Tropische ongemakken

Tropische ongemakken

Hola chicos! Na anderhalve maand wachten is het weer tijd om bij te praten. Een onkarakteristiek lange tijd sinds de vorige blog, want we hebben ons nogal druk bezig gehouden met andere dingen de afgelopen maand. Wat dat precies is, is echter iets voor een volgend blog. Voor nu beperken we ons tot het afsluiten van ons tweede Mexico-avontuur.

De gevoelens waren gemengd, want hoe mooi en leuk Mexico ook is, de hitte in de regentijd en de lokale fauna maakt het kamperen niet altijd even prettig. Normaal gesproken zouden we beide kunnen ontvluchten door het hogerop te zoeken, maar Yucatan is bijna zo plat als een dubbeltje. De dichtstbijzijnde bergen zijn meerdere dagen rijden en daar kunnen we niet komen zonder Berry weer officieel te importeren. Dat vinden we voor de korte tijd die we hebben een beetje zonde en dus zitten we gebonden aan de staat Quintana Roo, aan de oostkust van Yucatan. Om te herstellen van de hitte hebben we regelmatig gesmokkeld door een goedkope hotelkamer met airco te boeken. De eerste 9 maanden van onze reis hadden we echt geen cent te makken, dus het is best fijn dat dat nu wel gewoon kan.

Ook Berry krijgt last van de fauna en een aanzienlijk deel van onze laatste week besteden we daarom aan het op tijd proberen op te lossen van dat probleem. Gelukkig was er tussendoor ook weer meer dan genoeg leuks te beleven, want Mexico blijft toch echt wel een fantastisch land om doorheen te reizen. Enfin, laten we beginnen. We waren op de weg terug van het paradijselijke Isla Holbox naar onze eerder bezochte kitespot bij Cancun. Enjoy!

Niet uit te houden

De weg naar de kitesurfspot ten noorden van Cancun is nog een stuk slechter dan ik mij herinner, en dat was al niet al te best. We doen maar liefst drie kwartier over een stukje waar Google Maps 10 minuten voor rekent, maar dan heb je ook wat. Een prachtig grasveldje aan de waterkant met zwembad, restaurantje en douche. De wind is nog in geen velden of wegen te bekennen dus we hebben het grasveld helemaal voor onszelf. Ten minste… op een hele hoop spinnen, mieren, en muggen na dan. De regen is niet per se hetgeen wat de regentijd in Mexico onaangenaam maakt, maar de waanzinnig agressieve beestjes en broeierige luchtvochtigheid des te meer. Achteraf hadden we beter een maandje later kunnen komen, maar ja.

Als we parkeren worden we vrijwel direct verwelkomd door een enorme stortbui. Als vanouds wachten we het op de voorstoelen van de auto even uit, om na de eerste salvo te verplaatsen naar het restaurantje. Tot nog toe duurden de buien steeds maar een paar minuten, maar deze dag is de uitzondering. Het duurt wel een paar uur totdat de regen zover is afgenomen dat we kunnen koken. Op dat moment is de zon al onder en zijn de muggen bijna onhoudbaar, niet super aangenaam dus. Gelukkig is het niet veel later in ons tentje muggenvrij en blaast de ventilator dapper het zweet van ons af.

’s Ochtends is het ziekelijk warm maar droog en kunnen we de staat van onze gear beoordelen. Anderhalfjaar in de opslag heeft het geen goed gedaan, want 2 van de 3 kites zijn lek. Los van de wind zit kiten er voorlopig dus niet in. Daarnaast blijkt dat de miereninvasie van Berry weer op volle kracht is begonnen. Er zijn er nu zelfs flink wat naar binnen gekomen. Gek, want we hebben nergens eten liggen waar ze bij kunnen en ze lijken ook nergens eten te vinden. Het zijn gewoon een hoop random wandelaars. En alsof dat nog niet genoeg is wordt Berry ook nog eens geterroriseerd door een gestoorde vogel die constant in z’n spiegels op z’n eigen spiegelbeeld probeert te tikken met z’n snavel. Misschien dat de spiegel er wel tegen kan, maar hij kakt ook nog eens alles rond de spiegel onder. Moeder natuur heeft het niet goed met ons voor deze dag.

