Road trip door Mexico

Hey hallo! Na het langste blog ooit nu weer een van de kortste! Om efficiënt met onze tijd om te gaan zijn we opgesplitst. Terwijl Steef in Nederland de camper verkoopt, sollicitatiegesprekken voert en zwangerschapscheck-ups ondergaat begin ik alvast met rijden door Mexico. Zo kunnen we onze beperkte tijd (anderhalve maand) grotendeels inzetten op een gebied waar we nog niet geweest zijn: het oosten van de VS. Bij deze daarom eerst mijn kant van het verhaal. In 9 dagen rij ik in mijn eentje van de grens met Belize naar Houston, waar Steef naar toe komt. Een lange maar prachtige tocht, en ook een interessante ervaring! Enjoy!

Een lange reisdag

Net voor de spits rij ik samen met Steef d’r vader weg naar Schiphol. Alles rijdt heerlijk door en ruim op tijd word ik afgezet voor de vertrekhal. De hypermoderne bagageautomaat vindt mijn volgepropte tas maar lastig, dus moet ik in de stoute mensen rij met iedereen die te veel of te zware bagage heeft. Voor mij staan maar twee stellen, maar toch moet ik bijna een half uur wachten. Ze vliegen volgens mij allebei voor het eerst, hebben het gewicht verkeerd verdeeld, herpakken ook nog eens 3x verkeerd omdat ze de regels niet begrijpen, en dat allemaal met erg veel stress en chaos. De stewardess achter de incheckbalie heeft blijkbaar alle tijd van de wereld en laat tussendoor niet even wat anderen voorgaan, maar ik heb nog geen koffie gehad en zie mijn rustige koffiemomentje bij de ah-to-go nu aan me voorbijgaan.

Het blijft altijd vervelend in te schatten hoe je nu zit in de tijd op een vliegveld. Tegenwoordig vragen ze je om maar liefst 3(!) uur van te voren aan te komen, terwijl mijn ervaring op Schiphol eigenlijk altijd is dat 1 uur voldoende is. Maar nu met Corona weet je het natuurlijk allemaal niet meer, dus ben ook ik maar te vroeg. Gelukkig geven ze tegenwoordig wel redelijk goed aan wat de actuele wachttijd is voor de security en looptijd naar je gate. En heb je niet meer de debiele situatie dat er al ‘last call’ op het scherm staat terwijl ze bij de gate nog niet eens begonnen zijn. Daar erger ik me altijd zo aan. Naar mate ik vaker heb gevlogen begin ik de ervaring op vliegvelden steeds onprettiger te vinden. Je voelt je ook gewoon niet meer een persoon maar een stuk vracht wat heen en weer moet worden verplaatst. Dat is met elke andere vorm van vervoer toch een stuk beter. Het verbaast mij ook dat een vliegtuig nog steeds zo oncomfortabel is. Ja, je hebt tegenwoordig op langeafstandsvluchten meer beenruimte, maar een houding vinden om in te kunnen slapen lukt mij als lang persoon eigenlijk nooit en uiteindelijk hou ik er altijd nekpijn aan over.

De vlucht gaat verder wel soepel. We zijn zelfs te vroeg, maar eenmaal bij Cancun worden we in de wacht gezet omdat het zo druk is op het vliegveld. Dat lijkt me niet zo’n goed teken. Om zo efficiënt mogelijk met de tijd te zijn ga ik na de vlucht direct met 2 bussen door naar Bacalar en om nog enigszins op een beschaafde tijd aan te komen is het wel zaak dat alles een beetje doorgaat. Ook het taxiën duurt lang omdat we in dezelfde rij staan als de vertrekkende vliegtuigen. De douane gaat gelukkig wel relatief snel, maar de bagage duurt dan weer eeuwen. Als ik die eindelijk heb kan ik alleen nog maar een kaartje krijgen voor de laatst mogelijke bus waarmee ik nog op tijd kan komen. En als die ook nog eens 20 minuten te laat aankomt begin ik hem toch wel een beetje te knijpen.

