s Avonds worden we opgehaald door de kapotte boot die nu gerepareerd is voor het alternatief voor onze eerdere geannuleerde walrussafari: een avondcruise op zoek naar wildlife. Voor de verandering zijn we deze keer niet zo enthousiast over onze gids. Ze is weinig inspirerend en we krijgen direct het idee dat ze een gruwelijke hekel heeft aan haar collega, die de boot bestuurt. Omdat deze cruise niet een vaste route heeft vraagt ze eerst waar iedereen al is geweest en nog naar toe gaat, en besluit dan toch iets te doen waar iemand al is geweest, en iemand anders morgen naar toe gaat. Die mensen zijn niet assertief genoeg om er iets van te zeggen, maar ik vind het maar een beetje raar. De tocht op zich is prachtig. We spotten heel veel Puffins, wat Witte Dolfijnen en een Dwergvinvis. Daarnaast is het ook een erg mooie zonsondergang, die de lucht boven de gletsjers vurig rood kleurt. Heel mooi, maar toch vinden we de tour de minste tot nog toe.

Lekker geslapen

Op onze laatste hele dag op het eiland gaan we hiken vanaf het verste punt waar je met de auto naar toe kunt rijden. Het is een ritje van zo’n 20 minuten, erg ver is dat dus niet. Vanaf een onderzoeksstation lopen we vervolgens de ijskap op, om boven op de top te lunchen in een witte wereld. De hike is mooi en het is leuk om de omgeving buiten het dorp te zien, maar onze gids schat de snelheid van de groep niet helemaal goed in, en anderhalfuur voor het einde van de tijd zijn we al weer terug. Volgens mij hadden we de route nog wel iets kunnen verlengen om dat te voorkomen. Om ons te compenseren biedt ze aan om nog andere plekken op het eiland te gaan bekijken. Een daarvan is de Svalbard International Seed Vault. Dat ligt net buiten de ijsbeervrije zone, dus je kunt er niet naar toe lopen. Het is wel grappig, maar eigenlijk kun je er niet heel veel aan zien, behalve het gebouw met de airco’s en het uiteinde van een tunnel die de berg in loopt. De meeste landen hebben hier hun ‘backup’ met zaden liggen. Zelfs als de stroom hier uitvalt worden de zaden door de permafrost nog enkele honderden jaren behouden. Er is tot nu toe één keer ook iets uit gehaald, door Syrië. Hun eigen opslag is in de oorlog verloren gegaan en is met behulp van die hier weer hersteld.

Na een laatste nacht in ons heerlijke hotelletje nemen we de bus naar het vliegveld en vliegen terug naar Tromso. Bye bye Svalbard. Je was fantastisch maar ook heel erg vermoeiend. Van te voren had ik verwacht dat we alles perfect geregeld hadden en dus helemaal verzorgd zouden worden. Maar de geannuleerde tours maakten dat we toch nog een hoop in de gaten moesten houden en bellen en regelen terwijl we daar waren. Daarnaast heb ik al sinds Stockholm geen nacht meer normaal doorgeslapen. Door experimenteren met en zonder oogkapje en verschillende combinaties van verduistering, ventilatie en muggengif in de camper is mijn ritme behoorlijk in de war. Pas de laatste twee nachten heb ik langer dan 3 uur achter elkaar geslapen. Blijkbaar kan je lichaam dat best een tijdje aan, maar afgelopen week werd ik daar oprecht ziek van. Ik ben nu bezig daar van te herstellen, maar ben er nog niet.