Het mag hier dan een tropisch paradijs zijn, veel zin om langer te blijven in deze veel te warme beestenbende hebben we niet, dus verplaatsen we voor de rest van de dag naar een goedkoop hotel in het centrum van Cancun met veilige parkeerplaats en airco waar we al eerder geweest zijn. Anderhalf jaar geleden hebben we hier urenlang reisopties zitten zoeken om terug naar Nederland te komen, nu verdiepen we ons vanuit exact dezelfde kamer in hoe je mieren uit je auto kunt krijgen. Net als toen blijkt dat nog niet zo gemakkelijk.

Slechte ontwikkelingen

Eerst mag Berry weer eens naar de garage. Hij heeft natuurlijk bijna niets gereden sinds de vorige beurt, maar toch lijkt het mij verstandig om de olie te verversen zodat dat in ieder geval in orde is als we hem in het voorjaar terug gaan rijden naar Canada. Dus droppen we Berry bij de Kia dealer en installeren onszelf in de airco van het food court van het grootste winkelcentrum van Cancun. Na een paar uur lopen we voor de afwisseling een rondje door de in aanbouw lijkende wijk Tajamar tegenover het winkelcentrum. Alle straten liggen er al maar er is nog niets gebouwd. Sterker nog, de straten beginnen al weer overwoekerd te raken. Wat blijkt: er gaat hier voorlopig niets meer gebouwd worden.

De wijk is lange tijd onderwerp geweest van een verhitte strijd tussen projectontwikkelaars en corrupte lokale politici aan de ene kant en de lokale bevolking en milieudeskundigen aan de andere kant. In dit gebied stond namelijk het laatste stuk mangrovebos rondom Cancun, wat van levensbelang was voor de lokale visstand en diende als kustbescherming bij orkanen. Na jaren juridisch getouwtrek hebben de projectontwikkelaars de touwtjes in eigen handen genomen en in slechts een nacht het hele gebied plat geveegd met bulldozers, voordat iemand het door had. De woede daarna heeft er voor gezorgd dat er nog steeds niet gebouwd mag worden, maar de mangroves zijn ook weg. Het zal wel even duren, maar ik kan me bijna niet voorstellen dat het niet op een gegeven moment toch gaat gebeuren. Krijgen de projectontwikkelaars uiteindelijk toch hun zin.

Na nog een uurtje in de airco van het food court besluiten we maar eens te gaan kijken hoe het er voor staat met Berry. We blijken voor niets de hele dag gewacht te hebben, want door een knullig misverstand hebben ze niet de juiste onderdelen op voorraad. De vorige keer dan we hier waren hebben ze onze auto in hun systeem ingeschreven als Sorento omdat de Borrego hier niet bestaat. En ondanks dat ik bij het maken van de afspraak meerdere keren heb gezegd dat het geen Sorento is hebben ze toch onderdelen voor een Sorento klaargelegd. Maar die passen dus helemaal niet. Prutsers. Nu nog de juiste onderdelen verkrijgen duurt een paar dagen, maar dat gaat hem voor ons dus niet meer worden. Het enige wat er nu is gebeurd, is dat Berry is schoongemaakt, maar als goedmakertje hoeven we daar niets voor te betalen. Tja, dan maar een grote beurt als we weer in de VS zijn.

Werken in beach party town

Een uurtje verder naar het zuiden komen we aan in Playa del Carmen. We hebben hier voor 5 dagen een studioappartementje geboekt zodat we Berry kunnen ontmieren, wat kunnen werken, en tussendoor kunnen chillen in de bijbehorende beach club. Om te beginnen met het eerste proberen we mierengel op een paar plekken in de auto te zetten. Dat is een zoet spulletje wat langzaamwerkend gif bevat. Ze zouden het mee terug moeten nemen naar hun nest om vervolgens iedereen uit te moorden, maar dat blijkt weinig effectief. Dan nog maar een poging met een spray. We halen alles van stof uit de auto naar ons appartement en spuiten in alle hoeken en gaten huis-tuin-en-keuken-ongediertebestrijdingsmiddel naar binnen. Daarna laten we Berry een paar dagen staan om het gif te laten werken en wegtrekken. We kunnen nergens meer een mier vinden. Missie geslaagd, so it would seem…