In Playa del Carmen moet ik wisselen van busstation. Ik was van plan om dat in een kwartiertje lopend te doen, maar ik heb nog maar 10 minuten. Dus probeer ik zo snel mogelijk een taxi te vinden. Gelukkig heb ik nog net genoeg pesos van de vorige keer dat we hier waren en 2 minuten voor tijd kom ik aan bij het andere busstation. Mijn volgende bus is echter nog nergens te bekennen. Die komt ook pas 20 minuten te laat binnen. Stress om niets dus. Maar goed, ik zit erin en nu moet het wel goed komen.

De lange-afstandsbussen in Mexico zijn echt een stuk comfortabeler dan een vliegtuig en het lukt me zelfs om een uurtje te slapen. Dat is, totdat de man van onze opslag laat weten dat hij morgenochtend toch niet kan omdat hij een doktersafspraak in een stad een stuk verderop heeft. Om geen vertraging op te lopen lijkt de enige mogelijkheid om vannacht nog af te spreken nadat ik aankom. Tuurlijk, dat kan er nog wel bij. Nou ok, er zit niets anders op. De vertraging is echter opgelopen tot meer dan 3 kwartier, en ik begin me ook zorgen te maken of de receptie van mijn hotel nog wel open gaat zijn om half 12. Bellen lukt niet en berichtjes via de Booking app reageren ze niet op. Op hoop van zegen dan maar.

Gelukkig loopt het allemaal goed af. Een uur voordat ik aankom blijkt de man van de opslag iemand anders gevonden te hebben die wel kan morgenochtend en de familie die het hotel runt is nog wakker. Ik krijg zelfs precies dezelfde kamer als de vorige keer dat we hier waren. De sleutel die ik toen per ongeluk heb meegenomen past niet meer, dus daar zeggen we maar niets over… Al met al dus een lekker lang en stressvol dagje, maar het is gelukt. Ik ben er. Morgen kan het echte werk beginnen.

Berry back in action

Als ik stipt om 8 uur aanklop bij de poort van de opslag is er uiteraard nog niemand, maar na wat whatsappen en wachten wordt er 20 minuten later opengedaan. Berry staat er nog en heeft zelfs gezelschap gekregen van een ander overlander busje. Hij ziet er een stuk beter uit dan de vorige keer. De vochtvreters zijn nog niet vol en alleen het stuur heeft een heel klein beetje schimmel. Van de mieren waar we een paar maanden geleden nog zo mee geworsteld hebben is geen spoor meer te bekennen. Ik sluit de batterijen weer aan, check de vloeistoffen en probeer te starten. Bingo! Helemaal toppie! Terug bij het hotel maak ik nog een beetje schoon, stop al mijn spullen erin, pomp de banden weer wat op en zet koers naar de grens voor een importvergunning waarmee ik het land door mag rijden.

De grens is nog net niet zo uitgestorven als de vorige keer dat we er waren. Ik word meteen geholpen. Ik heb alle benodigde kopieën nog van de vorige keer, dus ik hoef alleen maar te betalen en even te wachten tot alles in het systeem gezet is. Een kwartiertje later rijdt ik weer weg. Dat ging soepeler dan verwacht! Nu naar de grote supermarkt in Chetumal om alles te halen wat ik komende dagen nodig zal hebben. Het voelt vertrouwd om weer in de supermarkt rond te lopen, maar ook gek dat het alleen is. Voor de zekerheid haal ik ook maar wat gas bij de bouwmarkt, zodat ik eventueel kan koken, en rij dan naar onze laatste kampeerplek in Bacalar om Berry op te bouwen. We hebben namelijk potentiële kopers gevonden en om ze te overtuigen hebben we afgesproken een filmpje te maken met een soort rondleiding. Terwijl ik alles langs ga wordt me wederom duidelijk hoe goed Berry eigenlijk wel niet in elkaar zit. Tuurlijk, je kunt andere dingen willen, maar in de categorie SUV met daktent is hij zeker een hele mooie optie. Ik hoop echt dat er leuke mensen verder gaan reizen met hem.