Veel regen en slecht nieuws

Terug in Tromso is de weersvoorspelling uitermate slecht. De komende 10 dagen gaat het alleen maar regenen. In eerste instantie vinden we dat niet zo heel erg, want we zijn allebei doodop en vinden een paar dagen niets doen geen probleem. Daarnaast wordt duidelijk dat het erg slecht gaat met Steef d’r oma. Ze is opgenomen in het ziekenhuis en de doktoren hebben niet meteen kunnen vinden wat het precies was, waardoor haar situatie ernstig is verslechterd. De kans lijkt aanzienlijk dat ze het niet gaat halen en we terug moeten vliegen voor de begrafenis, dus lijkt het verstandig om in de buurt van het grotere vliegveld van Tromso te blijven en zetten we de camper voor een paar dagen stil langs een fjord. We bellen een hoop met het thuisfront en proberen in de tussentijd de laatste hand te leggen aan onze eerste online cursus. Als de juiste medicijnen voor oma gevonden lijken en het acute gevaar geweken is besluiten we door te gaan met de reis richting de Lofoten. Hopelijk zet de verbetering door.

Senja & Andoya

Op weg naar de Lofoten bezoeken we eerst het eiland Senja. Dat is al zeker niet lelijk! De route langs de ruige noordkust leidt je langs prachtige uitzichtpunten op de steile bergenwanden. We slapen bij de voormalige grootste trol van de wereld, die helaas een jaar na de uitgave van onze Lonely Planet is afgebrand. We zijn niet de enige die het niet weten, want er stoppen meerdere ouders met kinderen die teleurgesteld weer afdruipen. De volgende ochtend staan we vroeg op om ruim van te voren in de rij te gaan staan voor de veerboot naar Andoya. Dat was geen overbodige luxe, want een half uur voor de boot vertrekt staan alle wachtrijen al vol en past er geen auto meer bij. Voor de zekerheid hebben we de fietsen van de drager gehaald en binnen gezet, zodat we net geen 6 meter lang zijn. Dat maakt hier namelijk behoorlijk uit. Tussen 6 en 7 meter verdubbelt de prijs. En dat is niet van 5 naar 10 euro, maar van 50 naar 100. Boven de 7 meter gaan de stappen dan weer geleidelijker. Voor de financiële gezondheid is het dus behoorlijk relevant dat we in de kleinste categorie komen. Een Duitser naast ons is ook zenuwachtig, en heeft alle documentatie die hij heeft over zijn camper al klaargelegd, maar de kaartjescontroleur vindt het zonder al prima. Tijdens de overtocht baadt Senja achter ons prachtig in het zonlicht. Wat een mooi eiland! We proberen de horizon af te speuren naar potvissen, die hier rond deze tijd van het jaar moeten voorkomen. Een paar medereizigers met hele grote verrekijkers zien ze wel, maar met het blote oog zijn ze niet waar te nemen.

Aangekomen in Andoya zetten we de fietsen weer achterop en rijden dan door naar de start van onze eerste hike: de top van Matinden. Het begin is erg steil, maar na de eerste top gaat het geleidelijker aan. We volgen de bergrug langs de schaapjes richting de hoogste top. Vanaf daar gaat het duizelingwekkend hard naar beneden bijna recht de zee in. Wat een prachtig uitzicht heb je hier! We installeren ons op ons picknickleedje, genieten van de zon, en maken wat mooie dronebeelden voordat we weer terug lopen naar beneden en verder rijden over de lager gelegen delen van het eiland om de afstand voor morgen wat te verkleinen. Onderweg stoppen we nog bij een viewpoint en vinden de wc met het mooiste uitzicht van de wereld! Terwijl je er op zit kun je door het eenrichtingsglas naar buiten kijken over de prachtige kustlijn van Andoya. Dat nodigt wel uit om je tijd te nemen! Uiteindelijk rijden we toch maar verder. Het is inmiddels al laat en veel campers hebben al een prachtig plekje gevonden voor de nacht. We hebben een kleine hoop op wat wildlife, als we met zonsondergang door het elandgebied rijden, maar helaas.