De beach club blijkt hot en happening op zaterdagmiddag. Het is er superdruk met feestende jongeren met veel te dure flessen drank op veel te dure ligbedjes rond een heel klein zwembadje. Danseressen met praktisch blote billen en amper bedekte borsten staan tussen de ligbedjes en het zwembad in. Jup, dit is Playa del Carmen, de feestbestemming van Yucatan. Wij worden gelukkig in het rustige gedeelte neergezet richting het strand bij de rest van de arme sloebers. Zo kunnen we lekker mensen kijken, af en toe een duik nemen, en genieten van de muziek op een normaal volume. Niet slecht!

Mij lukt het alleen niet zo goed om er van te genieten omdat ik ergens een verkoudheidje opgelopen heb en regelmatig met moeite een flinke hoestbui moet onderdrukken. Hoestschaamte is een ding in Coronatijd. Na aandringen van Steef besluit ik me toch te laten testen op Corona, ondanks dat ik me niet kan voorstellen dat dat het is. Hier in Mexico staan er in bijna elke toeristische straat meerdere mobiele testpunten waar je zo naar binnen kunt lopen. Een half uurtje later krijg ik een mail met de uitslag: negatief. Dat scheelt weer. Uiteraard krijg ik het niet vergoed van de zorgverzekering, want dan had ik eerst naar een duur ziekenhuis moeten gaan om een dokter de test te laten uitschrijven en daarmee veel meer kosten moeten maken in plaats van direct, gemakkelijk en goedkoop een testpunt binnenstappen. Regels…

De rest van onze tijd in ‘Playa’ werken we in de ochtenden en verplaatsen in de loop van de middag naar de ligbedjes aan het strand. Door de weeks neemt de feestintensiteit daar behoorlijk af, dus het is allemaal best ontspannen. Het stadje zelf blijkt ook best gezellig, met veel hippe restaurantjes en een paar echt mooie kunstgalerietjes. Het doet mij alleen wel een beetje pijn om te zien hoe ongelooflijk veel dezelfde soort souvenirwinkeltjes er zijn. Het aantal winkels met meer dan één verkoop per dag lijkt me echt schrikbarend laag, terwijl ze allemaal wel enorme voorraden hebben. Wij dragen ons steentje bij door cactusbeeldje te scoren voor onszelf en een super cute Maya-pakje voor mijn nieuwe nichtje Jonna.

Back to Bacalar (again)

Na 5 nachtjes party capital beginnen we toch echt aan onze terugreis naar Bacalar. We maken een tussenstop bij nog een laatste cenote vlakbij Tulum, waar we lekker het water in slingeren, en cruisen dan helemaal door tot ons eerste kampeerplekje aan het meer. Daar aangekomen blijkt het ineens gezellig geworden met andere overlanders. Er staan een Europese camper en een busje uit Washington. Beide van, hoe kan het ook anders op de Pan-American: Zwitsers. We kunnen het meteen erg goed vinden met het jonge stel in het busje. Ze zijn net begonnen met hun road trip naar het zuiden en wachten nog op de nieuwe nummerborden die uit Montana opgestuurd moeten worden. Dat duurt wel een paar weken en tot die tijd kunnen ze de auto niet importeren, dus zitten ze net als wij vast in Quintana Roo. We delen ons lijstje van leuke plekken en tippen ze nog even voor Dia de los Muertos, wat over een paar dagen is. Naast de gezelligheid is overigens ook de temperatuur aanzienlijk verbeterd sinds een paar weken geleden. ’s Avonds is het gewoon aangenaam en ’s nachts word ik zowaar wakker om onder een laken te gaan liggen. Heerlijk!