Op weg met jetlag

Om 4 uur ’s ochtends zit mijn nacht er al weer op. In Nederland is het al 11 uur, dus da’s eigenlijk best prima. Ik blijf nog even liggen maar besluit om 5 uur te gaan ontbijten en koffie te zetten. De komende week zal ik in 6 dagen in mijn eentje zo’n 3200km moeten afleggen. Per dag is dat zo’n 7 a 8 uur rijden. In Mexico is het vanwege veiligheidsredenen niet zo verstandig om in het donker te rijden. Dat is overigens grotendeels niet vanwege het hogere risico op overvallen, maar met name omdat buiten de steden niets verlicht is, iedereen wel hard rijdt, en je de af en toe voorkomende gaten in de weg of moorddadig hoge topes (snelheidsdrempels) niet goed ziet aankomen. Een beetje op tijd opstaan en weggaan is dus wel fijn. Ik moet er niet aan denken dat ik deze tocht zou moeten doen met de jetlag de andere kant op, maar zo is het best prima. Zo gauw het licht is ga ik er vandoor.

Yucatan is een van de minst bewoonde gedeeltes van het land en dat merk je. Buiten de schaarse dorpjes is er amper verkeer. De weg is grotendeels ok, maar omdat het geen tolweg is moet je toch constant goed opletten zodat je geen gat of tope over het hoofd ziet en dat maakt het vermoeiend rijden. Gelukkig is Berry met zijn airco, automatische versnellingsbak en cruise control wel een stuk comfortabeler dan de camper. Na de eerste shift van 3,5 uur ben ik al bijna halverwege. Even een pauze en tanken voor 96 cent per liter(!) en dan door naar de tweede shift. Het verbaast me eigenlijk hoe lang het rijden is vol te houden met cruise control. Als je constant je voet op het gas moet houden gaat mijn been op een gegeven moment verkrampen, maar met cruise control heb ik daar geen last van. De tweede shift wordt het wel wat drukker op de weg en wordt het wegdek af en toe wat minder, maar 4 uur later rij ik toch keurig volgens planning de parkeerplaats op van mijn hotel in Villahermosa. Een prima eerste dag.

Op dag twee begin ik met een heerlijk uitgebreid Mexicaans ontbijt en stap daarna snel de auto in. Na een uurtje rijden kom ik voor het eerst terecht op de tolweg en man wat is dat een genot! Ja je moet er voor betalen, maar dan krijg je ook wel wat vergeleken met de normale wegen. Meerbaans, zo plat als een pannekoek, kaarsrecht, en hartstikke rustig. Daar heb je wel wat geld voor over. Wederom doe ik het in twee shifts, van ongeveer 4 uur. Met name de laatste 2 uur zijn prachtig. Eerst rij je een tijdje recht op Mexico’s spectaculaire hoogste berg af, de Pico de Orizaba. Daarna kronkelt de weg door de oostelijke Sierra Madre om zo’n 1000m hoger op het Centraal Mexicaans Plateau uit te komen. Daarbij is het zaak om goed op te letten, want regelmatig kom je in een bocht zwaarbeladen vrachtauto’s tegen die niet harder dan 20 km/h rijden terwijl je 90 mag. In zo’n geval komt het ook nog eens voor dat die vrachtauto’s worden ingehaald door andere vrachtauto’s die wel 30 km/h kunnen halen. Het is dus een hoop remmen en optrekken.

Mijn eindbestemming is Puebla, vanwaar ik door de smog vaag in de verte kan zwaaien naar de Popo en de Izta, de vulkaan die Steef twee jaar geleden bijna fataal is geworden. Namens haar heb ik hem nog even een middelvinger gegeven, maar hij was niet onder de indruk. Pas 200m voor mijn hotel kom ik de eerste tope van de dag tegen en daarna meteen de laatste, totaal onherkenbaar zodat ik er maar net met een noodstop enigszins voor kan afremmen. Blijven opletten… Mijn hotel staat recht tegenover de Volkswagenfabriek en is duidelijk gericht op die doelgroep. Alles wat een zakenreiziger nodig heeft en niets meer. Met een lekker Coronaatje en onze traditionele tortillamaaltijd rust ik uit terwijl ik de laatste afleveringen van ‘Met Het Mes Op Tafel’, ‘Boer Zoekt Vrouw’ en ‘Heel Holland Bakt’ terugkijk.