Mooi, druk en duur

De volgende ochtend rijden we de laatste twee uur naar Svolvaer, het grootste stadje van de Lofoten. Steef d’r wandelschoenen hebben gisteren en met name in Abisko bewezen totaal niet meer waterdicht te zijn en toe te zijn aan vervanging. Voor het grootste stadje in zo’n outdoor gebied als de Lofoten vinden we de selectie matig, maar we vinden toch wat mooie Salomon’s die goed passen en gaan ze meteen testen op de Floya, de berg naast de stad. Bij de parkeerplaats komen we voor het eerst in aanraking met de Noorse manier van het onderhoud bekostigen voor populaire hikes: door middel van parkeergeld. Er worden geen entreekosten gevraagd, maar parkeerplaatsen bij populaire hikes zijn vaak buitensporig duur. Voor de Preikestolen betaal je 25 euro, Kjeragbolten is 30 euro, en voor de Trolltunga maar liefst 50 euro. Zo ook hier bij Floya, waar ze 4,50 euro per uur vragen, wat ook nog eens druk legt op hoe snel je loopt. Veel van deze hikes zijn ook echt heel populair, waardoor ze een grote druk leggen op de omgeving en veel onderhoud vragen, dus ik kan best begrijpen dat ze dat op een of andere manier proberen te verhalen, maar het is toch wel even wennen. Hiken is eigenlijk bijna altijd gratis, onder andere daarom is het zo populair onder reizigers.

Net als zo’n beetje alle hikes op de Lofoten is Floya steil; heel steil. Daarnaast is de ondergrond ook best uitdagend, variërend van modder tot gladde stenen en losse rotsen. Gestaag ploeteren we door tot we bij de ‘duivelspoort’ zijn. Hier is een rots vast komen te zitten tussen twee wanden. Van de zijkant kun je er op klimmen en een behoorlijk epische foto maken. We vragen wat jongens onderweg om een foto van ons te maken. Dat doen ze met liefde, en trakteren ons zonder dat wij het door hebben ook op een mooie foto van henzelf; grapjassen! Daarna lopen we door tot vlak onder de top. De laatste 20m is echt klimmen. Steef houdt het voor gezien, maar ik wil natuurlijk nog wel even door tot het einde. Als ik boven kom hebben de jongens van de foto een mini-bbqtje aangezet en zijn ze bezig wat Gin-Tonic’s voor zichzelf te maken. Dat kan natuurlijk ook! Wij lopen nog iets verder naar een lagere top vanaf waar je uitzicht hebt over het stadje. We zijn er net in geweest en weten dat het niet zo veel voorstelt, maar zo van veraf ziet het er prachtig uit! De weg terug verloopt langzaam maar gestaag, en als we bij de camper aankomen staat de parkeerteller op 16 euro. Tja… een bioscoop is duurder.

We vinden een slaapplekje op de parkeerplaats van een museum waar net geen ‘no camping’ bordje bij staat. Rondom de stad is het vaak niet toegestaan om op parkeerplaatsen te overnachten en wordt dat middels een bordje duidelijk gemaakt. Maar camperaars vinden altijd wel weer iets anders. Het is wel een beetje een soort plaag. Als je een parkeerplaats hebt die uit meerdere delen bestaat, en je zet niet duidelijk bij alle delen een bordje, dan gaan ze op de delen zonder bordje wel staan. Meestal proberen we er niet aan mee te doen en meer te handelen in de geest van het verbod, maar nu konden we niet echt iets anders vinden en was het al laat. We zorgen morgen wel dat we weg zijn voordat het museum open gaat. Een betere strategie is overigens om camperaars juist een beter alternatief te geven. Dat deden ze vaak wel goed in Spanje. Niemand wil zijn grote camper graag achterlaten op een drukke parkeerplaats met smalle vakken, dus als je op een iets minder centraal gelegen plek een camperplek met ruime vakken maakt waar geen auto’s mogen komen dan kiezen ze echt wel daarvoor. Dan heb je veel minder verbodsbordjes nodig.