We besluiten nog een halve dag het meer op te gaan met een zeilboot die excursies aanbiedt vanuit onze kampeerplek. Het azuurblauwe water is tenslotte de highlight van Bacalar, en met de boot kom je op de mooiste plekjes. Onze groep valt een beetje tegen. We zouden met z’n zessen moeten zijn, maar twee mensen zijn te laat en worden achtergelaten en de andere twee zijn niet onaardig maar Frans, dus ze spreken alleen Frans. Gelukkig is Rodolfo, onze schipper, wel gezellig. Hij komt uit Mexico maar heeft lange tijd in Italië gewoond en daar leren zeilen op het Como meer. Hij spreekt dus naast Spaans en Engels ook vloeiend Italiaans en zelfs een beetje Duits, maar ook dat spreken de Fransen natuurlijk niet.

Een uurtje zeilen brengt ons op de eerste pauzeplek. Omdat Mexicanen veelal niet zo goed kunnen zwemmen mag je van de lokale overheid met de tours alleen uit de boot als je kunt staan. En dus liggen we met nog een stuk of 6 andere boten op hetzelfde ondiepe stuk water om af te koelen. En dan te bedenken dat er nu in het laagseizoen en met Corona nog niet een kwart van de toeristen komen van normaal. Het kan hier dus echt druk zijn. Als we genoeg zijn afgekoeld krijgen we een heerlijk fruithapje voorgeschoteld en beginnen we aan de weg terug. De wind is helaas gaan liggen dus moeten we het doen op de motor.

We komen langs een verlaten restaurantje in de monding van het kanaal naar de zee. Deze kant van het meer is natuurgebied dus er mag niet gebouwd worden, maar de eigenaar van het restaurant dacht daar destijds anders over en zette het op zonder vergunning. Het heeft een tijdje gedraaid, maar met name het rioolwater dat direct in het meer werd gedumpt zorgde er op een gegeven moment voor dat er toch maar werd ingegrepen. Het is er heel druk met andere boten dus onze schipper besluit een stuk door te varen zodat we ergens achter een eiland helemaal alleen aan de tweede pauze kunnen beginnen. Deze keer met nacho’s, guacamole en bier. Hierna is het weer voorbij met de pret en varen we rustig terug naar de kampeerplek.

De vele veterenaria’s van Bacalar

Daar aangekomen gaan we verder met de orde van de dag: mieren verdelgen. Onze eerder gevierde overwinning blijkt namelijk enigszins voorbarig te zijn geweest. Ze zijn terug en op oorlogssterkte. We vermoeden dat er ergens een koningin in het motorgedeelte is gaan zitten en op volle kracht nieuwe mieren aan het produceren is. We proberen het nog een nachtje met wat ander lokaas maar dat blijkt ook niet effectief. Normaal gesproken zou het allemaal niet zo’n groot probleem zijn en konden we rustig aan verschillende middeltjes proberen, maar omdat we Berry vanmiddag al weer in de stalling gaan zetten zit het me niet echt lekker. Ik heb niet zo veel zin om hem over een halfjaar terug te vinden met een volledig mierennest erin. Dus gaan we op aanraden van de eigenaresse van de kampeerplek naar de lokale agroveterenaria om te vragen of ze Berry met serieus gif onder handen willen nemen.

Dat blijkt lastiger dan verwacht, want ondanks dat ze ons daar wel alle benodigde spullen willen verkopen hebben ze niet iemand die het voor ons wil doen. Gelukkig blijkt er een andere agroveterenaria te zijn in het dorp die niet op Google Maps staat. Die is dus ook wat minder makkelijk te vinden maar het lukt. Daar hebben ze wel iemand die het kan doen, maar die heeft net vandaag toevallig een dagje vrij. Omdat we toch echt direct iemand nodig hebben bieden we aan om extra te betalen als hij toch deze kant op komt, dus belt de eigenaresse. Hij kan echt niet, maar weet wel te vertellen dat er nógeen agroveterenaria is in het dorp die ook niet op Google Maps staat. Deze keer zijn de aanwijzingen wat duidelijker en vinden we hem snel. “Fumigacion? Geen probleem! Maar voor mieren op je auto? Die heb je nu eenmaal hier. Dat is vrij gewoon. Laat anders even zien wat je bedoelt”. Maar we hebben net het laatste restje van onze gifspuitbus opgemaakt voordat we hier naar toe reden en kunnen nu natuurlijk geen levende mier meer vinden. Uiteindelijk vind ik nog een dode op het dak. “Ah, suikermiertjes! Ja die houden van zoetigheid.” Hij is niet helemaal overtuigd van de noodzaak maar vindt het prima om de auto alsnog te behandelen, en dus wordt het motorgedeelte en de onderkant van de auto grondig onder handen genomen. Knappe mier die dit overleeft.