Drukte richting het noorden

Dag 3 zou wat korter moeten zijn, maar omdat ik nu langs Mexico Stad rij kom ik in het verkeer naar de andere grote steden in het noorden, en dat is een stuk drukker. De enige echte file staat echter voor het militaire checkpoint. Per dag kom je ze meerdere keren tegen, met een sluis waarbij al het verkeer over 1 baan moet en ze er wat mensen uitpikken om te ondervragen. Meestal gaat dat prima, maar als het druk is kan het tot een behoorlijke file leiden. Bij mij vragen ze waar ik vandaan kom, naar toe ga, en of ik even kan laten zien wat ik achter het gordijn in de auto heb. Dat vinden ze dan soms op een vriendelijke manier interessant, maar ik mag altijd snel doorrijden. Uiteindelijk doe ik er wel zo’n 7,5 uur over om aan te komen in San Luis Potosí. De overgangen in de omgeving beginnen nu wel echt op te vallen. In Yucatan reed ik nog door de jungle, toen werd het vulkanen, daarna redelijk kale hoogvlakte, en nu begint het al woestijnachtig te worden. Als beloning dat ik op de helft ben trakteer ik mezelf op een hamburger in het hotelrestaurant. Jummie!

Ook dag 4 zou een korte moeten zijn. Zo’n 5,5 uur rijden naar Saltillo. Eigenlijk was dat niet zo efficiënt, maar ik kon geen goed hotel dichter bij de grens vinden en ik wou toen nog niet beperkt worden in de keuze voor welke grensovergang ik zou nemen. Onderweg begint de omgeving behoorlijk desolaat en steeds meer woestijnachtig te worden. Er zijn bijna alleen maar vrachtauto’s op de weg, maar wel echt veel. Tussen San Luis Potosi en Saltillo is zo’n 450km bijna niets, maar toch rijdt er elke 100 tot 200 meter een vrachtauto. Dat zijn er bij elkaar best een boel. Vrachtauto’s mogen in Mexico niet harder dan 80 rijden, maar toch rijden de meesten harder dan 100. Om het een beetje veilig te houden doe ik dus maar hetzelfde als de locals: zelf nog wat harder gaan. De maximale snelheid op goede snelwegen is 110, maar het lijkt alsof de locals die overal maar aanhouden als richtlijn, of het liefst nog iets harder. Ik moet ook wel toegeven dat snelheidsborden af en toe uit de lucht komen vallen. Dan heb je een gloednieuwe, superbrede, kaarsrechte vierbaansweg met gescheiden rijbanen in the middle of nowhere en mag je toch maar 80. Ik volg maar een beetje de flow. Wederom staat er een dikke file voor een checkpoint maar verder gaat alles soepel en 7 uur later kom ik aan bij mijn laatste hotel in Mexico.

Een soepele grens

De grens tussen Mexico en de VS is berucht om zijn niet al te goede en fluctuerende veiligheidssituatie. De hoofdroute loopt langs Monterrey naar Nuevo Laredo, maar daar zijn de afgelopen maanden wat incidenten langs geweest dus de alternatieve route via Monclova naar Piedras Negras lijkt de beste optie. Het is alleen wel 2 uur langer rijden en met de grensovergang erbij wordt het een lange dag. Om me daar zo fit mogelijk voor te krijgen hebben we afgesproken dat Steef het resultaat van de 20-wekenecho die ze in mijn tijdzone om 2 uur ’s nachts heeft nog even voor zich gaat houden. Maar als ik om 5 uur toch wakker word ben ik toch wel benieuwd. Het wordt een meisje! Vanaf nu is het Mowglita!