Als rustdag tussen het hiken doen we een scenic drive op weg naar de zuidelijke eilanden. Onze eerste stop is Henningsvaer, een schattig dorpje met kunstzinnige winkeltjes en een cafeetje met heeeeel lekker gebak. Alle dorpjes op de Lofoten leven van oorsprong van de visserij, en de meest populaire vis is kabeljauw. Deze wordt in de winter gedroogd aan grote houten stellages die overal rondom de dorpen te vinden zijn, om zo de houdbaarheid te vergroten. Nu zijn de rekken grotendeels leeg, op een paar na die zo worden gelaten voor toeristen, en dat is maar goed ook, want anders denk ik dat de vislucht hier echt niet te harden moet zijn. Na Henningsvaer rijden we door langs de zuidkant van het eiland Vestvagoy, het grootste in de archipel, en daarna terug door het centrum naar Eggum, aan de noordkust. Het is hier echt heel mooi, maar ik kan me niet onttrekken aan het gevoel dat het eigenlijk niet zo anders is dan alles wat we tot nog toe hebben gezien sinds Tromso, alleen dan is het hier veel drukker en moet je overal betalen voor parkeren. Ik ben dus nog niet echt overtuigd door de Lofoten. Slapen in Eggum kan ook alleen als je betaalt, dus rijden we terug naar het Vikingmuseum in het midden van het eiland, waar we wel op de parkeerplaats mogen blijven staan.

Hierna is het klaar met de zon. De ochtend begint nog droog, dus bezoeken we kort het redelijk schattige maar met name dure openluchtmuseum in Nusfjord. Gelukkig is de rit er naar toe het zonder twijfel wel waard. Daarna rijden we nog een stukje verder naar een rustplaats op het volgende eiland met een mooi strand ernaast, en blijven daar een paar uur staan wachten tot de regen stopt. We waren eigenlijk van plan om te gaan hiken, maar twijfelen lang over welke hike en of we wel moeten gaan met de regen. Met het oog op Steef d’r knie kunnen we niet elke dag hiken, en dan is het lastig te bepalen of een hike in de regen zonder uitzicht het wel waard is. Aan het eind van de middag stopt de regen en hakken we de knoop door. We gaan voor een avondhike met zonsondergang op de Reinebringen, naar het meest bekende viewpoint van de eilanden. Wonder boven wonder hoef je hier niet te betalen op de dichtstbijzijnde parkeerplaats, dus parkeren we daar voor de nacht, werken snel een bord pasta naar binnen, en beginnen dan aan de meer dan 1700 traptreden omhoog. De berg heeft dusdanig geleden onder de populariteit van de hike dat ze besloten hebben om maar de hele route grote stenen traptreden aan te leggen. Dat verhoogt de veiligheid aanzienlijk, want het schijnt in het verleden met regen echt totaal onverantwoord te zijn geweest. We hebben er zin in en halen iedereen in onderweg naar boven. En boven moet ook ik het toegeven: deze plek is toch wel echt bijzonder. De combinatie van mini-eilandjes vol met huisjes op de voorgrond, spitse bergen erachter en de ondergaande zon is echt magisch. Ok Lofoten, je hebt me toch een beetje overtuigd.

Het laatste plekje wat we bezoeken is het dorpje A, bijna op het meest zuidelijke puntje. Net als Nusfjord is dit een aanrader van de Lonely Planet, maar ook hier zijn wij maar matig enthousiast. Als ze zelfs geen lekker gebak blijken te hebben houden we het snel voor gezien en nemen 3 uur voor vertrek plaats in de wachtrij voor de veerboot naar Bodo. We staan halverwege rij 2 van de 7, dus twijfelen we er niet aan of we mee mogen. Maar naarmate het vertrek dichterbij komt gaan we hem toch een beetje knijpen. Je kunt hier tot een dag van te voren namelijk ook een plek reserveren, en dat vak is al bijna helemaal afgetopt. Het lijkt steeds duidelijker dat er in ieder geval niet 7 rijen van onze kant bij gaan passen. De vraag is hoeveel wel?? Als de officiële vertrektijd al verstreken is hebben we nog steeds geen kaartje mogen kopen. Dan komt het verlossende woord en mag ook onze kant gaan rijden. Rij 1 past helemaal, en als ook ons nummerbord gescand wordt is het duidelijk. We mogen mee! Als een na laatste rijden we de boot op. Jippie! De rest moet helaas nog 3 uur wachten voor een kans op de volgende boot.