Tevreden over het resultaat van onze zoektocht spenderen we nog een paar uurtjes bij een van de balnearios aan de rand van het meer en verplaatsen dan naar een hotelletje vlakbij het busstation om te beginnen met inpakken. We willen niet nog een keer spullen achterlaten die we later misschien nog nodig hebben, dus alles gaat mee. Het is even passen en meten, maar eigenlijk gaat alles vrij soepel in de enorme tassen die we leeg mee hebben gevlogen. We hebben zelfs nog even tijd om bij te komen in de airco voordat we Berry wegbrengen. Deze keer pakken we het rigoureus aan met 4 vochtvreters in de hoop dat de schimmel weg blijft. We wensen Berry weer een goed half jaar toe, voordat we hem afdekken en het tijd is voor hem om te gaan slapen. Tot in het voorjaar!

Dia de los Muertos

De vroege bus naar Cancun is al uitverkocht, maar degene daarna heeft nog maar liefst 4 plekken beschikbaar. Met Dia de los Muertos in aantocht is het hier behoorlijk populair om familie op te zoeken, dus we hebben geluk dat er überhaupt nog kaartjes zijn. De 5,5 uur durende rit verloopt voorspoedig en voor we het weten lopen we weer de 700 meter naar ons eerste hotel in Cancun. Deze keer tot de nok toe bepakt en bezakt, dus lijkt het een stuk langer! Onderweg langs het Parque las Palapas zien we al de eerste tekenen van het feest wat vanavond gaat losbarsten. Overal worden standjes opgebouwd met allerlei lekkers en een hele hoop decoraties. We nemen even de tijd om bij te komen van het sjouwen met een duik in het zwembad en mengen ons dan tussen de menigte.

In Mexico wordt tijdens Dia de los Muertos niet om de doden getreurd, maar worden ze juist gevierd. Op of in de buurt van begraafplaatsen wordt de hele nacht door gepicknickt en gefeest. Een van de ideeën erachter is de angst voor de dood weg te nemen, en dus wordt er op allerlei manieren met de dood gelachen. De viering is traditioneel eigenlijk meer een familieaangelegenheid, maar tegenwoordig steeds meer geprofessionaliseerd. Grote steden organiseren er allerlei optredens eromheen. Cancun is niet de beste stad ervoor, maar heeft toch ook groot uitgepakt. De hele avond lang worden optredens van talloze zang- en dansgroepen aan elkaar geregen. Overal is lekkers te krijgen en er staan standjes waar je je gezicht kunt laten schminken. Wij kunnen het niet laten om mee te doen, maar blijken een van de weinige volwassenen te zijn. Leuk vinden de Mexicanen het wel, want er willen ongelooflijk veel mensen met ons op de foto.

Terwijl we overal proberen allerlei lekkers vandaan te halen begint op te vallen dat een paar liedjes wel heel vaak terugkomen. Met name Un Poco Loco, wat van Disney’s Coco blijkt te zijn, en La Llorona (de huilende vrouw) van Angela Aguilar komen erg vaak terug. De laatste gaat over een legende waarvan vele versies rondgaan in Latijns Amerika. De versie van Cancun vertelt over een Mexicaanse vrouw die ten tijde van de Spaanse overheersing een verhouding krijgt met een rijke Spanjaard. Ze krijgt drie kinderen van hem en vraagt hem met haar te trouwen, maar omwille van zijn status besluit hij in plaats daarvan te trouwen met een Spaanse. Kapot van verdriet en niet wetend hoe ze alleen voor de kinderen moet zorgen verdrinkt ze haar kinderen in een rivier. Direct daarna krijgt ze enorme spijt en verdrinkt ook zichzelf, maar wordt niet binnengelaten in het hiernamaals totdat ze haar kinderen gevonden heeft. Dus zwerft ze voortaan ’s nachts in de buurt van water over de aarde, huilend op zoek naar haar verloren kinderen. Het verhaal wordt in Mexico gebruikt om te zorgen dat kinderen niet na het donker of in de buurt van water op pad gaan, want dan zou het zomaar kunnen dat La Llorona ze aanziet voor haar eigen kinderen en meeneemt.