Stipt om 6 uur begin ik aan mijn laatste ontbijt met Chilaquiles en rij weg zodra het licht is. Ik zit niet meer op de hoofdroute maar de tweebaansweg is top en er is ook bijna geen vrachtverkeer meer. 4 uur later kom ik aan in Allende, waar de Mexicaanse douane zit. In de recensies van deze plek las ik dat mensen hier soms in het weekend wel 5 uur moeten wachten, maar nu op woensdag 11 uur is er niemand en word ik meteen geholpen. Ik moet wel even uitleggen hoe het kan dat ik sommige papieren uit Cancun en sommige uit Chetumal heb, en hoe ik de VS verwacht in te komen zonder visum, maar het lijkt meer uit interesse dan stroefheid. Een kwartiertje later kan ik weer verder.

Bij de grens met de VS een uurtje verderop staat een langere rij, maar ook dat valt me behoorlijk mee. Een vrouwelijke grenswacht maakt een gebaar naar me wat ik niet herken. Blijkbaar heeft iedereen hier een soort pasje waarmee het systeem ze herkent en ze sneller de grens over kunnen. Dat heb ik niet, wel een paspoort. “Oe wat is dat, Spanje?”, “Nee Nederland”, “Really!? that’s so cool!”. De sfeer is ontspannen, wat ik ook eigenlijk niet anders had verwacht. Je hoort natuurlijk veel over de grens tussen Mexico en de VS, maar er gaan hier dagelijks zo veel mensen overheen dat het niet anders kan dan dat het business as usual is. Ik ben wel een bijzonder geval. De laatste keer dat hier een Nederlander de grens over is gegaan is denk ik heel lang geleden, laat staan met een Canadese auto. Dat is wel heel raar. De volgende grenswacht weet ook net echt wat ie met me aan moet en belt een hele tijd met mensen op kantoor. Die zijn denk ik aan het uitzoeken of het echt klopt dat ik geen visum nodig heb, en wat ik dan wel moet doen. Uiteindelijk mag ik een kantoortje in om 6 dollar voor een formulier te betalen en word toegelaten. Toppie! Alle grensformaliteiten bij elkaar hebben denk ik een uurtje geduurd, daar had ik van te voren zeker voor getekend!

De laatste 2,5 uur naar San Antonio rij ik grotendeels door woestijn. Het is echt wel even wennen aan het Amerikaanse verkeer terwijl ik me over de lokale wegen door de binnenstad van Eagle Pass navigeer, maar daarna is het grotendeels uitgestorven. Dit deel van Texas ziet er echt uit zoals je zou verwachten: gigantische ranches op droge woestijnachtige grond. Onderweg maak ik dankbaar gebruik van iets wat ik in Mexico nog nergens ben tegengekomen: een rest stop met picknickplaats, en rond 4 uur kom ik aan bij mijn hotel voor de komende twee nachten. Een lange dag, maar het zit er op; ik ben in de VS!

Pannenkoeken en missieposten in San Antonio

Echt uitrusten zit er echter nog niet in, want de volgende ochtend word ik alweer om half 9 verwacht bij de lokale Kia dealer om Berry’s olie te laten verversen. De laatste keer dat we dat probeerden  in Cancun hadden ze niet de juiste onderdelen beschikbaar, dus is het inmiddels al wel 2,5 jaar geleden. Omdat we inmiddels ook wat andere probleempjes hebben opgebouwd vraag ik ze ook even te kijken of ze daar wat aan kunnen doen, maar dat blijkt een fout. Door de onhandige rolverdeling van Amerikaanse autodealers gaat er een hoop informatie verloren in de communicatie en de monteur blijkt eigenlijk gewoon een pannenkoek. Vrijwel de hele dag ben ik aan het wachten en het eindresultaat is eigenlijk niets. Van geen enkel probleem heeft ie de oorzaak kunnen vinden en uiteindelijk krijg ik alleen een lijstje met wat het zou kosten om elk problematisch onderdeel in zijn geheel te vervangen. Dat is natuurlijk nogal prijzig en ik kan me niet voorstellen dat dat echt nodig is. Daarnaast was ik van plan om op z’n minst ’s middags nog even San Antonio te verkennen en dat zit er nu niet meer in.