Nog meer regen

Het grootste deel van de overtocht besteed ik aan het uitzoeken hoe het Noorse betaalsysteem voor veerboten nou precies werkt. Sinds 2019 hebben ze hier een nieuw systeem wat ‘Autopass voor Veerboten’ heet. Als je hier gebruik van maakt en vooraf tegoed laadt in je account dan krijg je maar liefst 50% korting op overtochten. Omdat de veerboten hier best wel duur zijn is dat behoorlijk aantrekkelijk. Van de informatie online dacht ik te begrijpen dat dit alles gekoppeld was aan een soort tol tag, zoals het normale Autopass tolsysteem wat ze hebben op de tolwegen. Je kunt als buitenlander wel zo’n tag bestellen, maar die wordt dan met de post opgestuurd en heeft een paar weken levertijd. Dat is voor ons nu dus niet meer mogelijk. Maar dat blijkt half te kloppen. Je moet officieel een ‘veerboot kaart’ bestellen en die in je auto hebben, maar vervolgens heb je die kaart eigenlijk nergens voor nodig. Alles gebeurt op basis van nummerbordherkenning. Dus bestel ik toch ook maar een veerboot kaart, vraag een Autopass tag aan, en maak het benodigde geld over naar een Noorse bankrekening om mijn account op te laden. Als we de kaart en tag weer terugsturen krijgen we het overgebleven tegoed als het goed is gewoon weer terug. Ik ben benieuwd.

Als we aankomen in Bodo is het weer heerlijk gaan regenen. We laten de stad voor wat het is en rijden meteen door naar de Saltstraumen, de sterkste getijdestroming van de wereld. We hebben geluk met het moment, want als het net dood tij is gebeurt er hier natuurlijk niets. Nu kolkt het water woest door de smalle opening van het fjord heen. Het ziet er best spectaculair uit, maar omdat het steeds harder regent rijden we snel door. Onze volgende bestemming is de beroemde kustweg die loopt van Bodo naar Steinkjer. Dit schijnt een van de mooiste routes van Noorwegen te zijn, maar dan moeten we natuurlijk wel wat kunnen zien. Zoals het er nu naar uit ziet duurt het nog zeker 2 dagen voordat de regen gaan stoppen en de zon weer gaat schijnen, dus parkeren we aan de oever van een meertje wat normaal gesproken vast heel mooi is, maar waarvan we nu de overkant niet eens kunnen zien. De komende twee dagen gaan we hier weer stil staan, wat werk verrichten, een plan maken voor het zuidelijke deel van Noorwegen, en daarna wel weer doorrijden.

Langs de kust

Het lijkt een bizarre metamorfose als na twee dagen druilerige prut er opeens een stralende ochtend verschijnt met strak blauwe lucht, maar het is zo. We hebben weer een van de zeldzame prachtige dagen te pakken. Geen tijd te verliezen! We werken snel ons ontbijt naar binnen en zetten dan koers richting de eerste van vijf veerboten die we vandaag gaan nemen. Het opladen van ons Autopass account is net verwerkt dus we zijn er helemaal klaar voor. Mooie meevaller is ook dat de overtocht vanuit de Lofoten naar Bodo er al op is geregistreerd. Daar hebben we dus met terugwerkende kracht 50% korting op gekregen! Winnen! Na een paar bochten zien we de eerste gletsjertongen van de Svartisen ijskap. Van een afstandje krijg je al een redelijk idee hoe groot deze ijskap wel niet is, omdat er een soort van enorme witte laag boven de hoogste bergen te zien is. We hebben er voor gekozen om in dit gebied niet te gaan hiken vanwege gebrek aan tijd en goed weer, maar als ik dit zo zie krijg ik daar al een klein beetje spijt van. Het lijkt erg spectaculair!