Wat ook opvalt is hoe populair de outfit van een vrouwelijk skelet is met een lange brede jurk en een grote hoed met veren. Dit is La Catrina, een karakter gecreëerd aan het begin van de vorige eeuw door een Mexicaanse cartoonist als satire om aan te geven dat hoe rijk je ook bent en hoe mooi je er ook uitziet, je net als iedereen uiteindelijk dood gaat. Al snel werd het karakter tijdens de dictatuur van Porfirio Diaz gebruikt om de vrouw van de president uit te beelden, die nogal de neiging had om dure extravagante outfits uit Europa te laten komen. Realistische afbeeldingen waren namelijk verboden, maar als skelet kon je iedereen bedoelen.

Er gebeurt van alles op het plein dus we lopen van hot naar her. Daarbij moeten we goed opletten dat we niet van onze sokken worden gereden door een kleuter in een elektrische auto. Het huren van zo’n autootje is op bijna elk groot plein in Mexico een ding, maar nu het zo druk is, is het ronduit gevaarlijk. Ze rijden kris kras door de menigte en als je even niet oplet kijk je zo over ze heen. Ze worden overigens steevast op de voet gevolgd door een ouder die niet oplettende toeschouwers op tijd probeert te waarschuwen voor het gevaar of zich na een aanrijding komt verontschuldigen.

In de loop van de avond begint nog een laatste dingetje op te vallen: er is hier nergens alcohol! En dat terwijl Mexicanen toch vrij goed zijn in het consumeren ervan tijdens feestjes. Voor dat deel van het feest moet je vast ergens anders zijn. Wij houden het in ieder geval maar hierbij en lopen terug naar het hotel om te beginnen aan het helse karwei van de schmink eraf wassen.

Een laatste tropisch paradijs

Op onze laatste dag nemen we vanaf Cancun de boot naar Isla Mujeres. In de bus naar de haven hebben we even het idee dat we worden opgelicht, want we zijn samen met 2 andere toeristen de enigen in de bus en de chauffeur rijdt vrolijk langs de ferryterminal naar een andere terminal een stuk verderop, waar we nog nooit van gehoord hebben. Vragen of hij toch wil stoppen heeft geen zin, hij is vol overtuiging dat we daar moeten zijn. Het is nooit fijn om op onbekend terrein ergens te worden afgezet en meteen allerlei mensen om je heen te hebben die iets van je willen, maar de buschauffeur blijkt ons juist erg geholpen te hebben. Deze nieuwe boot bestaat pas een paar maanden en is goedkoper dan die van de bekende maatschappij. Daarnaast blijkt later dat de buslijn eigenlijk helemaal niet tot aan de ferryterminals ging, maar omdat de chauffeur wist dat we hier moesten zijn is hij speciaal voor ons wat verder doorgereden. Zo zie je maar weer: vriendelijke jongens die Mexicanen.

Isla Mujeres is supertoeristisch maar ook best schattig. De vrolijk geschilderde huisjes en hippe restaurantjes geven het allemaal een gezellige uitstraling. We struinen een tijdje door het stadje, eten voor het eerst huevos rancheros (aanrader!), en ploffen dan neer naast een palmboom op het strand aan de noordkant van het eiland. Het strand is werkelijk waar prachtig. Echt, tropischer dan dit gaat het niet worden. Wit zand, palmbomen en helderblauw ondiep water. Alleen jammer dat het net op boottourafstand van Cancun ligt, en het water daarom bezaaid ligt met gecharterde speedboten. De kakofonie van feestmuziek die er vanaf komt is nog wel gezellig, maar om een of andere reden vinden alle kapiteins het nodig om zo dicht mogelijk bij het strand te gaan liggen, waardoor je als je diep genoeg wilt komen om kopje onder te kunnen je altijd tussen een hoop boten begeeft die komen en gaan. Echt ontspannen is dat dus niet. Het strand met gratis schaduw (wat best zeldzaam is in toeristische Mexico) maakt gelukkig een hoop goed.