Gelukkig hoef ik de volgende dag maar een paar uur te rijden naar Houston en heb ik dus nog wel even de tijd om de stad in te gaan. Na een bezoekje aan de oude vertrouwde Amerikaanse Walmart parkeer ik bij een missiepost in een buitenwijk en neem van daar de bus het centrum in. Mijn doel is een van de belangrijkste locaties in de geschiedenis van Texas: ‘The Alamo’. Deze missiepost bevond zich tijdens de Texaanse onafhankelijkheidsoorlog met Mexico in een fort wat door de Mexicanen met grote overmacht werd ingenomen. Het verlies van de slag werkte echter als een fantastische motivator en ‘Remember the Alamo!’ werd de strijdkreet waarmee de Texanen uiteindelijk de oorlog en hun onafhankelijkheid zouden winnnen. Het is misschien dan ook niet verrassend dat het hier ongelooflijk druk is. Amerikanen bezoeken graag hun historisch relevante locaties. Om de kerk in te mogen moet ik 2 uur wachten op een tijdslot, dus dat sla ik maar over, maar door de omringende tuinen lopen en bordjes lezen is ook best leuk.

Daarna begin ik aan mijn echte activiteit van de dag: de River Walk. Dit wandelgebied langs de rivier loopt door de hele stad heen en komt onderweg langs nog 4 andere oude Spaanse missieposten. Het eerste stuk in het centrum is echt super leuk! De rivier kronkelt tussen of onder de gebouwen door, langs prachtige grote bomen en veel gezellige barretjes en terrasjes. Het maakt het wat mij betreft echt een van de mooiste stadscentra die ik in Noord Amerika gezien heb. Eenmaal buiten het centrum wordt het allemaal wat rustiger, maar de route blijft mooi. Het is zonnig maar niet te warm. Perfect weer om te wandelen. Ik loop de 7,5 km van het centrum naar Mission Concepcion. Die is prachtig bewaard en ligt mooi aan de rand van een groot park. Daarna begint het al wat laat te worden dus neem ik de bus terug naar Berry bij Mission San Jose. Nog even een snel kijkje binnen en dan is het tijd om te beginnen aan daadwerkelijk het laatste stukje van mijn reis: de laatste 3,5 uur naar Houston.

Gelukkig weerzien in Houston

Ik rij net voor de spits weg uit San Antonio en kom na de spits aan in Houston, dus alles rijdt lekker door. Tijd voor mijn laatste nachtje alleen voordat Steef morgen arriveert. Mijn hotel ligt vlakbij het vliegveld, dus als Steef d’r vliegtuig geland is stap ik in de auto. Met de Amerikaanse douane zal het vast wel even duren. Maar als ik een half uurtje later bij de aankomsthal sta komt ze een paar minuten later al naar buiten. Jippie! Na anderhalve week alleen is het toch wel leuk om weer samen te zijn. Overdag was ik natuurlijk wel lekker druk, maar in de avond was het met het tijdsverschil met Nederland toch wel een beetje saai. Daar komt echter nog niet meteen verandering in, want om half 7 is Steef al in diepe slaap gevallen… Achja.

In ieder geval kunnen we het nu wat rustiger aan doen en weer leuke dingen doen onderweg. We hebben iets meer dan een maand de tijd totdat we in Canada willen aankomen en hebben een mooie (globale) route gemaakt met een hoop natuur en toch ook wat steden. Maar dat bewaren we tot de volgende keer. Dan neemt Steef jullie mee door het oosten van de VS, in waarschijnlijk ons allerlaatste blog ooit? We gaan het zien. Voor nu weer bedankt voor het lezen en tot dan!

Liefs, Merijn

« van 2 »

2 gedachten over “Road trip door Mexico

  1. Heb weer genoten. Fijn dat jullie samen het laatste stuk kunnen doen. Kijk al weer uit naar jullie laatste blog.

    1. Hey Carla,

      Dank je wel! Er wordt hard aan de laatste gewerkt, dus erg lang zal het niet duren. En het was inderdaad een hoop genieten. Heel erg bedankt voor de traktatie! Ook daar gaan we gaan van genieten! 🙂

Geef een antwoord