In de rij voor het eerste pontje legt het meisje wat de nummerborden scant uit dat ze voor buitenlandse kentekens op het oog moet inschatten en handmatig moet invullen hoe lang ze denkt dat een voortuig is. Veel landen, waaronder Nederland, leggen de lengte namelijk niet centraal vast. Het is dus wel een beetje foutgevoelig. Ze vindt ons duidelijk korter dan 6m, maar we zullen er later achter komen dat dat niet altijd goed gaat. Gelukkig blijkt een kort belletje naar de Autopass klantenservice voldoende om alles gecorrigeerd te krijgen. Ze hebben niet eens iets van bewijs nodig, puur het feit dat we meestal korter dan 6m worden geschat vinden ze genoeg.

Het rijden op de kustroute gaat niet heel snel, omdat de veerboot nemen toch telkens wel even duurt, maar dat is geen probleem. De omgeving is prachtig, en aan boord van de veerboot heb je heerlijk de tijd om er buiten op het dek van te genieten, en gelijk even de wifi leeg te trekken. Aan het eind van de middag bedenken we dat we graag met zonsondergang willen zijn bij de Torghatten, een berg met een enorm gat erdoorheen. Om dat te halen moeten we tussen de 4e en de 5e boot direct de volgende aansluiting halen. Er zit maar 20 minuten tussen de aankomst en vertrektijd, en het is 16 minuten rijden. Dus racen we zo gauw we de boot af mogen achter een vrachtwagen aan die hetzelfde heeft bedacht. We verliezen wat tijd door een slome Finse chick op een motor en hebben nog maar 2 minuten speling, maar het lijkt er op dat we het gaan halen. En dan…. “Hey een moose!” zegt Steef verrast. Neeee!!! Net nu we echt geen tijd hebben om te stoppen. Met een korte blik opzij kan ik bevestigen dat het er toch echt een was, maar tijd om hem te bewonderen hebben we niet. De boot hebben we gelukkig wel gehaald, maar de Finse chick ook. We hadden dus toch nog wel even een minuutje kunnen kijken.

Drone down

Aangekomen bij Torghatten snellen we omhoog naar het gat in de berg. Het is inderdaad echt een indrukwekkend gat. Zo’n 20m breed en 50m hoog schat ik in. We proberen snel wat foto’s te nemen met het mooiste licht en beginnen dan aan het spannendste gedeelte: een dronefilmpje waarop we door het gat heen vliegen. Het waait een beetje door het gat, maar ik durf het wel aan. Ik stel mezelf op aan het begin van het gat en laat de drone van afstand er naar toe en doorheen vliegen. Hij wordt wel wat door de wind opzij geduwd maar het gaat eigenlijk vrij goed! Het eerste filmpje staat er op. Alleen jammer dat ik aan het einde wat te snel opzij draai. Nog een poging dan maar. Ik vlieg terug door het gat, maar dan slaat het noodlot toe. Doordat de camera precies in het licht aan het eind van het gat kijkt zie ik niets meer van de muren om me heen en heb te laat door dat ik door de tegenwind richting de muur wordt geblazen. Als ik vanuit mijn ooghoek buiten beeld de drone veel dichterbij de muur zie vliegen dan ik verwacht schrik ik en doe in een reflex iets heel doms. Ik stuur naar rechts van de muur af, maar omdat de drone naar mij toe kijkt gebeurt in plaats daarvan precies het tegenovergestelde. Het duurt even voordat ik het geluid van de propellers tegen de muur en de tik op de grond heb verwerkt. Dat was het dus. Tot zo ver de drone. Nu gaan we nog op zoveel mooie plekken komen waar je fantastische dronebeelden had kunnen maken, maar zit het er niet meer in. Shit. Wat een treurig einde van wat eigenlijk een fantastische dag was.