Halverwege de middag verlaten we onze palmboom om de boot weer terug te nemen naar Cancun. De chauffeur van het minibusje dat ons meeneemt naar het centrum doet ook weer uitzonderlijk zijn best om ons aan te geven hoe we moeten lopen om op onze bestemming te komen. Echt aardig die Mexicanen. ’s Avonds nemen we weer een kijkje bij de optredens. Het gaat er enigszins hetzelfde aan toe als gisteren, dus nadat we helemaal zijn volgegeten en wat nieuwe versies van Un Poco Loco en La Llorona hebben gezien gaan we er weer vandoor. Het was leuk zo. Tijd om weer terug te keren naar het koude, natte Nederland.

Koud en nat

Op de dag van vertrek genieten we extra lang van het lekkere ontbijt in de buitenlucht, proberen nog wat souvenirs te vinden, luieren een uurtje rond het zwembad, en verzamelen dan onze bagage voor de zware tocht naar het busstation. Daar aangekomen mogen we bijkomen in de airco van de speciale wachtruimte voor de vliegveldbus. Volgende keer iets minder bagage zou wel fijn zijn. De rest van de reis gaat voorspoedig. We besparen 40 euro op de extra kosten van de kitetas door in pesos te betalen in plaats van euro’s, geven 5 euro daarvan weer uit aan één flesje water(!), vinden een epische hamburger van Guy Fieri, helpen een Nederlandse jongen met het invullen van het Vuela Seguro systeem wat alleen goed werkt in het Spaans, slapen belabberd in het vliegtuig, en landen een uur te vroeg in Amsterdam. De kitetas komt netjes van de bijzondere bagageband gerold en binnen no-time zitten we in de trein, metro, en bus naar Steef d’r ouders in Oostvoorne. Gelukkig worden we opgehaald bij de bushalte zodat we niet met alle bagage het laatste stuk door het heerlijke Nederlandse herfstweer hoeven te lopen. Dat hebben we in ieder geval niet gemist.

Ondanks dat we slecht hebben geslapen voelt het nog als ochtend, maar het is al bijna 7 uur ’s avonds. Wel zijn we zo moe van de reis dat we na een ochtendje/avondje bijpraten rond 11 uur in slaap vallen. Rond 2 uur ’s nachts zijn we echter weer klaarwakker, dus besluiten we maar wat te gaan ontbijten en een paar afleveringen Scrubs te kijken, voordat we rond 4 uur weer een poging doen om verder te slapen. Dat lukt, en wel tot half 2 ’s middags… Oeps!

De dagen daarna werken we aan onze jetlag en racen van hot naar her in onze nieuwe panda voor wat snelle familiebezoekjes, laatste wintersportinkopen, en het met spoed laten repareren van de kites. Het zijn weer een aantal hectische en vermoeiende dagen, maar we willen hier geen tijd verliezen. Over een half jaar hebben we weer meer dan genoeg tijd in Nederland. Het lijkt misschien gek maar na zo lang van huis te zijn begint dat angstvallig dichtbij te voelen. Voor nu is het nog eventjes party time, en daar willen we zo goed mogelijk gebruik van maken. Als we net weer een nachtje goed slapen pakken we de camper tot de nok toe vol met alle wintersport- en kitespullen, zetten de wekker om 5 uur en beginnen aan de bijna 2500km richting de enige winterkitesurfbestemming van Europa: Tarifa! En hoe het ons daar gaat verlopen? Dat is iets voor de volgende keer. Tot dan!

Liefs, Merijn

« van 4 »

2 gedachten over “Tropische ongemakken

  1. hiii hotties, leuke plaatjes en verhaaltjes! En leuk om te zien waar Jonna haar pakje vandaan komt 😀 hij staat Ollie ook heel goed!

    1. Dank je wel! Ja Ollie wou hem ook heel graag maar moest toegeven dat het iets te groot was en hij er waarschijnlijk niet in zou groeien…

Laat een antwoord achter aan Marinka Reactie annuleren