Terug in de camper bekijk ik wat Youtube filmpjes over hoe de drone in elkaar zit en analyseer de schade. De elektronica en de motoren lijken nog wel ok, maar alle propellers zijn beschadigd, de bevestiging van de rechterachterpoot heeft een flinke scheur en de gimbal is helemaal losgebroken. Het stuk behuizing vervangen is nog wel te betalen, maar een nieuwe gimbal met camera kost al bijna 200 euro. Als je dan de reparatie niet zelf kunt doen is hij zo goed als total loss. De lens van de camera lijkt nog wel ok en de breuk is vrij ‘clean’, dus ik heb nog een kleine hoop dat ik met wat goede lijm en een paar kleine schroevendraaiers een poging kan wagen om het weer aan elkaar vast te zetten. We gaan in Trondheim wel even langs de bouwmarkt. To be continued dus.

Go to hell

De volgende dag begint weer met wat zon, zodat we nog net kunnen genieten van het laatste pontje van de kustweg, voordat de regen losbarst en we flink wat kilometers gaan maken richting Trondheim. Aan het einde van de middag parkeren we naast de ruïne van een klooster. De omgeving hier lijkt eigenlijk meer op Duitsland dan op wat we tot nu toe gezien hebben in Noorwegen. Golvend terrein met bossen en boerderijen. Het klooster heeft een fantastische feature: het mooiste composttoilet wat we ooit hebben gezien! Compleet met kapstok, schoenenrek, kleedje, kachel en spiegel. Buiten staan ook nog wat picknicktafels versierd met plantjes in bloempotjes. Die Noren. We hebben ons al eens eerder verbaasd over de eendenhuisjes die je hier af en toe in dorpjes ziet staan, maar dit gaat misschien nog wel een stap verder.

Het laatste stuk naar Trondheim begint voorspoedig, maar dan opeens… belanden we in de HELLLL!! Zullen we hier ooit uitkomen en Trondheim bereiken? Dat bewaren we voor de volgende keer. Cliffhanger! Voor nu bedankt voor het lezen en tot dan!

« van 7 »

6 gedachten over “Zo ver als maar kan

  1. Hiiii Hell’s Angels,

    Wat een heerlijk lees (geen leed) vermaak zo op de terugweg van vakantie!!! En wat een mooie foto’s,, vooral ook van spitsbergen en de dikzak walrus. Ik geloof niet dat ze echt hersenen zuigen. Heel veel plezier nog in het hoge noorden!!!!!!! Hopelijk nog veel zon en goede slaap-nachten in het verschiet de komende weken.

    1. Heyhey!

      Fijn dat we jullie terugreis wat aangenamer hebben kunnen maken! Ja Spitsbergen was echt prachtig inderdaad. Walrussen hebben blijkbaar een vrij sterke zuigtechniek om schelpdieren van de grond los te krijgen, en wetenschappers denken dat ze dat ook gebruiken om slapende zeehonden te grazen te nemen via een zwakke plek in hun nek. Maar of ze dat ook met mensen kunnen zijn geen voorbeelden van bekend ;-). Inmiddels zijn we alweer een tijdje in gebieden waar het goed donker wordt en hebben we geen muggen meer. Dus dat slapen gaat weer helemaal top! Tot over een paar weekjes!

  2. Ik heb het weer in alle rust gelezen en genoten van jullie avonturen en de prachtige foto’s!!! Wat een indrukwekkend land weer, beetje jammer van de regen en jammer dat Noren ook vakantie willen in de Lofoten, maar ja… je kunt niet alles hebben 🙂 Blijf lekker genieten van walrussen, zeehonden, puffins en hopelijk nog wat zon! Enne: compliment dat je jullie drone weer aan de praat kreeg!!!

    1. Hey! Inmiddels hebben de Noren zich weer beperkt tot de weekenden, dus dan is het wel gezellig voor de afwisseling :-). Maar we hebben denk ik ook veel beter onze draai en beter weer gevonden gevonden, dus we genieten weer volop! Oh en spoiler van de drone! Dat lees je pas in het volgende blog! 😉

Geef een antwoord